drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk
bij Duurstede,
28 november 2002
De
Minister van Economische Zaken
De
heer drs. J.F. Hoogervorst
Postbus
201012
500
AC Den Haag
Betreft: Accountants bij gemeenten en
provincies
Mijn brief d.d. 5 september
2002
Uw brief d.d. 22 november 2002
(ME/MW 02058202)
Geachte
heer Hoogervorst,
Met
mijn brief aan u van 5 september jl. maakte ik u deelgenoot van mijn zorgen over
en mijn strijd tegen de misstand dat al jarenlang (register)accountants op grote
schaal volstrekt ten onrechte goedkeurende accountantsverklaringen verstrekken
bij jaarrekeningen van gemeenten en
provincies. In uw brief van 22 november jl. antwoordt u dat er voor u geen
aanleiding is om de Wet op de Registeraccountants aan te passen en verder dat de
misstand waarover ik spreek, betrekking heeft op de
comptabiliteitsvoorschriften, die binnen enkele jaren gewijzigd zullen
worden.
Het
is echter stellig niet mijn bedoeling bij u aan te dringen op een wijziging van
de wet op de Registeraccountants, ik heb dat ook nooit gedaan. Verder heeft de
misstand ook geen betrekking op de Comptabiliteitsvoorschriften. Vreemd toch dat
ministers altijd maar denken dat misstanden opgelost moeten worden met
wetswijzigingen.
Het
gaat mij om de misstand dat op grote schaal ten onrechte goedkeurende
accountantsverklaringen gegeven worden bij jaarrekeningen van gemeenten en
provincies die alles behalve doen wat zij behoren te doen, namelijk op
betrouwbare wijze inzicht geven in de financiële positie en de baten en de
lasten en de omvang daarvan. Mij gaat het ook om de totaal falende
tuchtrechtspraak terzake. Mij gaat het dus niet om nieuwe wetgeving maar om
handhaving van de bestaande wetten. Mij gaat het er bijvoorbeeld ook om dat
accountants die weigeren goedkeurende accountantsverklaringen te geven aan
jaarrekeningen die in geen velden of wegen dat vereiste inzicht geven, beschermd
worden door de wetshandhaver bij uitstek, namelijk de betreffende minister, in
plaats van "afgeslacht" te worden zoals mij dus overkomen is. Wat dat betreft
verwijs ik u naar mijn brief aan uw ambtsvoorganger, mevrouw Jorritsma, van 21
juni jl. en wat bijvoorbeeld De Groene
Amsterdammer van 23 november jl. daarover schreef.
Kortom,
ook uw brief van 22 november jl. gaat nog steeds niet in op de door mij aan de
orde gestelde kwestie. Ik zie dus steeds graag een reactie van u die wèl ingaat
op deze kwestie, met belangstelling tegemoet.
Met
vriendelijke groet en hoogachting,
L.W.
Verhoef