drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij
Duurstede,
2 mei 2002
De Minister van
Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties
de heer mr. K.G. de
Vries
Postbus
20011
2500 EA Den
Haag
Betreft: Financiële verslaggeving door gemeenten en
provincies
Uw brief d.d. 24 april 2002
(kenmerk: FO2002/68616)
Geachte heer De
Vries,
Mijn dank voor uw
bevestiging van de ontvangst van mijn brieven van 30 januari 2002 en 10 april
2002 en uw verontschuldigingen voor de late bevestiging.
U schrijft in uw brief van
24 april jl. dat ik "enkele problemen omtrent de transparantie van de financiële
verslaglegging van gemeenten en provincies" signaleer en dat ik u om aandacht
voor dit onderwerp verzoek. Jammer, dat u na al mijn brieven sinds december 1997
denkt dat het mij gaat om de (mate van) transparantie van de verslaggeving. Het
gaat mij om geheel iets anders. Ik dacht dat altijd duidelijk aangegeven te
hebben.
Het gaat mij om de
volstrekte ONBETROUWBAARHEID van (de meeste van) die verslaggeving en om het
MISLEIDEND karakter daarvan. Dat is iets geheel anders!
Het gaat er mij ook om dat
bij al die onbetrouwbare en misleidende jaarrekeningen volkomen ten onrechte
goedkeurende accountantsverklaringen zijn opgenomen.
Het gaat er mij ook om dat
ik in mijn strijd tegen deze misstand door de minister op een verschrikkelijke
manier in de steek word gelaten, nog erger, dat die minister mij door mij af te
doen als een vervelende querulant, in mijn hemd zet.
(De meeste) gemeente- en
provinciebesturen hebben de gewoonte om, waar hun dat goed dunkt, op grote
schaal, willekeurig en tot grote bedragen, opbrengsten en kosten in hun
jaarrekening, dus in hun verantwoording naar de burgers, te verzwijgen.
Vrij
Nederland
van 2 maart 2002 toonde aan dat alleen al de 30 grote gemeenten in 2000 ƒ 3,8
miljard (!!) verzwegen. Vergist u zich niet; deze ƒ 3,8 miljard is een saldo van
een veelvoud van dit bedrag aan opbrengsten en een veelvoud van dit bedrag aan
kosten!
Wat mochten de burgers niet
weten? Waarom mochten de burgers dit niet weten?
Hoewel niet gepubliceerd,
heeft datzelfde onderzoek ook opgeleverd dat de 12 provincies in 2000 gezamenlijk ruim ƒ 1 miljard hebben
verzwegen. Had de minister in zijn functie van toezichthouder op de provincies
dat niet in de gaten toen hem ten behoeve van het uitoefenen van dat toezicht de
jaarrekeningen van de provincies werden voorgelegd? Waarschijnlijk
niet.
Hoe kunnen
gemeenteraadsleden, respectievelijk hoe kunnen Provinciale Staten, een gemeente
of provincie besturen met begrotingen en jaarrekeningen waarvan ze zelf niet
doorhebben dat die volstrekt onbetrouwbaar zijn? Hoe noodzakelijk waren al die
verhogingen van de OZB bij de door de 30 grote gemeenten verzwegen ƒ 3,8
miljard? Welke beslissingen zouden anders genomen zijn als die ƒ 3,8 miljard
niet verzwegen was? Hoe kan een gemeenteraad toezicht uitoefenen op B&W als
begrotingsoverschrijdingen eenvoudigweg verzwegen worden?
Niet alleen dat op grote
schaal opbrengsten en kosten worden verzwegen, veel van de opbrengsten en kosten
die wel verantwoord worden, worden tot verkeerde bedragen verantwoord.
Systematisch worden bijvoorbeeld afschrijvingslasten (veel) te laag weergegeven
en rentelasten (veel) te hoog! Het is schering en inslag dat onder wat als
opbrengsten en kosten gepresenteerd wordt, fictieve opbrengsten en kosten
voorkomen.
Ook in de presentatie van
de financiële positie gaat heel veel fout. Verschillende verplichtingen worden
niet als verplichting maar als (vrije) reserves gepresenteerd, sommige
verplichtingen worden in het geheel niet verantwoord. Hierdoor wordt de
financiële positie veel te rooskleurig weergegeven. Anderzijds worden vaak onder
de "verplichtingen" bedragen gepresenteerd die in het geheel geen verplichtingen
zijn, waardoor de financiële positie juist weer (veel) te pessimistisch wordt
voorgesteld. Ook worden op grote schaal vaste activa buiten de verantwoording in
de balans gelaten, waardoor ook de financiële positie (veel) te pessimistisch
wordt voorgesteld.
Dat alles is faliekant in
strijd met de huidige Comptabiliteitsvoorschriften!
Die vragen in artikel 3 om
een begroting en een jaarrekening die zodanig inzicht geven dat een verantwoord
oordeel gevormd kan worden over de financiële positie en de baten en de
lasten.
Die vragen in artikel 9 en
artikel 27 om een begroting en een rekening van baten en lasten waarin op
BETROUWBARE wijze ALLE opbrengsten en ALLE kosten zijn opgenomen en waarin ook
het saldo is opgenomen van ALLE opbrengsten en ALLE
kosten.
Die vragen in artikel 33 om
een balans die op BETROUWBARE wijze de financiële positie
weergeeft.
Die staan uiteraard nergens
toe dat er onder de opbrengsten en onder de kosten fictieve bedragen worden
opgenomen.
Die staan uiteraard nergens
toe dat de afschrijvingslasten te laag en de rentelasten te hoog worden
gepresenteerd.
Nu blinken de huidige
Comptabiliteitsvoorschriften stellig niet uit in goed en consistent taalgebruik,
zodat ze zeker aan vervanging toe zijn. Het laat echter onverlet, dat ze
volstrekt duidelijk zijn over hoe het moet en dat bovenstaande praktijken
volstrekt ontoelaatbaar zijn!
Nieuwe
Comptabiliteitsvoorschriften zullen zeker NIET helpen om aan deze misstand een
eind te maken als de huidige praktijk om die voorschriften op grote schaal aan
de laars te lappen, blijft bestaan. Deze praktijk wordt mede ondersteund door
accountants die om verlies van klanten te voorkomen en/of gewoonweg door
schrikbarende incompetentie deze praktijk van goedkeurende
accountantsverklaringen voorzien. (Dit zijn geen loze kreten; ik heb in de
afgelopen jaren een omvangrijk dossier opgebouwd waarvan u zult schrikken!).
Deze praktijk blijft mede in stand doordat de minister, hoewel ik hem en zijn
ambtsvoorgangers al jaren achtereen hierover bericht, hier geen einde aan wil
maken!
Nogmaals: nieuwe
Comptabiliteitsvoorschriften zullen zeker niet helpen.
In 1993/1994 was ik zelf,
toentertijd werkzaam bij VB Accountants (later opgegaan in Deloitte
& Touche), als (mede)adviseur van uw ambtenaren nauw betrokken bij de
totstandkoming van de Comptabiliteitsvoorschriften 1995. Het was opboksen tegen
onkunde en onwetendheid van ambtenaren en ontstellende incompetentie van de
andere twee adviseurs van VB. Het eindresultaat was het broddelwerk dat
de huidige Comptabiliteitsvoorschriften zijn. Vooral de Toelichting daarbij is
ver onder de maat: wollig, irrelevant, onjuist en inconsistent! En dat, terwijl
ik een perfecte tekst voor de Comptabiliteitsvoorschriften had ontworpen! (Die
ik uw ambtenaren toentertijd niet mocht geven, maar die ik nog wel steeds
bezit.)
Ik heb inmiddels van u het
concept besluit met nieuwe Comptabiliteitsvoorschriften ontvangen. Ik zal me er
zeker toe zetten deze te beoordelen en u van mijn bevindingen op de hoogte te
stellen.
Ik ben echter nu al zeer
sceptisch. U schrijft mij nu al dat ik van u geen persoonlijke reactie daarop
hoef te verwachten. Ik ben ook sceptisch omdat u nu ook al geen enkele maatregel
wil nemen om aan de huidige praktijken, die al door de huidige
Comptabiliteitsvoorschriften streng verboden zijn, een eind te
maken.
Om bovengenoemde misstanden
aan de kaak te stellen, heb ik, gespreid over gemeenten en provincies en
betrokken accountantskantoren, een tiental accountants bij de Raad van Tucht
voor Accountants aangeklaagd. Het betreft accountants van KPMG (provincie
Utrecht), Ernst & Young (gemeenten Amersfoort en Zaanstad),
PricewaterhouseCoopers (gemeenten 's-Hertogenbosch en Tiel), Deloitte &
Touche (provincie Zuid-Holland en gemeenten Hengelo en Dordrecht) en
Gemeentelijke Accountantsdiensten (gemeenten Den Haag en
Utrecht).
Hoeveel kans maak ik, nu
het de minister allemaal niets kan schelen wat er fout gaat in de financiële
verantwoording aan de gemeenteraden en vervolgens aan de
burgers?
Mag ik van u een reactie
verwachten op deze brief?
Met vriendelijke groet en
hoogachting,
L.W.
Verhoef