drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 20 december 2005
Gerechtshof te Amsterdam
Postbus 1312
1000 BH Amsterdam
Betreft: Klachten ex artikel
12Sv
(inzake seponering aangiften van valsheid in
geschrifte in jaarrekeningen van gemeenten
Amsterdam, Haarlem, Haarlemmermeer en
Zaanstad en provincie Utrecht)
o.a. uw kenmerken: K05/1026, K05/1027,
K05/1028
Geacht Hof,
Boekhoudfraude gebeurt niet alleen bij
het bedrijfsleven maar ook bij onze integer geacht handelende overheid. Op de
website www.leoverhoef.nl leest u er heel veel over.
Vanwege deze boekhoudfraude bij de overheid, die
bijvoorbeeld de boekhoudfraude bij Ahold doet verbleken, deed ik aangifte bij
Justitie van valsheid in geschrifte in de jaarrekeningen van bovengenoemde
gemeenten en provincie. Omdat Justitie het bestond deze aangiften te seponeren,
bovendien om totaal niet valide redenen, diende ik bij uw Hof daarover klachten
in op grond van WSv artikel 12.
Ik deed hetzelfde vanwege boekhoudfraude bij
enkele andere gemeenten, ressorterend onder andere Gerechtshoven. Het
Gerechtshof te Den Haag besteedde daaraan een zitting waarin ik kon uiteenzetten
en toelichten waarom ik naar mijn stellige overtuiging om zeer goede redenen
"rechtstreeks belanghebbende" ben overeenkomstig de eis van dit artikel 12. Ik
leidde daaruit af dat er ook in mijn klachtprocedures bij het Hof te Arnhem en
het Hof te Amsterdam eerst een zitting zal komen waarin het aspect van
"rechtstreeks belanghebbende" aan de orde komt. Echter, zonder dat het Hof te
Arnhem mij gevraagd had naar mijn mening over dit aspect, zonder enige kennis
over mijn positie op grond waarvan de "rechtstreeks belanghebbende"-kwaliteit
mij zou toekomen, en zonder er een zitting aan te wijden, besliste het Hof te
Arnhem, niet gehinderd dus door enige kennis terzake, al op voorhand dat ik niet
"rechtstreeks belanghebbende" zou zijn. Een grove misslag van het Hof te Arnhem.
Een misslag die kan worden opgeteld bij al het geblunder van Justitie (en wie al
niet) in deze affaire, die ongetwijfeld zal leiden tot een/de volgende
parlementaire enquête.
Ik verzoek uw Hof niet in dezelfde fout te
vervallen.
Ik verzoek uw Hof dus dringend een zitting te
houden, zoals het Hof te Den Haag deed, waarin ik mijn kwaliteit als
"rechtstreeks belanghebbende" kan uiteenzetten en, waar nodig, toelichten, dan
wel mij in ieder geval in de gelegenheid te stellen u uiteen te zetten waarom ik
wel degelijk "rechtstreeks belanghebbende" ben.
Met hoogachting,
L.W. Verhoef