drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Wijk
bij Duurstede,
6 september 2004
Gerechtshof
te Arnhem
Postbus
9030
6800
EM Arnhem
Betreft: Klacht
tegen beslissing Openbaar Ministerie om niet te vervolgen (SV art 12)
Boekhoudfraude
bij gemeenten en provincies
Uw
kenmerk: B2004\198
Geachte
mevrouw, mijnheer,
In
vervolg op mijn eerdere brieven aan u terzake van mijn klacht tegen
het Openbaar Ministerie om geen vervolg te geven aan mijn aangiften
vanwege boekhoudfraude (i.c. valsheid in geschrifte), bericht ik u
aanvullend.
Met
mijn brief van 30 juli 2004 deed ik u mijn brief van 30 juli 2004 aan
de president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven
toekomen inhoudende een verzoek om revisie en een klacht tegen de
behandelende rechters. De president heeft mij laten weten formeel
niets met mijn brief te kunnen doen. Eenzelfde klacht had ik
voorgelegd aan de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der
Nederlanden. Ook deze heeft mij laten weten formeel niets met mijn
klacht te kunnen doen.
Ik
wijs u op de omstandigheid dat al eerder accountants vanwege hun
goedkeurende accountantsverklaringen bij misleidende jaarrekeningen
door de (straf)rechter zijn veroordeeld. De rechtbank (Rechtbank
Leeuwarden, niet gepubliceerde uitspraak 1989) sprak uit: "Het
is niet voor niets dat in het maatschappelijk verkeer grote waarde
wordt toegekend aan de goedkeurende verklaring van een
registeraccountant. Op grond van het vorenoverwogene ... is de
rechtbank ... van oordeel dat voor een zo flagrante schending van dat
vertrouwen ... slechts het opleggen van een onvoorwaardelijke
vrijheidsbeneming op haar plaats is." De betreffende accountants
zijn in deze zaak tot zware straffen veroordeeld. In deze zaak ging
het om slechts peanuts vergeleken met de omvang van de
boekhoudfraudes waarover ik het in mijn aangiften heb. Het zal toch
niet zo zijn dat toentertijd de betreffende accountants wèl
zijn veroordeeld in zaken van veel minder importantie en dat de
betreffende accountants nù vrijuit zouden gaan omdat een
Officier van Justitie eventjes beslist dat zij niet tot nader
onderzoek en vervolging wil overgaan, bovendien op geheel verkeerde
gronden?
Met
hoogachting,
drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant