Dossier: Noord-Holland
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 9 september 1999

Provinciale Staten van
Provincie Noord-Holland
Postbus 123
2000 MD Haarlem

Betreft: Jaarrekening 1997
            Uw brief d.d. 31 augustus 1999

Geacht provinciebestuur,

Met mijn brief aan u van 5.2.1999 gaf ik u aan dat uw jaarrekening 1997 een hoogst onbetrouwbaar beeld gaf van de baten en de lasten over 1997, van het saldo daarvan en van de financiële positie van de provincie Noord-Holland einde 1997.
Uw rekening (van baten en lasten) over 1997 sloot met een saldo van ƒ 9,3 miljoen, suggererend dat dit het saldo van alle baten en lasten over 1997 was. De jaarrekening 1997 als geheel geeft echter aan dat het saldo van alle in de jaarrekening opgenomen baten en lasten geen ƒ 9,3 miljoen maar ƒ 415,5 miljoen was. En dat is wel iets anders.
Wellicht waren sommige van uw besluiten anders uitgevallen als u dit geweten had!
Aan uw jaarrekening zelf viel ook te ontlenen dat het als omvang van de reserves gepresenteerde bedrag van ƒ 1.374 miljoen ook geheel en al onjuist was.
Aan de jaarrekening zelf valt ook te ontlenen dat veel baten en lasten volkomen verkeerd bepaald en dus volkomen verkeerd weergegeven zijn.
Kortom, uw jaarrekening gaf heel veel cijfers en teksten, behalve inzicht in de werkelijke omvang van de baten en de lasten, van het saldo daarvan en van de omvang van de reserves.
Om deze reden is het volstrekt onverantwoord, zo vind ik, om op basis van dit soort onbetrouwbare en gebrekkige informatie een provincie te besturen.

U kunt ervan uitgaan dat inmiddels ook uw jaarrekening 1998, uw begroting 1999 en binnenkort uw begroting 2000 even onbetrouwbaar zijn als de jaarrekening 1997.

Met uw brief van 31.8.1999 deed u mij uw reactie hierop toekomen. Deze reactie heeft mij hogelijkst verbaasd, reden waarom ik daarop reageer.

Het begint ermee dat u uw accountant gevraagd heeft te bevestigen dat mijn conclusies gebaseerd zijn op een onjuiste interpretatie van de Comptabiliteitsvoorschriften.
Wat zou er gebeurd zijn als u uw accountant gevraagd had te bevestigen dat mijn conclusies gebaseerd waren op een juiste interpretatie van de Comptabiliteitsvoorschriften?
Waarom heeft u dit gevraagd aan uw eigen accountant? U hoeft van uw eigen accountant niet te verwachten dat hij zou toegeven dat de jaarrekening inderdaad een volkomen misleidend beeld geeft van de werkelijkheid. Hij zou daarmee een vernietigend oordeel over zijn eigen werk geven: hij had die jaarrekening immers eerst van een goedkeurende verklaring voorzien?
Kortom, uw accountant was niet de beste adviseur in deze aangelegenheid!

Voorts hebben mijn conclusies over de onbetrouwbaarheid van uw jaarrekening(en en begrotingen) niets te maken met interpretaties van de Comptabiliteitsvoorschriften. De vraagstelling die ik opriep was: is het waar wat de jaarrekening aangeeft, is het waar dat er baten en lasten buiten de rekening zijn gelaten, is het waar dat er verplichtingen onder de reserves zijn opgenomen, is het waar dat er afschrijvingslasten ontbreken, is het waar dat de rentelasten te hoog zijn weergegeven, is het waar dat er verplichtingen in de balans ontbreken?
De vraagstelling was (op de eerste plaats) niet: voldoet uw jaarrekening aan (bepaalde interpretaties van) de Comptabiliteitsvoorschriften. Ik denk dat de meeste lezers van uw jaarrekening, waaronder uzelf, dit ook volstrekt onbelangrijk vinden. Overigens ken ik geen enkele wettelijke bepaling die zegt: Het is gemeenten toegestaan onbetrouwbare jaarrekeningen op te maken en voor betrouwbaar door te laten gaan! Maar ook al zou zo'n bepaling bestaan, onbetrouwbaar blijft onbetrouwbaar!
Wat heeft u liever: een betrouwbare jaarrekening of een jaarrekening die voldoet aan de Comptabiliteitsvoorschriften?

De reactie van uw accountant verbaast mij ook hogelijkst. 8 Pagina's volstrekt irrelevante en hoogst wollige tekst. Ik denk dat niemand van u de tekst, zo u die al gelezen heeft, begrepen heeft. Dat zou ook niet kunnen, want de tekst heeft nauwelijks betrekking op mijn brief, gaat daar niet of nauwelijks op in, en is op onderdelen inconsistent.
Het begint er al mee, wat u ook zelf in uw brief schrijft, dat ik de verslaggevingsrichtlijnen voor het bedrijfsleven (wat dat "bedrijfsleven" ook moge zijn) als referentiekader zou hebben genomen. Wat een onzin! Nergens in mijn brief heb ik dit gedaan of daarnaar verwezen. Natuurlijk weet ik heel goed dat de voor u geldende wetgeving niet Burgerlijk Wetboek boek 2 titel 9 is, maar de Comptabiliteitsvoorschriften. Waar ik in mijn brief naar relevante wetgeving verwees, verwees ik naar de Comptabiliteitsvoorschriften. Ik geef u in overweging bijvoorbeeld eens naar Comptabiliteitsvoorschriften artikel 9 en artikel 27 te kijken. Daar staat dat u, om misverstand te voorkomen, verplicht bent alle baten en lasten in de rekening, respectievelijk begroting, op te nemen, en dat het saldo van de rekening, respectievelijk begroting, het saldo van alle baten en lasten moet zijn. Ùw rekening voldoet dus niet aan die eis, want u heeft (zelfs omvangrijke) baten en lasten buiten de rekening gelaten! Uw brief zegt dat ik volkomen ongelijk heb. De brief van uw accountant ontkent nergens dat er inderdaad baten en lasten buiten de rekening gebleven zijn. Uit het feit dat zijn reactie 8 pagina's irrelevante en uiterst wollige tekst beslaat zonder ontkenning van mijn opmerking, kunt u gerust afleiden dat er inderdaad baten en lasten buiten de rekening gebleven zijn. Uit wat uw accountant u bijvoorbeeld schrijft vanaf halverwege op pagina 3 van zijn brief: "Als nu bijvoorbeeld kosten rechtstreeks wordt (bedoeld wordt waarschijnlijk: "worden"; LWV) afgeboekt van het eigen vermogen ...." kunt u de bevestiging lezen van wat ik u schreef over baten en lasten die buiten de rekening zijn gelaten en buiten de rekening om rechtstreeks in de balans zijn verwerkt. Wie had het over mijn ongelijk? Weet u wel hoeveel baten en lasten er buiten de rekening zijn gelaten? Weet u wel wat het saldo van alle baten en lasten was, dus inclusief van de baten en lasten die buiten de rekening zijn gelaten?

Uit de reactie van uw accountant kunt u eveneens afleiden dat er inderdaad verplichtingen in de balans ontbreken en dat de Voorziening uitgestelde intenties inderdaad geen voorziening, i.c. verplichting (jegens derden) representeert. Uw accountant bevestigt dit zelfs!
Wat er in uw rekening gebeurd is, is dat daarin bedragen als lasten van activiteiten zijn opgenomen die niet in verslagjaar hebben plaatsgevonden, maar (wellicht) in de toekomst gaan plaatsvinden, en dat van activiteiten die wel hebben plaatsgevonden te weinig aan lasten zijn opgenomen, omdat die lasten in vorige jaren als lasten zijn verantwoord. Ook wat dit laatste betreft, voldoet uw jaarrekening uiteraard niet aan de Comptabiliteitsvoorschriften. De Comptabiliteitsvoorschriften verplichten tot het opnemen van de lasten van de activiteiten van het verslagjaar en verbieden om bedragen als lasten te presenteren die betrekking hebben op de activiteiten die pas (misschien) in een volgend jaar gaan plaatsvinden.

Uit de reactie van uw accountant kunt u afleiden dat de rentelasten inderdaad met ƒ 17 miljoen te hoog zijn weergegeven. Uw accountant ontkent het niet, integendeel, hij bevestigt het! Leest u het zelf op pagina 7 van zijn brief onder "Toerekening van de rentelasten".
Uw accountant ontkent ook nergens dat de afschrijvingslasten te laag zijn weergegeven zoals ik beweerde.

Merkwaardig is bijvoorbeeld de redeneertrant van uw accountant. Op pagina 6 (2e alinea) legt hij mij in de mond: "Blijkens zijn brief is de heer Verhoef geen voorstander om reeds bij de begroting stortingen en onttrekkingen (in respectievelijk aan de reserves; LWV) te ramen." Ik ben daar beslist gèèn tegenstander van, laat staan dat het tegendeel uit mijn brief zou blijken.

Merkwaardig is ook wat uw accountant opmerkt over zijn eigen taakopvatting onderaan pagina 5. Moet ik daaruit concluderen dat, als u besluit om bijvoorbeeld de personeelskosten voor maar 75% van de werkelijke kosten in de rekening op te nemen en daardoor in uw rekening dus (opzettelijk) een onjuist beeld geeft van de personeelskosten, uw accountant desondanks verklaart dat de rekening een betrouwbaar beeld van de kosten geeft, alleen omdat de rekening conform uw besluit is opgemaakt? Zou een accountant in een dergelijke situatie niet de plicht hebben te verklaren dat de jaarrekening een verkeerd beeld van de personeelskosten geeft? Een rekening is toch geen "weergave van besluiten", maar moet toch weergeven wat de activiteiten van het betreffende jaar gekost hebben (dankzij of zelfs ondanks uw besluiten)?

Ik denk dat u nu beter begrijpt waarom ik voor uw jaarrekening 1997 (en de jaarrekening 1998 en de begrotingen 1999 en 2000) geen cent geef. Alles rijp voor de open haard (hoewel dat vanwege de helaas gebruikte drukinkt uit milieu-overwegingen toch ook weer niet zo'n goed voorstel is!)

Ik verneem van u?

Met vriendelijke groet,

L.W. Verhoef