drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij
Duurstede,
30 januari 2004
College van
procureurs-generaal
Postbus
20305
2500 EH Den
Haag
Betreft: Boekhoudfraudes gemeenten en
provincies
Uw referentie:
PaG/BJZ
Geacht
college,
Al enige tijd ben ik met u
in correspondentie over de behandelingen van mijn aangiften bij de politie van
boekhoudfraude (i.c. valsheid in geschrifte in openbaar gemaakte jaarrekeningen)
op zeer grote schaal door diverse provincie- en gemeentebesturen. Zoals u
inmiddels duidelijk moet zijn, gaat het inmiddels om miljarden euro's. De
boekhoudfraude bij Ahold, waar Justitie wèl werkt van maakt, valt erbij in het
niet. Mijn laatste brieven aan u dateren van 22 december 2003 en 8 januari 2004
(waarop ik overigens nog geen reactie van u ontving). Zo had ik ook aangifte
gedaan van boekhoudfraude door het gemeentebestuur etc. van gemeente Amersfoort.
Ik laat u thans weten dat ik met brief van 21 januari jl. van de politie te
Amersfoort, waar mijn aangifte blijkbaar terecht gekomen was, vernam dat deze
mijn aangifte terzijde heeft gelegd. Ik leid hieruit af dat mijn aangiften en
daarmee de hele door mij aanhangig gemaakte zaak van de boekhoudfraudes bij
gemeenten en provincies nog steeds niet correct worden behandeld. Minister
Donner van Justitie heeft mij eerder laten weten dat voor zaken van
boekhoudfraude niet de lokale politie, waar men niet beschikt over adequate
kennis om boekhoudfraude te beoordelen, maar het zogenoemde Financieel Expertise
Centrum de aangewezen instantie is. Ik leid hieruit ook af dat er nog steeds
geen enkele coördinatie plaats vindt van de behandeling van mijn aangiften, laat
staan coördinatie door een terzake deskundige fraude-officier. Het is niet mijn
vooropgezette bedoeling dat dit allemaal in de volgende parlementaire enquête,
die zal gaan over de enorme boekhoudfraudes bij gemeenten en provincies en de
rol van alle betrokkenen daarbij, aan de orde komt, maar er valt zo
langzamerhand niet meer aan te ontkomen. Dat de boekhoudfraude maar gewoon kan
doorgaan wijt ik onder andere aan het uitblijven van de behandeling van mijn
aangiften.
Graag verneem ik binnenkort
van u.
Hoogachtend,
L.W.
Verhoef