drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk
bij Duurstede,
3 september 2004
College
van procureurs-generaal
Postbus
20305
2500
EH 's-Gravenhage
Betreft: Boekhoudfraudes bij gemeenten en
provincies
Uw referentie:
PaG/BJZ
Geacht
College,
Al
enige tijd ben ik met u in correspondentie over de behandeling van mijn
aangiften bij de politie en bij het Openbaar Ministerie van boekhoudfraude (i.c.
valsheid in geschrifte in openbaar gemaakte jaarrekeningen) op zeer grote schaal
door diverse provincie- en gemeentebesturen. Zoals u weet, heb ik inmiddels
aangifte gedaan tegen circa twintig provincie- en gemeentebesturen en hun
accountants. Het gaat (in deze twintig gevallen) inmiddels om (bij elkaar
opgeteld) een boekhoudfraude van circa vijf miljard euro. Het gaat dus om zeer
zware misleiding van de betreffende Provinciale Staten, gemeenteraden en burgers
van de betreffende provincies en gemeenten. Wat mij mateloos ergert, is de meer
dan ergerlijke behandeling van deze zaken en mijn correspondentie daarover, ook
door uw College!
Met
uw brief van 6 augustus jl. reageert u op mijn brief van 3 augustus jl. In uw
brief doet u het voorkomen of mijn brief van 3 augustus jl. slechts de bedoeling
had uw College te verzoeken te bevorderen dat mijn aangiften gecoördineerd
worden opgepakt en aangepakt. Als dat al de (enige) inhoud van mijn brief was,
volstaat u slechts met het melden van het bestaan van een of ander Functioneel
Parket waar zogenoemde hoofden van parketten en zogenoemde hoofden van
dienstonderdelen mee bekend zouden zijn. U schrijft te hopen mij hiermee
voldoende te hebben geïnformeerd. Wel, dat heeft u dus niet. Het bestaan van een
of ander Functioneel Parket betekent nog niet dat mijn aangiften in behandeling
zijn/worden genomen, laat staan dat er sprake zal zijn van enige coördinatie.
Die coördinatie, daar ga ik van uit, vindt plaats door uw College. Ik word
hierin gesterkt door het feit dat onze correspondentie begonnen is met een
doorverwijzing van mijn vragen aan minister Donner van Justitie over de
behandeling van mijn aangiften door dezelfde minister naar uw College. Eerder
suggereerde u al dat de coördinatie zou plaatsvinden door de hoofdofficier van
Justitie te Utrecht, die mij vervolgens liet weten geen enkele coördinatie te
voeren, nu suggereert u dat een of ander Functioneel Parket die coördinatie op
zich genomen heeft. Ongetwijfeld zal dit zogenoemde Functioneel Parket ook
ontkennen enige coördinatie in deze zaak te voeren.
Ergerlijk!
De
kwestie van de coördinatie was stellig niet het belangrijkste onderdeel van de
inhoud van mijn brief van 3 augustus jl.
In mijn brief wees ik u vooral op de ergerlijke omstandigheid dat de
enkele Officier die mijn aangifte(n) wel oppakt, zich onmiddellijk verschuilt
achter het verbijsterende broddelwerk van de Raad van Tucht voor Accountants en
het College van Beroep voor het bedrijfsleven die de betreffende accountants
louter en alleen vanwege
verschrikkelijke procedurefouten vrijuit lieten gaan zonder zich ook maar een
ogenblik te hebben beziggehouden met de inhoud van mijn klachten over
goedkeurende accountantsverklaringen bij misleidende jaarrekeningen. Ter
toelichting stuurde ik u een kopie van mijn uitvoerige brief daarover aan de
president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Ik verzoek uw
College nogmaals goede nota te nemen van de inhoud van deze brief en de inhoud
daarvan te betrekken bij uw beoordeling van mijn aangiften en uw coördinatie van
de behandeling van mijn aangiften.
Intussen
gaan mede dankzij uw gebrek aan voortvarendheid in de coördinatie van de
behandeling van mijn aangiften de boekhoudfraudes bij veel gemeenten en
provincies schaamteloos, ongehinderd en straffeloos onverminderd door.
Ik
wijs u op de omstandigheid dat al eerder accountants vanwege hun goedkeurende
accountantsverklaringen bij misleidende jaarrekeningen door de (straf)rechter
zijn veroordeeld. De rechtbank (Rechtbank Leeuwarden, niet gepubliceerde
uitspraak 1989) sprak uit: "Het is niet voor niets dat in het maatschappelijk
verkeer grote waarde wordt toegekend aan de goedkeurende verklaring van een
registeraccountant. Op grond van het vorenoverwogene ... is de rechtbank ... van
oordeel dat voor een zo flagrante schending van dat vertrouwen ... slechts het
opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming op haar plaats is." De
betreffende accountants zijn in deze zaak tot zware straffen veroordeeld. In
deze zaak ging het om slechts peanuts vergeleken met de omvang van de
boekhoudfraudes waarover ik het in mijn aangiften heb.
Gaarne
verneem ik van u.
Met
hoogachting,
L.W.
Verhoef