drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 15 september 2011
College van procureurs-generaal
Postbus 20305
2500 EH Den Haag
Betreft:
Aangifte van misdrijf van boekhoudfraude (Wetboek van Strafrecht
artikelen 225-227 en 336) door gemeentebestuur(ders) van
gemeente Amsterdam
Geacht College,
Met mijn brief dd. 16 november
2010 deed ik bij de Hoofdofficier van Justitie te Amsterdam aangifte
van opzettelijke valsheid in geschrifte door het bestuur, c.q. de
achtereenvolgende bestuurders, van gemeente Amsterdam in de
jaarrekeningen over de periode 1998 tot en met 2009 van de gemeente
(Wetboek van Strafrecht art 225-227), ook wel aangeduid als
"boekhoudfraude", en het opzettelijk openbaar maken van
deze valse jaarrekeningen (Wetboek van Strafrecht artikel 336). Met
zijn brief dd. 30 maart 2011 liet een Officier van Justitie mij weten
niet tot een strafrechtelijk onderzoek te zullen overgaan. De redenen
die hij daarvoor gaf, getuigen van een ergerlijk ontstellende grote
ondeskundigheid. Zijn motiveringen hebben totaal geen betrekking op
de inhoud van mijn aangifte.
Met mijn brief van vandaag (15
september 2011) ga ik uitvoerig in op zijn afwijzing en doe ik tevens
opnieuw (ongewijzigd) aangifte en breid ik mijn aangifte uit met
betrekking tot de jaarrekening 2010 van gemeente Amsterdam.
Omdat ik op voorhand geen enkel
vertrouwen heb in de deskundigheid en zelfs maar de wil om tot
strafrechtelijk onderzoek over te gaan bij het parket te Amsterdam,
verzoek ik uw College dringend kennis te nemen van mijn bijgaande
oorspronkelijke aangifte dd. 16 november 2010 en mijn bijgaande
weerlegging van de afwijzing en de uitbreiding van mijn aangifte dd.
15 september 2011.
Ik verzoek uw College dringend
erop toe te zien dat thans wèl tot strafrechtelijke vervolging wordt
overgegaan.
Met hoogachting,
L.W. Verhoef
c.c. - Brief aan Hoofdofficier
van Justitie te Amsterdam dd. 16 november 2010
- Brief aan Hoofdofficier van
Justitie te Amsterdam dd. 15 september 2011