drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk
bij Duurstede,
22 juli 2004
Hoofdofficier
van Justitie in arrondissement Breda
mr.
H.J. Bolhaar
Postbus
90112
4800
RA Breda
Betreft: Aangiften
van boekhoudfraude
Uw
kenmerk: Bd 9999-825-04
Uw
brief d.d. 25 juni 2004
Geachte
heer Bolhaar,
Op
19 maart 2004 deed ik aangifte van boekhoudfraude, i.c. valsheid in
geschrifte in jaarrekeningen (Wetboek van Strafrecht artikelen 225
e.v. en 336), tegen het gemeentebestuur, de gemeenteraadsleden en de
accountants van de gemeente Breda. De door mij geconstateerde omvang
van het delict bedraagt € 71 miljoen.
Met
uw brief van 25 juni 2004 laat u mij weten om door u aangegeven
redenen geen vervolging in te stellen naar aanleiding van mijn
aangiften.
Hierdoor
laat ik u weten dat uw redenen volkomen onjuist zijn.
U
baseert zich op door u verkregen informatie inzake uitspraken van de
Raad van Tucht voor Accountants. U verwijst naar uitspraken van de
Raad van Tucht in door mij tegen de accountants van de provincies
Noord-Holland en Zuid-Holland en de gemeente Den Haag aangespannen
klachtzaken. Uw informanten hebben u ten onrechte voorgehouden dat
uit de uitspraken van de Raad van Tucht zou kunnen worden afgeleid
dat de betreffende winst-en-verliesrekeningen in die jaarrekeningen
correct de omvang van alle baten en lasten en het saldo daarvan
zouden weergeven. Het tegendeel is echter waar! In ALLE uitspraken
heeft de Raad van Tucht zonder enig voorbehoud geconcludeerd dat ik
volkomen gelijk had in mijn beweringen over het ontbreken en daarmee
verzwijgen van grote bedragen aan baten en lasten, en daarmee dat het
als zodanig gepresenteerde saldo van de baten en de lasten dus NIET
het saldo was van ALLE baten en lasten! Daarmee heeft de Raad van
Tucht in ALLE door mij aangedragen zaken bevestigd dat de betreffende
jaarrekening een onjuist en daardoor misleidend beeld geeft van de
baten en de lasten alsmede het saldo daarvan. Het moge verbijsterend
zijn dat de Raad van Tucht de betreffende accountants niet heeft
veroordeeld, maar dat doet aan mijn gelijk van de beschuldigingen
helemaal niets af! En waarom zijn die accountants niet door de Raad
van Tucht veroordeeld? Omdat het volgens de Raad van Tucht, gezien
mijn meerdere klachten, vaker voorkomt dat gemeente- en
provinciebesturen bedragen buiten de winst-en-verliesrekening houden
en daarmee een misleidend beeld geven (in termen van strafrecht:
"valsheid in geschrifte plegen"). Een verbijsterende
redenering. Een inbreker zou dus bij u vrijuit gaan omdat er meer dan
één inbreker bestaat? Nee toch zeker?
Die
Raad van Tucht zegt dus dat het vaker voorkomt dat gemeente- en
provinciebesturen een misleidend beeld geven van de ontvangsten en de
uitgeven en het saldo daarvan. Dat is iets geheel anders dan uw
volstrekt onjuiste interpretatie: "Dat betekent dat de
jaarrekeningen en de toelichtingen van de provincies Noord en
Zuid-Holland, getrouw, duidelijk en stelselmatig de omvang van alle
baten en alle lasten alsmede het saldo daarvan weergeven"!
Nogmaals:
de Raad van Tucht heeft alleen maar het gelijk van mijn
beschuldigingen bevestigd!
U
geeft in uw brief aan dat mijn aangifte niet zou aangeven welke
ontvangsten en uitgaven buiten de betreffende
winst-en-verliesrekeningen zijn gehouden. Maar dat is nu juist
onderdeel van het delict! De mij ter beschikking staande gegevens
laten wèl zien dàt er baten en lasten zijn verzwegen en
geven een indicatie van de omvang ervan, maar niet wèlke baten
en lasten dat zijn. De betreffende jaarrekeningen doen namelijk geen
melding van het feit dat er baten en lasten buiten de
winst-en-verliesrekeningen zijn gelaten en welke baten en lasten dat
dan zouden zijn. Een uiterst merkwaardige stelling van u: omdat ik
wèl een inbreker spullen zie wegdragen uit het huis van mijn
buren, maar niet kan zien wèlke spullen, zou de inbreker niet
aan het inbreken zijn.
U
geeft in uw brief aan dat ik niet zou hebben aangegeven waarop ik
mijn beschuldigingen van boekhoudfraude baseer. Ik had dat echter wel
gedaan! Ik heb in mijn aangifte o.a. gewezen op de brieven die ik aan
de gemeenteraad van gemeente Breda gestuurd heb, waarin ik precies
aangeef waarop ik mijn beschuldigingen baseer. En als een en ander
niet duidelijk was, had u mij om nadere toelichtingen kunnen, zo niet
moeten, vragen. Überhaupt verbaas ik mij hogelijkst dat in het
kader van uw onderzoek niemand mij iets gevraagd heeft. Ik beschik
intussen over een uitgebreid dossier waaruit voor
jaarrekeningtechnische deskundigen zonneklaar het gelijk van mijn
beschuldigingen blijkt. Dit dossier staat uiteraard geheel tot uw
beschikking!
In
uw brief stelt u dat uit "de correspondentie die ik heb gevoerd
met de Minister van Justitie, en uit in de media verschenen
berichten" zou blijken dat het mij te doen zou zijn om een
verbetering van de verantwoording van de bestede gelden van lokale
overheden. Een geheel onjuiste stelling! Een dergelijke
correspondentie met de Minister van Justitie bestaat zelfs niet eens!
Ook een geheel irrelevante stelling. Er kan inderdaad aan die
verantwoording heel wat worden verbeterd, maar dat staat mij niet
voor ogen met mijn aangiften. Ik deed aangifte omdat ik vind dat niet
alleen een boekhoudfraude bij een onderneming als Ahold en bij andere
ondernemingen strafrechtelijk vervolgd moet worden, maar òòk,
en niet op de laatste plaats, boekhoudfraude bij de overheid. Het
gaat in dit geval om een zaak van grote
maatschappelijke relevantie.
Het gaat over de verantwoording van de overheid naar o.a. de burgers
en de belastingbetalers over de besteding van publieke middelen, van
belastinggelden, en over bijvoorbeeld de met die verantwoording aan
te tonen noodzaak van het heffen van bijvoorbeeld
onroerendezaakbelastingen en de verhogingen daarvan!
Ik
kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het onderzoek op grond
waarvan u concludeert dat er geen aanleiding is tot strafvervolging,
niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Ik kan mij ook niet aan
de indruk onttrekken dat dit onderzoek niet is uitgevoerd door
terzake deskundigen. Ik kan mij ook niet aan de indruk onttrekken dat
dit onderzoek met enige vooringenomenheid is uitgevoerd.
Mede
dankzij uw beslissing om niet tot vervolging over te gaan, gaat de
boekhoudfraude bij gemeente Breda onverminderd en straffeloos door.
Ook in de jaarrekening 2003 is opnieuw sprake van boekhoudfraude. Dat
kan toch niet uw bedoeling zijn?
Ik
verzoek u dringend het onderzoek opnieuw en nu echt ter hand te
(laten) nemen en alsnog tot vervolging over te gaan.
Tot
behoud van rechten zoals geregeld in artikel 12 Wetboek van
Strafvordering stuur ik een brief met (ongeveer) gelijke inhoud als
deze als formele klacht naar het Gerechtshof te Den Bosch.
Graag
verneem ik van u.
Hoogachtend,
L.W.
Verhoef