drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk
bij Duurstede,
13 september 2001
Fractie
van D66 in de Tweede Kamer
De
heer J.Th. Hoekema
Postbus
20018
2500
EA Den Haag
Betreft: Jaarrekeningen
en begrotingen van gemeenten en provincies
Uw
brief van 4 september 2001
Geachte
heer Hoekema,
Hartelijk
dank voor uw reactie van 4 september jl. op mijn brief van 16 juli
jl, zoals al eerder mijn dank voor uw reactie van 12 juli jl.
Ik
ben het geheel met u eens dat het "zelfreinigend vermogen"
van gemeenten en provincies, maar in deze kwestie ook van de
rijksoverheid, heilzaam zou moeten werken. Het is echter niet voor
niets dat ik mij na zoveel jaren strijd tegen de door mij aangekaarte
misstand uiteindelijk tot de Tweede Kamer wend. Dat "zelfreinigend
vermogen" blijkt namelijk niet aanwezig te zijn, in ieder geval
niet te werken. En ook de Minister van Binnenlandse Zaken wenst niet
op mijn noodkreten in te gaan. En uit de reacties vanuit de Tweede
Kamer maak ik op dat ook de Tweede Kamer (met uitzondering van het
CDA) niets aan de misstand wenst te doen, en dat vind ik een droeve
constatering.
Ik
ben het met u eens dat het mooi zou zijn als, na de Ceteco-affaire,
een cultuurschok zou ontstaan die heilzaam doorwerkt. De praktijk is
dus anders.
Er
mogen tussen BZK en de provincies nieuwe afspraken gemaakt zijn, niet
alleen voeren die provincies de afspraken dus niet uit, maar ook de
jaarrekeningen en begrotingen van de provincies zelf deugen van geen
kant. Ter illustratie sluit ik kopieën van de brieven bij die ik
onlangs verstuurde aan de provinciebesturen van Noord-Brabant en
Zeeland. U zult versteld staan van de reacties die ik op mijn
brieven, waarvan ik er in de afgelopen jaren al zo'n 10 verstuurde
naar 6 provincies en 40 naar 26 gemeenten, krijg. Daaruit blijkt dat
dit "zelfreinigend vermogen" ver te zoeken is. Integendeel!
Of
er wel of geen sprake is van een "juiste uitvoering van
uitkeringen uit Gemeentefonds en Provinciefonds", waar u aan
refereert, kan ik niet beoordelen. Daar gaat het mij ook niet om.
Waar het mij wel om gaat, blijkt bijvoorbeeld uit mijn brieven aan
Noord-Brabant en Zeeland.
U
vraagt om een concreet voorstel. Dat voorstel is dat provincies en
gemeenten in hun begrotingen en jaarrekeningen correct en eerlijk
verslag doen over hun financiële positie en hun financiële
reilen en zeilen, dat gemeenten die dat niet doen door "hun"
provincie als toezichthouder op de vingers worden getikt en dat
provincies die dat niet doen, door de Minister van BZK op hun vingers
worden getikt, dat accountants slechts goedkeurende
accountantsverklaringen bij jaarrekeningen van provincies en
gemeenten geven als die jaarrekeningen èn een betrouwbaar
beeld van de financiën geven èn voldoen aan de
betreffende wettelijke bepalingen, en dat de Tweede Kamer in actie
komt als iemand z'n nek uitsteekt en de misstand aan de orde stelt
dat er nogal wat schort aan het bovenstaande.
Wat
die accountants betreft, verwijs ik u naar bijgaand bericht in de
Volkskrant van 11 augustus jl. waaruit blijkt dat het bestuur van het
NIVRA niet van plan is om aan de misstand een einde te maken, maar
om, in plaats van werk te maken van de boodschap, de boodschapper
monddood tracht te maken. Niet voor niets probeer ik niet alleen
erkenning, maar ook bescherming van de Tweede Kamer te krijgen!
Is
het wellicht een goede suggestie als u bijvoorbeeld over deze kwestie
zou overleggen met uw collega mevrouw Van der Hoeven van het CDA? Ik
stuur haar een afschrift van deze brief.
Uw
reactie te vernemen stel ik zeer op prijs.
Met
vriendelijke groet,
L.W.
Verhoef