drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Pleitnota
van drs. L.W. Verhoef RA MGA
in de zaken
L.W. Verhoef
tegen
F.J.R. Douglas (jaarrekening 2000 provincie
Utrecht) (AWB 05/717)
E. van Milligen (jaarrekening 2000 gemeente
Tiel) (AWB 05/718)
J. de Rooy (jaarrekening 2000 gemeente
Hengelo) (AWB 05/719)
R.J.M. Boon (jaarrekening 1999 gemeente
Utrecht) ( AWB 05/720)
E.G. Visser (jaarrekening 2000 provincie
Noord-Holland) (AWB 05/721)
R. Ellermeijer (jaarrekening 2000 gemeente
Zaanstad) (AWB 05/722)
J.W.M. Korver (jaarrekening 2000 gemeente
Amersfoort) (AWB 05/723)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
zitting: 20 november 2006
Geacht College,
Om u te helpen u beter bij
het onderwerp van deze zitting te bepalen, vraag ik eerst uw aandacht voor de
brief die ik onlangs stuurde aan minister van Justitie Hirsch Ballin.
(mocht om procedurele
redenen niet overgelegd/voorgelezen worden; de brief van 31 oktober 2006 is te vinden in "Dossier: Minister van Justitie")
Om u nog verder te helpen u
beter bij het onderwerp van deze zitting te bepalen, vraag ik ook uw aandacht
voor het "Dossier: Tuchtzaken" zoals opgenomen op de website www.leoverhoef.nl
(mocht om procedurele redenen
niet overgelegd/voorgelezen worden)
Hoe rampzalig de uitspraken
van de Raad van Tucht en het College van Beroep doorwerken, blijkt bijvoorbeeld
uit de beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam in een klachtzaak van een
gemeenteraadslid die mede op grond van mijn bevindingen bij Justitie aangifte
had gedaan van valsheid in geschrifte in de jaarrekening van zijn gemeente en
waar het Openbaar Ministerie de aangifte had geseponeerd. Het Gerechtshof
verwierp de klacht met als belangrijk argument:
"... levert onvoldoende grond
op voor verdenking van strafbare feiten als door klager aangegeven. Daarvoor
bestaat te minder reden nu een bij uitstek deskundig orgaan als de Raad van
Tucht de klacht met betrekking tot het functioneren van de accountants die
omstreden jaarrekeningen hebben gecontroleerd heeft onderzocht en
verworpen."
(Hof Amsterdam dd. 12-9-2006,
R2005/115/12Sv)
Alles en iedereen leidt uit
het feit dat Raad van Tucht en College van Beroep de door mij aangeklaagde
accountants vrijuit lieten gaan, af dat ik dus ongelijk had in mijn beweringen
over misleidende jaarrekeningen. Het wil niet doordringen dat Raad van Tucht en
College die accountants niet vrijuit lieten gaan omdat ik ongelijk zou
hebben.
Inmiddels ben ik na het
indienen van mijn eerste klacht bij de Raad van Tucht in augustus 1998 met uw
College in een volgende, de derde, ronde terechtgekomen.
Tot op heden hebben we met
elkaar bereikt:
-
dat de Raad van Tucht in de
eerste ronde heeft uitgesproken dat de betrokken accountant vrijuit ging omdat
de jaarrekening van een gemeente niet aan Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
hoeft te voldoen; een uitspraak die geen uitspraak was op een van de voorgelegde
klachtonderdelen, want de klachtonderdelen gingen over het niet voldoen aan de
zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften (de wettelijke voorschriften voor de
jaarrekeningen van gemeenten en provincies) en niet over het niet voldoen aan
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (waar de wettelijke voorschriften zijn
opgenomen voor de jaarrekeningen van besloten en naamloze vennootschappen).
Kortom, een uitspraak op een niet voorgelegde klacht en geen uitspraak op wèl
voorgelegde klachten.
-
dat de Raad van Tucht in de
tweede ronde z'n blunder van de eerste ronde heeft ingezien maar vervolgens
heeft uitgesproken dat onbetrouwbare dus misleidende jaarrekeningen van
gemeenten opeens betrouwbaar en niet misleidend worden als het vaker voorkomt
dat jaarrekeningen van gemeenten onbetrouwbaar en misleidend zijn.
-
dat de Raad van Tucht in de
derde ronde, waarin ik kwam met nieuwe en nooit eerder behandelde
klachtonderdelen, uitsprak: "Leo Verhoef, we zijn je spuugzat, opgekrast en
nooit meer terugkomen met jaarrekeningen van gemeenten".
-
dat het College van Beroep
voor het Bedrijfsleven in de eerste ronde de blunder van de Raad van Tucht
dunnetjes overdeed en bevestigde dat jaarrekeningen van gemeenten niet hoeven te
voldoen aan Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en vervolgens de voor heel andere
tekortkomingen aangeklaagde accountant eveneens vrijuit liet gaan.
-
dat het College van Beroep in
de tweede ronde bovendien daaraan toevoegde dat mijn
beweringen over weggelaten baten en lasten nooit eerder bij de Raad van Tucht
aan de orde zouden waren gesteld, en dat het College daarom in hoger beroep er
niet over mocht oordelen. Terwijl het feit van de verzwegen baten en lasten
altijd de hoofdmoot van de klachten was
geweest.
Over de
in deze zitting aan de orde zijnde voorgelegde klachten:
-
Het
eerste klachtonderdeel, namelijk dat de accountantsverklaring volkomen ten
onrechte zegt dat de jaarrekening een 'getrouw beeld' (bedoeld wordt in normaal
gangbaar Nederlands: een betrouwbaar beeld) geeft van (in dit geval) de baten en
de lasten en het saldo daarvan, is volkomen nieuw. Beroep op het "ne bis in
idem"-beginsel moet falen.
-
Het
tweede klachtonderdeel, inzake het niet voldoen aan de eis van
Comptabiliteitsvoorschriften artikel 27, is nog nooit behandeld, noch door de
Raad van Tucht noch door het College van Beroep. Behandeling in deze zaak zal
voor de eerste keer zijn, waardoor beroep op het "ne bis in idem"-beginsel
eveneens moet falen.
-
Het (in
voorkomende gevallen) derde klachtonderdeel, inzake mededelingen in jaarrekening
en/of jaarverslag over foute saldi van baten en lasten, is eveneens nog nooit
behandeld, noch door de Raad van Tucht noch door het College van Beroep.
Behandeling in deze zaak zal voor de eerste keer zijn, waardoor beroep op het
"ne bis in idem"-beginsel eveneens moet falen.
-
Met de
uitspraken van het College van Beroep dat jaarrekeningen van gemeenten niet aan
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek hoeven te voldoen, heeft het College
aangegeven de klachten in de voorgaande rondes te hebben opgevat als een klacht
dat de betreffende jaarrekeningen niet voldeden aan Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek. Voor het College is dus thans voor het eerst aan de orde dat er
strijdigheid is met de Comptabiliteitsvoorschriften. Om deze reden is
klachtonderdeel 2 voor het College geheel nieuw, waardoor beroep op het "ne bis
in idem"-beginsel eveneens moet falen.
-
Met de
uitspraken van het College van Beroep in de voorgaande ronde in soortgelijke
klachtzaken (AWB03/264, AWB03/265, AWB03/267, AWB03/1176,) dat ik nooit eerder
zou hebben aangevoerd dat in de betreffende winst-en-verliesrekeningen baten en
lasten ontbraken zodat ook het saldo waarmee de winst-en-verlies-rekening sluit,
niet het saldo is van alle baten en lasten, heeft het College aangegeven de
klachten in alle voorgaande zaken te hebben opgevat als klachten zonder de grond
van ontbrekende baten en lasten. Voor het College is dus thans voor het eerst
aan de orde dat de betreffende winst-en-verlies-rekeningen onvolledig en dus de
saldi van de rekeningen onjuist zijn. Ook om deze reden zijn thans alle
klachtonderdelen voor het College geheel nieuw, waardoor alweer beroep op het
"ne bis in idem"-beginsel eveneens moet falen.
-
Wat
betreft het "ne bis in idem"-beginsel: een niet eerder behandelde klacht is een
niet onderkende klacht en een niet onderkende klacht is een formeel niet bestaan
hebbende klacht! Naar niet bestaande klachten kun je niet
verwijzen!
Wat
betreft het feit van de onvolledige winst-en-verliesrekeningen en dus foute
saldi van de winst-en-verliesrekeningen wijs ik u er nadrukkelijk op dat dat
onomstotelijk is komen vast te staan tijdens de behandeling in de voorgaande
rondes bij de Raad van Tucht. Wat de Raad van Tucht overigens daarbij telkens
opmerkt dat de toelichting bij de winst-en-verliesrekening telkens expliciet
duidelijk maakt dat er naast de in de winst-en-verliesrekening opgenomen baten
en lasten ook nog andere baten en lasten zijn en welke dat zouden zijn, komt
telkens uit de dikke duim van de Raad van Tucht en is pertinent gelogen. Het
tegendeel is zelfs het geval, omdat in de meeste gevallen in de jaarrekening
en/of het jaarverslag het foute saldo van baten en lasten expliciet als hèt
saldo van alle baten en lasten wordt gemeld! Daarop heeft (in voorkomende
gevallen) het derde klachtonderdeel betrekking.
Heel veel
over de misstand van de op grote schaal voorkomende misleidende jaarrekeningen
van veel gemeenten en provincies en de desondanks goedkeurende
accountantsverklaringen erbij, leest u op de website www.leoverhoef.nl . U leest daar ook hoe
allerlei instanties er weet van hebben, maar zich er met de meest ongelofelijke
"smoezen", halve waarheden en hele onwaarheden en ongelofelijke kretologie en
klinkklare nonsens voor wegdraaien: Justitie, Openbaar Ministerie, ministers,
Raad van Tucht voor Accountants en College van Beroep voor het Bedrijfsleven,
Tweede Kamer-leden, wethouders, gemeenteraadsleden, en wie al niet. Velen doen
dat met een verwijzing naar de Raad van Tucht en het College van Beroep. Immers,
zo zeggen zij, als Leo Verhoef gelijk heeft, zouden die Raad van Tucht en dat
College van Beroep de betrokken accountants zwaar straffen. Uit het feit dat dat
niet gebeurt, leiden ze af, dat ik "dus" ongelijk heb. Dat ze op www.leoverhoef.nl ook kunnen lezen dat
inmiddels bijvoorbeeld hoogleraar Accountancy prof. Blokdijk, Rekenkamer
Amsterdam, Rekenkamer Rotterdam en Rekenkamer Dordrecht (hoe ongelukkig en
voorzichtig dan ook verwoord; er rust een zwaar taboe op het onderwerp van het
gelijk van Leo Verhoef) mijn gelijk bevestigd hebben, wil niemand tot zich laten
doordringen.
Wat zegt
het NIVRA erover?
Kijkt u
maar eens op www.leoverhoef.nl onder
"Dossier: NIVRA". Diepdroevig! Natuurlijk heb ik gelijk, maar durf dat maar eens
als NIVRA-bestuur of -directeur hardop te zeggen.
Uitgedaagd door "Accountantsonline" verscheen in
Accountantsonline.nl dd. 10 maart 2006 een reactie van het NIVRA.
Weliswaar een reactie van een bedroevend gehalte, maar waarin temidden van
veel koeterwaals, mist en rookgordijnen van onjuistheden en halve waarheden toch
opdook: "... wat betreft Verhoef: zijn kritiek was terecht ...". Bij deze
reactie maakte ik een commentaar; een commentaar, eveneens te vinden in
"Dossier: NIVRA" op www.leoverhoef.nl , dat ik u
stellig aanraad te lezen om de problematiek beter te
begrijpen.
Intussen
is de boekhoudfraude bij bijvoorbeeld gemeente Amsterdam vanaf 1998 opgelopen
naar de duizelingwekkende hoogte van circa 2½ miljard euro. Hoe het met de
gemeenten en provincies van deze zitting gaat, kunt u uitgebreid lezen op www.leoverhoef.nl
Een
enkele opmerking over het in deze beroepszaken gevoerde
verweer:
AWB
05/717
Douglas voert geen enkel verweer behalve de opmerking dat
hij persisteert bij het verweer zoals in eerste aanleg. Dat verweer was dat ik
eerder een klacht had ingediend met betrekking tot de jaarrekening 2000 van de
provincie Utrecht. Douglas voert
dus geen enkel verweer tegen mijn stelling dat het hier om geheel nieuwe
klachten gaat. Het enkele feit dat (alweer) de jaarrekening 2000 van provincie
Utrecht in het geding is, is echter onvoldoende grond voor een "ne bis in
idem"-afwijzing. Ik wijs uw College op wat ik daarover opmerkte in mijn
pleitnota bij de behandeling in eerste aanleg bij de Raad van
Tucht:
Dat het in de onderhavige procedure gaat om dezelfde
jaarrekening en om hetzelfde feitencomplex als in de eerste zaak, namelijk het
buiten de rekening gebleven zijn van grote bedragen aan baten en lasten, mag
naar mijn overtuiging geen enkele aanleiding zijn voor een beroep op het ne
bis in idem beginsel. Ik verwijs naar de "Tuchtrecht Uitspraken",
gepubliceerd in de Accountant van november 2004, JT 2004-58 en JT 2004-61
en de annotaties van Blokdijk daarbij. In deze zaken was voor zowel Raad van
Tucht als College van Beroep het klagen over een geheel ander aspect bij
eenzelfde feitencomplex geen reden voor het aan de orde komen van het ne bis
in idem beginsel.
Vergelijk
de situatie dat het Openbaar Ministerie iemand bij de rechter aanklaagde vanwege
brandstichting bij een inbraak. Zou datzelfde Openbaar Ministerie
niet-ontvankelijk zijn als het later dezelfde persoon bij de rechter aanklaagt
vanwege een moord begaan bij dezelfde inbraak? Niet hetzelfde feitencomplex van
de inbraak maakt dat er sprake zou zijn van één 'idem', maar de omstandigheid
dat er sprake is van èn brandstichting èn moord (weliswaar bij dezelfde inbraak)
maakt dat er verschillende 'idem's zijn, zonder dat dus sprake is van een 'ne
bis in idem'!
Opvallend
is dat de Raad van Tucht in zijn aan dit beroep voorafgaande uitspraak op geen
enkele manier zich erover uitlaat hoe zijn uitspraak van "ne bis in idem" zich
verhoudt tot de door mij ingebrachte opmerking dat volgens dezelfde Raad van
Tucht en het College van Beroep bij eenzelfde feitencomplex het "ne bis in
idem"-beginsel niet automatisch van toepassing is.
Ook
Douglas doet geen enkele poging en roept alleen maar "ne bis in
idem".
Douglas voert ook geen enkel verweer op de door mij
voorgelegde klachten!
AWB
05/718
Van Milligen voert als enig verweer dat het om dezelfde klachten
gaat als in de voorgaande ronde. Van Milligen doet geen enkele poging dat aan te
tonen.
Van Milligen onderkent niet dat er een levensgroot verschil is
tussen de elementen "geeft een getrouw (i.c. betrouwbaar) beeld" en "voldoet aan
wettelijke voorschriften" in een accountantsverklaring. Het zegt heel veel over
de kwaliteiten (i.c. het gemis daaraan) van accountant Van
Milligen.
De wetgever zag het bij het
redigeren van de gemeentewet beter:
artikel 213 lid 3:
De accountantsverklaring
geeft ... aan of:
a. de jaarrekening een
getrouw beeld geeft van zowel de baten en lasten als de grootte en samenstelling
van het vermogen;
b. ...
c. de jaarrekening is
opgesteld in overeenstemming met de bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur te stellen regels (i.c. Comptabiliteitsvoorschriften c.q. Besluit
begroting en verantwoording ...) ...
Van Milligen spreekt onder punt 8 van zijn verweerschrift over
"inmiddels vaste jurisprudentie". Wel, die jurisprudentie bestaat helemaal niet,
laat staan vaste jurisprudentie! Van Milligen doet ook geen enkele poging de vindplaats van die
"(vaste) jurisprudentie" te melden. Het zou hem uiteraard niet gelukt
zijn.
Van Milligen voert ook geen enkel verweer op
de door mij voorgelegde klachten!
AWB
05/719
De Rooy
voert hetzelfde (gebrek aan) verweer als Douglas (AWB
05/717)
AWB 05/720
Boon
voert hetzelfde (gebrek aan) verweer als Van Milligen (AWB 05/718)
AWB 05/721
Visser heeft geen
enkel verweer gevoerd. Visser erkent daarmee blijkbaar de
klachten.
AWB 05/722
Ellermeijer beroept zich ook op "ne bis in idem". Ook hij doet
dat zonder aan te geven waar dan wel de uitspraken te vinden zouden zijn op de
betreffende klachtonderdelen. Hij zou het daarmee zeer moeilijk gehad hebben,
immers die uitspraken bestaan niet.
Evenals
Van Milligen (AWB
05/718) onderkent ook
Ellermeijer niet het meer dan
levensgrote verschil tussen de elementen "geeft een getrouw
(i.c. betrouwbaar) beeld" en "voldoet aan wettelijke voorschriften" in een
accountantsverklaring. Het zegt heel veel over de kwaliteiten (i.c. het gemis
daaraan) van accountant Ellermeijer.
AWB 05/723
Korver
voert hetzelfde (gebrek aan) verweer als Ellermeijer (AWB 05/722)
Nog een persoonlijke
ontboezeming:
De maatschappij, en in
navolging daarvan de wetgever, heeft het nodig geoordeeld dat jaarrekeningen van
gemeenten en provincies op hun waarheidsgehalte worden gecontroleerd door
accountants. Maar, o wee, als je als controleur rapporteert dat de
jaarrekeningen van veel gemeenten niet overeenkomstig de waarheid zijn opgemaakt
en leugens vertellen. Dezelfde maatschappij in al haar geledingen laat je
genadeloos in de kou staan en slacht je zelfs genadeloos af. Je krijgt geen
enkele bescherming. Als een paria zit je daarna thuis met een minimale
ww-uitkering op weg naar de bijstand.
Conclusie en verzoek:
Ik verzoek uw
College:
-
de uitspraken van de Raad van
Tucht inzake het "ne bis in idem" te vernietigen
-
de zaken terug te verwijzen
naar de Raad van Tucht, nu voor een echte en serieuze behandeling van de, d.w.z.
alle, klachten, dan wel zelf uitspraak (eveneens op àlle klachten) te
doen