drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 15 september 2011
Hoofdofficier van Justitie te
Amsterdam
mr. H.J. Bolhaar
Postbus 84500
1080 BN Amsterdam
Betreft:
Aangifte van misdrijf in de zin van Wetboek van Strafrecht artikelen
225-227 en 336
Mijn eerdere aangifte dd. 16
november 2010
Uw brief dd. 30 maart 2011
(ontvangen 22 april 2011)
Met mijn brief aan u dd. 16
november 2010 deed ik aangifte van opzettelijke valsheid in
geschrifte door het bestuur, c.q. de achtereenvolgende bestuurders,
van gemeente Amsterdam in de jaarrekeningen over de periode 1998 tot
en met 2009 van de gemeente (Wetboek van Strafrecht art 225-227), ook
wel aangeduid als "boekhoudfraude", en het opzettelijk
openbaar maken van deze valse jaarrekeningen (Wetboek van Strafrecht
artikel 336). Voor details hierover verwijs ik u naar mijn
betreffende aangifte.
Met uw brief van 30 maart 2011
(welke brief ik overigens pas op 22 april 2011 ontving) liet u mij
weten niet tot een strafrechtelijk onderzoek te zullen overgaan om
redenen genoemd in uw betreffende brief.
Ik kan niet anders concluderen
dan dat u mijn aangifte slecht heeft gelezen. Ik kan mij ook niet aan
de indruk onttrekken dat u de betreffende jaarrekeningen van gemeente
Amsterdam totaal niet in uw onderzoek betrokken heeft en er geen
enkele blik in geworpen heeft.
Opvallend is dat al uw
motiveringen om niet tot strafrechtelijk onderzoek te zullen overgaan
totaal geen betrekking hebben op mijn aangifte; al uw motiveringen
gaan geheel en al voorbij aan de inhoud van mijn aangifte en al mijn
argumenten om wèl tot strafrechtelijk onderzoek over te gaan. Met
alle respect, maar uw hele verhaal "slaat als een tang op een
varken", om het in gewoon Nederlands te zeggen.
Opvallend is dat u in uw
inleiding zegt: "Als ik uw brief goed begrijp dan stelt u dat de
gemeente Amsterdam gedurende genoemde jaren op grote schaal
ontvangsten en uitgaven buiten de winst en verliesrekening laat en
derhalve verzwijgt", maar dat u vervolgens daar nergens in uw
reactie op ingaat. U ontkent het ook niet! Uit niets blijkt dat u er
zelfs maar enig onderzoek naar gedaan heeft!
U citeert in uw brief totaal
niet ter zake doende uitspraken van de Raad van Tucht voor
Accountants, maar u laat geheel ongenoemd en onbesproken de wèl ter
zake doende uitspraak van dezelfde Raad van Tucht, namelijk: "
... niet weersproken dat het binnen de gemeentelijke en provinciale
verslaggeving niet ongebruikelijk is dat bedragen ... buiten de
rekening van baten en lasten worden gehouden".
In mijn brief van 16 november
2010 wees ik u op het principiële verschil, zoals ook de Gemeentewet
het in artikel 213 lid 3 treffend aangeeft, tussen het voldoen van
een jaarrekening aan eisen van betrouwbaarheid enerzijds (is het waar
wat er staat?) en het voldoen aan de eisen van zoiets als
Comptabiliteitsvoorschriften of een of ander BBV anderzijds, en op de
implicaties daarvan. Ik wees u er uitdrukkelijk op dat "valsheid
in geschrifte" in Wetboek van Strafrecht artikelen 225-227 en
dus ook mijn aangifte louter te maken heeft met het eerste aspect,
namelijk het aspect van (on)betrouwbaarheid (is het waar wat er
staat?), en totaal niets te maken heeft met het aspect van het wel of
niet voldoen aan iets als Comptabiliteitsvoorschriften of een of
ander BBV. Mijn aangifte maakte totaal geen gewag van het al dan niet
voldoen aan iets als Comptabiliteitsvoorschriften of een of ander
BBV. Wetboek van Strafrecht artikelen 225-227 gaat daar totaal niet
over! Wetboek van Strafrecht artikelen 225-227 gaat over de vraag:
"Is het waar wat er staat?" en totaal niet over de vraag:
"Is een en ander opgesteld conform zoiets als
Comptabiliteitsvoorschriften of BBV?"
Opvallend is dat u in uw brief
uitsluitend het wel of niet voldoen aan die
Comptabiliteitsvoorschriften en dat BBV behandelt, terwijl, nogmaals,
mijn aangifte daar in het geheel niet over gaat en Wetboek van
Strafrecht artikelen 225-227 daar in het geheel niet over gaat.
Overigens, voor alle
duidelijkheid: de betreffende jaarrekeningen van gemeente Amsterdam
voldoen op belangrijke onderdelen ten stelligste NIET aan die
Comptabiliteitsvoorschriften en dat BBV, maar dat terzijde.
Nergens in uw beschouwing gaat u
in op de vraag of het (on)waar is, zoals ik in mijn aangifte aangeef,
dat de door het gemeentebestuur in de jaarrekeningen voorgestelde
saldi van opbrengsten en kosten niet overeenkomen met de werkelijke
saldi! Het enige dat u doet is een algemene beschouwing houden over
die Comptabiliteitsvoorschriften en dat BBV, een beschouwing die
overigens laat zien dat u terzake totaal ondeskundig bent! Ik zal dat
hier niet toelichten omdat het niet ter zake doende is en alleen
afleidt van waar het wèl over zou moeten gaan, namelijk over
"valsheid in geschrifte", over de onware, onbetrouwbare,
misleidende jaarrekeningen van Amsterdam. Om u verder te helpen: het
zou zelfs zo kunnen zijn dat, als bijvoorbeeld die
Comptabiliteitsvoorschriften en dat BBV bepalingen zouden bevatten
die aanzetten/dwingen tot het opmaken van valse, onbetrouwbare,
misleidende jaarrekeningen, het opvolgen van deze voorschriften
valse, onbetrouwbare, misleidende jaarrekeningen als uitkomst heeft!
Ik laat hier verder onbesproken of die Comptabiliteitsvoorschriften
of dat BBV dergelijke bepalingen heeft, want dat is thans totaal
irrelevant.
In
dit kader citeert u enige malen de Raad van Tucht voor Accountants.
Los van de vraag of u correct citeert, maar ik waarschuw u dat de
door u aangehaalde conclusies van die Raad van Tucht, namelijk "dat
de jaarrekeningen van de betreffende gemeenten en provincies getrouw,
duidelijk en stelselmatig de omvang van alle baten en lasten alsmede
het saldo daarvan, weergeven (art 27 Comptabiliteitswet)" zonder
enig voorafgaand onderzoek door die Raad of zelfs maar zonder enige
navraag of behandeling tijdens de zittingen zijn gedaan en bovendien
pertinent onjuist zijn! Ook hier geldt dat het een uitspraak was op
niet voorgelegde klachten, terwijl de wèl voorgelegde klachten zelf
onbehandeld bleven! Ook voor die Raad van Tucht geldt terzake: één
grote knoeiboel! Wat betreft die knoeiboel van die Raad van Tucht
verwijs ik u naar mijn website www.leoverhoef.nl
waar ik in het onderdeel "Tuchtzaken" hier uitvoerig op
inga. Opvallend: nooit heeft iemand of iets mij gevraagd om mijn
verhaal van mijn website te verwijderen of zelfs maar om daarop
correcties aan te brengen! Niets of niemand heeft mij ooit laten
weten dat ik onzin vertel! Opvallend: ik ben nog steeds
Registeraccountant!
U citeert organisaties als het
NIVRA en het Ministerie van Financiën. Ook hier: uitspraken zonder
enig voorafgaand onderzoek, bovendien: uitspraken die totaal onjuist
zijn! Organisaties (met bestuurders) die er baat bij hebben dat mijn
verhaal in de doofpot gaat en blijft! U helpt daar dus flink aan mee!
U citeert de Amsterdamse
Rekenkamer en iets als de "Bestuursdienst Amsterdam" (de
laatste is een niet bestaande organisatie!). Alweer: het gaat in deze
citaten uitsluitend en alleen over het wel of niet voldoen aan iets
als een of ander BBV. Nogmaals: daar gaat mijn aangifte niet over!
Nogmaals: daar gaat Wetboek van Strafrecht artikelen 225-227 niet
over!
Opvallend: u citeert de
boosdoener, i.c. het College van B&W en - namens dat college - de
"bestuursdienst" alsof dat in deze een gezaghebbend orgaan
is. Wat krijgen we nou? De boosdoener zal de wet uitmaken? Bovendien,
de uitlating van dat College/bestuursdienst is volkomen fout!
Overigens gaat het in de door u
aangehaalde discussie over een post en een bedrag van circa 100
miljoen euro. Als u mijn aangifte goed bekeken had, had u gezien dat
er tussen het betreffende door het gemeentebestuur gepresenteerde
saldo van opbrengsten en kosten van 45 miljoen euro en het werkelijke
saldo van 208 miljoen euro een verschil zit van 163 miljoen euro.
U stelt dat de gemeenteraad van
Amsterdam, "alle argumenten gehoord en gewogen" de
jaarrekening 2005 heeft goedgekeurd. Nou, en? Dat zegt helemaal niets
over het sterk misleidende karakter van die jaarrekening maar
daarentegen wel heel veel over de kwaliteit van diezelfde
gemeenteraad. Zoals u wellicht weet, levert onderzoek naar de
kwaliteit van gemeenteraden in ons land steevast de conclusie op dat
deze kwaliteit ver onder de maat is!
U suggereert dat er geen sprake
is van enige opzet bij het gemeentebestuur van Amsterdam. Echter, in
mijn aangifte gaf ik al onder "Willens en wetens" aan dat
er wel degelijk sprake is van opzet, immers, zoals ik al schreef: "Al
vanaf 1999 heb ik vrijwel jaarlijks de gemeenteraad(sleden) van deze
misleiding cq. valsheid in geschrifte op de hoogte gebracht. Ondanks
mijn waarschuwingen en zelfs ondanks de bevestiging van mijn
bevindingen door bijvoorbeeld de eigen Rekenkamer Amsterdam gingen
bestuurders en gemeenteraadsleden door met deze strafbare
handelingen". Willens en wetens!
U zegt: "Er bestaat bij het
Ministerie van Financiën niet de overtuiging dat (bestuurders van)
lokale overheden in de verslaglegging van begroting en jaarrekening
bewust een verkeerde voorstelling van zaken geven." Let u eens
goed op: het Ministerie zegt dus niet dat het niet zo is dat er een
verkeerde voorstelling van zaken wordt gegeven!
U zegt: "Op basis van de
aan mij ter beschikking staande stukken, staat niet vast of de
jaarrekening 2005 in strijd met het BBV is vastgesteld".
Nogmaals, daar gaat mijn aangifte in het geheel niet over. Nogmaals,
daar gaat Wetboek van Strafrecht artikelen 225-227 in het geheel niet
over! Overigens, ook de jaarrekening 2005 voldoet op belangrijke
onderdelen niet aan dat BBV, maar - alweer - dat geheel terzijde.
U suggereert ook dat het
allemaal zou gaan om "ontbreken van een eenduidigheid tav de
juiste toepassing van het BBV en de openbaar gevoerde discussie
hierover in de gemeenteraad" en terzake "een verschil van
inzicht ter zake materie waar specialisten geen eenduidig standpunt
innemen". Nogmaals, in mijn aangifte gaat het volstrekt niet
over dat BBV en een al dan niet correcte toepassing daarvan.
Overigens is mij geen openbaar
gevoerde discussie over het BBV bekend. Als die al bestaat, heb ik
daar nooit aan deelgenomen! Mijn "verhaal" gaat over iets
heel anders dan (interpretaties van) een of ander BBV!
In dit kader wijs ik u op de
misstand dat gebleken is dat voorafgaand aan de huidige ellende met
(wat ik hier even eenvoudig aanduid met) "Griekenland wel/niet
in de euro en wel/geen financiële steun aan Griekenland", de
financiële verslaggeving door Griekenland niet overeenkomstig de
werkelijkheid en ronduit misleidend was. Wie of wat (door)zag dat
toentertijd en wie of wat ondernam toentertijd daarop actie? U zou
deze actie in de kiem gesmoord hebben met niet relevante opmerkingen
over verschil in interpretatie van een of ander BBV?
Ik kan niet anders concluderen
dan dat uw verhaal aan alle kanten verschrikkelijk rammelt, zelfs
getuigt van een ontstellende ondeskundigheid, en hopelijk niet
representatief is voor het werk van het Openbaar Ministerie.
Hernieuwing en uitbreiding
aangifte
Met deze brief doe ik opnieuw
aangifte. Ik verzoek u de inhoud van mijn brief en aangifte dd. 16
november 2010 hier onverkort en als geheel als ingelast te
beschouwen.
Mede door het uitblijven van uw
strafrechtelijk onderzoek kon het gemeentebestuur van Amsterdam
ongehinderd, ja zelfs hierdoor gesterkt, doorgaan met het geknoei in
de cijfers, i.c. met de boekhoudfraude. "Dus" was ook de
jaarrekening 2010 weer misleidend. Het gemeentebestuur deed het in de
jaarrekening 2010 en de berichtgeving eromheen voorkomen of de
gemeente in dat jaar een voordelig saldo van opbrengsten en kosten
had behaald van 32 miljoen euro. In werkelijkheid leed de gemeente in
2010 een verlies van 135 miljoen euro. Er werden (per saldo)
kosten/verliezen verzwegen van 167 miljoen euro.
Ik breid hierbij mijn aangifte
(valsheid in geschrifte in een jaarrekening, openbaarmaking van een
valse jaarrekening) van 16 november 2010 hiermee uit.
Het gemeentebestuur van
Amsterdam deed het in de jaarrekeningen over de jaren 1998-2010 en in
alle berichtgeving eromheen telkens en overal voorkomen dat er bij
gemeente Amsterdam sprake was van een voordelig saldo van opbrengsten
en kosten over deze periode van 422 miljoen euro. In werkelijkheid
was het voordelig saldo van opbrengsten en kosten over deze periode
4.110 miljoen euro (€ 4,1 miljard!). Een boekhoudfraude van 3.688
miljoen euro! (De onbeduidende boekhoudfraude bij Ahold, waarvoor
bestuurders strafrechtelijk gestraft werden, verbleekt hier totaal
bij!). Met deze boekhoudfraude werd bijvoorbeeld gemaskeerd dat de
heffing van Onroerendezaakbelasting, waarvan de opbrengst in deze
periode 1.837 miljoen euro was, geheel en al en totaal onnodig was!
Benadeelden waren de belastingbetalers!
Hoogachtend,
L.W. Verhoef