drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk
bij Duurstede,
17 mei 2004
Hoofdofficier
van Justitie
Mevrouw
mr. H.W. Samson-Geerlings
Postbus
16005
3500
DA Utrecht
Betreft: Aangiften
van boekhoudfraude
Uw
kenmerk: 3000-6367/03
Uw
brief d.d. 13 mei 2004
Geachte
mevrouw Samsom-Geerlings,
In
de achterliggende periode vanaf 17 december 2002 deed ik in een
viertal gevallen aangifte van boekhoudfraude, i.c. valsheid in
geschrifte in jaarrekeningen (Wetboek van Strafrecht artikelen 225
e.v. en 336), in uw arrondissement. Het betreft aangiften tegen de
besturen, gemeenteraadsleden respectievelijk statenleden en de
accountants van de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Wijk bij
Duurstede en de provincie Utrecht. De door mij geconstateerde omvang
van de delicten bedraagt respectievelijk € 158 miljoen, € 17
miljoen, € 13 miljoen en € 88 miljoen.
Met
uw brief van 13 mei 2004 laat u mij weten om door u aangegeven
redenen geen vervolging in te stellen naar aanleiding van mijn
aangiften.
Hierdoor
laat ik u weten dat uw redenen volkomen onjuist zijn.
U
baseert zich op door u verkregen informatie inzake uitspraken van de
Raad van Tucht voor Accountants. U verwijst naar uitspraken van de
Raad van Tucht in door mij tegen de accountants van de provincies
Noord-Holland en Zuid-Holland en de gemeente Den Haag aangespannen
klachtzaken. Uw informanten waren blijkbaar niet op de hoogte van het
feit dat ik ook klachtzaken had aangespannen tegen de accountants van
de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Wijk bij Duurstede en de provincie
Utrecht. Uw informanten hebben u ten onrechte voorgehouden dat uit de
uitspraken van de Raad van Tucht zou kunnen worden afgeleid dat de
betreffende winst-en-verliesrekeningen in die jaarrekeningen correct
de omvang van alle baten en lasten en het saldo daarvan zouden
weergeven. Het tegendeel is echter waar! In ALLE uitspraken, dus ook
in die betreffende de accountants van de gemeenten Utrecht,
Amersfoort en Wijk bij Duurstede en de provincie Utrecht, heeft de
Raad van Tucht zonder enig voorbehoud geconcludeerd dat ik volkomen
gelijk had in mijn beweringen over het ontbreken en daarmee
verzwijgen van grote bedragen aan baten en lasten, en daarmee dat het
als zodanig gepresenteerde saldo van de baten en de lasten dus NIET
het saldo was van ALLE baten en lasten! Daarmee heeft de Raad van
Tucht in ALLE door mij aangedragen zaken bevestigd dat de
jaarrekening een onjuist en daardoor misleidend beeld geeft van de
baten en de lasten alsmede het saldo daarvan.
Het
moge verbijsterend zijn dat de Raad van Tucht de betreffende
accountants niet heeft veroordeeld, maar dat doet aan mijn gelijk
helemaal niets af! En waarom zijn die accountants niet door de Raad
van Tucht veroordeeld? Omdat het volgens de Raad van Tucht, gezien
mijn meerdere klachten, vaker voorkomt dat gemeente- en
provinciebesturen bedragen buiten de winst-en-verliesrekening houden.
Een verbijsterende redenering.
U
geeft in uw brief aan dat mijn aangiften niet zouden aangeven welke
ontvangsten en uitgaven buiten de betreffende
winst-en-verliesrekeningen zijn gehouden. Maar dat is nu juist
onderdeel van het delict! De mij ter beschikking staande gegevens
laten wèl zien dàt er baten en lasten zijn verzwegen en
geven een indicatie van de omvang ervan, maar niet wèlke baten
en lasten dat zijn. De betreffende jaarrekeningen doen namelijk geen
melding van het feit dat er baten en lasten buiten de
winst-en-verliesrekeningen zijn gelaten en welke baten en lasten dat
dan zouden zijn. Een uiterst merkwaardige stelling: omdat ik wèl
een inbreker spullen zie wegdragen uit het huis van mijn buren, maar
niet kan zien wèlke spullen, zou de inbreker niet aan het
inbreken zijn.
U
geeft in uw brief aan dat ik niet zou hebben aangegeven waarop ik
mijn beschuldigingen van boekhoudfraude baseer. Ik had dat echter wel
gedaan! Ik heb bij mijn aangiften o.a. bijlagen toegevoegd waaruit
dat voor jaarrekeningtechnisch geschoolde deskundigen zonneklaar
blijkt. En als een en ander niet duidelijk was, had u mij om nadere
toelichtingen kunnen, zo niet moeten, vragen. Überhaupt verbaas
ik mij hogelijkst dat in het kader van uw onderzoek niemand mij iets
gevraagd heeft. Wist u dat ik in mijn uitgebreide dossiers beschik
over een brief van het College van burgemeester en wethouders van
Wijk bij Duurstede waarin wordt toegegeven dat er bedragen buiten de
winst-en-verliesrekening zijn gelaten?
In
uw brief stelt u dat uit de correspondentie die ik heb gevoerd met de
Minister van Justitie, en uit in de media verschenen berichten zou
blijken dat het mij te doen zou zijn om een verbetering van de
verantwoording van de bestede gelden van lokale overheden. Een geheel
irrelevante stelling. Er kan inderdaad aan die verantwoording heel
wat worden verbeterd, maar dat staat mij niet voor ogen met mijn
aangiften. Ik deed aangifte omdat ik vind dat niet alleen een
boekhoudfraude bij een onderneming als Ahold en bij andere
ondernemingen strafrechtelijk vervolgd moet worden maar òòk,
en niet op de laatste plaats, boekhoudfraude bij de overheid zelf.
Ik
kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het onderzoek op grond
waarvan u concludeert dat er geen aanleiding is tot strafvervolging,
niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Ik kan mij ook niet aan
de indruk onttrekken dat dit onderzoek niet is uitgevoerd door
terzake deskundigen. Ik kan mij ook niet aan de indruk onttrekken dat
dit onderzoek met enige vooringenomenheid is uitgevoerd.
Ik
verzoek u dringend het onderzoek opnieuw en nu echt ter hand te
(laten) nemen en alsnog tot vervolging over te gaan. Ik betreur het
dat mijn eerste aangifte dateert van 17 december 2002 en dat het
inmiddels 17 mei 2004 is.
Tot
behoud van rechten zoals geregeld in artikel 12 Wetboek van
Strafvordering stuur ik een brief met (ongeveer) gelijke inhoud als
deze als formele klacht naar het Gerechtshof te Arnhem.
Graag
verneem ik van u.
Hoogachtend,
L.W.
Verhoef