drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 26 februari 2002
Gemeenteraad van
Gemeente Heerlen
Postbus 1
6400 AA Heerlen
Betreft: Jaarrekening
2000
Het batig saldo over het jaar 2000 bedraagt ƒ
12,4 miljoen
Aldus de suggestie van u als gemeentebestuur in
uw jaarverslag over 2000
Is deze suggestie juist?
Nee, want volgens de jaarrekening
is het saldo in werkelijkheid NEGATIEF ƒ 1,3
miljoen!!
Geachte raad,
Voor u als gemeenteraad is de jaarrekening van uw
gemeente een belangrijk document: hiermee legt het college van burgemeester en
wethouders rekening en verantwoording aan u af over het door hem gevoerde
(financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel
voor de betrouwbaarheid van de begrotingen 2001 en 2002. Op basis van deze
begrotingen beslist u over de hoogte van de gemeentelijke belastingen en over
het wel of niet doorgaan van belangrijke activiteiten. Ook voor de
(geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de
jaarrekening legt u als raad aan de burgers rekening en verantwoording af van
het door u gevoerde (financiële) beleid en beheer. Het is dus erg belangrijk dat
de jaarrekening en de (a.s.) begroting betrouwbare documenten
zijn.
Is de jaarrekening 2000 van Heerlen betrouwbaar?
Nee dus!
Ik ben geïnteresseerd in hoe gemeenten en
provincies hun jaarrekeningen en begrotingen opmaken. Van die jaarrekeningen en
begrotingen klopt, zo is mijn ervaring, in het algemeen niet veel. Ze zitten
boordevol hoogst onjuiste en inconsistente informatie en boordevol
onzin-teksten. Het zijn daarom in het algemeen hoogst onbetrouwbare documenten.
Om die reden is het volstrekt onverantwoord om op basis van deze begrotingen en
jaarrekeningen gemeenten en provincies te besturen en daarover verantwoording af
te leggen.
Ik heb ook de jaarrekening 2000 van uw gemeente
beoordeeld. Ook uw "jaarrekening" 2000, zo is mijn conclusie, heeft met een
jaarrekening, laat staan met een betrouwbare jaarrekening en dus met een
betrouwbaar sturingsmiddel en met een betrouwbaar verantwoordingsverslag, niets
uitstaande. Veel hoogst onjuiste cijfers en onzin-teksten (vooral waar het gaat
over reserves, "weerstandsvermogen", "buffervermogen", wel niet "vrij
aanwendbare reserves", voorzieningen en rente), waarvan de meesten van u, het
kan niet anders, ongetwijfeld weinig begrepen zullen hebben. Het is uiteraard
jammer van alle moeite die aan de jaarrekening en aan het bestuderen daarvan
besteed is.
Ook de jaarrekening 2000 van Heerlen voldoet in
de verste verten niet aan de meest elementaire eisen die je aan een jaarrekening
mag stellen: op betrouwbare wijze inzicht geven in de omvang van de baten en de
lasten en het saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het vermogen
en m.n. van de reserves. Uw jaarrekening voldoet derhalve dus ook in de verste
verten niet aan de wettelijke eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en
vaststellen van de gemeentelijke jaarrekening.
Wat betreft de baten en de lasten en het saldo
daarvan, suggereren de rekening en de begeleidende teksten bij uw jaarrekening
dat het saldo van de baten en de lasten (overeenkomstig wat in de rekening
opgenomen is) een bedrag van ƒ 12,4 miljoen is. Niets is echter minder
waar!
Bestudering van de jaarrekening leert
dat het saldo van de baten en de lasten volgens de jaarrekening in
werkelijkheid NEGATIEF ƒ 1,3 miljoen is. En dat is wel iets anders.
Het verschil wordt op de eerste plaats
veroorzaakt doordat er baten en lasten buiten de rekening zijn gelaten,
d.w.z. buiten de rekening om rechtstreeks zijn toegevoegd aan of in mindering
zijn gebracht van het eigen vermogen. De toelichting bij de balans maakt
duidelijk dat miljoenen guldens aan baten en lasten buiten de rekening
zijn gelaten. Wat moest waarom verborgen blijven?
Omdat dit de niet deskundige lezers -
wat de meeste gemeenteraadsleden en andere belangstellenden zullen zijn -
gemakkelijk ontgaat en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit
door de voor u geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde
Comptabiliteitsvoorschriften (artikel 27), uitdrukkelijk verboden. U moet
alle baten en alle lasten in de rekening opnemen. Als u
dit, zoals de wet en vaste jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan
had, zou de rekening er uiteraard heel anders hebben
uitgezien.
Aan de jaarrekening valt wel te zien dat
er (delen van) baten en lasten buiten de rekening gelaten zijn, er valt niet of
nauwelijks te zien welke baten- en lastenposten het betreft. Dat betekent dat
alle baten- en lastenposten die in de rekening opgenomen zijn,
verdacht zijn en onjuist kunnen zijn.
Als uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou
de rekening eindigen met het door mij genoemde tekort van ƒ 1,3
miljoen.
Het bedrag van ƒ 1,3 miljoen bereken ik
op eenvoudige wijze door het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1999 (volgens
uw jaarrekening ƒ 292,4 miljoen) af te trekken van het saldo van het eigen
vermogen op 31.12.2000 (volgens uw jaarrekening ƒ 291,1 miljoen). Het verschil
(i.c. negatief ƒ 1,3 miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per
definitie gelijk aan het saldo van de (= alle) baten en de
lasten.
Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou
hebben opgenomen, zou deze dus geëindigd zijn met een (negatief) saldo van ƒ 1,3
miljoen. Dit uiteraard wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten en
het eigen vermogen in begin- en eindbalans juist bepaald en weergegeven zijn.
Aan de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en
provincies en ook aan die van Heerlen valt echter te ontlenen dat veel baten en
lasten en het eigen vermogen volstrekt onjuist bepaald en dus onjuist
weergegeven zijn.
Aan uw jaarrekening is (ten minste) te ontlenen
dat:
-
een
(onbekend) bedrag van de vaste activa in plaats van aan de debetzijde van de
balans te zijn opgenomen, op één van de posten van de creditzijde van de balans,
in dit geval het eigen vermogen, is afgetrokken. Hierdoor worden de vaste activa
en uiteraard ook het eigen vermogen, i.c. de reserves, voor een te laag en dus
verkeerd bedrag weergegeven. Zo werden nog in 2000 investeringen tot een bedrag
van ƒ 5,0 miljoen ten onrechte in mindering van het eigen vermogen gebracht.
Omdat op deze vaste activa niet wordt afgeschreven, ontbreekt een (onbekend)
bedrag aan afschrijvingslasten in de rekening, waardoor de kosten van veel
activiteiten te laag weergegeven worden.
-
de
rentelasten met een bedrag van ƒ 3,1 miljoen te hoog zijn weergegeven, omdat er
voor dit bedrag in de rekening fictieve rentelasten zijn opgenomen terzake van
niet bestaande schulden.
Aan de jaarrekening van de meeste gemeenten en
provincies zelf is te ontlenen dat:
-
onder het eigen vermogen verschillende bedragen voorkomen die in het
geheel geen reserves zijn, maar voorzieningen, i.c. verplichtingen. Hierdoor
wordt het eigen vermogen, i.c. de reserves, te hoog en dus verkeerd
voorgesteld.
-
onder de voorzieningen verschillende posten voorkomen die in het geheel
geen verplichtingen representeren. Hierdoor wordt het eigen vermogen, i.c. de
reserves, te laag en dus verkeerd voorgesteld. Hierdoor worden ook de lasten die
met deze "voorzieningen" samenhangen, geheel verkeerd in de rekening
weergegeven.
-
onder de voorzieningen ten minste een voorziening uit hoofde van
pensioen- en wachtgeldverplichtingen jegens (oud-)wethouders ontbreekt. Hierdoor
wordt het eigen vermogen, i.c. de reserves, te hoog en dus verkeerd voorgesteld.
Hierdoor worden ook de lasten die met deze ontbrekende verplichtingen
samenhangen, geheel verkeerd in de rekening weergegeven.
Deze tekortkomingen zullen zich ongetwijfeld
(geheel of ten dele) ook in uw jaarrekening voordoen. Echter, omdat uw
jaarrekening belangrijke en wettelijk voorgeschreven toelichtingen op en
specificaties van de reserves en de voorzieningen volledig mist (zodat alleen al
om deze reden de jaarrekening volstrekt niet voldoet aan de geldende wettelijke
voorschriften, i.c. de Comptabiliteitsvoorschriften), ontbreekt de mogelijkheid
te onderzoeken hoe hard het "reservekarakter" van de als reserves gepresenteerde
bedragen c.q. "voorzieningkarakter" van de als zodanig gepresenteerde
voorzieningen is.
Door deze tekortkomingen stelt de
jaarrekening ook niet in staat door vermogensvergelijking het werkelijke saldo
van de baten en lasten af te lezen. Kortom, aan de jaarrekening is wèl te
ontlenen dat het saldo van de baten en de lasten niet het door u
gesuggereerde bedrag van ƒ 12,4 miljoen is, maar stelt overigens niet in staat
te zien wat dan het saldo van de baten en de lasten wèl
is.
Kortom,
ook de jaarrekening van Heerlen stelt volstrekt
niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over
de financiële positie en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En
daar ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldoet alleen daarom
al niet aan belangrijke wettelijke voorschriften. Dat betekent dat de
jaarrekening totaal ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument.
Dat betekent dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde burger, maar, naar ik
aanneem, ook uzelf, belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de burger
en uzelf wel degelijk recht op hebben!
Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw
begrotingen 2001 en 2002 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en
dat u die dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier
kunt wegdoen. Wat heb je aan 100-en pagina's volstrekt onbetrouwbare
informatie?
Het is volstrekt onverantwoord om met behulp van
dit soort begrotingen een gemeente te besturen.
Ik denk dat er alle aanleiding is dat u de
jaarrekening (en de genoemde begrotingen) volledig laat overmaken en dat de
burgers en uzelf een jaarrekening krijgen die wèl betrouwbaar
is.
Ten minste heeft de belangstellende burger, maar
ook uzelf, recht op een antwoord op de volgende vragen:
-
Wat
is het werkelijke saldo van de baten en lasten van de gemeente over
2000?
-
Wat
is de werkelijke omvang van de reserves einde
2000?
Binnenkort zal de jaarrekening 2001 aan u worden
voorgelegd. Zal dat weer zo'n volstrekt onbetrouwbaar stuk
zijn?
Uw reactie te vernemen stel ik op
prijs.
Met vriendelijke groet en
hoogachting,
L.W. Verhoef