drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 22
september 2003
Gemeenteraad van
Gemeente Breda
Postbus 90156
4800 RH Breda
Betreft: Jaarrekening 2002
Het
batig saldo over het jaar 2002 bedraagt € 18,1 miljoen
Aldus de suggestie in uw jaarverslag over 2002
Is
deze suggestie juist?
Nee, want het saldo is in werkelijkheid nadelig €
12,7 miljoen!!
Dat
scheelt dus € 30,8 miljoen
Daarmee is de boekhoudfraude vanaf 1998 opgelopen naar circa € 71
miljoen!
Geachte Raad,
Voor u als gemeenteraad is de jaarrekening van uw gemeente een belangrijk
document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en
verantwoording aan u af over het gevoerde (financiële) beheer en verder is de
jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de
begrotingen 2002 en 2003 en binnenkort de begroting 2004. Op basis van deze
begrotingen beslist u over de hoogte van de gemeentelijke belastingen en over
het wel of niet doorgaan van belangrijke activiteiten. Ook voor de
(geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de
jaarrekening legt het gemeentebestuur aan de burgers rekening en verantwoording
af van het gevoerde (financiële) beheer. Het is dus erg belangrijk dat de
jaarrekening en de begroting betrouwbare documenten
zijn.
Is
de jaarrekening 2002 van Breda betrouwbaar? Nee!
Ik
ben geïnteresseerd in hoe gemeenten en provincies hun jaarrekeningen en
begrotingen opmaken. Van die jaarrekeningen en begrotingen klopt, zo is mijn
ervaring, in het algemeen niet veel. Ze zitten boordevol hoogst onjuiste en
inconsistente informatie en boordevol onzin-teksten. Het zijn daarom in het
algemeen hoogst onbetrouwbare documenten. Om die reden is het volstrekt
onverantwoord om op basis van deze begrotingen en jaarrekeningen gemeenten en
provincies te besturen en daarover verantwoording af te
leggen.
Ik
heb, zoals eerder bijvoorbeeld de jaarrekeningen 2000 en 2001 (zie mijn eerdere
brieven aan u), ook de jaarrekening 2002 van uw gemeente beoordeeld. Ook de
jaarrekening 2002, zo is mijn conclusie, heeft met een jaarrekening, laat staan
met een betrouwbare jaarrekening en dus met een betrouwbaar sturingsmiddel en
met een betrouwbaar verantwoordingsverslag, niets uitstaande. Veel hoogst
onjuiste en vooral onbetrouwbare cijfers en onzin-teksten (vooral waar het gaat
over wel of niet vrije reserves, risicoreserves en weerstandsvermogen), waarvan
de meesten van u, het kan niet anders, ongetwijfeld weinig begrepen zullen
hebben. Het is uiteraard jammer van alle moeite die aan de jaarrekening en aan
het bestuderen daarvan besteed is.
Ook
de jaarrekening 2002 van Breda voldoet in de verste verten niet aan de meest
elementaire eisen die je aan een jaarrekening mag stellen: op betrouwbare wijze
inzicht geven in de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan, en in
de omvang en samenstelling van het vermogen en m.n. van de reserves. De
jaarrekening voldoet derhalve dus ook in de verste verten niet aan de wettelijke
eisen die gesteld worden bij het opmaken en vaststellen van de
jaarrekening.
Wat
betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan, suggereren de rekening en de
begeleidende teksten bij uw jaarrekening dat het saldo van de baten en de lasten
(overeenkomstig wat in de rekening opgenomen is) een positief bedrag van € 18,1
miljoen is. Niets is echter minder waar! Bestudering van de jaarrekening leert
dat het saldo van de baten en de lasten in werkelijkheid nadelig € 12,7
miljoen is. En dat is wel iets anders!
Wat
mogen de burgers, belastingbetalers en andere belanghebbenden en
belangstellenden niet weten?
Het
verschil wordt op de eerste plaats veroorzaakt doordat er baten en lasten
buiten de rekening zijn gelaten. De toelichting bij de balans maakt
duidelijk dat honderden miljoenen euro's aan baten en lasten buiten de
rekening zijn gelaten. Het betreft tientallen
posten.
Omdat dit de niet deskundige lezers - wat de meeste
gemeenteraadsleden en andere belanghebbenden en belangstellenden zullen zijn -
gemakkelijk ontgaat en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit
door de voor u geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde
Comptabiliteitsvoorschriften (artikel 27), uitdrukkelijk verboden. Alle
baten en alle lasten moeten in de rekening worden opgenomen. Als
dit, zoals de wet en vaste jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan
was, zou de rekening er uiteraard heel anders hebben
uitgezien.
Aan
de jaarrekening valt wel te zien dat er (delen van) baten en lasten buiten de
rekening gelaten zijn, er valt niet of nauwelijks te zien welke baten- en
lastenposten het betreft. Dat betekent dat alle baten- en lastenposten
die in de rekening opgenomen zijn, verdacht zijn en onjuist kunnen
zijn. Dat betekent dat elke vergelijking tussen begrotingscijfers en
rekeningcijfers onmogelijk is geworden.
Als
uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou de rekening eindigen met het door
mij genoemde saldo van nadelig € 12,7 miljoen.
Het
bedrag van € 12,7 miljoen bereken ik op eenvoudige wijze door het saldo van het
eigen vermogen op 31.12.2001 (volgens uw jaarrekening € 186,6 miljoen) af te
trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.2002 (volgens uw
jaarrekening € 173,9 miljoen). Het verschil (i.c. nadelig € 12,7 miljoen) is
namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per definitie gelijk aan het saldo van
de (= alle) baten en de lasten.
Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou hebben opgenomen, zou
deze dus geëindigd zijn met een saldo van nadelig € 12,7 miljoen. Dit uiteraard
wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten en het eigen vermogen in
begin- en eindbalans juist bepaald en weergegeven zijn.
Aan
de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en provincies en ook aan die van Breda
valt echter te ontlenen dat veel baten en lasten en het eigen vermogen volstrekt
onjuist bepaald en dus onjuist weergegeven zijn.
Aan
uw jaarrekening is (ten minste) te ontlenen dat:
- een
(onbekend) bedrag van de vaste activa in plaats van aan de debetzijde van de
balans te zijn opgenomen, op één van de posten van de creditzijde van de balans,
in dit geval het eigen vermogen, is afgetrokken. Hierdoor worden de vaste activa
en uiteraard ook het eigen vermogen, i.c. de reserves, voor een te laag en dus
verkeerd bedrag weergegeven. Omdat op deze vaste activa niet wordt afgeschreven,
ontbreekt een (onbekend) bedrag aan afschrijvingslasten in de rekening, waardoor
de kosten van veel activiteiten te laag weergegeven
worden.
-
de
rentelasten met een overigens onbekend bedrag te hoog zijn weergegeven, omdat er
voor dit bedrag in de rekening fictieve rentelasten zijn opgenomen terzake van
niet bestaande schulden.
-
onder het eigen vermogen verschillende bedragen voorkomen die in het
geheel geen reserves zijn, maar verplichtingen. Hierdoor wordt het eigen
vermogen, i.c. de reserves, te hoog en dus verkeerd voorgesteld. Hierdoor worden
ook de baten en de lasten die met deze "reserves" samenhangen, geheel verkeerd
in de rekening weergegeven. Ten minste geldt dit voor de nog niet bestede
geoormerkte rijkssubsidies en diverse
tariefsegalisatierekeningen.
-
onder de voorzieningen ten minste een voorziening uit hoofde van
pensioen- en wachtgeldverplichtingen jegens (oud-)wethouders ontbreekt. Hierdoor
wordt het eigen vermogen, i.c. de reserves, te hoog en dus verkeerd
voorgesteld.
-
onder de verplichtingen (i.c. voorzieningen en schulden) de
verplichtingen uit hoofde van vakantiegeld en vakantiedagen
ontbreken.
Door deze tekortkomingen in de presentatie van de vaste activa, de
verplichtingen en het eigen vermogen stelt de jaarrekening ook niet in staat
door vermogensvergelijking het werkelijke saldo van de baten en lasten af te
lezen. Kortom, aan de jaarrekening is wèl te ontlenen dat het saldo van de baten
en de lasten niet het gesuggereerde bedrag van € 18,1 miljoen is, maar
stelt overigens niet in staat te zien wat dan het saldo van de baten en de
lasten wèl is.
Kortom,
de jaarrekening van Breda stelt volstrekt niet in
staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over de
financiële positie en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En daar
ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldoet alleen daarom al
niet aan belangrijke wettelijke voorschriften. Dat betekent dat de jaarrekening
totaal ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument. Dat betekent
dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde burger, maar, naar ik aanneem, ook uzelf,
belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de burger en uzelf wel degelijk
recht op hebben!
Ik
denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 2003 en binnenkort de
begroting 2004 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en dat u die
dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt
wegdoen. Wat heb je aan 100-en pagina's volstrekt onbetrouwbare
informatie?
Het
is volstrekt onverantwoord om met behulp van dit soort begrotingen een gemeente
te besturen.
Ik
denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening (en de genoemde
begrotingen) volledig laat overmaken en dat de burgers en uzelf een jaarrekening
krijgen die wèl betrouwbaar is.
Ten
minste heeft de belangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een antwoord op
de volgende vragen:
- Wat
is het werkelijke saldo van de baten en lasten van de gemeente over
2002?
-
Wat
is de werkelijke omvang van de reserves einde
2002?
In
Vrij Nederland van 2 maart 2002 werd onder de titel Gemeenten
verbergen miljarden een overzicht gepubliceerd van de door de 30 grote
gemeenten in hun jaarrekeningen 2000 verzwegen miljarden. De 30 grote gemeenten
verzwegen ruim ƒ 3,8 miljard. Breda "schitterde" ook in dat overzicht met een
verzwegen bedrag van ƒ 25,1 miljoen. In een dergelijk overzicht over 2002 zal
Breda dus weer voorkomen; nu met een verzwegen bedrag van (per saldo) € 30,8
miljoen. In
De Telegraaf van 6 juli 2002 las u Gemeenten verbloemen eigen
financiële situatie. Honderden miljoenen buiten boekhoudingen gehouden.
Breda hoort daar dus ook bij.
De
winst-en-verliesrekening over 1998 sloot met een saldo van € 6,5 miljoen. Het
werkelijke saldo was nadelig € 0,5 miljoen. Er werd dus € 7,0 miljoen
verzwegen.
De
winst-en-verliesrekening over 1999 sloot met een saldo van € 19,8 miljoen. Het
werkelijke saldo was € 8,2 miljoen. Er werd dus € 11,6 miljoen
verzwegen.
De
winst-en-verliesrekening over 2000 sloot met een saldo van € 24,0 miljoen. Het
werkelijke saldo was € 12,7 miljoen. Er werd dus € 11,3 miljoen
verzwegen.
De
winst-en-verliesrekening over 2001 sloot met een saldo van € 24,9 miljoen. Het
werkelijke saldo was € 14,5 miljoen. Er werd dus € 10,4 miljoen
verzwegen.
De
winst-en-verliesrekening over 2002 sluit met een saldo van € 18,1 miljoen. Het
werkelijke saldo is nadelig € 12,7 miljoen. Er werd dus € 30,8 miljoen
verzwegen.
Daarmee is de boekhoudfraude over die jaren opgelopen naar € 71,1
miljoen.
Uw
reactie te vernemen stel ik op prijs.
Met
vriendelijke groet en hoogachting,
L.W. Verhoef