drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk
bij Duurstede,
11 oktober 2004
Gerechtshof
te Amsterdam
Postbus
1321
1000
BH Amsterdam
Betreft: Wetboek
van Strafvordering artikel 12-procedure
Vervolging
boekhoudfraude gemeente Zaanstad
Geacht
Hof,
Op
9 april 2003 (circa anderhalf jaar geleden) deed ik aangifte van
boekhoudfraude (i.c. valsheid in geschrifte in een jaarrekening) bij
de gemeente Zaanstad. Het gaat om boekhoudfraude in de jaarrekeningen
2000 en 2001 met een omvang van circa 54 miljoen euro.
Op
4 maart 2004 (ruim zeven maanden geleden) breidde ik mijn aangifte
uit met inmiddels ook gebleken boekhoudfraude in de jaarrekening 2002
van gemeente Zaanstad. De boekhoudfraude in de jaarrekening 2002
bedroeg circa 9 miljoen euro.
Na
deze aangiften heb ik niets meer vernomen, zodat ik aanneem dat ze
ergens liggen te vergelen onderin een la op een of ander
politiebureau of in een bureau van een Officier van Justitie.
Wanneer
het Openbaar Ministerie besluit tot seponeren van een aangifte, kan
daarover op grond van Wetboek van Strafvordering artikel 12 een
klacht worden ingediend bij het betreffende Gerechtshof, in dit geval
het Gerechtshof te Amsterdam. In het onderhavige geval is geen sprake
van seponeren, er is zelfs helemaal niets met mijn aangiften gebeurd.
Naar analogie van andere zaken in ons rechtsstelsel waarbij "geen
uitspraak" dezelfde klacht- en beroepsmogelijkheden biedt als
"negatieve uitspraak", dien ik hierdoor een klacht in tegen
het niet behandelen, i.c. afwijzen, van mijn aangifte en het niet
instellen van nader onderzoek en vervolging.
Graag
verneem ik van u of ik ontvankelijk ben in mijn klacht. Als dit het
geval is, zal ik u na uw bericht hierover aan mij, van verdere
informatie voorzien op grond waarvan uw Hof kan beslissen over de
vervolging wegens boekhoudfraude van de daarvoor verantwoordelijken.
Graag
verneem ik van u.
Met
hoogachting,
L.W.
Verhoef