drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk
bij Duurstede,
18 mei 2004
College
van procureurs-generaal
Postbus
20305
2500
EH Den Haag
Betreft: Boekhoudfraudes gemeenten en
provincies
Uw referentie:
PaG/BJZ
Geacht
College,
Al
enige tijd ben ik met u in correspondentie over de behandeling van mijn
aangiften bij de politie en bij het Openbaar Ministerie van boekhoudfraude (i.c.
valsheid in geschrifte in openbaar gemaakte jaarrekeningen) op zeer grote schaal
door diverse provincie- en gemeentebesturen. Inmiddels heb ik aangifte gedaan
tegen circa twintig provincie- en gemeentebesturen en hun accountants. Het gaat
inmiddels om (bij elkaar opgeteld) een boekhoudfraude van circa vijf miljard
euro. Het gaat dus om zeer zware misleiding van de betreffende Provinciale
Staten, gemeenteraden en burgers van de betreffende provincies en gemeenten.
Mijn laatste brief aan u was van 3 mei 2004, waarop ik overigens nog geen
reactie kreeg.
Met
uw brief van 21 juli 2003 vroeg u mij welke aangiften ik inmiddels gedaan had en
gaf u aan de aangiften te verzamelen en gecentraliseerd te behandelen. Liet ik u
met mijn brief van 30 januari 2004 weten dat een loslopende politieagent in
Amersfoort eigenhandig had besloten dat mijn aangifte van boekhoudfraude bij
gemeente Amersfoort niet in behandeling zou worden genomen, nu is het een
Hoofdofficier van Justitie, i.c. de Hoofdofficier van het arrondissement te
Utrecht, die eigenhandig besloten heeft geen vervolging te zullen instellen. Ik
stuurde de betreffende Hoofdofficier bijgaande brief, waarvan de inhoud voor
zichzelf spreekt.
Wat
ik ook al in mijn brief aan u van 30 januari 2004 schreef:
"Minister
Donner van Justitie heeft mij eerder laten weten dat voor zaken van
boekhoudfraude niet de lokale politie, waar men niet beschikt over adequate
kennis om boekhoudfraude te beoordelen, maar het zogenoemde Financieel Expertise
Centrum de aangewezen instantie is. Ik leid hieruit ook af dat er nog steeds
geen enkele coördinatie plaats vindt van de behandeling van mijn aangiften, laat
staan coördinatie door een terzake deskundige fraude-officier. Het is niet mijn
vooropgezette bedoeling dat dit allemaal in de volgende parlementaire enquête,
die zal gaan over de enorme boekhoudfraudes bij gemeenten en provincies en de
rol van alle betrokkenen daarbij, aan de orde komt, maar er valt zo
langzamerhand niet meer aan te ontkomen. Dat de boekhoudfraude maar gewoon kan
doorgaan wijt ik onder andere aan het uitblijven van de behandeling van mijn
aangiften."
Graag
verneem ik van u.
Hoogachtend,
L.W.
Verhoef