Door
deze tekortkomingen in de presentatie van de vaste activa, de verplichtingen en
het eigen vermogen stelt de jaarrekening ook niet in staat door
vermogensvergelijking het werkelijke saldo van de baten en lasten af te lezen.
Aan de jaarrekening is dus wèl te ontlenen dat het saldo van de baten en de
lasten niet het gesuggereerde bedrag
van € 17,438 miljoen is, maar stelt niet in staat te zien wat dan het saldo van
de baten en de lasten wèl is.
Volgens
de jaarrekening 2003 bedroegen de voorzieningen per 31-12-2003 € 84,887 miljoen,
terwijl dat volgens de jaarrekening 2004 € 96,348 miljoen is. Volgens de
jaarrekening 2003 bedroeg het Eigen vermogen per 31-12-2003 € 536,901 miljoen,
terwijl dat volgens de jaarrekening 2004 € 524,891 miljoen is. In beide gevallen
is een goedkeurende accountantsverklaring gegeven. Ten minste een van beide
accountantsverklaringen is dus ten onrechte goedkeurend.
In
de jaarrekening komt heel veel onzin voor, bijvoorbeeld waar het gaat over
reserves, over voorzieningen, zelfs over het optellen van deze twee geheel
verschillende balansposten (zie pagina 110), over zoiets als solvabiliteit
(pagina 167), over zoiets als "jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde
verplichtingen" (alleen grammaticaal al klopt hier helemaal niets van), en waar
het gaat over zoiets als weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit, en zoiets
als "investeringen met een economisch nut" en "investeringen in de openbare
ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut"(pagina's 165 en 169). Deze onzin
leidt alleen maar af. Het weglaten van deze onzin en het hanteren van gewoon
gangbaar Nederlands zou het boekwerk "Jaarverslag 2004" aanzienlijk
toegankelijker hebben gemaakt.
Ook
adviseer ik u sterk tot het opheffen van alle reserves, deze samen te voegen tot
één Algemene reserve, en alle baten en lasten op te nemen in waar ze thuishoren,
namelijk in de begroting respectievelijk in de rekening van baten en lasten. Dit
zal het inzicht in waar het echt over hoort te gaan, aanmerkelijk
verbeteren.
In
het overzicht "Niet uit de balans blijkende verplichtingen" (pagina 176) wordt
niets gezegd over de omvang van de buiten de balans gehouden verplichtingen uit
hoofde van wachtgeld- en pensioenverplichtingen van bijvoorbeeld
(oud-)wethouders en de vakantiegeld- en -dagenverplichtingen. Het zou weleens om
substantiële bedragen kunnen gaan. Overigens hadden deze verplichtingen
zondermeer in de balans moeten zijn opgenomen. Nu dit niet gebeurd is, geeft de
balans een totaal verkeerd beeld van de financiële positie. Dit laatste is in
strijd met BBV artikel 3.
Volgens
BBV artikel 3 moeten de jaarstukken met name voor raadsleden goed begrijpelijk
zijn. U kunt het beste zelf beoordelen of aan deze eis voldaan
is.
Volgens
BBV artikel 25 lid 2 moet de verantwoording inzicht bieden
in:
a.
de mate waarin de doelstellingen zijn
gerealiseerd;
b.
de wijze waarop getracht is de beoogde
maatschappelijke effecten te bereiken.
U kunt zelf het beste de vraag beantwoorden of aan deze eisen is
voldaan.
Volgens
de Gemeentewet moet de gemeenteraad de jaarrekening vaststellen en kennis nemen
van het jaarverslag. Het is volstrekt onduidelijk waar de jaarrekening begint en
eindigt en wat het jaarverslag is, en dus wat u gaat
vaststellen.
De
winst-en-verliesrekening over 2000 sloot met een saldo van € 12,4 miljoen. Het
werkelijke saldo was € 143,5 miljoen. Er werd dus € 131,1 miljoen
verzwegen.
De
winst-en-verliesrekening over 2001 sloot met een saldo van € 3,9 miljoen. Het
werkelijke saldo was € 15,4 miljoen. Er werd dus € 11,5 miljoen
verzwegen.
De
winst-en-verliesrekening over 2002 sloot met een saldo van € 16,3 miljoen. Het
werkelijke saldo was € 55,0 miljoen. Er werd dus € 38,7 miljoen
verzwegen.
De
winst-en-verliesrekening over 2003 sloot met een saldo van € 94,2 miljoen. Het
werkelijke saldo was € 66,3 miljoen. Er werd dus € 27,9 miljoen
verzwegen.
De
winst-en-verliesrekening over 2004 sluit met een saldo van € 17,4 miljoen. Het
werkelijke saldo is € 16,0 miljoen. Er wordt dus € 1,4 miljoen
verzwegen.
Daarmee
bedraagt de boekhoudfraude over deze jaren (per saldo) ruim € 160 miljoen. Ruim
voldoende om de OZB gedurende enige jaren over te slaan.
Over
al mijn bevindingen over genoemde jaarrekeningen heb ik u de afgelopen jaren
uitvoerig bericht. Omdat u mijn conclusies telkens wenste te ontkennen, heb ik
inmiddels bij Justitie aangifte gedaan van boekhoudfraude. Opvallend is dat uw
eigen Rekenkamer (in haar rapport over haar onderzoek naar de jaarrekening 2004)
inmiddels mijn conclusie over de jaarrekening 2003 dat er in dat jaar geen
sprake was van een overschot van € 94,2 miljoen maar van € 66,3 miljoen,
volledig onderschrijft. Ook mijn conclusie over de jaarrekening 2004 dat er in
werkelijkheid sprake is van een overschot van € 16,0 miljoen in plaats van de
als zodanig gepresenteerde € 17,4 miljoen, wordt door de Rekenkamer volledig
onderschreven. Ik denk dat een herwaardering van mij en mijn waarschuwingen aan
u in de afgelopen jaren stellig op zijn plaats is.
Graag
was ik u wederom van dienst.
Met
vriendelijke groet en hoogachting,
L.W.
Verhoef