drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk
bij Duurstede,
1 maart 2000
Gemeenteraad
van
Gemeente
Amsterdam
Amstel
1
1011
PN Amsterdam
Betreft: Jaarrekening 1998
Geachte
raad,
Met
mijn brief aan uw raad van 12 november 1999 deed ik u enige opmerkingen toekomen
over de kwaliteit, i.c. de volstrekte onbetrouwbaarheid, van de jaarrekening
1998 van uw gemeente. Het betreft een belangrijk onderwerp. De jaarrekening is
immers voor u als raad een belangrijk sturings- en
verantwoordingsverslag.
Uw
jaarrekening, m.n. de rekening (van baten en lasten) en het saldo van de
rekening, suggereert dat er in 1998 een batig saldo was van ƒ 0,6 miljoen.
Nadere bestudering van uw jaarrekening laat echter zien, zo schreef ik u, dat er
tot aanzienlijke bedragen baten en lasten buiten de rekening zijn gelaten: ruim
ƒ 2 miljard aan baten en ruim ƒ 1,4 miljard aan lasten. Dat betekent dat volgens
uw jaarrekening het werkelijke saldo van alle baten en lasten niet ƒ 0,6
miljoen bedroeg maar ruim ƒ 600 miljoen. En dat is wel iets anders! Verder wees
ik u erop dat de omvang van de verplichtingen en m.n. van de reserves totaal
verkeerd is weergegeven. Ik wees u er ook op dat veel baten en lasten totaal
verkeerd weergegeven zijn; ik noemde onder meer dat er rentelasten zijn
opgenomen van ƒ 174 miljoen over niet bestaande schulden.
M.a.w.
uw jaarrekening 1998 valt alleen te kwalificeren als een verzameling van 400
pagina's vol met volstrekt onjuiste en dus onbetrouwbare
cijfers.
Met
verbazing heb ik kennis genomen van de reactie van uw college van burgemeester
en wethouders van 23 februari 2000 op mijn brief.
De
reactie van uw college gaat nergens inhoudelijk in op mijn opmerkingen. Het
enige dat uw college doet is melding maken van een goedkeurende
accountantsverklaring bij de jaarrekening, alsof daarmee gezegd moet zijn dat de
jaarrekening dus wèl een betrouwbaar sturings- en verantwoordingsverslag is. Uw
jaarrekening zou niet de eerste zijn die ten onrechte van een goedkeurende
accountantsverklaring is voorzien. U heeft daarover nog onlangs in de pers meer
over kunnen lezen.
Uw
college meldt ook uw accountant om een reactie gevraagd te hebben. Uw accountant
volstond, volgens uw college, om die reactie niet te geven. Enerzijds
begrijpelijk, want wat zou hij over zijn eigen werk moeten zeggen? Zeggen dat ik
gelijk heb en dat hij dus volstrekt ten onrechte een goedkeurende verklaring bij
uw jaarrekening (en bij de jaarrekening van voorgaande jaren?) heeft gegeven?
Anderzijds onbegrijpelijk dat hij kan volstaan met het weigeren van een antwoord
op een toch niet onbelangrijke vraag van uw college. Dat zou menige andere
ambtenaar niet hoeven uithalen! Onbegrijpelijk dat uw college daar genoegen mee
neemt.
Intussen
moet uw raad, zo vindt uw college, het blijkbaar ook maar met deze reactie
doen.
Moet
ik verwachten dat u met deze reactie van uw college tevreden
bent?
Aan
het slot van mijn brief van 12 november 1999 schreef ik:
Ik
denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 1999 en (binnenkort) uw
begroting 2000 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en dat u die
dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt
wegdoen. Wat heb je aan 100-en pagina's volstrekt onbetrouwbare
informatie?
Mag
ik verwachten dat u als raad van Amsterdam doet wat van een zichzelf
respecterende raad verwacht mag worden, namelijk om opheldering
vragen?
Uw
reactie te vernemen stel ik op prijs.
Met
vriendelijke groet en hoogachting,
L.W.
Verhoef