drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Gemeenteraad
van de
gemeente
Leiden
Postbus
9100
2300PC
LEIDEN
Wijk
bij Duurstede,
27 februari 1999
Betreft: Jaarrekening 1997
Geachte
raad,
Als
geïnteresseerde inwoner en dus burger van mijn woonplaats Wijk bij Duurstede heb
ik al enige tijd een discussie met mijn eigen gemeentebestuur over de
jaarrekeningen 1996 en 1997 van Wijk bij Duurstede. Van die jaarrekeningen klopt
niet veel. Het zijn daarom hoogst onbetrouwbare documenten. Naar aanleiding
daarvan plaatste het Utrechts Nieuwsblad bijgaande ingezonden brief van mij op
1.7.1998 (zie bijlage). Daarin noem ik enige gemeenten waarvan de jaarrekening
ook niet klopt. Ik was ook nieuwsgierig hoe bijvoorbeeld de jaarrekening van uw
gemeente eruit zou zien. Nu ik echter ook van de jaarrekening (1997) van Leiden
kennis heb genomen, moet ik helaas ook van de jaarrekening van ùw gemeente
constateren dat ook deze een onbetrouwbaar en dus volstrekt onbruikbaar document
is. Deze uitlating vereist, denk ik, enige toelichting. Ik denk ook dat ik u met
mijn opmerkingen een dienst kan bewijzen. U kunt er bij uw volgende
jaarrekeningen en begrotingen rekening mee houden. Vandaar deze
brief.
De
jaarrekening van een gemeente is een belangrijk document: hiermee legt het
college van burgemeester en wethouders rekening en verantwoording aan u af over
het door hem gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u
een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de begroting 1998 en de
begroting 1999. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een
belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt u aan uw burgers rekening en
verantwoording af van het door u gevoerde (financiële) beleid en
beheer.
Ook
de jaarrekening 1997 van Leiden voldoet niet aan de meest elementaire eisen die
je aan een jaarrekening mag stellen: inzicht geven in de omvang van de baten en
de lasten en het saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het
vermogen en m.n. van de reserves. Uw jaarrekening voldoet derhalve dus ook niet
aan de wettelijke eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en vaststellen
van de gemeentelijke jaarrekening. Het is bovendien jammer van de moeite die
eraan besteed is.
Wat
betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan suggereren de teksten in uw
jaarrekening en de rekening zelf dat het saldo van de baten en de lasten ƒ 12
miljoen is. Niets is echter minder waar. Nadere bestudering van de jaarrekening
leert dat het saldo van de baten en de
lasten volgens de jaarrekening zelf ƒ 31 miljoen is. (En in werkelijkheid
zelfs een heel ander bedrag, maar dat is vanwege de grote onvolkomenheden van de
jaarrekening, met name van de toelichting, niet te achterhalen.) En dat is wel
iets anders.
Het
verschil wordt op de eerste plaats veroorzaakt doordat er verschillende (al dan
niet omvangrijke) baten en lasten weliswaar in de jaarrekening zijn opgenomen, maar
buiten de rekening zijn gelaten en
buiten de rekening om rechtstreeks zijn toegevoegd of onttrokken aan het eigen
vermogen. Omdat dit de niet deskundige lezers - wat de meeste raadsleden en
andere gebruikers zullen zijn - gemakkelijk ontgaat en hen dus gemakkelijk op
het verkeerde been zet, wordt dit door de voor u geldende wettelijke
voorschriften, i.c. de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, uitdrukkelijk
verboden. U moet alle baten en
lasten in de rekening opnemen. Als u
dit, zoals de wet en vaste jurisprudentie
uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan had, zou de rekening er uiteraard
heel anders uitzien. De rekening zou dan het door mij genoemde bedrag van ƒ 31
miljoen als saldo van de baten en lasten hebben gehad.
Het
verschil wordt verder veroorzaakt doordat verschillende baten en lasten zijn
opgehoogd met fictieve bedragen. De als baten en lasten gepresenteerde bedragen
komen dus in verschillende gevallen volstrekt niet overeen met de werkelijke
bedragen van de baten en de lasten. Ook dit zal de niet deskundige lezers, en
dus het merendeel van uw college, volkomen ontgaan.
Als
uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou de rekening eindigen met het door
mij genoemde saldo van ƒ 31 miljoen.
Het
bedrag van ƒ 31 miljoen bereken ik op eenvoudige wijze door het saldo van het
eigen vermogen op 31.12.1997 (volgens uw jaarrekening ƒ 330 miljoen) af te
trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1996 (volgens uw
jaarrekening ƒ 299 miljoen). Het verschil (i.c. ƒ 31 miljoen) is namelijk, hoe
je het ook keert of wendt, per definitie gelijk aan het saldo van de baten en de
lasten. Dit uiteraard wel onder de veronderstelling dat het bedrag van het eigen
vermogen (i.c. van de reserves) goed in de balans is weergegeven. Dat is in uw
jaarrekening echter stellig niet het
geval.
Wanneer
u alle baten en lasten in de rekening zou hebben opgenomen, zou deze dus
geëindigd zijn met een saldo van ƒ 31 miljoen. Dit uiteraard wel onder de
veronderstelling dat alle baten en lasten juist bepaald en weergegeven zouden
zijn. Ook dit is in uw jaarrekening stellig niet het geval.
Aan
de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en provincies en ook die van Leiden
valt te ontlenen dat het eigen vermogen c.q. de reserves en vele baten en lasten
volstrekt onjuist bepaald en dus volstrekt onjuist weergegeven
zijn.
Aan
uw jaarrekening is (ten minste) te ontlenen dat:
- in het verleden (naar alle waarschijnlijkheid zoals ik uit de jaarrekening meen
op te mogen maken) een (onbekend) bedrag van de vaste activa in plaats van aan
de debetzijde van de balans te zijn opgenomen, op één van de posten van de
creditzijde van de balans, in dit geval het eigen vermogen, is afgetrokken.
Hierdoor worden de vaste activa en uiteraard ook het eigen vermogen, i.c. de
reserves, voor een te laag en dus verkeerd bedrag weergegeven. Omdat op deze
vaste activa niet meer wordt afgeschreven, ontbreken er afschrijvingslasten in
de rekening. Omdat dit doorwerkt in heel veel posten van de rekening, zijn dus
al die kostenposten te laag voorgesteld.
- onder de reserves diverse "reserves" zijn opgenomen die geheel of ten dele in
het geheel geen reserves zijn, maar verplichtingen. Dit betreft bijvoorbeeld de
"onderwijsreserves" en de "reserve gemeentelijk milieubeleid"; het gaat in dit
geval om vooruitontvangen baten, die t.z.t. te maken kosten zullen
compenseren.
- onder de verplichtingen, i.c. de voorzieningen, bedragen voorkomen die geheel of
ten dele in het geheel geen verplichtingen zijn. Dit betreft bijvoorbeeld de
"voorziening onderhoud gebouwen", de "voorziening upgrading publieke panden", de
"voorziening brandschade", de "voorziening routine-investeringen brandweer" en
de "voorziening onderhoud accomodaties". Hierdoor ook zijn in de rekening de
kosten die samenhangen met deze "verplichtingen" die geen verplichtingen zijn,
onjuist weergegeven.
- in de balans diverse bestaande verplichtingen ontbreken, zoals een voorziening
voor wachtgeld- en pensioenverplichtingen jegens (oud-)wethouders en een
voorziening voor "kosten voormalig personeel". Het gaat hierbij (naar alle
waarschijnlijkheid) om een aanzienlijk bedrag.
Aan
de jaarrekening zelf is derhalve wèl te ontlenen dat het saldo van de baten en
de lasten niet het gesuggereerde
bedrag van ƒ 12 miljoen is, maar diezelfde jaarrekening stelt volstrekt niet in
staat daaraan te ontlenen wat dan het saldo van de baten en de lasten wèl is. Zo
is ook aan de jaarrekening zelf derhalve wèl te ontlenen dat het saldo van de
reserves niet het gesuggereerde
bedrag van ƒ 330 miljoen is, maar stelt diezelfde jaarrekening volstrekt niet in
staat daaraan te ontlenen wat dan het saldo van de reserves wèl is. Dat is toch, voorzichtig uitgedrukt, wel heel
merkwaardig!
Het
is dus volstrekt onwaar wat uw
concerncontroller in zijn/haar Voorwoord schrijft, namelijk dat de jaarrekening
een totaalbeeld zou geven van de grootte en samenstelling van de financiële
positie en van de baten en de lasten over 1997.
Hoe
kunt u op pagina 17 van de jaarrekening mededelen: ".... achten wij de
reservepositie ultimo 1997 toereikend", als u in de jaarrekening een totaal
verkeerd beeld van de reserves geeft?
Kortom,
ook de jaarrekening van Leiden stelt
volstrekt niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te
vormen over de financiële positie van de gemeente en over de baten en de lasten
en het saldo daarvan. En daar ging het toch in eerste instantie om! De
jaarrekening voldoet alleen daarom al niet aan belangrijke wettelijke
voorschriften. Dat betekent dat de jaarrekening totaal ongeschikt is als
sturings- en verantwoordingsinstrument en dat het volstrekt onverantwoord is de
jaarrekening als zodanig te gebruiken. Dat betekent ook dat u bijvoorbeeld de
geïnteresseerde burgers, maar, naar ik aanneem, ook uzelf, belangrijke
informatie onthoudt, informatie waar die burgers en uzelf wel degelijk recht op
hebben!
Ik
denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 1998 en uw begroting 1999 op
dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en dat u die dus, net zoals uw
jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt wegdoen. Wat heb je aan
zoveel pagina's volstrekt onbetrouwbare informatie?
Ik
denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening volledig laat overmaken en
dat de burgers en uzelf een jaarrekening krijgen die wèl
voldoet.
Ten
minste heeft de belangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een antwoord op
de volgende vragen:
- Wat is het werkelijke saldo van de baten en lasten van de gemeente over
1997?
- Wat is de werkelijke omvang van de reserves einde 1997?
Hetzelfde
geldt ongetwijfeld en onverkort ook voor uw begrotingen 1998 en
1999.
Uw
reactie te vernemen stel ik zeer op prijs.
Met
vriendelijke groet en hoogachting,
L.W.
Verhoef