Dossier: Limburg
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 31 oktober 2001

Provinciale Staten van
Provincie Limburg
Limburglaan 10
6229 GA Maastricht

Betreft: Jaarrekening 2000
            Begroting 2002

Geachte Staten,

Met mijn brief aan u van 11 oktober 2001 liet ik u weten dat uw jaarrekening 2000 en uw begroting 2002 onbetrouwbaar zijn en daardoor totaal ongeschikt als sturings- en verantwoordingsinstrument.
Naar aanleiding daarvan stelde de fractie van GroenLinks schriftelijke vragen aan het college van Gedeputeerde Staten. De beantwoording daarvan door Gedeputeerde Staten (d.d. 23 oktober 2001) geeft mij aanleiding tot de volgende opmerkingen.

1.  Het valt op dat Gedeputeerde Staten nergens ontkennen dat zowel de jaarrekening als de begroting onbetrouwbaar zijn. Het valt op dat Gedeputeerde Staten nergens ontkennen dat de jaarrekening en de begroting ongeschikt zijn als sturings- en verantwoordingsinstrument.


2.  Het valt op dat Gedeputeerde Staten nergens ontkennen dat er baten en lasten buiten de rekening (van baten en lasten) respectievelijk buiten de begroting zijn gelaten. Gedeputeerde Staten ontkennen nergens dat het saldo waarmee de rekening respectievelijk de begroting sluit, niet het saldo van alle baten en lasten is.


3.  De beantwoording door Gedeputeerde Staten maakt duidelijk dat Gedeputeerde Staten niet in staat zijn de eigen jaarrekening en de eigen begroting als jaarrekening respectievelijk als begroting te lezen.


4.  Ieder die in staat is een jaarrekening (echt) te lezen, weet dat het verschil tussen het eigen vermogen aan het begin van het jaar en aan het einde van het jaar per definitie gelijk is aan het saldo van alle in de jaarrekening verwerkte baten en lasten, onverschillig of deze baten en lasten wèl of niet in de rekening zijn opgenomen.


5.  De onder de beantwoording van vraag 1 opgenomen cijferopstelling eindigend met ƒ 21.155.858, zijnde het verschil tussen het Eigen vermogen begin 2000 en einde 2000, is dus, na correctie van de van de reserves afgetrokken investeringen van ƒ 7.312.793 en ƒ 124.927, derhalve ƒ 28.593.578, precies het saldo van de baten en de lasten die niet in de rekening zijn opgenomen of in de rekening geneutraliseerd zijn. Het saldo van alle in de jaarrekening verwerkte baten en lasten is dus ƒ 64.590.299 (saldo van de in de rekening opgenomen baten en lasten) + ƒ 28.593.578 (saldo van de buiten de rekening opgenomen baten en lasten) = gezamenlijk ƒ 93.183.877.


6.  Het buiten de rekening brengen van baten en lasten kan op twee verschillende manieren, die per saldo op hetzelfde neerkomen. Òf de bate of last wordt direct buiten de rekening gelaten, òf tegenover de betreffende bate (c.q. last) wordt een evengroot bedrag onder de lasten (c.q. baten) opgenomen, waardoor de betreffende bate (c.q. last) wordt geneutraliseerd. In het eerste geval is de fout dat de betreffende bate (c.q. last) domweg ontbreekt in de rekening; in het tweede geval is de fout dat de rekening een fictieve last (c.q. fictieve bate) bevat. In beide gevallen is de betreffende bate (c.q. last) niet in het saldo van de rekening begrepen. De cijferopstelling en de toelichting van Gedeputeerde Staten daarbij maken duidelijk dat beide soorten fouten voorkomen.


7.  Bedoelen Gedeputeerde Staten met "Dienstsaldo 2000" in deze cijferopstelling hetzelfde als "Saldo van de rekening 2000"? Zo ja, waarom gebruiken Gedeputeerde Staten dan niet deze term? Wanneer gaan we in ook in jaarrekeningen en begrotingen van gemeenten en provincies eens gewoon en begrijpelijk Nederlands hanteren?


8.  Het opheffen van een voorziening van ƒ 24.765.940 betekent dat een eerder bestaande verplichting niet meer blijkt te bestaan. Het vrijvallen van een verplichting betekent dat de provincie rijker is geworden met hetzelfde bedrag. "Rijker worden" is een bate! Deze bate was dus niet in de rekening opgenomen, dan wel wèl in de rekening opgenomen maar met een evengrote fictieve kostenpost onder de lasten geneutraliseerd; het effect voor het saldo van de rekening is identiek.

9.  Een "aanwending reserve Committeringen" (ƒ 8.874.862) zijn dus kosten die buiten (het saldo) van de rekening zijn gelaten.


10. "Rechtstreekse toevoegingen 2000 aan vermogen t.l.v. exploitatie" (ƒ 18.080.519) zijn dus bedragen die als fictieve lasten in de rekening zijn opgenomen en daarmee het saldo van de rekening kunstmatig hebben verlaagd.


11. "Rechtstreekse onttrekkingen 2000 aan vermogen t.g.v. exploitatie" (ƒ 5.455.518) zijn dus bedragen die als fictieve baten in de rekening zijn opgenomen en daarmee het saldo van de rekening kunstmatig hebben verhoogd.


12. In een jaarrekening c.q. begroting (ook van een gemeente of provincie) worden de uitgaven als kosten opgenomen in het jaar waarin de activiteiten waarop de uitgaven betrekking hebben, worden uitgevoerd. Dus niet in het jaar waarin de opdracht wordt gegeven, niet in het jaar waarin de verplichting wordt aangegaan, niet in het jaar waarin de factuur wordt ontvangen, niet in het jaar waarin betaald wordt. De kosten van bijvoorbeeld de glazenwasser worden dus als kosten opgenomen in het jaar waarin de glazenwasser zijn/haar werk gedaan heeft; niet in het jaar waarin het contract met de glazenwasser is gesloten, niet in het jaar waarin de glazenwasser zijn/haar rekening indient, niet in het jaar waarin de glazenwasser betaald wordt. Deze manier van toerekening van de uitgaven als lasten aan de periode waarin de betreffende activiteiten zijn (c.q. worden) uitgevoerd, heet het "stelsel van baten en lasten". Ook gemeenten en provincies passen dit stelsel toe. De lezer van de jaarrekening c.q. begroting gaat daar (zonder het zich wellicht te realiseren) ook van uit!
De Comptabiliteitsvoorschriften schrijven dit "stelsel van baten en lasten", om elk misverstand uit te sluiten, voor gemeenten en provincies uitdrukkelijk voor in artikel 4 lid 1.
In het "stelsel van baten en lasten" wordt de aanschafprijs van (bijvoorbeeld) een brandweerauto niet in één keer als kosten gepresenteerd, maar wordt de aanschafprijs, verminderd met een geschatte verkoopprijs op het moment van buitengebruik-stelling, verdeeld over de jaren van gebruik en tijdsevenredig toegerekend aan de achtereenvolgende jaren waarin de brandweerauto zijn goede diensten vervult. Deze tijdsevenredige "kostenporties" heten "afschrijvingen". Jaarrekeningtechnisch wordt het aanschafbedrag bij aanschaf op de debet(=linker-)zijde van de balans in de rubriek "Vaste activa" opgenomen; vervolgens wordt het jaarlijkse afschrijvingsbedrag ieder jaar daarop in mindering gebracht en als kostenpost in de rekening opgenomen.
Even zot als het is om in de balans bijvoorbeeld de liquide middelen (= kas en banktegoeden) of de vorderingen af te trekken van bijvoorbeeld de schulden of (net zo zot) van bijvoorbeeld het Eigen vermogen, zo zot is het ook om (de) vaste activa af te trekken van bijvoorbeeld de schulden of (net zo zot) van bijvoorbeeld het Eigen vermogen. Maar zo zot gebeurt het wèl in de jaarrekening van Limburg! Aan deze zotheid is in 2000 (ƒ 7.312.793 + ƒ 124.927 =) ƒ 7.437.720 toegevoegd!
Het is uiteraard in flagrante strijd met het "stelsel van baten en lasten" als op de activa die op deze zotte wijze van het Eigen vermogen worden afgetrokken, geen jaarlijkse afschrijvingslasten meer berekend en in de achtereenvolgende jaarrekeningen en begrotingen als kosten worden opgenomen. Ook dit gebeurt in de jaarrekeningen en begrotingen van Limburg! En zo rekent iedereen zich ten onrechte rijk. Onverantwoord en ontoelaatbaar (ook dus volgens de Comptabiliteitsvoorschriften!)
Omdat dit al jaren achtereen gebeurd is, is het totale effect waarmee het Eigen vermogen (i.c. de reserves) en de afschrijvingslasten verminkt zijn, niet, althans niet uit de jaarrekening, te achterhalen.

13. Gedeputeerde Staten ontkennen niet dat er in de rekening fictieve rentelasten van ƒ 95.499 zijn opgenomen. Het opnemen van fictieve lasten geeft een onbetrouwbaar beeld van (het totaal van) de lasten. Uiteraard staan de Comptabiliteitsvoorschriften dit niet toe, in tegenstelling tot wat Gedeputeerde Staten daarover beweren. De Comptabiliteitsvoorschriften eisen in artikel 27 een betrouwbare ("getrouwe") weergave van de lasten!
(Wat Gedeputeerde Staten in de beantwoording van vraag 3B schrijven over "Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek" slaat helemaal nergens op en laat zien dat Gedeputeerde Staten totaal geen weet hebben van wat er wèl in "Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek" staat.)

14. Gedeputeerde Staten ontkennen niet dat er ten onrechte geen bedrag (i.c. een voorziening) inzake de pensioen- en wachtgeldverplichtingen van gedeputeerden (oud-gedeputeerden, maar ook zittende gedeputeerden!) in de balans is opgenomen. Anders dan Gedeputeerde Staten suggereren, zou het bedrag van deze verplichting u nog wel eens zwaar kunnen tegenvallen! Het feit dat de accountant hierover nooit gerapporteerd heeft, doet uiteraard niets aan het feit af dat deze verplichting ten onrechte niet in de balans is opgenomen.


15. Bij het verkennen van uw begroting 2002 heb ik allereerst en alleen de recapitulatie (waarvan er meerdere in uw begrotingsboekwerken zijn opgenomen) daarvan bekeken.
De samenvatting op pagina 6 in uw "begroting in een oogopslag" geeft een even hoog totaal van de baten als van de lasten, namelijk € 271,7 miljoen en een vetgedrukt saldo van € 0. De recapitulatie op pagina 235 van uw "meerjarenbegroting 2002-2005" geeft eveneens een saldo van € 0. Ook de recapitulatie op pagina 236 van hetzelfde boekwerk eindigt met een saldo van € 0. Ook in de recapitulatie op pagina 285 van hetzelfde boekwerk zijn de lasten even hoog als de baten (in dit geval, anders dan in uw "begroting in een oogopslag" (!) € 436.909.893), wat een saldo van (alweer) € 0 inhoudt.
Anders dan Gedeputeerde Staten denken, is er bij mij dus geen sprake van een "schrijffout".

16. Aannemend dat als Gedeputeerde Staten € 0 schrijven, maar daarmee -/- € 5,2 (miljoen) bedoelen, moet geconcludeerd worden dat er een verschil is tussen het negatieve saldo van de begroting van € 5,2 miljoen en de achteruitgang van de reserves van € 15,2 miljoen, derhalve van € 10 miljoen. Dat betekent dat er in de begroting baten en lasten van per saldo € 10 miljoen niet verwerkt zijn (of met tegengestelde posten geneutraliseerd). Mijn conclusie dat de lasten de baten overtreffen met € 15,2 miljoen (ƒ 33,5 miljoen) was wel degelijk juist! Gedeputeerde Staten ontkennen dat niet!


17. Anders dan Gedeputeerde Staten stellen in de beantwoording van vraag 5, is de stand van de reserves ultimo 2000 dus niet ƒ 265.243.147 maar een ander, zij het niet uit de jaarrekening af te leiden, bedrag. Ten minste zijn de reserves te laag voorgesteld doordat daarop (tot een onbekend bedrag) vaste activa op in mindering zijn gebracht en zijn de reserves te hoog voorgesteld doordat in de balans de pensioen- en wachtgeldverplichtingen jegens (oud)gedeputeerden niet tot uitdrukking zijn gebracht. Zoals ik ook in mijn brief van 11 oktober 2001 schreef, ontbreekt in uw jaarrekening (wettelijk voorgeschreven!) toelichting bij de reserves en bij de voorzieningen. Hierdoor is (voor mij en andere lezers) niet te zien of reserves terecht als "reserves" zijn aangeduid en of voorzieningen terecht als "voorzieningen" zijn aangeduid. De (i.c. mijn) ervaring leert dat daaraan in alle door mij onderzochte jaarrekeningen van gemeenten en provincies veel tot zeer veel schort. Dus waarom niet in de jaarrekening van Limburg?


18. Het antwoord van Gedeputeerde Staten op vraag 6 ("Wat is het werkelijk saldo van de baten en lasten van de provincie over 2000?") met: "Conform de provinciale jaarrekening bedraagt het rekeningsaldo 2000 ƒ 64.590.299" is geen passend antwoord op de gestelde vraag. Immers, het is juist dat de rekening eindigt met een saldo van ƒ 64.590.299, maar dat was de vraag niet. De vraag was wat het saldo van de (= alle) baten en lasten over 2000 was, derhalve van de baten en de lasten binnen en buiten de rekening.
Het saldo van alle baten en lasten is dus volgens de jaarrekening niet ƒ 65 miljoen, maar ƒ 93 miljoen!

19. Jaarrekeningen en begrotingen die bovenstaande tekortkomingen vertonen, zijn naar mijn mening hoogst onbetrouwbaar.


20. Jaarrekeningen en begrotingen van een provincie of gemeente die bovenstaande tekortkomingen vertonen, voldoen naar mijn mening niet aan de daarvoor geldende wettelijke voorschriften, i.c. de Comptabiliteitsvoorschriften. Wat dacht u van:
Uw jaarrekening en begroting zijn flagrant in strijd met al deze bepalingen!


Ik heb de hoop u met deze reactie geholpen te hebben uw mooie provincie op een verantwoorde wijze te besturen en op een verantwoorde en integere wijze daarover verantwoording af te leggen.


Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met hoogachting en vriendelijke groet,

L.W. Verhoef