drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 22 september 2011
Provinciale Staten van
provincie Noord-Holland
Postbus 123
2000
MD Haarlem
Betreft:
Begroting
2012 van provincie Noord-Holland
Geachte
Staten,
Voor
u als Provinciale Staten is de begroting van uw provincie een uiterst
belangrijk document. Op basis van de begroting beslist u over de
hoogte van de provinciale belastingen en heffingen en over het wel of
niet doorgaan van belangrijke activiteiten. Met de begroting geeft u
(al dan niet) toestemming aan het provinciebestuur tot het uitvoeren
van de in de begroting vermelde activiteiten en tot het uitgeven van
de daarvoor in de begroting opgenomen gelden. Ook voor de
(geïnteresseerde) burgers is de begroting belangrijk. Met de
begroting legt u samen met het provinciebestuur rekening en
verantwoording af aan de burgers over de voorgenomen aanwending van
de belastingmiddelen. Het is dus erg belangrijk dat de begroting
betrouwbare informatie bevat.
Is
de begroting 2012 van provincie Noord-Holland betrouwbaar?
Ik
doe al enige jaren onderzoek naar jaarrekeningen en begrotingen van
gemeenten en provincies. Mijn conclusie is dat de jaarrekeningen en
begrotingen van veel gemeenten en provincies onbetrouwbaar en dus
misleidend zijn. Wat betreft de jaarrekeningen: ondanks de
goedkeurende accountantsverklaringen daarbij die het tegendeel
beweren.
Veelal
geldt dat voor de presentatie van de baten en de lasten en het saldo
daarvan. Het geldt veelal ook voor de presentatie van de financiële
positie.
Het
geldt ook voor de jaarrekeningen van provincie Noord-Holland. Het
geldt ook voor de Begroting 2012 van provincie Noord-Holland.
Ik
maak bij deze begroting de volgende opmerkingen:
1. In
de Inleiding alsook op verschillende andere plaatsen staat telkens te
lezen dat de Begroting 2012 sluit met een voordelig saldo van
opbrengsten en kosten van € 15.268.000. Ook in het
meerjaren-overzicht op pagina 205-207 sluit de kolom betreffende 2012
met een voordelig saldo van € 15.268.000. In datzelfde
overzicht sluit de kolom 2013 met een voordelig saldo van
€ 10.165.000, de kolom 2014 met een voordelig saldo van
3.390.000 en de kolom 2015 met een voordelig saldo van € 2.436.000,
hiermee suggererend dat dit de begrote/verwachte saldi van
opbrengsten en kosten zijn. Echter, niets is minder waar!
2. Het
saldo van de opbrengsten en kosten over 2012 is NIET € 15.268.000.
Het
WERKELIJKE saldo van de baten en de lasten volgt uit een
vermogensvergelijking, d.w.z. het werkelijke saldo van de opbrengsten
en de kosten is exact gelijk aan de toename of afname van het Eigen
vermogen.
Uit
de vermogensvergelijking (met gegevens van pagina 225-229) volgt:
Eigen
vermogen per 31.12.2012: € 908.562.000
Eigen
vermogen per 31.12.2011: 991.282.000
2012:
Begroot NADELIG SALDO € - 82.720.000
3. De
werkelijke saldi van de opbrengsten en kosten over jaren 2013-2015
zijn op dezelfde wijze (met de gegevens van pagina 225-229) te
berekenen als:
2013:
Eigen
vermogen per 31.12.2013: € 815.425.000
Eigen
vermogen per 31.12.2012: 908.562.000
2013:
Verwacht NADELIG SALDO € - 93.137.000
2014:
Eigen
vermogen per 31.12.2014: € 778.133.000
Eigen
vermogen per 31.12.2013: 815.425.000
2014:
Verwacht NADELIG SALDO € - 37.292.000
2015:
Eigen
vermogen per 31.12.2015: € 726.782.000
Eigen
vermogen per 31.12.2014: 778.133.000
2015:
Verwacht NADELIG SALDO € - 51.351.000
4. Volgens
pagina 225 zal het Eigen vermogen per 31.12.2011 naar verwachting
€ 991.282.000 bedragen. Het Eigen vermogen per 31.12.2010
bedraagt volgens de jaarrekening 2010 € 1.413.824.000 (volgens
pagina 225 van het begrotingswerk € 1.386.975.000). Dat
betekent dat het provinciebestuur een nadelig saldo van opbrengsten
en kosten over 2011 verwacht van (€ 991.282.000 - €
1.386.975.000 =) nadelig € 395.693.000. Was u dat al
medegedeeld? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot de door u goedgekeurde
begroting(swijzigingen)?
5. Met
mijn brieven aan u in de afgelopen jaren liet ik u telkens weten dat
de jaarrekeningen van de provincie eveneens misleidend zijn. Het
provinciebestuur deed het in de jaarrekening 2010 voorkomen of de
provincie in dat jaar € 27 miljoen had overgehouden. In
werkelijkheid leed de provincie in dat jaar een verlies van € 120
miljoen. Tezamen met het verwachte verlies over 2011 van € 396
miljoen zal de provincie in de jaren 2010-2011 een verlies geleden
hebben van € 516 miljoen.
6. De
verliezen van de jaren 2010-2011 betekenen dat er dus in deze periode
€ 516 miljoen meer is uitgegeven dan er werd ontvangen. Deze €
516 miljoen zijn uiteraard geleend bij financiële instellingen. Het
betekent voortaan een extra rentelast van (bij 5% rente) 5% x € 516
miljoen = € 26 miljoen. Wanneer u de begroting 2012
ongewijzigd goedkeurt, stijgen de rentelasten van de komende jaren
nog eens met 5% x € 83 miljoen = € 4 miljoen, tezamen een
stijging van € 30 miljoen.
7. In
de begroting komen dezelfde fouten voor als die ik reeds signaleerde
in de jaarrekeningen van de afgelopen jaren en waarvoor ik met mijn
brieven u herhaaldelijk gewaarschuwd heb. Het
betekent dat kosten als afschrijvingskosten, personeelskosten en
verschillende onderhoudskosten verkeerd in de begroting zijn
opgenomen.
8. Door
het hele begrotingsboekwerk heen komt heel veel allemaal faliekante
ONZIN voor over bijvoorbeeld reserves, voorzieningen,
weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit met zelfs een berekening
van de onzin, iets als "arbeidskosten gerelateerde
verplichtingen", treasury, en een of ander niet relevant
EMU-saldo. Deze nonsens zet de (niet ervaren) statenleden en andere
gebruikers geweldig op het verkeerde been. Dit soort verhalen zijn
zeker ook strijdig met de wettelijke voorschriften (i.c. het BBV) dat
in artikel 3 een begroting eist die voor statenleden
begrijpelijk is.
9. In
de begroting wordt u per programma toestemming gevraagd tot het doen
van uitgaven. Wat voor soort uitgaven dat zijn, maakt de begroting
niet duidelijk. Aan u worden slechts totaalbedragen voorgelegd.
Hoeveel daarvan in totaal en per programma bestaan uit
personeelskosten, inzet van derden, aanwending van materialen,
afschrijvingskosten en rentelasten, wordt u niet verteld. Naar mijn
mening dient dat wel in de begroting zichtbaar gemaakt te worden,
zodat u bijvoorbeeld ook over de omvang en samenstelling van de
personeelskosten en bijvoorbeeld de inzet van derden afzonderlijk
beslist.
10. Nergens
in het begrotingsboekwerk is te vinden hoeveel de opbrengst van de
opcenten Motorrijtuigenbelasting zal zijn. Dat is blijkbaar
onbelangrijk.
11. Volgens
de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen (i.c. het BBV), die er
op de eerste plaats zijn ter bescherming van de gemeenteraads- en
statenleden, moet de begroting zodanig gepresenteerd worden dat de
lezer, en in het bijzonder IEDER statenlid, zich een "verantwoord
oordeel" kan vormen over wat er financieel aan de hand is (art
3). De begroting voldoet dus in het geheel niet aan deze eis.
Volgens
hetzelfde BBV moet de begroting per onderscheiden programma inzicht
geven in:
a.
de doelstellingen, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke
effecten;
b.
de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken.
U zou zelf eens moeten beoordelen of u dit (in voldoende mate) in uw
begroting vindt.
Conclusie
Rerst
moet het provinciebestuur zijn huiswerk over doen. Pas DAARNA, als
alles klopt en volledig is, kan en mag op verantwoorde wijze over de
begroting gesproken worden!
Graag
was ik u van dienst.
Met
vriendelijke groet,
L.W.
Verhoef