drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 26 oktober 2005
Gerechtshof te
's-Gravenhage
Beklagkamer
Betreft: Zaaknummer
K05/1005
Aangiften van valsheid in geschrifte
bij
gemeenten Den Haag, Dordrecht, en
Rotterdam
en provincie
Zuid-Holland
Geacht Hof,
Op 20 maart 2003 (inmiddels ruim 2 1/2 jaar
geleden) deed ik aangifte van valsheid in geschrifte in de jaarrekening
1997-2001 van gemeente Den Haag. Op 8 januari 2004 breidde ik mijn aangifte uit
met valsheid in geschrifte in de jaarrekening 2002. De boekhoudfraude beloopt
over die periode ruim 430 miljoen euro.
Op 17 juli 2003 deed ik aangifte van valsheid in
geschrifte in de jaarrekeningen 2000-2002 van gemeente Dordrecht. De
boekhoudfraude beloopt over die periode ruim 180 miljoen
euro.
Op 9 juli 2003 deed ik aangifte van valsheid in
geschrifte in de jaarrekeningen 1998-2002 van gemeente Rotterdam. De
boekhoudfraude over die periode beloopt circa 440 miljoen
euro.
Op 20 maart 2003 deed ik aangifte van valsheid in
geschrifte in de jaarrekeningen 1997-2001 van provincie Zuid-Holland. Op 19
maart 2004 breidde ik deze aangifte uit met valsheid in geschrifte in de
jaarrekening 2002. Ook daar bedraagt de boekhoudfraude ettelijke miljoenen
euro's.
Mede dankzij de seponering van deze aangiften
door het Openbaar Ministerie kon en kan dit misdrijf nog steeds door niets en
niemand verhinderd gewoon doorgaan. In de jaarrekeningen 2003 en 2004 zie je de
valsheid in geschrifte, i.c. de boekhoudfraude, gewoon
doorgaan.
Boekhoudfraude in het bedrijfsleven wordt wèl
onderzocht en vervolgd, zie de Ahold-zaak; boekhoudfraude bij de overheid zelf,
met een omvang groter dan van de hele Ahold-zaak, wordt blijkbaar niet
onderzocht en vervolgd. Ongelofelijk. Verbijsterend
zelfs!
Politie en Openbaar Ministerie vinden het niet
nodig ook maar iets met mijn aangiften te doen behalve in een of andere
bureaulade te laten vergelen. Vandaar mijn klachten op grond van Wetboek van
Strafvordering artikel 12.
Met brief van 5 januari 2005 beloofde uw griffie
mij de redenen van het Openbaar Ministerie toe te sturen voor het niet overgaan
tot onderzoek en vervolging. Daarna heb ik nooit meer wat gehoord. Die redenen
zijn er dus blijkbaar niet. (Tenzij uw griffie ze voor mij heeft achtergehouden,
waar ik echter niet vanuit ga.) In de oproep voor deze zitting lees ik dat de
officier besloten heeft niet tot onderzoek en vervolging over te gaan omdat hij
besloten heeft niet tot onderzoek en vervolging over te gaan. Inderdaad,
procureur-generaal Steenhuis heeft helemaal gelijk als hij bij het aanvaarden
van zijn leerstoel Politiewetenschappen zegt: "Justitie kan geldmisdaad niet
aan" (Utrechts Nieuwsblad 16.9.2004). Nog erger, als het om geldmisdaad bij de
overheid zelf gaat, wil Justitie het blijkbaar niet
eens.
Wie zijn de slachtoffers van deze ongekende en
ongebreidelde boekhoudfraude, die zich blijkens mijn onderzoekingen bij meer
gemeenten en provincies voordoet? Deze boekhoudfraude bij de overheid zelf
beloopt volgens mijn onderzoekingen inmiddels ettelijke miljarden euro's. Mijn
20 aangiften belopen bij elkaar circa 5 miljard euro! En het gaat maar door of
het de gewoonste zaak van de wereld is.
De slachtoffers van deze valsheid in
geschrifte?
Op de eerste plaats de
belastingbetalers, waaronder uiteraard ook ikzelf. Gemeenten als
Amsterdam en Den Haag, maar er zijn er meer, konden met groot gemak niet alleen
de verhogingen van de OZB in de afgelopen jaren gewoon overslaan, maar zelfs de
volledige OZB zonder zelfs maar in de rode cijfers te komen. Met ordinaire
boekhoudfraude (i.c. valsheid in geschrifte) werd dat onzichtbaar gemaakt. In
plaats van met de werkelijke jaarlijkse overschotten in de jaarrekeningen naar
buiten te komen, worden gefalsificeerde cijfers geproduceerd, waaruit kleine
jaarlijkse overschotten of tekorten zouden moeten
blijken.
Een aanzienlijk deel van de ook door
mij opgebrachte inkomstenbelasting gaat via het Gemeentefonds en
Provinciefonds naar de kassen van de gemeenten en provincies. Ik heb als
belastingbetaler recht op een eerlijke verantwoording door die zelfde
overheid over wat ze met mijn belastinggeld wel of niet hebben gedaan. En
wat krijg ik in plaats van eerlijke jaarrekeningen? Ik krijg gefalsificeerde
cijfers! Dus deed ik als direct slachtoffer aangifte. Dus ben ik in deze
klachtzaak direct belanghebbende!
Ik zie als ter zake deskundig
onderzoeker gevallen van verschrikkelijke valsheid in geschrifte.
Valsheid in geschrifte in jaarrekeningen behoort tot de categorie van valsheid
in geschrifte in zogenoemde 'authentieke akten', waarop Wetboek van Strafrecht
artikel 226 een verhoogde straf zet van (maximaal) zeven jaar. Dus doe ik
aangifte van een strafbaar feit. Dat ben ik alle slachtoffers, inclusief
mijzelf, verschuldigd. Bovendien ben ik het gewoon verplicht als burger die
kennis draagt van een misdrijf. Onze ministers roepen ons als burgers op
aangifte te doen van misdrijven. Het mag niet zo zijn dat daarna het Openbaar
Ministerie de burger die het waagt aangifte te doen, in zijn hemd laat
staan!
Ik ben ook in andere zin direct
belanghebbende en dus in directe zin slachtoffer van het niet
vervolgen van deze misdrijven. Uit het seponeren van mijn aangiften leidt alles
en iedereen af dat ik "dus" ongelijk heb. Ik word uitgemaakt voor oplichter op
de website van de Socialistische Partij van Tilburg, er wordt tegen mij aangifte
gedaan van smaad (die vervolgens nìet wordt geseponeerd!), ik word in de pers
afgedaan als een zonderlinge gek waar je vooral geen aandacht aan moet besteden,
er worden klachten tegen mij ingediend bij mijn eigen Raad van Tucht (ik ben
immers Registeraccountant), en mij wordt als Registeraccountant het leven
onmogelijk gemaakt. Ik ben als klokkenluider mijn baan kwijt geraakt en niemand
wil zo'n zonderlinge en gevaarlijke gek als werknemer in dienst hebben. Hoe onze
maatschappij omgaat met haar klokkenluiders is ver beneden elk niveau!
Tweede-Kamerleden adviseren mij in therapie te gaan in plaats van de misstand
aan te pakken. O ja, misstanden in het bedrijfsleven moeten onmiddellijk
aangepakt worden, vinden politici. Maar misstanden bij de overheid? In de
doofpot, vinden dezelfde politici!
Het is te zot voor woorden dat als een
Registeraccountant een zwaar geval van valsheid in geschrifte in een
jaarrekening ontdekt en hij daar aangifte van doet, Justitie dat eenvoudigweg
naast zich neer zou kunnen leggen. Diezelfde Registeraccountant zou daarna bij
voorbaat al volledig afgebrand zijn als hij in de uitoefening van zijn
accountantsvak wat dan ook ontdekt. Iedereen weet dan dat die Registeraccountant
wel aangifte kan gaan doen, maar dat Justitie toch niets met die aangiften doet.
Die Registeraccountant en alle andere Registeraccountants is en zijn voor de
rest van hun accountantsleven volledig afgebrand en monddood gemaakt! Wil het
accountantsberoep en mijn eigen functioneren als accountant enige grond
van bestaan hebben, dan dient een aangifte van valsheid in geschrifte in een
jaarrekening door een accountant en zeker door een accountant zoals ik,
die met veel kennis ter zake het misdrijf heeft opgespoord, onmiddellijk
voortvarend opgepakt te worden. Anders is het gedaan met het
accountantsvak!
Kortom, ik ben zwaar geschaad door de
overheid die mij voorliegt over de besteding van mijn belastinggeld, ik ben
zwaar tekortgedaan in mijn functioneren als accountant en ter zake deskundige,
ik ben zwaar tekort gedaan als klokkenluider, en ik voel me zwaar gekrenkt door
de botte weigering van het Openbaar Ministerie. Dus ben ik in deze klachtzaak
direct belanghebbende.
De ongekende misstand, boekhoudfraude bij de
overheid zelf, moet strafrechtelijk worden vervolgd. Onmiddellijk! Namelijk door
het opdracht geven aan het Openbaar Ministerie de aangiften, die al veel te lang
onbehandeld zijn gelaten, onverwijld op te pakken en over te gaan tot onderzoek
en vervolging!
Ik ken op dit moment geen andere argumenten voor
het terzijde leggen van mijn aangiften dan wat in de oproep voor deze zitting
stond, namelijk dat de officier van justitie onvoldoende gronden aanwezig achtte
om een strafvervolging in te zetten. Ik herinner u aan de uitspraak van
procureur-generaal Steenhuis, dat Justitie volstrekt onvoldoende kennis heeft om
geldmisdaden te onderkennen en te onderzoeken en vervolgen. Die kennis om
valsheid in geschrifte in jaarrekeningen te ontdekken is wel bij mij,
Registeraccountant, bovendien met heel grote kennis van jaarrekeningen van
gemeenten en provincies, aanwezig! Laat daar dan naar geluisterd
worden!
Mocht het Openbaar Ministerie toch inhoudelijke
argumenten menen te hebben, nogmaals: ik ken ze niet, in dat geval verwijs ik
naar de behandeling van hedenmiddag door uw Hof van een andere klachtzaak,
namelijk van het Rotterdamse gemeenteraadslid de heer drs. J.G. van Heijgen
(zaaknummer K05/1328). Ook de heer Van Heijgen had aangifte gedaan van valsheid
in geschrifte in de jaarrekeningen van Rotterdam. Ook zijn aangifte is
geseponeerd. Ook hij heeft hierover een klacht bij uw Hof ingediend. In de
behandeling van zijn klachtzaak heeft uw Hof inmiddels de beklaagden uitgenodigd
hun visie te geven. Die visie is verwoord in een rapport van het
advocatenkantoor NautaDutilh. Dat rapport komt vanmiddag ook aan de orde. Op
verzoek van de heer Van Heijgen heb ik het rapport van NautaDutilh beoordeeld en
van opmerkingen voorzien. Mijn opmerkingen, waarmee ik van dat rapport van
NautaDutilh geen spaan heel laat, zullen uw Hof vanmiddag als deskundigenrapport
overhandigd worden. Ik verzoek u dit deskundigenrapport van mij ook thans in uw
beoordeling van deze mijn zaak te betrekken. Ik overhandig u hierbij dit
rapport, waardoor het onderdeel wordt van deze nota.
Over de onverkwikkelijke zaak van het
niet strafrechtelijk vervolgen van boekhoudfraude bij de overheid zelf,
bovendien boekhoudfraude van een veel grotere omvang dan bijvoorbeeld bij Ahold,
waar het Openbaar Ministerie wèl tot onderzoek en vervolging over ging, heb ik
zelf een zeer uitvoerige correspondentie met het College van procureurs-generaal
gevoerd. De hele correspondentie is te vinden op het Internet op website
www.leoverhoef.nl
onder de link "Openbaar Ministerie". Ik geef uw Hof voor een goed begrijpen van
deze zaak (zo uw Hof dat al niet goed begrijpt) ten sterkste in overweging
kennis te nemen van deze correspondentie.
Voor het geval uw Hof meer wil weten
over de verbijsterende misstand van boekhoudfraude bij de overheid zelf, zoals
in dit geval bij gemeenten Den Haag, Dordrecht, Rotterdam en provincie
Zuid-Holland, verwijs ik uw Hof naar wat ik daarover uitvoerig heb opgenomen op
de website www.leoverhoef.nl. U zult versteld staan over wat u daar te zien
krijgt!
Conclusie
Ik verzoek uw Hof dringend mij ontvankelijk te
verklaren in mijn klachten en vervolgens het Openbaar Ministerie op te dragen
nader onderzoek te verrichten en over te gaan tot vervolging van de
verantwoordelijken voor deze valsheid in geschrifte (boekhoudfraude) in de
Haagse, Dordrechtse, Rotterdamse en Zuid-Hollandse
jaarrekeningen.
drs. L.W. Verhoef mga
Registeraccountant