Dossier: Friesland
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 7 januari 2002

Provinciale Staten van
Provincie Fryslân
Postbus 20120
8900 HM Leeuwarden

Betreft: Jaarrekening 2000
            Mijn brief dd. 12 oktober 2001
            Uw brief dd. 2 januari 2002

Geachte Staten,

Met mijn brief van 12 oktober 2001 deed ik u enige opmerkingen toekomen betreffende de kwaliteit, i.c. de onbetrouwbaarheid, van uw jaarrekening 2000. De jaarrekening is onbetrouwbaar, omdat deze geen betrouwbaar beeld geeft van de reserves, de vaste activa en de verplichtingen, en geen betrouwbaar beeld geeft van de baten en de lasten en het saldo daarvan. De jaarrekening voldoet (dus) ook niet aan belangrijke wettelijk daaraan gestelde eisen.

In mijn brief van 12 oktober jl. gaf ik onder andere aan dat het saldo van de baten en lasten over 2000 niet ƒ 34 miljoen is, waarmee de rekening eindigt, maar volgens de jaarrekening in werkelijkheid ƒ 24 miljoen.

Met brief van 2 januari jl. reageerde uw College van Gedeputeerde Staten op mijn opmerkingen.
Het wordt uit deze brief niet duidelijk of mijn brief met mijn opmerkingen van 12 oktober jl. u als Staten wel bereikt hebben. Het tegendeel lijkt eerder het geval. Dat zou een kwalijke zaak zijn, want mijn brief was aan u als Staten geadresseerd. Nu lijkt het erop of mijn opmerkingen voor u weggehouden worden.

Met belangstelling maar toch ook met verbazing heb ik kennis genomen van de reactie van Gedeputeerde Staten. Nergens gaat de reactie in op mijn kritiek. Deze kritiek wordt dus ook in het geheel niet weerlegd! Gedeputeerde Staten stellen alleen (1) dat de jaarrekening is beoordeeld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en dat het ministerie geen aanleiding zag tot preventief toezicht, (2) dat accountant Deloitte & Touche bij de jaarrekening een goedkeurende verklaring heeft gegeven, (3) dat Gedeputeerde Staten zich bewust zijn van verschillen in systematiek tussen overheid en bedrijfsleven en (4) dat Gedeputeerde Staten er jaar op jaar op aan werken om verbeteringen door te voeren.
Of moet ik uit de reactie afleiden dat Gedeputeerde Staten van mening zijn dat, omdat een accountant en een toezichthouder geen opmerkingen over de jaarrekening hadden, de jaarrekening dus betrouwbaar is, wèl een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie en wèl een betrouwbaar beeld geeft van de baten en de lasten en het saldo daarvan. Dat zou een merkwaardige redenering zijn!.

Ik (en naar ik aanneem ik niet alleen) vind een jaarrekening (respectievelijk begroting) onbetrouwbaar als:
Ik vind een jaarrekening (respectievelijk begroting) niet voldoen aan de Comptabiliteitsvoorschriften als:
Uw jaarrekening (en begroting?) is flagrant in strijd met al deze bepalingen!

Een jaarrekening (en begroting) moet allereerst een betrouwbaar documenten zijn. Of die jaarrekening ook nog wel of niet voldoet aan toevallige wettelijke bepalingen als de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, is van veel minder belang. Wat heb je aan een koortsthermometer die wèl voldoet aan zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften maar de verkeerde temperatuur aangeeft? Het zou volstrekt onverantwoord zijn bij een doodzieke patiënt daarmee de temperatuur op te nemen! Wat heb je aan een kompas dat wèl voldoet aan de Comptabiliteitsvoorschriften maar de verkeerde richting aangeeft? Het zou volstrekt onverantwoord zijn daarmee een vliegtuig of schip te besturen! Wat heb je aan een jaarrekening of een begroting die wèl voldoet aan de Comptabiliteitsvoorschriften maar een geheel verkeerd beeld geeft van de financiële positie, van de baten en de lasten en van het saldo daarvan? Het zou volstrekt onverantwoord zijn daarmee een provincie te besturen en daarmee rekening en verantwoording af te leggen!

Wat de goedkeurende accountantsverklaring betreft: uw accountant zou niet de eerste zijn die ten onrechte een goedkeurende verklaring aan een jaarrekening heeft gehecht.

En wat het toezicht door het ministerie betreft: "uw" toezichthouder zou niet de eerste zijn die zijn taak niet naar behoren uitvoert. Zeker sinds de "Zuid-Holland-affaire" weten we wel beter.

Gedeputeerde Staten nemen aan, zo schrijven zij, dat mij bekend is dat momenteel voorstellen worden opgesteld tot wijziging van de Comptabiliteitsvoorschriften. Uiteraard is mij dat bekend. Wat dit echter te maken heeft met de kwaliteit, of beter gezegd: het gebrek daaraan, van uw jaarrekening (en begroting?) is mij niet duidelijk. Gedeputeerde Staten willen toch niet zeggen dat het feit dat er momenteel gedacht wordt aan wijziging van de Comptabiliteitsvoorschriften, de misleidende jaarrekening van Fryslân opeens tot een wèl betrouwbaar document maakt?
In tegenstelling tot wat Gedeputeerde Staten denken, hebben deze wijzigingen overigens niets te maken (hoe zou dat ook kunnen?) met "de dualisering van provincies en gemeenten". Wat betreft de "eigenheid van provincies en gemeenten" (een kreet waarover wel veel maar tot op heden, ook nu weer, weinig zinnigs gezegd wordt) vraag ik u: Betekent die "eigenheid" dat als een provincie een voordelig saldo heeft van ƒ 24 miljoen, het provinciebestuur de rekening mag laten eindigen met ƒ 34 miljoen, maar de lezer moet begrijpen dat dat in werkelijkheid ƒ 24 miljoen is? Betekent die eigenheid dat een jaarrekening en een begroting van een provincie of gemeente een misleidend beeld mag geven?

De conclusie aan het eind van de brief van Gedeputeerde Staten dat er geen grond aanwezig is voor de door mij getrokken conclusies, is geheel ongemotiveerd en komt volledig uit de lucht vallen.

Ik raad u aan met bovenstaande reactie mijn brief van 12 oktober 2001 (opnieuw) te lezen en daaruit als zichzelf verantwoordelijk voelend bestuur de passende consequenties te trekken.
Het heeft alles te maken met "integriteit van het openbaar bestuur"!!

Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef