drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 14 december 2001
Provinciale Staten van
Provincie Drenthe
Postbus 122
9400 AC Assen
Betreft: Jaarrekening
2000
Mijn brief dd. 19 september
2001
Uw brief dd. 27 november
2001
Geachte Staten,
Met mijn brief aan u van 19 september jl. deed ik
u enige opmerkingen toekomen betreffende de kwaliteit, i.c. de
onbetrouwbaarheid, van uw jaarrekening 2000. De jaarrekening is onbetrouwbaar,
omdat deze geen betrouwbaar beeld geeft van de reserves, de activa en de
verplichtingen, en geen betrouwbaar beeld geeft van de baten en de lasten en het
saldo daarvan. De jaarrekening voldoet (dus) ook niet aan belangrijke wettelijk
daaraan te stellen eisen.
Met brief van 27 november jl. reageerde uw
College van Gedeputeerde Staten op mijn opmerkingen. Het wordt uit de brief niet
duidelijk of mijn brief met mijn opmerkingen van 19 september jl. u als Staten
wel bereikt hebben. Het tegendeel lijkt eerder het geval. Dat zou een kwalijke
zaak zijn, want mijn brief was aan u als Staten geadresseerd. Nu lijkt het erop
of mijn opmerkingen voor u weggehouden worden.
Overigens heb ik met belangstelling maar ook met
verbazing kennis genomen van de reactie van Gedeputeerde
Staten.
De reactie komt er kort gezegd op neer dat
Gedeputeerde Staten van mening zijn dat, omdat naar hun mening de jaarrekening
voldoet aan de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, de jaarrekening dus
betrouwbaar is, wèl een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie en wèl
een betrouwbaar beeld geeft van de baten en de lasten en het saldo daarvan. Een
merkwaardige redenering.
Ik (en naar ik aanneem ik niet alleen) vind een
jaarrekening (respectievelijk begroting) onbetrouwbaar
als:
-
in
de rekening van baten en lasten baten en lasten ontbreken en het saldo van de
rekening van baten en lasten niet het saldo is van àlle baten en
lasten
-
vaste activa niet aan de debetzijde van de balans maar als aftrekpost op
een passiefpost, i.c. het eigen vermogen, zijn verwerkt
-
afschrijvingslasten ontbreken
-
rentelasten zijn opgenomen over niet bestaande
schulden
-
onder de lasten fictieve kostenposten voorkomen
-
onder de opbrengsten fictieve baten voorkomen
-
verplichtingen als reserve worden gepresenteerd
-
verplichtingen worden opgevoerd die in het geheel geen verplichtingen
zijn
-
wèl
bestaande verplichtingen ontbreken.
-
belangrijke toelichting op de reserves en de voorzieningen die nodig is
om de cijfers goed te kunnen interpreteren, ontbreekt
-
de
jaarrekening überhaupt niet in staat stelt een beeld te vormen van de financiële
positie, van de baten en de lasten en het saldo
daarvan.
Voorts voldoet uw jaarrekening stellig niet aan
de Comptabiliteitsvoorschriften.
Een jaarrekening (en begroting) van een provincie
die de tekortkomingen vertoont die ik in mijn brief aangaf, voldoet naar mijn
mening niet aan de daarvoor geldende wettelijke voorschriften, i.c. de
Comptabiliteitsvoorschriften. Wat dacht u van:
-
artikel 27 waar staat dat u alle baten en alle
lasten in de rekening moet opnemen
-
artikel 27 waar staat dat het saldo van de rekening het saldo van
alle baten en alle lasten moet zijn
-
artikel 27 waar staat dat de rekening een betrouwbaar beeld moet geven
van de baten en de lasten (en uiteraard niet van fictieve baten en
lasten!)
-
artikel 9 waar hetzelfde van de begroting geëist wordt
-
artikel 33 waar staat dat de balans een betrouwbaar en duidelijk beeld
moet geven van de financiële positie
-
artikel 4 waar staat dat de jaarrekening en de begroting volgens het
"stelsel van baten en lasten" moeten worden opgemaakt
-
artikel 49 waar staat dat u alle reserves moet toelichten en
specificeren
-
artikel 52 waar staat dat u alle voorzieningen moet toelichten en
specificeren.
Uw jaarrekening (en begroting?) is flagrant in
strijd met al deze bepalingen!
Zoals u ziet is de strekking van mijn kritiek op
uw jaarrekening geheel anders dan wat Gedeputeerde Staten mij - ten onrechte -
in de mond leggen door van mij te zeggen: ".... dat u van mening bent dat met de
grondslagen uit de comptabiliteitsvoorschriften 1995 geen inzicht kan worden
verkregen voor een goede oordeelsvorming over de financiële positie en de baten
en de lasten".
Wat uw college van Gedeputeerde Staten
bijvoorbeeld zegt over het niet opnemen van de verplichtingen uit hoofde van
wachtgeld- en pensioenverplichtingen jegens (oud) gedeputeerden, is merkwaardig.
Het mag zo zijn dat Gedeputeerde Staten het niet noodzakelijk achten om in de
balans bestaande verplichtingen zichtbaar te maken, Gedeputeerde Staten hebben
jegens u, en u als Staten jegens "uw" burgers/belastingbetalers en andere
geïnteresseerden, eenvoudigweg de plicht om verplichtingen (als deze) in de
jaarrekening c.q. balans op te nemen. Het is echt niet een kwestie van
vrijblijvendheid!
Het is misleidend als Gedeputeerde Staten zeggen:
"Aan deze stukken kan, mits deze op de juiste wijze worden geïnterpreteerd door
de lezer, het inzicht worden ontleend dat nodig is voor de besturing van onze
organisatie." Zoals ik u in mijn brief van 19 september schreef, vertoont uw
jaarrekening zoveel gebreken, dat aan de jaarrekening wèl is te zien dat het
saldo van de baten en de lasten nìet het in de jaarrekening gesuggereerde bedrag
is van ƒ 13,0 miljoen, maar overigens nìet in staat stelt te zien wat dan het
werkelijke saldo van de baten en de lasten wèl is. Hetzelfde geldt ten aanzien
van de financiële positie.
Dat Gedeputeerde Staten aan het eind van hun
brief opmerken dat de ontwikkelingen met betrekking tot de herziening van de
comptabiliteitsvoorschriften nauwlettend gevolgd worden, is uiteraard niet
verkeerd, maar maakt van uw jaarrekening en uw begrotingen en alle andere
financiële berichtgeving nog geen betrouwbare documenten waarmee u verantwoord
uw provincie kunt besturen en daarover rekening en verantwoording kunt
afleggen.
Ik raad u aan met bovenstaande toelichting mijn
brief van 19 september jl. (opnieuw) te lezen en daaruit als zichzelf
verantwoordelijk voelend bestuur de passende consequenties te
trekken.
Uw reactie te vernemen stel ik op
prijs.
Met vriendelijke groet en
hoogachting,
L.W. Verhoef