drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk
bij Duurstede,
18 april 2000
Bestuur
van het NIVRA
Postbus
7984
1008
AD Amsterdam
Betreft: Jaarrekeningen gemeenten en
provincies
Uw brief van 24 maart
2000
Geacht
bestuur,
Met
instemming heb ik kennis genomen van uw brief van 24 maart 2000 waarin u stelt
dat u het door mij bij u aan de orde gestelde probleem van de
accountantsverklaringen bij jaarrekeningen van gemeenten en provincies serieus
neemt, en waarin u mij uitnodigt voor een gesprek om de problematiek inhoudelijk
te bespreken.
Mijn
voorstel voor (een agenda van) te bespreken onderwerpen
luidt:
1. Mag een
goedkeurende accountantsverklaring gegeven worden bij een onbetrouwbare
jaarrekening?
2. Mag een
goedkeurende accountantsverklaring gegeven worden bij een jaarrekening die niet
voldoet aan de relevante wettelijke
(inrichtings)voorschriften?
3. Mag de
lezer van een jaarrekening uit de daarbij gegeven goedkeurende
accountantsverklaring terecht afleiden dat die jaarrekening een betrouwbaar
beeld geeft van:
-
de omvang van de baten en de lasten
- het saldo van de baten en de
lasten
- de financiële positie?
4. Mag de
lezer van een jaarrekening uit de daarbij gegeven goedkeurende
accountantsverklaring terecht afleiden dat die jaarrekening hem alle informatie
geeft waar hij volgens de relevante wettelijke voorschriften recht op
heeft?
5. Geeft
een rekening (van baten en lasten) een betrouwbaar beeld van de baten en de
lasten als er baten en lasten buiten de rekening om rechtstreeks worden
toegevoegd c.q. onttrokken aan het eigen vermogen en dus niet in de rekening
worden opgenomen?
6. Geeft
het saldo van de rekening een betrouwbaar beeld van het saldo van de (= alle)
baten en de lasten als er baten en lasten buiten de rekening om rechtstreeks
worden toegevoegd c.q. onttrokken aan het eigen vermogen?
7. Worden
de rentelasten betrouwbaar weergegeven als daaronder bedragen zijn opgenomen van
"rentelasten" van fictieve, niet bestaande schulden?
8. Worden
de rentelasten betrouwbaar weergegeven als daaraan bedragen ontbreken die pas nà
het verslagjaar betaald worden?
9. Worden
de afschrijvingslasten betrouwbaar weergegeven als daaraan bedragen ontbreken
van vaste activa die direct bij de aanschaf in een keer volledig zijn
afgeschreven?
of anders, meer technisch,
geformuleerd:
Is
het niet essentieel in het "stelsel van baten en lasten" dat terzake van vaste
activa de aanschafprijs als afschrijvingslasten over de jaren van gebruik pro
rata verdeeld worden?
10. Worden lasten die samenhangen met
voorzieningen, betrouwbaar weergegeven, als de betreffende voorzieningen tot
verkeerde bedragen in de beginbalans en/of eindbalans zijn
opgenomen?
11. Geeft een rekening een betrouwbaar beeld van de
baten en de lasten, c.q. geeft het saldo van de rekening een betrouwbaar beeld
van het saldo van de baten en de lasten, als onder de baten en lasten
toevoegingen respectievelijk onttrekkingen aan het eigen vermogen zijn
opgenomen?
12. Geeft een balans een betrouwbaar beeld van de
financiële positie als daarin de verplichtingen als wachtgeldverplichtingen,
pensioenverplichtingen, vakantiegeldverplichtingen
ontbreken?
13. Geeft een balans een betrouwbaar beeld van de
financiële positie als daarin transitorische, overlopende renteverplichtingen
ontbreken?
14. Geeft een balans een betrouwbaar beeld van de
financiële positie als verplichtingen als reserve onder "Eigen vermogen"
gepresenteerd worden?
15. Geeft een balans een betrouwbaar beeld van de
financiële positie als onder de voorzieningen posten/bedragen gepresenteerd
worden die in het geheel geen verplichtingen
representeren?
16. Voldoet een jaarrekening van een gemeente c.q.
provincie aan de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften als daarin
bovengenoemde verschijnselen zich voordoen, terwijl de
Comptabiliteitsvoorschriften bepalen, dat
- voor de jaarrekening het "stelsel van baten en
lasten" gehanteerd moet worden (artikel 4)
- de jaarrekening opgemaakt moet worden volgens
"normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd"
(artikel 3)
- de rekening "getrouw en duidelijk" de omvang
van alle baten en alle lasten alsmede het saldo daarvan
moet weergeven (artikel 27)
- de balans "getrouw en duidelijk" de financiële
positie moet weergeven (artikel 33)?
17. Voldoet een jaarrekening van een gemeente c.q.
provincie aan de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften als deze
Comptabiliteitsvoorschriften voorschrijven dat in de toelichting op de balans
elke reserve afzonderlijk moet worden vermeld en toegelicht (artikel 49) en deze
toelichting per reserve (gedeeltelijk of zelfs geheel)
ontbreekt?
18. Voldoet een jaarrekening van een gemeente c.q.
provincie aan de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften als deze
Comptabiliteitsvoorschriften voorschrijven dat in de toelichting op de balans
elke voorziening afzonderlijk moet worden vermeld en toegelicht (artikel 50) en
deze toelichting per voorziening (gedeeltelijk of zelfs geheel)
ontbreekt?
U
stelt voor dat ik een gespreksnotitie maak t.b.v. het gesprek en dat ik mijn
kritiekpunten motiveer a.d.h.v. door mij geconstateerde tekortkomingen.
Ik
stel voor mijn beide hierover in "de Accountant" gepubliceerde bijdragen als
gespreksnotitie te gebruiken, namelijk:
- De
accountantsverklaring bij jaarrekeningen van gemeenten: andere tekst of andere
strekking (juli/augustus 1995)
- Nogmaals: Vaste activa in de
gemeenterekening (maart 1998)
Ik
stel voor als motivering hierbij o.a. te gebruiken de brief die ik over de
jaarrekening 1996 van mijn eigen woonplaats Wijk bij Duurstede aan mijn
gemeentebestuur schreef (brief van 12 augustus 1997) in combinatie met de
reactie die ik hierop van het College van Burgemeester en Wethouders van Wijk
bij Duurstede ontving (brief van 25 september 1997) en mijn reactie daarop
(brief van 3 oktober 1997). Deze 3 brieven deed ik u al toekomen met mijn
brieven van 2 september 1997 en 6 oktober 1997 en zijn dus reeds in uw
bezit.
Voorts
kunt u als nadere motivering en toelichting mijn correspondentie met
bijvoorbeeld de gemeente Apeldoorn over de jaarrekening 1998 gebruiken. Ik voeg
deze brieven (d.d. 17 augustus 1999, 23 november 1999 en 1 december 1999) aan
deze brief toe. Soortgelijke brieven - het gaat steeds om hetzelfde, alleen de
cijfers en de mate waarin zijn steeds anders - stuurde ik de afgelopen jaren
naar verschillende andere gemeenten en provincies.
Met
mijn brief van 2 september 1997 stuurde ik u bijvoorbeeld mijn aantekeningen bij
de jaarrekening 1995 van gemeente Den Haag.
Een
opsomming van de meeste gemeenten en provincies waaraan ik dergelijke brieven
stuurde heeft u aangetroffen in mijn bijdrage op de Forum-pagina van de
Volkskrant van 25 oktober 1999.
Ik
verwijs ook naar mijn brieven aan uw bestuur van 23 oktober 1997 en 20 november
1997.
Een
schriftelijk commentaar uwerzijds op het bovenstaande zal stellig bijdragen aan
de kwaliteit van ons gesprek. Het staat u uiteraard geheel vrij u bij het
opstellen van dit commentaar te laten assisteren door door uzelf als experts
beschouwde personen.
U
spreekt over "experts op het gebied van de overheidsaccountancy". Ik ben van mening dat iets als
"overheidsaccountancy" niet bestaat, net zomin als "naamloze
vennootschaps-accountancy" of "besloten vennootschaps-accountancy" of
"stichtingenaccountancy". In mijn brief aan u van 6 oktober 1997 schreef ik
hierover: "Ik ben al lang de overtuiging toegedaan dat, als er al zoiets te
onderscheiden valt als "overheidsaccountancy", "overheidsaccountancy" inderdaad
anders is, echter niet kwantitatief, maar kwalitatief. Zoals ik u al eerder
schreef, is hier naar mijn mening noch het maatschappelijk verkeer noch de
beroepsgroep mee gediend. Vandaar dat ik u van mijn zorgen deelgenoot
maakte."
Uw
uitnodiging voor een gesprek zie ik met belangstelling tegemoet. Ik zal alleen
komen.
Hoogachtend,
L.W.
Verhoef