Ter plaatsing in 'de Accountant'
Jaarrekeningen van veel gemeenten en provincies:
broddelwerk
Accountantsverklaringen bij deze jaarrekeningen:
broddelwerk
Leo Verhoef
In 'de Accountant' van april 2006 verscheen in de rubriek 'de
Overheidsaccountant' een allerbedroevendst artikel over de nieuwe wettelijke
voorschriften voor jaarrekeningen van gemeenten en provincies, het zogenoemde
BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Het artikel
citeert uitlatingen van mij over dat nieuwe BBV en brengt ze met elkaar in een
zodanige samenhang dat ik mij volledig hiervan distantieer.
Klachten
De auteur van het artikel begint in een apart kader al met ten
onrechte te stellen: "Leo Verhoef is al jaren de grootste criticaster van de
wijze waarop gemeenten hun jaarrekening opstellen". De auteur heeft er dus
helemaal niets van begrepen. Correct was geweest: "Leo Verhoef heeft al jaren
zware kritiek op de wijze waarop veel gemeenten hun jaarrekeningen opstellen."
Dat is iets heel anders! Vervolgens zegt de auteur: "Zijn grootste klacht:
gemeenten zetten bepaalde posten, zoals pensioenverplichtingen en
vakantiegelden, verkeerd op de balans. Hierdoor doen ze zich armer voor dan ze
in werkelijkheid zijn. Zouden ze deze posten op de juiste manier vermelden, dan
zou de reden vervallen om OZB jaarlijks te verhogen." Klinkklare onzin! Door het
niet opnemen van dit soort verplichtingen doen veel gemeenten zich juist rijker
voor dan ze in werkelijkheid zijn! Mijn grootste klacht is echter dat veel
gemeenten (voor veel provincies geldt hetzelfde) allerlei baten en lasten, vaak
in grote tot zeer grote omvang, buiten de winst-en-verliesrekening laten dan wel
allerlei bedragen in de rekening opnemen die in het geheel geen baten en/of
lasten zijn. Hierdoor is wat als saldo van alle baten en lasten wordt
gepresenteerd, niet het saldo van de baten en de lasten. Veel gemeenten hebben
op deze wijze in de afgelopen jaren een heel veel lager saldo gepresenteerd dan
het werkelijke saldo. Landelijk gaat het om miljarden euro's! Met heel veel
kwalijke gevolgen van dien. Zoals zonder enige noodzaak geheven OZB of
verhogingen daarvan. Zo was het resultaat van gemeente Amsterdam over de jaren
1998-2004 niet 70 miljoen euro, zoals gemeentebestuur en accountant ons uit de
winst-en-verliesrekeningen willen laten geloven, maar in werkelijkheid zo'n 2,3
miljard euro meer. Wanneer de lezer bedenkt dat de opbrengst van de OZB in
dezelfde periode circa 960 miljoen euro bedroeg, ziet de lezer in één keer de
uiterst schadelijke gevolgen van deze ongekende boekhoudfraude. Een
boekhoudfraude overigens waarvoor Justitie z'n bed niet uit wenst te komen,
gezien de seponering van de aangifte daarover.
Voorts is mijn klacht dat er in de jaarrekening van menige
gemeente geweldig amateuristisch geknoeid wordt met de vaste activa en de
daarbij horende afschrijvingskosten, met het toch meer dan subtiele onderscheid
tussen eigen vermogen en voorzieningen, met de verwerking van vooruitontvangen
subsidies, met de verwerking van winsten op tarieven die kostendekkend zouden
moeten zijn, en met het (tot de goede hoogte) opnemen van bijvoorbeeld
pensioenverplichtingen en van zoiets als vakantiegeld- en
vakantiedagenverplichtingen, waardoor wat als eigen vermogen gepresenteerd
wordt, verre van juist is. In schrijnende tegenstelling tot alle goedkeurende
accountantsverklaringen bij deze jaarrekeningen geven deze jaarrekeningen dus in
het geheel geen betrouwbaar beeld van de omvang en de samenstelling van het
vermogen en het resultaat!
Plicht tot misleiding?
Steeds maar weer, ook door de auteur van het gewraakte artikel,
wordt gesuggereerd dat het opmaken van dit soort jaarrekeningen verplicht is
volgens de vroegere Comptabiliteitsvoorschriften en nu (vanaf de jaarrekening
2004) het nieuwe BBV. Deze bewering is grotendeels onjuist (het is hier niet de
plaats dit verder uit te werken), maar helaas deels wèl juist. In ieder geval is
de bewering onjuist voor het buiten de rekening laten van baten en lasten. De CV
schreven in artikel 27 zelfs expliciet voor dat de rekening het saldo van alle
baten en lasten moest weergeven. Helaas was de praktijk dus anders.
Wat betekent dit voor de accountantsverklaring? In zoverre het
opvolgen van (vermeende interpretaties van) CV c.q. BBV leidt tot een
onbetrouwbare (in het vreemde accountantsjargon: niet getrouwe) weergave van
omvang en samenstelling van vermogen en van resultaat, moet de paragraaf in de
accountantsverklaring over de betrouwbaarheid dus luiden: "Geeft geen
betrouwbaar (c.q. getrouw) beeld" en moet de paragraaf over het al dan niet
voldoen aan de wettelijke voorschriften luiden: "in overeenstemming met CV c.q.
BBV". Wanneer echter de voorkeur wordt gegeven aan het opmaken van een
betrouwbare jaarrekening (om eens een blijkbaar ongedachte mogelijkheid te
noemen) die in voorkomende gevallen in strijd is met CV c.q. BBV, zal de
accountantsverklaring moeten luiden: "Geeft een betrouwbaar (c.q. getrouw)
beeld; voldoet niet aan CV c.q. BBV". Just as simple as that. Echter, dit soort
accountantsverklaringen ben ik nog nooit tegengekomen. Vandaar mijn opschrift
boven dit artikel.
Flauwekul
Wat betreft het nieuwe BBV: een en al broddelwerk! Het valt buiten
het bestek van dit artikel hier diep op in te gaan. Uit het gewraakte artikel
blijkt dat de auteur er niet veel van begrepen heeft. De auteur heeft het over
een relatie tussen dualisme en invoering van het BBV. Die relatie is er niet!
Dualisme houdt in dat wethouders geen lid zijn van de gemeenteraad. Niet meer
(en niet minder). Dat heeft dus helemaal niets te maken met de inrichting van
een jaarrekening. Volgens het BBV heet de winst-en-verliesrekening
"Programmarekening". Wat een flauwekul! Laten ze bij de overheid toch
alsjeblieft gewoon Nederlands praten! Laten we het beestje gewoon bij z'n naam
blijven noemen: "Winst-en-verliesrekening" of "Rekening van baten en lasten".
Dan begrijpt iedereen waar je het over hebt.
Volgens het BBV wordt de inrichting van de begroting en de
rekening over gelaten aan de gemeenteraad. Gevolg: die inrichting is dus in veel
gevallen om te huilen! Zo heeft bijvoorbeeld gemeente Rotterdam haar begroting
en jaarrekening, met een omvang van circa 4,6 miljard euro, opgedeeld in slechts
14 nietszeggende posten als "Veiligheid", "Volksgezondheid", "Milieu", etc. Aan
een dergelijke begroting en jaarrekening heb je dus helemaal niets.
In tegenstelling tot wat de auteur zegt, is die
"programmarekening" wel degelijk functioneel ingedeeld! De auteur weet kennelijk
niet wat een functionele indeling is. De auteur meldt (met instemming?) dat
volgens het BBV een categoriaal ingedeelde winst-en-verliesrekening niet meer
verplicht is. Dat klopt. Maar wat was er mis met de in de CV opgenomen
verplichting tot het (ook) opnemen van een dergelijke rekening? Wat is er mis
aan als gemeenteraadsleden kennis nemen van en beslissen over de totale omvang
van de personeelskosten, de afschrijvingskosten en de rentebaten en -lasten? Wat
was er mis met de wèl in de CV maar niet in het BBV opgenomen verplichting tot
het geven van een nadere specificatie van die personeelskosten, rentekosten en
afschrijvingen? Wat was er mis met de wèl in de CV maar niet in het BBV
opgenomen verplichting tot het geven van een specificatie van de geldstromen die
omgaan in de grondexploitatieprojecten? Dat zijn vaak projecten waar heel veel
geld in om gaat en bijzondere risico's aan zijn verbonden.
En dan al dat domme geklets over Burgerlijk Wetboek en de
vergelijking van CV c.q. BBV met het BW. Het was wenselijk geweest dat de makers
van dat BBV eens wat meer gekeken hadden naar dat BW. De kwaliteit van wetgeving
is in het BW van een heel veel hoger gehalte dan in dat BBV. Het gebruik van
termen als "Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van
vergelijkbaar volume" (alleen al grammaticaal en ook inhoudelijk klopt er niks
van dit soort taalgebruik!) en een nonsens-onderscheid tussen "Investeringen in
de openbare ruimte met een maatschappelijk nut" en "Investeringen met een
economisch nut" zijn geen ridicule pogingen tot het creëren van een vakjargon
bij een zogenaamde
eigenheid, maar er worden vergaande gevolgen aan
verbonden, leidend tot misleidende jaarrekeningen. Toepassing van het BBV leidt
tot een grote janboel waar het gaat over de verwerking van bijvoorbeeld
pensioenverplichtingen en zoiets als vakantiegeld- en
vakantiedagenverplichtingen en de daarbij behorende kosten. Toepassing van het
BBV leidt tot een grote janboel waar het gaat over de verwerking van (sommige)
vaste activa en de daarbij behorende afschrijvingskosten. En wat te zeggen van
zoiets als een "Resultaat voor bestemming" en een "Resultaat na bestemming"?
Beide bestaan niet! Er is maar één resultaat, en dat is het resultaat, dat wil
zeggen: het saldo van de baten en de lasten.
Alweer een mythe doorgeprikt
De auteur heeft het over zoiets als
eigenheid van
gemeenten, een regelmatig terugkerend begrip in die kringen. Is er in dit kader
zoiets als
eigenheid? Jazeker, maar dan uitsluitend in kwalitatieve zin:
een grote amateuristische klerezooi. Dat geldt voor de jaarrekeningen van de
meeste gemeenten en de accountantsverklaringen daarbij!
Het door mij gewraakte artikel puilt nog meer uit van klinkklare
nonsens geponeerd door auteur en diverse anderen. Ik beperk mij tot het
bovenstaande.
Dat hele BBV verdient het binnen de kortste keren in de prullenbak
te belanden.
De burgers verdienen het door hun overheid en accountants correct
te worden geïnformeerd over de besteding van hun belastinggeld.
www.leoverhoef.nl
Voor heel veel meer informatie over het ontzagwekkende geknoei in
menige gemeentelijke (en provinciale) jaarrekening, over mijn
onderzoeksresultaten met naam en rugnummer, over hoe bijvoorbeeld Justitie
omgaat met aangiften van boekhoudfraude bij gemeenten, een Raad van Tucht
accountants vrijspreekt omdat geknoei in gemeentelijke jaarrekeningen blijkbaar
vaker voorkomt, het bestuur van ons NIVRA (niet) reageert op mijn jarenlange
noodkreten, en nog heel veel meer, verwijs ik de geïnteresseerde lezer naar de
website www.leoverhoef.nl
. De lezer vindt
daar ook mijn commentaar bij de in het gewraakte artikel ook opgenomen
onder-de-maatse reactie van het NIVRA op mijn kritiek, een commentaar dat de
lezer van 'de Accountant' blijkbaar niet hoefde te kennen.