Dossier: Breda
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 5
januari 2000
Gemeenteraad van
Gemeente Breda
Stadskantoor
Postbus 90156
4800 RH Breda
Betreft: Jaarrekening 1998
Geachte raad,
Voor u als gemeenteraad is de jaarrekening van uw gemeente een belangrijk
document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en
verantwoording aan u af over het door hem gevoerde (financiële) beheer en verder
is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van
de lopende begroting (i.c. 2000). Op basis van deze begrotingen beslist u over
de hoogte van de gemeentelijke belastingen en over het wel of niet doorgaan van
belangrijke activiteiten. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de
jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt u als raad aan
de burgers rekening en verantwoording af van het door u gevoerde (financiële)
beleid en beheer. Het is dus erg belangrijk dat de jaarrekening en de begroting
betrouwbare documenten zijn.
Ik ben geïnteresseerd in hoe gemeenten en provincies hun jaarrekeningen
en begrotingen opmaken. Van die jaarrekeningen en begrotingen klopt, zo is mijn
ervaring, in het algemeen niet veel. Ze zitten boordevol hoogst onjuiste en
inconsistente informatie en boordevol onzin-teksten. Het zijn daarom hoogst
onbetrouwbare documenten. Om die reden is het volstrekt onverantwoord om op
basis van deze begrotingen en jaarrekeningen gemeenten en provincies te besturen
en daarover verantwoording af te leggen.
Wellicht heeft u in de Volkskrant van (o.a.) 25 oktober j.l. mijn visie
hierover gelezen. Ik noem daarin ook uw gemeente.
Ik heb ook de jaarrekening 1998 van uw gemeente beoordeeld. Ook uw
"jaarrekening", zo is mijn conclusie, heeft met een jaarrekening, laat staan met
een betrouwbare jaarrekening en dus met een betrouwbaar sturingsmiddel en met
een betrouwbaar verantwoordingsverslag, niets uitstaande. Circa 160 pagina's vol
met hoogst onjuiste cijfers en onzin-teksten (vooral waar het gaat over
reserves, weerstandsvermogen, voorzieningen en rente), waarvan de meesten van u,
het kan niet anders, ongetwijfeld niets begrepen zullen hebben. Het is uiteraard
jammer van alle moeite die aan de jaarrekening en aan het bestuderen daarvan
besteed is.
Ook de jaarrekening 1998 van Breda voldoet in de verste verten niet aan
de meest elementaire eisen die je aan een jaarrekening mag stellen: op
betrouwbare wijze inzicht geven in de omvang van de baten en de lasten en het
saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het vermogen en m.n. van de
reserves. Uw jaarrekening voldoet derhalve dus ook in de verste verten niet aan
de wettelijke eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en vaststellen van
de gemeentelijke jaarrekening.
Wat betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan, suggereren de
rekening en de begeleidende teksten bij uw jaarrekening dat het saldo van de
baten en de lasten (overeenkomstig wat in de rekening opgenomen is) een bedrag
van ƒ 14,4 miljoen is. Niets is echter minder waar!
Bestudering van de jaarrekening leert dat het saldo van de
baten en de lasten volgens de jaarrekening in werkelijkheid NEGATIEF ƒ 1,2
miljoen is. En dat is wel iets anders.
(Overigens had door alle willekeur waarmee de jaarrekening opgemaakt is,
het saldo net zo goed hoger kunnen uitvallen.)
Het verschil wordt op de eerste plaats veroorzaakt doordat er
baten en lasten buiten de rekening zijn gelaten. De toelichting bij de
balans maakt duidelijk dat ƒ 33,3 miljoen aan baten en ƒ 49,7 miljoen aan
lasten buiten de rekening zijn gelaten.
Omdat dit de niet deskundige lezers - wat de meeste
gemeenteraadsleden en andere belangstellenden zullen zijn - gemakkelijk ontgaat
en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit door de voor u
geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde
Comptabiliteitsvoorschriften, uitdrukkelijk verboden. U moet alle baten
en lasten in de rekening opnemen. Als u dit, zoals de wet en vaste
jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan had, zou de rekening er
uiteraard heel anders hebben uitgezien.
Aan de jaarrekening valt wel te zien dat er (delen van) baten en
lasten buiten de rekening gelaten zijn, er valt niet of nauwelijks te zien welke
baten- en lastenposten het betreft. Dat betekent dat alle baten- en
lastenposten die in de rekening opgenomen zijn, verdacht en dus onjuist kunnen
zijn.
Als uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou de rekening eindigen met
het door mij genoemde saldo van nagatief ƒ 1,2 miljoen.
Het bedrag van ƒ 1,2 miljoen bereken ik op eenvoudige wijze door het
saldo van het eigen vermogen op 31.12.1997 (volgens uw jaarrekening ƒ 336,1
miljoen) af te trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1998
(volgens uw jaarrekening ƒ 334,9 miljoen). Het verschil (i.c. negatief ƒ 1,2
miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per definitie gelijk aan
het saldo van de (= alle) baten en de lasten.
Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou hebben opgenomen, zou
deze dus geëindigd zijn met een saldo van negatief ƒ 1,2 miljoen. Dit uiteraard
wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten en het eigen vermogen in
begin- en eindbalans juist bepaald en weergegeven zijn.
Aan de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en provincies en ook aan
die van Breda valt echter te ontlenen dat vele baten en lasten en het eigen
vermogen volstrekt onjuist bepaald en dus onjuist weergegeven
zijn.
Aan uw jaarrekening is (ten minste) te ontlenen
dat:
- een (onbekend) bedrag van de vaste activa in plaats van aan de
debetzijde van de balans te zijn opgenomen, op één van de posten van de
creditzijde van de balans, in dit geval het eigen vermogen, is afgetrokken. In
1998 bedroeg het bedrag dat aldus ten onrechte niet in de balans geactiveerd is
ƒ 19,7 miljoen. Hierdoor worden de vaste activa en uiteraard ook het eigen
vermogen, i.c. de reserves, voor een te laag en dus verkeerd bedrag weergegeven.
Omdat op deze vaste activa niet meer wordt afgeschreven, ontbreekt een
(onbekend) bedrag aan afschrijvingslasten in de rekening, waardoor de kosten van
veel activiteiten te laag weergegeven worden.
- de rentelasten met een bedrag van ƒ 12,7 miljoen te hoog zijn
weergegeven, omdat er voor dit bedrag in de rekening rentelasten zijn opgenomen
terzake van niet bestaande schulden.
- onder het eigen vermogen verschillende bedragen voorkomen die in het
geheel geen reserves zijn, maar voorzieningen, i.c. verplichtingen. Hierdoor
wordt het eigen vermogen, i.c. de reserves, te hoog en dus verkeerd voorgesteld.
Hierdoor worden ook de baten en de lasten die met deze "reserves" samenhangen,
geheel verkeerd in de rekening weergegeven. Ten minste geldt dit voor de nog
niet bestede geoormerkte rijkssubsidies, diverse tariefsegalisatierekeningen, en
verplichtingen u.h.v. reorganisaties.
- onder de voorzieningen verschillende posten voorkomen die in het geheel
geen verplichtingen representeren. Hierdoor wordt het eigen vermogen, i.c. de
reserves, te laag en dus verkeerd voorgesteld. Hierdoor worden ook de lasten die
met deze "voorzieningen" samenhangen, geheel verkeerd in de rekening
weergegeven.
- onder de voorzieningen ten minste een voorziening uit hoofde van
pensioen- en wachtgeldverplichtingen jegens (oud-)wethouders ontbreekt. Hierdoor
wordt het eigen vermogen, i.c. de reserves, te hoog en dus verkeerd voorgesteld.
Hierdoor worden ook de lasten die met deze ontbrekende verplichtingen
samenhangen, geheel verkeerd in de rekening weergegeven.
Door deze tekortkomingen in de presentatie van de vaste activa, de
voorzieningen en het eigen vermogen stelt de jaarrekening ook niet in staat door
vermogensvergelijking het werkelijke saldo van de baten en lasten af te lezen.
Kortom, aan de jaarrekening is wèl te ontlenen dat het saldo van de baten en de
lasten niet het door u gesuggereerde bedrag van ƒ 14,4 miljoen is, maar
stelt overigens niet in staat te zien wat dan het saldo van de baten en de
lasten wèl is.
(Vergeleken bij het bovenstaande niet echt belangrijk, maar ter
illustratie aangaande de zorg die blijkbaar aan de totstandkoming van uw
jaarrekening is besteed: de specificaties van de reserves volgens bijlage
"Reserves 1998 jaaroverzicht" (bijlagenboek pagina 40 e.v.) sluiten in het
geheel niet aan bij de betreffende posten van de balans. Toch
slordig!)
Kortom,
ook de jaarrekening van Breda stelt volstrekt
niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over
de financiële positie en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En
daar ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldoet alleen daarom
al niet aan belangrijke wettelijke voorschriften. Dat betekent dat de
jaarrekening totaal ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument.
Dat betekent dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde burger, maar, naar ik
aanneem, ook uzelf, belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de burger
en uzelf wel degelijk recht op hebben!
Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 1999 en (intussen)
uw begroting 2000 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en dat u
die dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt
wegdoen. Wat heb je aan 100-en pagina's volstrekt onbetrouwbare
informatie?
Het is volstrekt onverantwoord om met behulp van dit soort begrotingen
een gemeente te besturen.
Ik denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening (en de genoemde
begrotingen) volledig laat overmaken en dat de burgers en uzelf een jaarrekening
krijgen die wèl voldoet.
Ten minste heeft de belangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een
antwoord op de volgende vragen:
- Wat is het werkelijke saldo van de baten en lasten van de gemeente over
1998?
- Wat is de werkelijke omvang van de reserves einde
1998?
Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.
Met vriendelijke groet en hoogachting,
L.W. Verhoef