Dossier: Limburg
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 18 januari 2002

Provinciale Staten van
Provincie Limburg
Limburglaan 10
6229 GA Maastricht

Betreft: Jaarrekening 2000
            Mijn brieven d.d. 11 oktober 2001 en 31 oktober 2001
            Uw brief d.d. 16 januari 2002

Geachte Staten,

Met mijn brief van 11 oktober 2001, aangevuld met mijn brief van 31 oktober 2001 deed ik u enige opmerkingen toekomen betreffende de kwaliteit, i.c. de onbetrouwbaarheid, van uw jaarrekening 2000. De jaarrekening is onbetrouwbaar, omdat deze geen betrouwbaar beeld geeft van de reserves, de vaste activa en de verplichtingen, en geen betrouwbaar beeld geeft van de baten en de lasten en het saldo daarvan. De jaarrekening voldoet (dus) ook niet aan belangrijke wettelijk daaraan gestelde eisen.

In mijn brief gaf ik onder andere aan dat het saldo van de baten en lasten over 2000 niet ƒ 65 miljoen is, waarmee de rekening eindigt, maar volgens de jaarrekening in werkelijkheid ƒ 93 miljoen. Dit is het gevolg van het feit dat circa ƒ 27 miljoen aan baten en lasten niet in de rekening is opgenomen. Niet alleen dat u uzelf hierdoor een verkeerd beeld voorhoudt van de financiële positie van Limburg, u doet dat ook, en dat is vele malen erger, aan de burgers aan wie u rekening en verantwoording moet afleggen.

Met brief van 16 januari jl. reageerde uw Commissie van Onderzoek op mijn opmerkingen.

Met verbazing heb ik kennis genomen van de reactie van de commissie. Het enige dat de commissie gedaan heeft, is de accountant naar zijn mening vragen en daarna de accountant napraten zonder een zelfstandig onderzoek uitgevoerd te hebben. De reactie komt er dus op neer dat, omdat de accountant meent dat het allemaal in orde is (wat is nu eigenlijk in orde?), de jaarrekening dus betrouwbaar is, wèl een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie en wèl een betrouwbaar beeld geeft van de baten en de lasten en het saldo daarvan? Dat zou een merkwaardige redenering zijn.
Bovendien was uw accountant niet de meest gerede instantie om om onderzoek te vragen. Uw accountant zal zeker niet van de jaarrekening zeggen dat die niet in orde is en dat dus zijn accountantsverklaring ten onrechte goedkeurend was.

Ik (en naar ik aanneem ik niet alleen) vind een jaarrekening (respectievelijk begroting) onbetrouwbaar als:
Ik vind een jaarrekening (respectievelijk begroting) niet voldoen aan de Comptabiliteitsvoorschriften als:
Uw jaarrekening (en begroting?) is flagrant in strijd met al deze bepalingen!

Een jaarrekening (en begroting) moet allereerst een betrouwbaar documenten zijn. Of die jaarrekening ook nog wel of niet voldoet aan toevallige wettelijke bepalingen als de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, is van veel minder belang. Wat heb je aan een koortsthermometer die wèl voldoet aan zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften maar de verkeerde temperatuur aangeeft? Het zou volstrekt onverantwoord zijn bij een doodzieke patiënt daarmee de temperatuur op te nemen! Wat heb je aan een kompas dat wèl voldoet aan de Comptabiliteitsvoorschriften maar de verkeerde richting aangeeft? Het zou volstrekt onverantwoord zijn daarmee een vliegtuig of schip te besturen! Wat heb je aan een jaarrekening of een begroting die wèl voldoet aan de Comptabiliteitsvoorschriften maar een geheel verkeerd beeld geeft van de financiële positie, van de baten en de lasten en van het saldo daarvan? Het zou volstrekt onverantwoord zijn daarmee een gemeente of provincie te besturen en daarmee rekening en verantwoording af te leggen!

Wat de goedkeurende accountantsverklaring betreft: uw accountant zou niet de eerste zijn die ten onrechte een goedkeurende verklaring aan een jaarrekening heeft gehecht.

Het commentaar van Deloitte & Touche op mijn brieven geeft mij aanleiding tot enige opmerkingen.

1.  In mijn brief van 31 oktober jl. had ik expliciet aangegeven dat de jaarrekening (c.q. begroting) niet voldoet aan artikel 27 (volledigheid rekening) van de Comptabiliteitsvoorschriften. Opvallend is dat de reactie van Deloitte & Touche nergens ontkent dat er inderdaad baten en lasten buiten de rekening zijn gebleven!

2.  Het is mij volstrekt een raadsel hoe je aan de redactie van het door Deloitte & Touche genoemde artikel 49 zou kunnen afleiden dat het volgens de Comptabiliteitsvoorschriften zou zijn toegestaan (1) baten en/of lasten buiten de rekening te laten en buiten de rekening om rechtstreeks toe te voegen aan respectievelijk in mindering te brengen van het eigen vermogen, en (2) in de rekening (c.q. begroting) bedragen op te nemen die geen baten en/of lasten zijn. Het eerste zou in strijd zijn met artikel 27 dat expliciet voorschrijft alle baten en alle lasten in de rekening moeten worden opgenomen en dat het saldo van de rekening het saldo van alle baten en lasten moet zijn.
Het tweede zou helemaal te gek zijn voor woorden.
(Bedenk hierbij dat toevoegingen respectievelijk onttrekkingen aan reserves geen lasten respectievelijk geen baten zijn. De gemeente wordt er niet armer of rijker van. Het betreft slechts verschuivingen tussen bestanddelen van het eigen vermogen, i.c. verschuivingen tussen reserves!)
(Het gaat thans te ver om de herkomst van de redactie van artikel 49 en het waarom van de taalkundig uiterst ongelukkige formulering aan te geven en uit te leggen. Ik was er bij toen de Comptabiliteitsvoorschriften gemaakt werden: een uiterst beschamende en dus uiterst droevige vertoning!)
Wat artikel 49 wèl voorschrijft (c.q. poogt voor te schrijven), is welke mutaties in de reserves (per reserve) ten minste afzonderlijk moeten worden vermeld. Artikel 49 heeft het over de reserves en de toelichtingen daarbij en de specificatie van de wijzigingen daarin. Artikel 49 heeft het niet over de rekening (c.q. begroting)! Artikel 49 staat in Hoofdstuk Vlll "De balans en de toelichting daarop" (artikel 33 - 56); de artikelen over de rekening staan in Hoofdstuk Vll "De rekening van baten en lasten en de toelichting daarop" (artikel 27 - 32).

3.  
De reactie van Deloitte & Touche erkent dat er investeringen niet op de balans zijn geactiveerd en dat (dus) de jaarlijkse afschrijvingen daarop niet in de rekening zichtbaar worden gemaakt. Dus mijn kritiek dat in de rekening afschrijvingslasten ontbreken, is terecht!
Maar wat een onzin door uw accountant over een "netto-methode" en een "bruto-methode". Uw accountant weet (alweer) niet waar hij het over heeft. De keuze tussen de zogenoemde "netto-methode" en de "bruto-methode" heeft te maken met de verwerking van voor investeringen ontvangen subsidies, namelijk als aftrekpost op de investeringsbedragen (netto-methode) dan wel als passiefpost op de balans (onder het vreemd vermogen, bijvoorbeeld onder de voorzieningen!) tegenover het bruto-investeringsbedrag aan de actiefzijde van de balans bruto-methode). Beide methoden leiden uiteraard tot eenzelfde vermogensprestatie. En dat is wel iets heel anders dan het op het eigen vermogen ineens afboeken van investeringsbedragen wat in Limburg gebeurt!

4.  
Deloitte & Touche erkent dat in de rekening rentelasten zijn opgenomen over niet bestaande schulden!
Wat betreft het "toerekenen van rente aan reserves" bestaat (uiteraard) geen enkel bezwaar tegen het toevoegen van een rentebedrag aan een of meer reserves. Het bedrag mag echter niet, wat ten onrechte in de Limburgse rekening gebeurt, als kostenpost in de rekening van baten en lasten verschijnen; het is immers geen kostenpost. Het bedrag is aan niemand verschuldigd of betaald!
Uiteraard staan de Comptabiliteitsvoorschriften niet toe onder de lasten fictieve lasten op te nemen!

5.  
Zoals ik aangaf in mijn brief van 11 oktober 2001 mist uw jaarrekening wettelijk voorgeschreven (!) onontbeerlijke toelichting bij de reserves en de voorzieningen. Deloitte & Touche stelt in zijn reactie dat de in de jaarrekening opgenomen toelichting voldoet aan "de vigerende CV". Hoe zou dat kunnen als die toelichting gewoonweg ontbreekt? (Weliswaar is in de jaarrekening een opsomming van de reserves en de voorzieningen opgenomen, maar dat is uiteraard wat anders dan een toelichting daarbij!)

6.
 Wat een onzin door Deloitte & Touche over een "besluitvormingsmodel"!
Het gaat om het verschaffen van betrouwbare informatie en om het voldoen aan wettelijke bepalingen!
Als u met elkaar besluit om een onbetrouwbare jaarrekening en begroting op te maken en vast te stellen, dan mag die jaarrekening en begroting volgens uw besluit zijn opgemaakt, het is en blijft een onbetrouwbare jaarrekening en begroting!

En wat een onzin over een "bedrijfseconomisch model". Net zoals het woord "besluitvormingsmodel" een gelegenheidsterm, ter plekke uitgevonden om de kern van de zaak te ontlopen! Een provincie is geen bedrijf (of misschien toch wel?) en de discussie heeft helemaal niets met bedrijfseconomische modellen (wat zijn dat?) te maken. Uw jaarrekening is onbetrouwbaar en dat heeft helemaal niets te maken met zoiets als een "bedrijfseconomisch model"!
En wat een onzin over verschillen tussen "een op de winstmaximalisatie gerichte huishouding" en een "bestedingshuishouding". Omdat een provincie een zogenoemde "bestedingshuishouding" is, mag die de geïnteresseerde belastingbetalers een misleidend beeld voorhouden?
En wat een onzin over "eigenheid van publieke organisaties". Vanwege deze "eigenheid" (wat dat ook zijn moge) mag een dergelijke organisatie in haar jaarrekening een misleidend beeld van de financiën geven?

Overigens, en daar blijf ik steeds en steeds op hameren: het gaat mij (in eerste instantie) er niet om of de jaarrekening (van Limburg) wel of niet voldoet aan de Comptabiliteitsvoorschriften en of de Comptabiliteitsvoorschriften wèl of niet toestaan onbetrouwbare jaarrekeningen (en begrotingen) op te stellen, maar om het feit dat de jaarrekening uiterst onbetrouwbaar is. Daarmee is de jaarrekening ten minste in strijd met artikelen 3, 27 en 33 van de Comptabiliteitsvoorschriften die een betrouwbare jaarrekening voorschrijven! En daardoor is de eerste bewering in de accountantsverklaring, namelijk dat de jaarrekening betrouwbaar is, onjuist! Daarmee is ook de tweede bewering in de accountantsverklaring, namelijk dat de jaarrekening voldoet aan de wettelijke voorschriften, onjuist!)

Kortom,
   Naar mijn mening is de reactie van Deloitte & Touche een uiterst droevige reactie die op geen enkele wijze ontkracht wat ik in mijn eerdere brieven beweerde. Integendeel zelfs, de reactie bevestigt wat ik u schreef.
(Wat zal deze reactie van Deloitte & Touche provincie Limburg gekost hebben?)

Zoals ik in mijn eerdere brieven al aangaf, is, om dezelfde redenen als waarom uw jaarrekening onbetrouwbaar en dus misleidend is, ook uw begroting een hoogst onbetrouwbaar document en is het hoogst onverantwoord daarmee Limburg te besturen.

Ik raad u aan met bovenstaande reactie mijn brief van 11 oktober 2001 (opnieuw) te lezen en daaruit als zichzelf verantwoordelijk voelend bestuur de passende consequenties te trekken.
Het heeft alles te maken met "integriteit van het openbaar bestuur"!!

Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef