Dossier: provincie Groningen
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 25 januari 2002

Provinciale Staten van
Provincie Groningen
Postbus 610
9700 AP Groningen

Betreft: Jaarrekening 2000
            Mijn brief d.d. 28 september 2001
            Uw brief d.d. 21 januari 2002

Geachte Statenleden,

Met mijn brief van 28 september 2001 deed ik u enige opmerkingen toekomen betreffende de kwaliteit, i.c. de onbetrouwbaarheid, van uw jaarrekening 2000. De jaarrekening is onbetrouwbaar, omdat deze geen betrouwbaar beeld geeft van de reserves, de vaste activa en de verplichtingen, en geen betrouwbaar beeld geeft van de baten en de lasten en het saldo daarvan. De jaarrekening voldoet (dus) ook niet aan belangrijke wettelijk daaraan gestelde eisen.

In mijn brief gaf ik onder andere aan dat het saldo van de baten en lasten over 2000 niet ƒ 6,1 miljoen is, waarmee de rekening eindigt, maar volgens de jaarrekening in werkelijkheid ƒ 38,9 miljoen. Dit is het gevolg van het feit dat circa ƒ 33 miljoen aan baten en lasten niet in de rekening is opgenomen. Niet alleen dat u uzelf hierdoor een verkeerd beeld voorhoudt van de financiële positie van uw provincie, u doet dat ook, en dat is vele malen erger, aan de burgers aan wie u rekening en verantwoording moet afleggen.

Met brief van 21 januari 2002 jl. reageerde uw College van Gedeputeerde Staten op mijn opmerkingen. Uit deze brief blijkt overigens niet dat mijn brief van 28 september jl. aan u als Provinciale Staten is voorgelegd. Wanneer dat inderdaad het geval is, zou dat een kwalijke zaak zijn. Mijn brief was aan u gericht en het onderwerp is belangrijk genoeg.

Met belangstelling maar ook met verbazing heb ik kennis genomen van de reactie van Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten ontkennen in het geheel niet dat de jaarrekening een misleidend beeld geeft van de financiële positie en van het financiële reilen en zeilen in 2000. Integendeel, in hun reactie bevestigen ze zelfs mijn gelijk!
Wel stellen Gedeputeerde Staten dat de in uw jaarrekening gevolgde handelwijze "past binnen de comptabiliteitsvoorschriften" en dat uw jaarrekening "is voorzien van een goedkeurende verklaring van de accountant" en dat het ministerie instemt met "de door ons gehanteerde methodiek". Een uiterst merkwaardige redenering! Een onbetrouwbare jaarrekening blijft een onbetrouwbare jaarrekening, ook al zou dat passen binnen zogenoemde comptabiliteitsvoorschriften, ook al zou een of andere accountant daar een goedkeurende verklaring bij geven en ook al zou een of ander ministerie met de methodiek instemmen.
Ik (en naar ik aanneem ik niet alleen) vind een jaarrekening (respectievelijk begroting) onbetrouwbaar als:
Ik vind een jaarrekening (respectievelijk begroting) niet voldoen aan de Comptabiliteitsvoorschriften als:
Uw jaarrekening (en begroting?) is flagrant in strijd met al deze bepalingen!

Een jaarrekening (en begroting) moet allereerst een betrouwbaar documenten zijn. Of die jaarrekening ook nog wel of niet voldoet aan toevallige wettelijke bepalingen als de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, is van veel minder belang. Wat heb je aan een koortsthermometer die wèl voldoet aan zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften maar de verkeerde temperatuur aangeeft? Het zou volstrekt onverantwoord zijn bij een doodzieke patiënt daarmee de temperatuur op te nemen! Wat heb je aan een kompas dat wèl voldoet aan de Comptabiliteitsvoorschriften maar de verkeerde richting aangeeft? Het zou volstrekt onverantwoord zijn daarmee een vliegtuig of schip te besturen! Wat heb je aan een jaarrekening of een begroting die wèl voldoet aan de Comptabiliteitsvoorschriften maar een geheel verkeerd beeld geeft van de financiële positie, van de baten en de lasten en van het saldo daarvan? Het zou volstrekt onverantwoord zijn daarmee een gemeente of provincie te besturen en daarmee rekening en verantwoording af te leggen!

Wat de goedkeurende accountantsverklaring betreft: uw accountant zou niet de eerste zijn die ten onrechte een goedkeurende verklaring aan een jaarrekening heeft gehecht.

En wat het toezicht door het ministerie betreft: "uw" toezichthouder zou niet de eerste zijn die zijn taak niet naar behoren uitvoert. Zeker sinds de "Zuid-Holland-affaire" weten we wel beter.

Ik raad u aan met bovenstaande reactie mijn brief van 28 september jl. (opnieuw) te lezen en daaruit als zichzelf verantwoordelijk voelend bestuur de passende consequenties te trekken.
Het heeft alles te maken met "integriteit van het openbaar bestuur"!!

Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef