drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij
Duurstede, 31 oktober
2006
De
Minister van Justitie
De heer
mr. E.M.H. Hirsch Ballin
Postbus
20301
2500 EH
Den Haag
Betreft: Boekhoudfraudes bij gemeenten en
provincies
Geachte
heer Hirsch Ballin,
Allereerst wens ik u alle succes toe in uw nieuwe ambt van
minister.
Ik denk vervolgens te mogen aannemen dat het onderwerp
"Integriteit van het openbaar bestuur" en de juridische mogelijkheden die
burgers hebben om misstanden op dit gebied (ook) langs strafrechtelijke weg aan
te pakken, u als minister van Justitie zeer ter harte gaan.
Ik strijd al jaren tegen de misstand dat (veel) gemeente- en
provinciebesturen in de jaarrekeningen van hun gemeenten en provincies, dus in
hun verantwoording aan de burgers, belastingbetalers en andere belanghebbenden,
op incorrecte, onbetrouwbare, dus misleidende wijze, verslag doen van de
ontvangen en bestede gemeenschapsgelden en van de financiële positie van hun
gemeente of provincie. Met enige regelmaat leest u over mijn eenzame strijd in
de media, zij het meestal zeer gebrekkig. U vindt er alles over op mijn
uitgebreide en goed gedocumenteerde website www.leoverhoef.nl , te beginnen met
"Boekhoudfraude bij gemeenten en provincies schering en inslag".
Het meest schrijnende voorbeeld is gemeente Amsterdam. Het
gemeentebestuur van Amsterdam presenteerde in de jaarrekeningen over de periode
1998-2005 een saldo van baten en lasten van € 112 miljoen. In werkelijkheid
hield de gemeente in die periode circa € 2.600 miljoen over. Met ordinaire
boekhoudfraude maskeerde het gemeentebestuur bijvoorbeeld dat Amsterdam in die
jaren de Onroerendezaakbelasting (1998-2005: € 1.133 miljoen) volledig had
kunnen overslaan. Ondanks uitvoerige waarschuwingen van mijzelf en de Rekenkamer
Amsterdam, die na eigen onderzoek mijn onderzoeksresultaten volledig
onderschreef, keurde de Amsterdamse gemeenteraad desondanks de jaarrekening 2005
willens en wetens goed en maakte zich daarmee, naast het gemeentebestuur, ook
zelf schuldig aan boekhoudfraude. In de jaarrekening 2005 werd een voordelig
saldo gepresenteerd van € 45 miljoen; in werkelijkheid was er een voordelig
saldo van € 208 miljoen. De opbrengst van de Onroerendezaakbelasting was in 2005
€ 172 miljoen.
Amsterdam is niet de enige gemeente. Op mijn website www.leoverhoef.nl leest u mijn bevindingen
over de jaarrekeningen van inmiddels circa 200 gemeenten en provincies.
Nederland-breed gaat het om miljarden euro's.
In mijn strijd tegen deze boekhoudfraudes, die de boekhoudfraude
bij Ahold (zo die er al was, maar daarover moet nog in hoger beroep uitspraak
worden gedaan) verre overtreffen, deed ik in circa 20 gevallen aangifte bij
Justitie. De aangiften werden, zo ze al niet ergens onbehandeld onder in
bureauladen verdwenen en vervolgens zoekraakten, door het Openbaar Ministerie
geseponeerd. Zo het Openbaar Ministerie dit al motiveerde, was deze motivering
volkomen fout en de onderliggende "feiten" volkomen onwaar. Hoewel ik het
Openbaar Ministerie in de persoon van het College van procureurs-generaal daar
uitvoerig op heb gewezen, volhardde het Openbaar Ministerie in zijn standpunt.
Blijkbaar heeft boekhoudfraude bij de overheid geen enkele belangstelling van
het Openbaar Ministerie.
(U leest alles over de behandeling van mijn aangiften door
Justitie eveneens op mijn website www.leoverhoef.nl)
Over deze kwestie correspondeerde ik al vanaf 13 september 2002
met uw ambtsvoorganger de heer J.P.H. Donner. Ook hij draaide zich met allerlei
flauwekulsmoezen van de kwestie af. Ook voor hem was blijkbaar het onderwerp
"Integriteit van het openbaar bestuur" hooguit een boeiend discussieonderwerp
maar niet iets om wat aan te doen.
Op mijn laatste brief aan hem van 3 september 2004 schreef hij mij
in zijn brief van 9 september 2004 geen enkele aanleiding te hebben om aan te
nemen dat het openbaar ministerie niet adequaat zou hebben gehandeld. Uw
ambtsvoorganger wilde blijkbaar niet inzien dat dat handelen van het openbaar
ministerie gebaseerd was op leugens, onkunde en onwil. Om zich ervan af te maken
wees hij mij op de mogelijkheid om, als ik het niet eens was met de seponeringen
en het niet behandelen van mijn aangiften, daarover te klagen bij de betreffende
Gerechtshoven, volgens de procedure van artikel 12 van het Wetboek van
Strafvordering. Uw ambtsvoorganger zei er niet bij dat een dergelijke procedure
een volkomen nutteloze procedure en dus een "wassen neus" is. Waarom dat zo is,
leest u (alweer) op mijn website www.leoverhoef.nl .
Kortom, hoe serieus neemt de (huidige) minister van Justitie de
burger die klaagt over "Integriteit van het openbaar bestuur" en zich te pletter
loopt op de leugens en grenzeloze onkunde en (vooral) onwil van allerlei
officiële instanties, in dit geval het Openbaar Ministerie en de minister van
Justitie? (Op mijn website www.leoverhoef.nl leest u over nog heel
veel meer van dit soort instanties.)
Dat het Openbaar Ministerie aangiften van boekhoudfraude (i.c.
valsheid in geschrifte in jaarrekeningen) bij de overheid direct seponeert, is inmiddels
(uiteraard) breedvoerig bekend bij gemeente- en provinciebesturen. Dus gaan de
boekhoudfraudes ongegeneerd in grote omvang gewoon door. Tot grote schade van de
benadeelde burgers! De deskundige burger die de misstand zichtbaar maakt en aan
de orde stelt, heeft niet alleen het nakijken, maar wordt genadeloos onderuit
gehaald!
Graag verneem ik van u.
Met vriendelijke groet en hoogachting,
L.W. Verhoef