drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij
Duurstede,
21 augustus 2003
De Minister van
Financiën
De heer drs. G.
Zalm
Postbus
20201
2500 EE
's-Gravenhage
Betreft: Boekhoudfraudes bij gemeenten en
provincies
Functioneren accountants
Uw brief d.d. 1 augustus
2003
Geachte heer
Zalm,
Allereerst mijn dank voor
uw reactie van 1 augustus jl op mijn brief van 19 maart jl.
Zoals u in uw brief
bevestigt, schreef ik u ook al eerder over de kwestie van de misleidende
jaarrekeningen van veel gemeenten en provincies en de misleidende
accountantsverklaringen daarbij met mijn brieven van 16 mei 2002 en 13 juli
2002. Heel jammer, dat ook minister Zalm mijn brieven niet goed leest en het
steeds maar heeft over heel andere onderwerpen dan waar ik het over heb.
Hierdoor bent u nog steeds niet ingegaan op de onderwerpen die ik (ook) u heb
voorgelegd. Dat schiet dus niet op, om het in gewoon Nederlands te
zeggen.
Uw brief van 1 augustus jl.
geeft mij aanleiding tot de volgende opmerkingen.
1. Terecht geeft u aan dat
mijn brieven aan u gaan over "verzwegen miljarden in jaarrekeningen van
gemeenten en provincies". Uit het verloop van uw reactie maak ik op dat u het
verzwijgen van die miljarden niet ontkent en daarmee dus bevestigt, maar dat u
dat verzwijgen vergoelijkt door te verwijzen naar zoiets als zogenoemde
Comptabiliteitsvoorschriften waarin zou staan dat het gemeente- en
provinciebesturen toegestaan zou zijn deze miljarden te verzwijgen. Merkwaardige
redenering, vind ik. Bovendien merkwaardig omdat ik deze
Comptabiliteitsvoorschriften uitentreuren ken en daarin nog nooit ben
tegengekomen dat het verzwijgen van miljarden, boekhoudfraude dus, zou zijn
toegestaan, integendeel zelfs! Jammer dat al die "boekhoudfraudeurs" in u een
prima pleitbezorger vinden en dus vrolijk doorgaan. Ik denk dat de integriteit
van het openbaar bestuur daar niet mee gediend is.
2. In mijn brieven aan u heb
ik het steeds over jaarrekeningen van gemeenten en provincies die misleidend
zijn. Ik heb het dus steeds over boekhoudfraude (een overigens uiterst
ongelukkige maar inmiddels gangbaar geworden vertaling van het Amerikaanse
accounting fraude, dat zoveel betekent als "het geven van een misleidend
voorstelling van zaken in een financiële verantwoording"). U heeft het steeds
over het wel of niet voldoen aan zoiets als Comptabiliteitsvoorschriften; ik heb
het over boekhoudfraude. Twee heel verschillende aangelegenheden! Niet voor
niets heb ik intussen bij Justitie aangifte gedaan van boekhoudfraude door een
aantal gemeente- en provinciebesturen en hun accountants. Relevant zijn Wetboek
van Strafrecht artikelen 225, 226, 227 en 336 (valsheid in geschrifte,
respectievelijk het geven van een misleidende voostelling van zaken in een
jaarrekening); niet die zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften. Beziet u nog
eens het antwoord van uzelf en uw collega's de ministers van Economische Zaken
en van Justitie op vragen gesteld door het Tweede Kamer-lid Koenders (Tweede
Kamer, vergaderjaar 2001-2002, Aanhangsel 1588), waarop ik door uw collega
minister Donner van Justitie werd gewezen.
3. Alweer (u schreef dat ook
al in uw brief van 10 juli 2002) schrijft u: "De CV'95 bieden echter ruimte tot
de wijze van verslaggeving die u herhaaldelijk ter discussie stelt". Merkwaardig
dat u in die CV'95 leest dat het een gemeente- en provinciebestuur toegestaan
zou zijn om misleidende jaarrekeningen op te maken en door middel van een
misleidende jaarrekening aan zijn gemeenteraad, Provinciale Staten en burgers
een totaal verkeerde voorstelling van zaken te geven om op grond van die
misleidende informatie bijvoorbeeld een verhoging van de
onroerendezaakbelastingen te motiveren, waarbij u overigens niet aangeeft waar u
dat in die CV'95 leest, terwijl ik in diezelfde CV'95 toch duidelijk lees: "De
begroting, ... de jaarrekening ... geven ... een zodanig inzicht dat een
verantwoord oordeel kan worden gevormd over ... de financiële positie en over de
baten en de lasten" (artikel 3). Naar mijn mening geeft een rekening van baten
en lasten waarin niet alle baten en lasten zijn opgenomen, volstrekt niet dat
"zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd". Integendeel
zelfs! Niet alleen is dat mijn mening, ook die van de burgerlijke rechter. De
burgerlijke rechter heeft immers bij herhaling uitgesproken dat een jaarrekening
niet aan de door mij geciteerde eis van artikel 3 voldoet als in de rekening van
baten en lasten bedragen ontbreken. Ten overvloede schrijven die
Comptabiliteitsvoorschriften ook voor: "De rekening van baten en lasten ...
geven ... duidelijk ... de omvang van alle baten en lasten, alsmede het saldo
daarvan weer" (artikel 27).
4. U schrijft dat vanaf 2004
het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van
kracht wordt. Maar, mijnheer Zalm, dat betekent toch nog niet dat de
jaarrekeningen van bijvoorbeeld Amsterdam, waarin vanaf 1998 ruim 2 miljard euro
(!!) voor iedereen werd verzwegen, opeens wèl betrouwbaar worden! Misleidend
blijft misleidend, toch?
5. U schrijft dat door de
invoering in 2004 het BBV de door mij geschetste verslaggevingsproblematiek (dus
u erkent de problematiek!?) aanzienlijk gemitigeerd wordt. U geeft niet aan op
grond waarvan u dat denkt. Wel, redactioneel verdiende de
Comptabiliteitsvoorschriften zeker geen schoonheidsprijs, maar dat nieuwe BBV is
ook inhoudelijk een hele stap achterwaarts. Probeerde CV artikel 27 nog voor te
schrijven dat àlle baten en lasten ìn de rekening van baten en lasten moeten
worden opgenomen, en dat de rekening van baten en lasten het saldo van àlle
baten en àlle lasten moet aangeven, een dergelijke bepaling ontbreekt geheel in
het nieuwe BBV. (Zoals er nog heel veel meer ernstige tekortkomingen in dat
nieuwe BBV voorkomen.) Daaraan zal ongetwijfeld door menigeen worden ontleend
dat daarmee opzettelijk alle vrijheid is gegeven om willekeurig die baten en
lasten te verzwijgen die "de buitenwereld" maar beter niet hoeft te weten.
6. U stelt dat gebruikers
interpretatievraagstukken (over de toepassing van het nieuwe BBV) kunnen
voorleggen aan een onafhankelijke Commissie BBV. Wel mijnheer Zalm, is die
commissie wel echt zo onafhankelijk? Die commissie wordt bemand door de
"boekhoudfraudeurs" zelf!
7. U schrijft dat er meerdere
signalen zijn over het (dis)functioneren van accountants. Hoort mijn signaal
daar ook bij?
8. Een goedkeurende
accountantsverklaring bij een jaarrekening houdt op de allereerste plaats het
oordeel van de accountant in dat naar zijn mening die jaarrekening een
betrouwbaar (dus niet misleidend) beeld geeft van de financiële positie en van
de baten en de lasten en het saldo daarvan. Ja toch? Niet of die jaarrekening
toevallig wel of niet voldoet aan zoiets als Comptabiliteitsvoorschriften! Ik
heb de afgelopen jaren de jaarrekeningen van zo'n 75 gemeenten en provincies
bekeken, waarvan velen al enkele jaren achtereen, en al die jaarrekeningen gaven
een volstrekt misleidend beeld van de financiële positie en van de omvang van de
baten en de lasten en het saldo daarvan. En niet zomaar een beetje. Het gaat om
tekortkomingen die intussen vaak in de honderden miljoenen euro's lopen! En van
al die misleidende jaarrekeningen verklaarden de accountants dat die
jaarrekeningen betrouwbare informatie gaven.
Pas op de tweede plaats verklaart de accountant
aanvullend of die jaarrekening wèl of niet voldoet aan zoiets als bijvoorbeeld
Comptabiliteitsvoorschriften. En hoewel al die door mij bekeken jaarrekeningen
niet voldoen aan (ten minste, maar niet alleen) artikelen 3 en 27 van de Comptabiliteitsvoorschriften,
verklaarden al die accountants dat de jaarrekening geheel voldeed aan de
Comptabiliteitsvoorschriften.
9. U schrijft over "de nodige
mogelijkheden om het functioneren van accountants bij gemeenten en provincies
aan de orde te stellen."
U noemt allereerst de gemeenteraden en de Provinciale
Staten. Welaan, mijnheer Zalm. Ik heb in de afgelopen jaren 100-en brieven
gestuurd aan zo'n 75 gemeenteraden en Provinciale Staten over hun misleidende
jaarrekeningen (en begrotingen). Echter, het onderwerp "boekhoudfraude" is
blijkbaar een groot taboe in die wereld. Gemeenteraden en Provinciale Staten
willen er absoluut niets van horen en de enkele fractie of individueel raadslid
of statenlid die de kwestie wil aanpakken wordt onmiddellijk politiek met de
grond gelijk gemaakt. En de reacties van al die gemeenteraden en Provinciale
Staten naar mij zijn echt beneden alle peil. Kortom, de democratische controle
werkt dus niet! En dus komt er van het door u genoemde "... zullen in eerste
instantie deze democratisch gekozen organen de accountant moeten aanspreken"
helemaal niets terecht.
Vervolgens noemt u "de tuchtrechter". Welaan,
mijnheer Zalm. Hoe die tuchtrechter werkt, blijkt uit bijgaand persbericht dat
ik op 18 augustus jl. deed uitgaan. Die tuchtrechter (i.c. de Raad van Tucht
voor Accountants) erkent de boekhoudfraude maar laat die accountants vervolgens
vrijuit gaan, waaruit vervolgens iedereen afleidt dat ik dus ongelijk heb met
mijn beweringen over boekhoudfraude, want als ik daarin wel gelijk had, zou die
Raad van Tucht die accountants ongetwijfeld ongenadig hebben aangepakt. De Raad van Tucht gebruikt als argument om
onder de zaak weg te komen het motief dat het blijkbaar gebruikelijk is dat
gemeente- en provinciebesturen boekhoudfraude plegen. Verbijsterend! Zo werkt
dat dus met die tuchtrechter. Maar ja, wat wilt u, het betreft accountants van
alle grote accountantskantoren en daarmee al die grote kantoren zelf. En daar
willen de toevallige leden van zo'n Raad van Tucht niet hun vingers aan branden.
In dit kader meld ik u ook dat het bestuur van het NIVRA, waarmee ik in de
afgelopen jaren diverse keren geprobeerd heb over deze misstand in contact te
komen, absoluut niet met mij over deze kwestie wil praten. De enkele keren dat
het bestuur met mij gesproken heeft, zijn slechts benut om mij de huid vol te
schelden. Maar ja, mijnheer Zalm, wie zitten er in het bestuur van het NIVRA?
Juist ja, vertegenwoordigers van diezelfde grote accountantskantoren die er bij
die gemeenten en provincies zo'n grote puinhoop van maken. Wie sprak daar over
onafhankelijkheid?
U spreekt ook over het College van Beroep voor het
bedrijfsleven, de beroepsinstantie van uitspraken van de Raad van Tucht.
Allereerst moet u weten, mijnheer Zalm, dat dat college louter bestaat uit
juristen en dat juristen totaal geen kaas hebben gegeten van jaarrekeningen. Die
kunnen zich louter focussen op "regeltjes", terwijl het in deze zaak helemaal
niet gaat om "regeltjes" maar om het verstrekken van misleidende informatie. Ik
ben weliswaar van alle uitspraken van de Raad van Tucht in beroep gegaan bij het
College, maar op voorhand heb ik daar weinig vertrouwen in.
10. U spreekt de overtuiging
uit dat er (naar uw mening) géén sprake van is dat (bestuurders van) lokale
overheden bewust een verkeerde voorstelling van zaken geven. U erkent daarmee
dat het inderdaad gebeurt, maar dan onbewust? Of erkent u hiermee de meer dan
erbarmelijke incompetentie van de meeste ambtenaren en wethouders op dit
terrein? Maar of het nu bewust of onbewust gebeurt, het gebeurt. Bewust, of
onbewust, maar bijvoorbeeld de Amsterdamse jaarrekeningen gaven vanaf 1998 een
volstrekt misleidend beeld van de financiële overschotten. De overschotten over
die jaren bedroegen (in totaal) niet 13 miljoen euro zoals de Amsterdamse
bestuurders en accountants iedereen wilden doen geloven, maar 2.180 miljoen
euro.
Boekhoudfraude dus van 2.167 miljoen euro, een veelheid van de
boekhoudfraude bij Ahold. De bestuurders van Ahold komen er toch ook niet mee
weg, mijnheer Zalm, met te zeggen dat de verkeerde voorstelling van zaken niet
bewust gedaan is?
Over de accountants gesproken (want daar hadden we
het over omdat u "daarover gaat"): die worden geacht professional te zijn, in
ieder geval daar laten ze zich zwaar voor betalen. Ik in ieder geval vind die
goedkeurende accountantsverklaringen, terwijl er ongeveer alles fout gaat wat er
fout kan gaan, niet professioneel. En ik vind het toezicht op die accountants
(tuchtraad en bestuur van het NIVRA) ook verre van professioneel.
Ik zou het zeer op prijs
stellen als u na het lezen van deze brief mijn eerdere brieven ook nog eens wilt
lezen en daarna weer op de kwestie terug wilt komen. Uw reactie stel ik zeer op
prijs.
Met vriendelijke groet en
hoogachting,
L.W.
Verhoef