drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Toelichting
van
drs. L.W. Verhoef RA MGA
in
de klachtzaken
ex Wetboek van Strafvordering artikel 12
tegen
de seponering van de gedane aangiften van valsheid in geschrifte in
jaarrekeningen van
- Provincie
Noord-Brabant
- Gemeente
Breda
- Gemeente
Eindhoven
- Gemeente
Oss
- Gemeente
Tilburg
voor
het Gerechtshof
te
's-Hertogenbosch
Zitting:
24 mei 2005
Geacht
Hof,
Feiten
Een
jaarrekening van een gemeente of een provincie is een belangrijk
document. Met die jaarrekening legt het gemeentebestuur of
provinciebestuur rekening en verantwoording af aan de gemeenteraad
c.q. Provinciale Staten over de aanwending van de gemeenschapsgelden.
Het overgrote deel daarvan is belastinggeld, waaronder de
Onroerendezaakbelasting. Met de jaarrekening legt het gemeentebestuur
respectievelijk provinciebestuur tevens rekening en verantwoording af
aan de belastingbetalers, waaronder op de eerste plaats de inwoners
van de gemeente of provincie. Zoals het bestuur van een grote
onderneming met de jaarrekening rekening en verantwoording aflegt aan
haar aandeelhouders. Uit de jaarrekening moet aan de burgers
bijvoorbeeld de noodzaak blijken van de hoogte en de verhogingen van
de Onroerendezaakbelasting. Uit de jaarrekening moet bijvoorbeeld ook
blijken of het gemeente- of provinciebestuur in het afgelopen jaar al
of niet terecht heeft gezegd dat er geen geld beschikbaar was voor
allerhande door gemeenteraad, Provinciale Staten en burgers
aangedragen gewenste voorzieningen. Een belangrijk onderdeel van de
jaarrekening is dus de rekening
van baten en lasten
(c.q. winst-en-verliesrekening, exploitatierekening, kortweg:
rekening, of anderszins genoemd). In de rekening van baten en lasten
moeten de ontvangsten en uitgaven opgenomen worden. Het is uiteraard
de bedoeling dat wat als "ontvangsten en uitgaven" wordt
gepresenteerd, inderdaad de volledige werkelijke ontvangsten en
uitgaven zijn.
Het
is van het allergrootste belang dat wat er staat,
waar is.
Het is van het allergrootste belang dat de rekening van baten en
lasten volledig
en correct
alle
baten en alle
lasten aangeeft. Het is van het allergrootste belang dat wat onderaan
de rekening van baten en lasten als saldo wordt gepresenteerd, geheel
en al overeenkomt met wat dat bedrag suggereert, namelijk het
uiteindelijke saldo van alle
ontvangsten en alle
uitgaven.
Maar
wat is de praktijk?
De
jaarrekeningen van verschillende gemeenten en provincies, waaronder
de thans aan de orde zijnde, zijn ronduit misleidend.
Ze zijn misleidend, omdat het saldo van de rekening van baten en
lasten nìet het saldo is van àlle baten en lasten,
waaruit dus volgt dat er bedragen ontbreken in de rekening. Ikzelf
kan als ervaren "jaarrekeningtechnicus" na enig speurwerk
aan het ontbreken van noodzakelijke consistenties tussen de balans en
de rekening van baten en lasten zien dat het saldo van de rekening
onvolledig en dus onjuist is. Zonder overigens te kunnen zien wèlke
ontvangsten en uitgaven in concreto ontbreken. Echter een terzake
niet geschoolde jaarrekeninglezer kan dat allemaal volstrekt niet
zien, omdat hij/zij totaal geen weet heeft van noodzakelijke
consistenties tussen balans en rekening en al helemaal niet weet hoe
hij/zij eventuele inconsistenties kan vaststellen en moet
interpreteren. Het zou nog tot daarentoe zijn als, ingeval van een
onvolledige rekening, de toelichting bij de rekening duidelijk zou
maken dat er in de rekening bedragen ontbreken en dat het als zodanig
gepresenteerde saldo nìet het saldo is van alle baten en
lasten, en welke posten en welke bedragen in de rekening ontbreken en
wat dan het werkelijke saldo is van alle baten en lasten. Niets van
dat alles. Het tegendeel is zelfs waar. Bijna altijd bevestigen
bestuursverslag en jaarrekening zelfs het verkeerde beeld door het
onvolledige saldo expliciet voor het saldo van alle baten en lasten
te laten doorgaan. En dat maakt deze jaarrekeningen hoogst
misleidend.
Gemeenteraad, Provinciale Staten, en belangstellende burgers zien
niet en kunnen niet zien dat er bedragen ontbreken. Zij zien niet wat
het werkelijke saldo is van de baten en de lasten. Integendeel, zij
worden door de gevolgde presentatie totaal op het verkeerde been
gezet. Zij denken dat wat zij zien, de volledige werkelijke
ontvangsten en uitgaven zijn, en zij denken het werkelijke saldo
daarvan te zien en vormen zich op basis daarvan een oordeel over de
baten en de lasten en het saldo daarvan. Een onjuist oordeel dus. Zij
gaan ook in goed vertrouwen volledig af op de goedkeurende
accountantsverklaringen bij deze misleidende jaarrekeningen. Zij gaan
ervan uit dat een goedkeurende accountantsverklaring inhoudt dat de
jaarrekening betrouwbaar is. Zo zou het uiteraard wèl moeten
zijn. Echter, in al deze gevallen is dat vertrouwen in die
goedkeurende accountantsverklaring volkomen misplaatst.
Verbijsterend!
Wie
zijn de slachtoffers van deze volstrekt ontoelaatbare handelwijze?
Een handelwijze die we tegenwoordig aanduiden met de (overigens vrij
ongelukkige) term boekhoudfraude.
Een
handelwijze die ons Wetboek van Strafrecht valsheid
in geschrifte
noemt. Valsheid
in geschrifte
is volgens ons Wetboek van Strafrecht een ernstig misdrijf. Zes jaar
gevangenisstraf is mogelijk (artikel 225). Valsheid
in geschrifte
in zogenoemde authentieke
akten
vindt de wetgever nog ernstiger. Zeven jaar gevangenisstraf is
mogelijk (artikel 226). Jaarrekeningen behoren tot deze categorie van
authentieke
akten.
Wie
zijn de slachtoffers van deze valsheid
in geschrifte?
Het
gemeentebestuur van Tilburg
liet de winst-en-verliesrekeningen over de jaren 2000-2003 sluiten
met steeds een heel klein overschotje, in totaal over die jaren van
18 miljoen euro. In werkelijkheid was er in die jaren 280 miljoen
euro overgehouden. Een boekhoudfraude van ruim 260 miljoen euro dus.
Met dat verzwegen bedrag had in Tilburg met groot gemak de OZB (circa
28 miljoen euro per jaar) in die jaren overgeslagen kunnen worden.
Tilburg zou dan zelfs nog niet in de rode cijfers zijn beland.
De
rekeningen van gemeente Eindhoven
over de jaren 1998-2003 laten in totaal een overschot zien van circa
52 miljoen euro. In werkelijkheid hield de gemeente in die jaren
bijna 260 miljoen over. De OZB-opbrengst was over die jaren circa 230
miljoen euro. Ook het gemeentebestuur van Eindhoven verzweeg met
ordinaire boekhoudfraude dat bijvoorbeeld heffing van
Onroerendezaakbelasting niet nodig was geweest.
Het
kan ook anders. Het gemeentebestuur van Breda
liet de winst-en-verliesrekeningen over de jaren 1999-2003 steeds
eindigen met een positief saldo zo tussen de 15 en 25 miljoen euro,
in totaal over die jaren een overschot van zo'n 100 miljoen euro. In
werkelijkheid was er een overschot in die jaren van circa 22 miljoen.
In totaal werd er dus een kleine 80 miljoen euro aan uitgaven
verzwegen. Waar ging dat geld aan op? De burgers van Breda mochten
dat blijkbaar niet weten. Ordinaire boekhoudfraude.
Voor
provincie Noord-Brabant en gemeente Oss gelden soortgelijke verhalen.
U vindt de details over de omvang van de boekhoudfraude (of zoals ons
Wetboek van Strafrecht het noemt: Valsheid in geschrifte) van
provincie Noord-Brabant en gemeente Oss in mijn aangiften. Bij
provincie Noord-Brabant gaat het om ruim 140 miljoen euro. Bij
gemeente Oss gaat het om circa 33 miljoen euro.
Wie,
of beter gezegd: wat, is nog meer slachtoffer?
De
democratische controle! De controle door onze volksvertegenwoordigers
namens u en mij op de bestedingen van onze belastinggelden door uw en
mijn overheid.
In
de jaarrekening moeten gemeentebestuur c.q. provinciebestuur verslag
doen van de werkelijke ontvangsten en uitgaven naast de bedragen
waarvoor in de begroting door onze volksvertegenwoordigers namens u
en mij toestemming is verleend. Met boekhoudfraude worden
begrotingsoverschrijdingen weggepoetst en verzwegen. Met
boekhoudfraude worden opbrengsten en overschotten, soms heel grote
overschotten, verzwegen. Met boekhoudfraude wordt de democratische
controle vermoord.
Wat
is nog meer slachtoffer?
Het
door de gemeenteraad c.q. Provinciale Staten gevoerde beleid!
Gemeenteraad en Provinciale Staten gaan bij hun besluiten over de
financiële haalbaarheid van allerlei gewenste gemeentelijke en
provinciale activiteiten in goed vertrouwen af op onder andere de
cijfers van de jaarrekening. Echter met valsheid in geschrifte wordt
de gemeenteraad en Provinciale Staten een totaal verkeerd beeld
voorgehouden van de werkelijke omvang van de inkomsten en uitgaven
van hun gemeente en provincie. Veel belangrijke besluiten zijn
verkeerd omdat ze gebaseerd zijn op met boekhoudfraude verminkte
informatie.
Dus
schreef ik brieven aan de betreffende gemeenteraden c.q. Provinciale
Staten. Die vervolgens het beschermen van hun eigen wethouders en
Gedeputeerde Staten veel en veel belangrijker vonden dan dàt
doen wat ze geacht worden te doen en waarvoor ze door u en mij
betaald worden, namelijk het uitoefenen van controle. Dus weigeren
die gemeenteraden en Provinciale Staten de misstand te onderkennen en
aan te pakken. Dus worden de enkele gemeenteraads- en statenleden die
er wèl werk van willen maken, politiek monddood gemaakt. Wel
een grote mond over boekhoudfraude in het bedrijfsleven. Termen als
"Nederland-Fraudeland" worden daarbij niet geschuwd. Maar o
wee, als het gaat over boekhoudfraude in eigen huis. Dan houdt
"Nederland-Fraudeland" blijkbaar op bij de gemeentegrenzen
van gemeente Oss.
Justitie
Dus
deed ik, mede op aanraden van de minister van Justitie, (voor het
eerst in december 2002) aangifte van boekhoudfraude, i.c. valsheid in
geschrifte, bij de politie. Die er vervolgens niets mee deed. De
enkele aangifte die per ongeluk het bureau van een Officier van
Justitie haalde, werd meteen geseponeerd. Verbijsterend! En onze
regering ons maar oproepen dat we vooral aangifte moeten gaan doen
als we tegen misstanden aanlopen. En als je dan aangifte doet, krijg
je de wind van voren, word je voor van alles en nog wat uitgemaakt,
wordt er aangifte tegen je gedaan wegens smaad, word je op de
arbeidsmarkt regelrecht geboycot, en vind je het Openbaar Ministerie
en Advocaten-Generaal tegenover je in plaats van als bondgenoot.
Verbijsterend!
Accountants
Bij
al deze misleidende jaarrekeningen staan desondanks goedkeurende
accountantsverklaringen. Verbijsterend! Dus klaagde ik (voor het
eerst in augustus 1998) verschillende accountants, verspreid over
alle vier de grote accountantskantoren (Deloitte, Ernst&Young,
KPMG, PricewaterhouseCoopers) aan bij de Raad van Tucht voor
Accountants. Deze Raad van Tucht bestond het om in de eerste door mij
aangespannen procedure de betreffende accountant door procedurefouten
van de Raad zelf vrijuit te laten gaan. De Raad bestond het mijn
klachten te vervangen door een geheel nieuw geformuleerde klacht en
vervolgens de betrokken accountant van deze nieuwe klacht, dus nìet
zijnde mijn klacht, vrij te spreken. In de volgende procedures liet
de Raad, z'n fout in de voorgaande procedure inziend, de betrokken
accountants nu vrijuit gaan omdat "het binnen de provinciale en
gemeentelijke verslaggeving niet ongebruikelijk is dat bedragen
buiten de rekening van baten en lasten worden gehouden". Daarmee
overigens wèl impliciet mijn gelijk erkennend! Verbijsterend!
In hoger beroep voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven
bestond dit College het om alweer louter door procedurefouten van het
College zelf de betreffende accountants vrijuit te laten gaan, zonder
dat zelfs maar mijn klachten inhoudelijk aan de orde kwamen! In
onlangs gedane nieuwe uitspraken van het College berustten de
uitspraken van het College bovendien zelfs op pure (in de uitspraken
opgenomen) onwaarheden. Als in een inmiddels door mij tegen de
betreffende rechters gestarte klachtprocedure mijn klacht daarover
niet toereikend wordt behandeld, zal ik bij Justitie aangifte gaan
doen van valsheid in geschrifte door de betreffende rechters.
De
accountants gingen in deze tuchtzaken dus niet vrijuit omdat ik
ongelijk zou hebben met mijn beweringen over misleidende
jaarrekeningen, wat al die gemeente- en provinciebesturen daarna
rondbazuinden, en wat ook het Openbaar Ministerie, met dat
Functioneel Parket voorop, telkens verkondigt!
Ongebreidelde
boekhoudfraude
Dankzij
dat alles en iedereen ongehinderd z'n gang kan gaan, zet de
boekhoudfraude zich ook in de nu overal verschijnende jaarrekeningen
2004 ongebreideld voort. In de jaarrekening van bijvoorbeeld
Amsterdam met een bedrag van zo'n 340 miljoen euro. Bovenop de al in
voorgaande jaren "gescoorde" 2 miljard euro, heeft de
boekhoudfraude in Amsterdam vanaf de jaarrekening 1998 inmiddels een
omvang van zo'n 2,3 miljard euro bereikt.
Dossierstukken
Behalve
dat ik aangifte(n) heb gedaan, heb ik naar aanleiding van de
seponeringen en in vervolg op mijn klachten tegen deze seponeringen
en tegen het feit dat (in het merendeel van de gevallen) mijn
aangiften zelfs onbehandeld onder in deze of gene bureaulade lagen te
vergelen , diverse correspondentie gestuurd naar het Openbaar
Ministerie en naar uw Gerechtshof. Omdat ik mij, ik denk op goede
gronden, niet aan de angst kan onttrekken dat mijn brieven niet in de
goede dossiers zijn terechtgekomen en dus wellicht niet onder uw
aandacht zijn gekomen, som ik ze hieronder volledigheidshalve op. Ik
verzoek u dringend te bezien of u van al deze stukken heeft
kennisgenomen, en zo nee, dit alsnog te doen.
Zaak
Breda:
- brief
d.d. 22 juli 2004 aan de Hoofdofficier van Justitie waarin ik
uitvoerig inga tegen zijn beslissing tot seponering en zijn
volstrekt onjuiste redenen daarvoor.
- brief
d.d. 30 juli 2004 aan het Hof met en betreffende mijn klacht bij de
President van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.
- brief
d.d. 6 september 2004 aan het Hof met o.a. een verwijzing naar een
eerdere strafzaak tegen accountants, waar accountants zijn
veroordeeld vanwege valsheid in geschrifte.
- brief
d.d. 22 september 2004 aan het Hof ter aanvulling op en toelichting
bij mijn klaagschrift in deze zaak.
Zaak
Tilburg:
-
brief
d.d. 2 april 2004 aan het Hof waarin ik uitvoerig reageer op de
brief van de Officier van Justitie waarin zijn beslissing om niet
tot vervolging over te gaan en zijn volstrekt onjuiste redenen
daarvoor.
Zaak
Noord-Brabant:
-
brief
d.d. 24 januari 2005 aan het Ressortsparket te 's-Hertogenbosch met
toezending van enige aanvullende relevante informatie.
Reactie
op adviezen Advocaat-Generaal
U
heeft mij toegestuurd de adviezen van de Advocaat-Generaal. Het
eerste advies betreft de afwijzing van mijn aangiften van valsheid in
geschrifte in de jaarrekeningen van provincie Noord-Brabant en de
gemeenten Eindhoven en Oss. Het tweede advies betreft de
jaarrekeningen van gemeente Oss. Het derde advies betreft de
jaarrekeningen van gemeente Breda.
In
alle drie gevallen concludeert de Advocaat-Generaal dat mijn
aangiften niet in behandeling zijn genomen, omdat ik mijn aangiften
zou hebben gedaan met als doel "het verbeteren van de kwaliteit
van de jaarrekeningen van deze overheidsorganisaties te
bewerkstelligen". Fout! Fout! Fout! Waar haalt de
Advocaat-Generaal dat nou weer vandaan? Ik wil het nog wel eens zijn
met de bewering dat het strafrecht niet het instrument is om het
verbeteren van de kwaliteit van de jaarrekeningen van
overheidsorganisaties te bewerkstelligen, maar dat is hier totaal
niet aan de orde. Ik doe aangifte van strafbare feiten omdat ik vind
dat valsheid in geschrifte in jaarrekeningen (ook, en met name) van
overheidsorganisaties niet ongestraft blijft. Ik constateer
boekhoudfraude van een enorme omvang bij provincie Noord-Brabant en
bij gemeenten Breda, Eindhoven, Oss en Tilburg. Ik zie slachtoffers,
ik zie hoe op grond van gefalsificeerde informatie bijvoorbeeld
teveel of zelfs onnodig belasting geheven wordt, ik zie hoe de
democratische controle vermoord wordt, en ik doe dus aangifte.
Nogmaals: ik vind dat de schuldigen vervolgd en gestraft moeten
worden. Uiteraard is het ook te hopen dat door het vervolgen en
straffen van schuldigen anderen worden ontmoedigd om ook in de fout
te gaan. Is dat niet juist één van de bedoelingen van
het strafrecht?
De
Advocaat-Generaal verwijst naar ambtsberichten van de betreffende
Hoofdofficieren van Justitie en naar ambtsberichten van een
Functioneel Parket. Ook in deze ambtsberichten de nodige onwaarheden,
nonsens en irrelevante maar wel suggestieve opmerkingen. Droevig te
moeten constateren dat Justitie niet je bondgenoot is in de strijd
tegen misdrijven. Droevig te moeten constateren dat Justitie op alle
mogelijke manieren probeert onder de zaak uit te komen. "Justitie
kan geldmisdaad niet aan", citeerde mijn krant (Utrechts
Nieuwsblad van
16 september 2004) uit de inaugurele rede van procureur-generaal
Steenhuis bij het aanvaarden van zijn leerstoel Politiewetenschappen
van het BeNeLux Universitair Centrum.
Het
Functioneel Parket beweert in zijn ambtsbericht van 16 februari 2004
(inmiddels is het vandaag 24 mei 2005) dat ik in mijn aangiften niet
zou hebben aangegeven waar ik de wetenschap vandaan haal dat er met
de cijfers geknoeid is. Onwaar! In al mijn aangiften heb ik verwezen
naar de brieven die ik aan de betreffende gemeenteraden en
Provinciale Staten gestuurd heb, in welke brieven ik een en ander
nauwkeurig heb aangegeven. Bij mijn eerste aangiften heb ik die
brieven als bijlage toegevoegd. Bij latere aangiften niet meer, omdat
ik ervan uit ging dat er bij Justitie sprake zou zijn van enige
coördinatie in de behandeling van mijn 20 aangiften. Fout
gedacht van mij. Van enige coördinatie is niets te merken. Ook
niet na mijn klachten hierover bij de minister van Justitie en het
College van Procureurs-Generaal. En verder, als het Openbaar
Ministerie echt geïnteresseerd was in de bestrijding van
valsheid in geschrifte van enorme omvang bij de overheid zelf, had
dat zelfde Openbaar Ministerie mij kunnen vragen waar ik mijn
wijsheid over verzwegen ontvangsten en uitgaven vandaan haalde, of
mij om uitleg kunnen vragen over de inhoud van mijn brieven aan de
betreffende gemeenteraden en Provinciale Staten, of eens in mijn
uitpuilende dossiers komen kijken. Niets van dit alles.
Het
Functioneel Parket stelt dat de Raad van Tucht (welke? bedoeld zal
zijn de Raad van Tucht voor Accountants) zou hebben uitgemaakt dat
"de regels niet onjuist waren toegepast en de klacht dus
ongegrond is". Onwaar! Dat heeft die Raad van Tucht beslist nìet
uitgemaakt. Die Raad van Tucht heeft gezegd dat het blijkbaar vaker
voorkomt dat in jaarrekeningen van gemeenten bedragen ontbreken. Dat
is iets heel anders! Met deze uitspraken erkent dus de Raad van Tucht
impliciet dat ik volkomen gelijk heb met mijn beweringen over
verzwegen bedragen. Dat diezelfde Raad van Tucht de betrokken
accountants vrijuit laat gaan, mag verbijsterend zijn, maar doet aan
mijn gelijk niets af!
Het
Functioneel Parket zegt in zijn ambtsbericht van 16 februari 2004 dat
ook de FIOD-ECD de zaak onderzocht zou hebben en zou hebben
geconcludeerd "dat er onvoldoende aanleiding is om een
strafrechtelijk onderzoek te starten." Fout! Met brief van 18
april 2003 heeft de FIOD-ECD gezegd: "Dit valt niet binnen onze
taakstelling want wij houden ons alleen bezig met transacties voor
het niet (tijdig) inleveren van jaarrekeningen bij KvK."
De
Advocaat-Generaal verwijst in zijn advies in de zaak betreffende de
jaarrekening van gemeente Breda naar het advies van een
parketsecretaris in Breda. Deze secretaris meent te mogen weten dat
"het duidelijk moge zijn dat de principiële opvatting van
de heer Verhoef over hoe de Nederlandse openbare financiën
dienen te worden beheerd, afwijkt van de vigerende regelgeving."
Irrelevante nonsens! Bovendien onwaar! Het gaat in deze zaak niet
over "hoe de Nederlandse openbare financiën dienen te
worden beheerd". Het gaat ook niet over mijn opvattingen
daarover (die overigens beslist niet afwijken van "de vigerende
regelgeving"). Het gaat in deze zaak om een provinciebestuur en
vier gemeentebesturen die met ordinaire boekhoudfraude grote bedragen
verzwijgen. Met alle rampzalige gevolgen en slachtoffers van dien. En
over "vigerende regelgeving" gesproken, er bestaat geen
vigerende regelgeving, ook niet in "de bij of krachtens de
Gemeentewet gesteld", die zou toestaan dat de kluit belazerd
wordt door grote bedragen in de verantwoording die een jaarrekening
is, te verzwijgen en door een saldo van ontvangsten en uitgaven te
presenteren dat niet overeenkomt met het werkelijke saldo.
Integendeel! Jaarrekeningen van gemeenten en provincies moe(s)ten
voldoen aan de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften (vanaf de
jaarrekeningen 2004 vervangen door het zogenoemde Besluit begroting
en verantwoording). Deze Comptabiliteitsvoorschriften schrijven in
artikel 3 uitdrukkelijk voor dat de jaarrekening betrouwbaar
moet zijn (i.c. een "getrouw beeld" moet geven). En
accountants moeten volgens de Gemeentewet (artikel 213 lid 3) niet
alleen verklaren of de betreffende jaarrekening wel of niet voldoet
aan deze Comptabiliteitsvoorschriften, maar afzonderlijk en expliciet
òòk of de jaarrekening wel of niet betrouwbaar
is (i.c. wel of niet een "getrouw beeld" geeft).
Over
de "regeltjes" gesproken. Het idee alleen al dat er regels,
wettelijke regels nog wel, zouden bestaan die zouden toestaan dat
gemeenten en provincies in hun jaarrekening een verkeerde
voorstelling van zaken geven, dus de kluit belazeren, dus valsheid in
geschrifte plegen, is te bespottelijk voor woorden.
Kortom,
de adviezen van de Advocaat-Generaal zijn gebaseerd op irrelevante
nonsens en onwaarheden. Jammer dat hij zich niet tevoren eens echt in
de zaak verdiept heeft. Ik maak me grote zorgen over al die andere
adviezen van deze Advocaat-Generaal.
Bevestiging
door anderen
In
het gezaghebbende tijdschrift Overheidsmanagement
(maart 2004) schrijft prof. J.H. Blokdijk RA, emeritus-hoogleraar
Accountantscontrole aan de Vrije Universiteit te Amsterdam:
"...
onder volksvertegenwoordigers en burgers heerst hier en daar onvrede.
Er woedt zelfs een soort veenbrand, aangestoken door de accountant
Leo Verhoef. Het kernpunt betreft de bepaling … dat de rekening van
baten en lasten de omvang van alle
baten en lasten moet weergeven. Verhoef toont telkens weer aan dat
gemeenten en provincies hiertegen op grote schaal zondigen."
Hiermee
zegt Blokdijk:
- Leo
Verhoef heeft gelijk met zijn beweringen over verzwegen bedragen;
- Leo
Verhoef heeft gelijk met zijn beweringen dat dat in strijd is met
wettelijke voorschriften.
Kamervragen
Onlangs
hebben de Tweede-Kamerleden (PvdA) Depla en Douma indringende
schriftelijke vragen gesteld aan de ministers van Binnenlandse Zaken
en van Financiën (Kamerstuk: 2040513970) over deze ongebreidelde
regelrechte boekhoudfraudes bij diverse gemeenten en provincies en
over de gang van zaken in de daarover gevoerde gerechtelijke
procedures. De eerste contouren van de volgende parlementaire enquête
beginnen zich af te tekenen. Een parlementaire enquête die zal
gaan over de al jaren durende ongebreidelde boekhoudfraude van
ongekende omvang bij de overheid zelf en de gedragingen van alle
daarbij betrokken personen en instanties.
Tussenbeschikking
Gerechtshof te 's-Gravenhage
In
de uitnodiging voor deze zitting die ik van u ontving, staat dat de
behandeling achter gesloten deuren plaatsvindt en dat daarom niemand
in de zaal aanwezig mag zijn. Als dat niet het geval was, hadden hier
ten minste enige belangstellende gemeenteraadsleden gezeten die óók
bij Justitie aangifte hebben gedaan van boekhoudfraude in hun eigen
gemeenten. Bijvoorbeeld het Rotterdamse gemeenteraadslid drs. J.G.
van Heijgen. Ook zijn aangifte is door de betreffende Officier van
Justitie geseponeerd. Ook Van Heijgen heeft daar tegen geklaagd, in
dit geval bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De behandeling van
zijn klacht is al in een verder stadium dan thans in deze zaak voor
uw Hof het geval is. Naar aanleiding van deze behandeling heeft het
Hof te 's-Gravenhage een tussenbeschikking getroffen. Het Hof heeft
beslist de betreffende beklaagden (in dit geval onder anderen de
burgemeester en diverse wethouders van gemeente Rotterdam) te willen
horen en heeft de beklaagden gevraagd een "gemotiveerde
schriftelijke reactie aan het hof te doen toekomen, inhoudende onder
meer inlichtingen met betrekking tot de gang van zaken bij
vaststelling van de jaarrekeningen waarop het beklag betrekking
heeft" (zaak met volgnummer: 04167K10).
Verzoek
Ik
verzoek uw Hof dringend het Openbaar Ministerie op te dragen tot
vervolging van de schuldigen in deze zeer ernstige zaken van valsheid
in geschrifte, nota bene bij de overheid zelf, nota bene in hèt
verantwoordingsdocument bij uitstek, namelijk de jaarrekening, over
te gaan en daartoe een serieus en deskundig en diepgaand onderzoek in
te stellen naar alle relevante omstandigheden, te beginnen bij mijn
uitpuilende dossiers, en de schuldigen bij de strafrechter voor te
geleiden. Het zal toch niet zo zijn dat het Openbaar Ministerie wèl
boekhoudfraude in het bedrijfsleven onderzoekt en vervolgt maar niet
boekhoudfraude bij de overheid, bovendien boekhoudfraude van een heel
veel grotere omvang dan bij bijvoorbeeld Ahold waar Justitie wèl
met een diepgravend onderzoek bezig is, zelfs naar de kleur van de
inkt waarmee contracten zijn ondertekend. Ik verzoek uw Hof te
bevorderen dat het Openbaar Ministerie dit uiterst serieus zal doen,
zodoende mijn angst wegnemend voor het "met onwillige honden is
het slecht hazen vangen". Ik verzoek uw Hof ook te bevorderen
dat dit onderzoek door het Openbaar Ministerie zal geschieden door
andere (Hoofd)Officieren dan degenen die aan het zogenoemde
driehoeksoverleg met de betreffende burgemeesters deelnemen.