drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk
bij Duurstede,
22 juli 2004
Gerechtshof
te Arnhem
Postbus
9030
6800
EM Arnhem
Betreft: Klacht
tegen beslissing Openbaar Ministerie om niet te vervolgen
Boekhoudfraude
bij gemeenten en provincie
Uw
kenmerk: B2004\198
Geachte
mevrouw, mijnheer,
Met
mijn brief van 18 mei 2004 legde ik u een klacht voor over het
besluit van de Hoofdofficier van Justitie te Utrecht om geen vervolg
te geven aan enige aangiften die ik had ingediend van boekhoudfraude
bij enkele gemeenten en een provincie. Met uw brief van 2 juni 2004
(kenmerk: B2004\198) bevestigde u de ontvangst van mijn brief.
Bij
mijn brief van 18 mei 2004 voegde ik een kopie van de brief bij van
17 mei 2004 gericht aan de Hoofdofficier te Utrecht, waarin ik haar
uitlegde dat haar motiveringen om niet tot vervolging over te gaan,
invalide zijn. Ik verzocht haar op grond van mijn tegenwerpingen en
toelichtingen alsnog tot nader onderzoek en vervolging over te gaan.
Met haar brief van 4 juni 2004 deelde zij mij mee, met volkomen
voorbijgaan aan mijn argumenten, op dezelfde, stellig volstrekt
onjuiste, eerder door haar aangevoerde gronden geen verdere acties te
zullen ondernemen.
Zoals
aangekondigd in mijn brief aan u van 18 mei 2004, licht ik mijn
klacht nader toe met aanvullende, i.c. onderstaande, gegevens.
De
Hoofdofficier baseert zich op door haar verkregen informatie inzake
uitspraken van de Raad van Tucht voor Accountants. Zij verwijst naar
uitspraken van de Raad van Tucht in door mij tegen de accountants van
de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland en de gemeente Den Haag
aangespannen klachtzaken. Zij leidde uit de uitspraken van de Raad
van Tucht af dat de betreffende winst-en-verliesrekeningen in die
jaarrekeningen correct de omvang van alle baten en lasten en het
saldo daarvan zouden weergeven. Het tegendeel is echter waar! In ALLE
uitspraken heeft de Raad van Tucht zonder enig voorbehoud
geconcludeerd dat ik volkomen gelijk had in mijn beweringen over het
ontbreken en daarmee verzwijgen van grote bedragen aan baten en
lasten, en daarmee dat het als zodanig gepresenteerde saldo van de
baten en de lasten dus NIET het saldo was van ALLE baten en lasten!
Daarmee heeft de Raad van Tucht in ALLE door mij aangedragen zaken
bevestigd dat de betreffende jaarrekening een onjuist en daardoor
misleidend beeld geeft van de baten en de lasten alsmede het saldo
daarvan. Het moge verbijsterend zijn dat de Raad van Tucht de
betreffende accountants niet heeft veroordeeld, maar dat doet aan
mijn gelijk van de beschuldigingen helemaal niets af! En waarom zijn
die accountants niet door de Raad van Tucht veroordeeld? Omdat het
volgens de Raad van Tucht, gezien mijn meerdere klachten, vaker
voorkomt dat gemeente- en provinciebesturen bedragen buiten de
winst-en-verliesrekening houden en daarmee een misleidend beeld geven
(in termen van strafrecht: "valsheid in geschrifte plegen").
Een verbijsterende redenering. Een inbreker zou dus vrijuit gaan
omdat er meer dan één inbreker bestaat? Nee toch zeker?
Die
Raad van Tucht zegt dus dat het vaker voorkomt dat gemeente- en
provinciebesturen een misleidend beeld geven van de ontvangsten en de
uitgeven en het saldo daarvan. Dat is iets geheel anders dan de
volstrekt onjuiste interpretatie van de Hoofdofficier, die luidt:
"Dat betekent dat de jaarrekeningen en de toelichtingen van de
provincies Noord en Zuid-Holland, getrouw, duidelijk en stelselmatig
de omvang van alle baten en alle lasten alsmede het saldo daarvan
weergeven"!
Nogmaals:
de Raad van Tucht heeft alleen maar het gelijk van mijn
beschuldigingen bevestigd!
De
Hoofdofficier geeft in haar brief aan dat mijn aangifte niet zou
aangeven welke ontvangsten en uitgaven buiten de betreffende
winst-en-verliesrekeningen zijn gehouden. Maar dat is nu juist
onderdeel van het delict! De mij ter beschikking staande gegevens
laten wèl zien dàt er baten en lasten zijn verzwegen en
geven een indicatie van de omvang ervan, maar niet wèlke baten
en lasten dat zijn. De betreffende jaarrekeningen doen namelijk geen
melding van het feit dat er baten en lasten buiten de
winst-en-verliesrekeningen zijn gelaten en welke baten en lasten dat
dan zouden zijn. Een uiterst merkwaardige stelling van de
Hoofdofficier: omdat ik wèl een inbreker spullen zie wegdragen
uit het huis van mijn buren, maar niet kan zien wèlke spullen,
zou de inbreker niet aan het inbreken zijn.
De
Hoofdofficier geeft in haar brief aan dat ik niet zou hebben
aangegeven waarop ik mijn beschuldigingen van boekhoudfraude baseer.
Ik had dat echter wel gedaan! Ik had in mijn aangiften o.a. gewezen
op de brieven die ik aan de betreffende gemeenteraden en Provinciale
Staten gestuurd heb, waarin ik precies aangeef waarop ik mijn
beschuldigingen baseer. En als een en ander niet duidelijk was, had
mij om nadere toelichtingen gevraagd kunnen, zo niet moeten, worden.
Überhaupt verbaas ik mij hogelijkst dat in het kader van het
onderzoek door het Openbaar Ministerie niemand mij iets gevraagd
heeft. Ik beschik intussen over zeer uitgebreide dossiers waaruit
voor jaarrekeningtechnische deskundigen zonneklaar het gelijk van
mijn beschuldigingen blijkt. Die dossiers staan uiteraard geheel ter
beschikking van politie en Openbaar Ministerie!
In
haar brief stelt de Hoofdofficier dat uit "de correspondentie
die ik heb gevoerd met de Minister van Justitie, en uit in de media
verschenen berichten" zou blijken dat het mij te doen zou zijn
om een verbetering van de verantwoording van de bestede gelden van
lokale overheden. Een geheel onjuiste stelling! Een dergelijke
correspondentie met de Minister van Justitie bestaat zelfs niet eens!
Ook een geheel irrelevante stelling. Er kan inderdaad aan die
verantwoording heel wat worden verbeterd, maar dat staat mij niet
voor ogen met mijn aangiften. Ik deed aangifte omdat ik vind dat niet
alleen een boekhoudfraude bij een onderneming als Ahold en bij andere
ondernemingen strafrechtelijk vervolgd moet worden, maar òòk,
en niet op de laatste plaats, boekhoudfraude bij de overheid. Het
gaat in dit geval om een zaak van grote
maatschappelijke relevantie.
Het gaat over de verantwoording van de overheid naar o.a. de burgers
en de belastingbetalers over de besteding van publieke middelen, van
belastinggelden, en over bijvoorbeeld de met die verantwoording aan
te tonen noodzaak van het heffen van bijvoorbeeld
onroerendezaakbelastingen en de verhogingen daarvan!
Ik
kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het onderzoek op grond
waarvan de Hoofdofficier concludeert dat er geen aanleiding is tot
strafvervolging, niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Ik kan
mij ook niet aan de indruk onttrekken dat dit onderzoek niet is
uitgevoerd door terzake deskundigen. Ik kan mij ook niet aan de
indruk onttrekken dat dit onderzoek met enige vooringenomenheid is
uitgevoerd.
Mede
dankzij de beslissing om niet tot vervolging over te gaan, gaat de
boekhoudfraude bij de betreffende gemeenten en provincie onverminderd
en straffeloos door. Ook in de jaarrekeningen 2003 is opnieuw sprake
van boekhoudfraude. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?
Hoogachtend,
L.W.
Verhoef