drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962
JR Wijk bij Duurstede
Aanvulling
op beroepschriften
van drs. L.W. Verhoef MGA
in de zaken
L.W. Verhoef
tegen
J.A. van Buren en drs. J. de Groot
(jaarrekening Dordrecht 2000) (AWB 06/403)
P.K. Elsma en R.A. Vierbergen (jaarrekening
Den Haag 2000) (AWB 06/404)
P.A. van der Linden en drs. R.D.H. Killeen
(jaarrekening Zuid-Holland 2000) (AWB 06/405)
G.P.T.M. Kloppenburg (jaarrekening
's-Hertogenbosch 2000) (AWB 06/406)
Wijk bij
Duurstede, 20 februari 2007
Geacht College,
In aanvulling op de in de
bovengenoemde gelijksoortige zaken ingediende beroepschriften leg ik u het
volgende voor.
De onderhavige zaken zijn een
viertal in een grotere serie. In de andere zaken heeft De Raad van Tucht en ook
uw College in beroep uitspraak gedaan. Deze uitspraken zijn, kort samengevat:
niet-ontvankelijkverklaring vanwege 'ne bis in idem'. Echter, de uitspraken
waarnaar deze uitspraken van niet-ontvankelijkheid verwijzen, waren uitspraken
op niet voorgelegde klachten en GEEN uitspraken op indertijd wèl voorgelegde
klachten.
De uitspraken en de
uitspraken van de Raad van Tucht en uw College in de voorafgaande serie van
zaken over ten onrechte gegeven goedkeurende accountantsverklaringen bij
jaarrekeningen van verschillende gemeenten en provincies werken rampzalig
door.
Hoe rampzalig de uitspraken
van de Raad van Tucht en het College van Beroep doorwerken, blijkt bijvoorbeeld
uit de beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam in een klachtzaak van een
gemeenteraadslid die mede op grond van mijn bevindingen bij Justitie aangifte
had gedaan van valsheid in geschrifte in de jaarrekening van zijn gemeente en
waar het Openbaar Ministerie de aangifte had geseponeerd. Het Gerechtshof
verwierp de klacht met als belangrijk argument:
"... levert onvoldoende grond
op voor verdenking van strafbare feiten als door klager aangegeven. Daarvoor
bestaat te minder reden nu een bij uitstek deskundig orgaan als de Raad van
Tucht de klacht met betrekking tot het functioneren van de accountants die
omstreden jaarrekeningen hebben gecontroleerd heeft onderzocht en
verworpen."
(Hof Amsterdam dd. 12-9-2006,
R2005/115/12Sv)
Alles en iedereen leidt uit
het feit dat Raad van Tucht en College van Beroep de door mij aangeklaagde
accountants telkens vrijuit lieten gaan, af dat ik "dus" ongelijk had in mijn
beweringen over misleidende jaarrekeningen van de betreffende gemeenten en
provincies. Het wil niet doordringen dat Raad van Tucht en College die
accountants NIET vrijuit lieten gaan omdat ik ongelijk zou hebben, maar louter
en alleen door ongelofelijk procedureel broddelwerk van beide
rechtscolleges.
Inmiddels ben ik na het
indienen van mijn eerste klacht bij de Raad van Tucht in augustus 1998 met uw
College in een volgende ronde terechtgekomen.
Tot op heden hebben we met
elkaar "bereikt":
- dat de Raad van Tucht in de
eerste ronde heeft uitgesproken dat de betrokken accountant vrijuit ging omdat
de jaarrekening van een gemeente niet aan Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
hoeft te voldoen; een uitspraak die GEEN uitspraak was op een van de voorgelegde
klachtonderdelen, want de klachtonderdelen gingen over het niet voldoen aan de
zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften (de wettelijke voorschriften voor de
jaarrekeningen van gemeenten en provincies) en NIET over het niet voldoen aan
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (waar de wettelijke voorschriften zijn
opgenomen voor de jaarrekeningen van besloten en naamloze
vennootschappen).
Dit was dus een uitspraak op
een niet voorgelegde klacht en geen uitspraak op wèl voorgelegde
klachten.
-
dat de Raad van Tucht in de
tweede ronde z'n blunder van de eerste ronde heeft ingezien, maar vervolgens
heeft uitgesproken dat onbetrouwbare en dus misleidende jaarrekeningen van
gemeenten opeens betrouwbaar en niet-misleidend worden als het vaker voorkomt
dat jaarrekeningen van gemeenten en provincies onbetrouwbaar en misleidend
zijn.
Een verbijsterende uitspraak,
met een logica die ver te zoeken te is.
-
dat de Raad van Tucht en uw
College in de derde ronde, waarin ik kwam met nieuwe en nooit eerder behandelde
klachtonderdelen, uitsprak: "Leo Verhoef, we zijn je spuugzat, opgekrast en
nooit meer terugkomen met jaarrekeningen van gemeenten".
-
dat het College van Beroep
voor het Bedrijfsleven in de eerste ronde de blunder van de Raad van Tucht
dunnetjes overdeed, uitsprak dat jaarrekeningen van gemeenten niet hoeven te
voldoen aan Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en vervolgens eveneens geen
uitspraak deed in de wèl voorgelegde klachten, en vervolgens de aangeklaagde
accountant vrijuit liet gaan.
-
dat het College van Beroep,
zonder te zien dat de Raad van Tucht z'n blunder in de eerste ronde al ingezien
had, in de tweede ronde deze blunder herhaalde en bovendien daaraan toevoegde
dat ik mijn beweringen over weggelaten baten en lasten
nooit eerder bij de Raad van Tucht aan de orde zou hebben gesteld, en dat het
College daarom in hoger beroep er niet over mocht oordelen, terwijl het feit van
de verzwegen baten en lasten altijd de hoofdmoot van de klachten was geweest, en
vervolgens de aangeklaagde accountants alweer vrijuit liet
gaan.
Dit alles
is verbijsterend broddelwerk.
Over de
onderhavige voorgelegde klachten:
- Het
eerste klachtonderdeel, namelijk dat de accountantsverklaring volkomen ten
onrechte zegt dat de jaarrekening een 'getrouw beeld' (bedoeld wordt in normaal
gangbaar Nederlands: een 'betrouwbaar beeld') geeft van (in dit geval) de baten
en de lasten en het saldo daarvan, is volkomen nieuw. Beroep op het 'ne bis in
idem'-beginsel moet falen. In de
uitspraken van het College dd. 3 januari 2007 in de voorafgaande zaken uit deze
serie klachten maakt het College een grote fout. Onder 3.3 van die uitspraken
zegt het College: "... dezelfde gedragingen ten grondslag liggen, te weten het
afgeven ... van een goedkeurende verklaring". Deze uitspraak is fout omdat "een
goedkeurende verklaring" in deze situatie niet bestaat. Er bestaan (in situaties
zoals deze) (ten minste) twee afzonderlijke verklaringen, die elk onafhankelijk
van elkaar goedkeurend dan wel afkeurend kunnen zijn, te
weten:
1. de
jaarrekening geeft wel/niet betrouwbare informatie (in het archaïsche
accountantsjargon: wel/niet 'getrouw beeld');
2. de
jaarrekening voldoet wel/niet aan de relevante wettelijke voorschriften (i.c. de
zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften)
Het zijn
twee geheel afzonderlijke verklaringen, die beide niets met elkaar uitstaande
hebben!
Het tweede klachtonderdeel, inzake het niet voldoen aan de eis van
Comptabiliteitsvoorschriften artikel 27, is nog nooit behandeld, noch door de
Raad van Tucht noch door het College van Beroep. Behandeling in deze zaak zal
voor de eerste keer zijn, waardoor beroep op het 'ne bis in idem'-beginsel
eveneens moet falen.
Als dit
klachtonderdeel eerder aan de orde was geweest, zou in de voorgaande uitspraken
van Raad van Tucht en/of College van Beroep conclusies van Raad en /of College
te vinden moeten zijn over:
- er zijn
wel/niet baten en/of lasten buiten de winst-en-verliesrekening
gebleven;
-
Comptabilitetsvoorschriften artikel 27 zeggen wel/niet dat de
winst-en-verliesrekening alle baten en lasten moet bevatten;
-
Comptabiliteitsvoorschriften artikel 27 zeggen wel/niet dat de
winst-en-verliesrekening het saldo van alle baten en lasten moet
vermelden;
-
de
jaarrekening voldoet derhalve wel/niet aan de
Comptabiliteitsvoorschriften;
-
de
accountantsverklaring voldoet terzake wel/niet aan de daaraan te stellen
eisen.
Uit het
feit dat deze uitspraken respectievelijk conclusies nergens in alle voorgaande
uitspraken zijn te vinden, moet geconcludeerd worden dat deze klachtonderdelen
thans voor de eerste keer aan de orde zijn en dat er geen enkele sprake kan zijn
van 'ne bis in idem'.
-
Het (in
voorkomende gevallen) derde klachtonderdeel, inzake mededelingen in jaarrekening
en/of jaarverslag over foute saldi van baten en lasten, is eveneens nog nooit
behandeld, noch door de Raad van Tucht noch door het College van Beroep.
Behandeling in deze zaak zal voor de eerste keer zijn, waardoor beroep op het
'ne bis in idem'-beginsel eveneens moet falen.
Als dit
klachtonderdeel eerder aan de orde was geweest, zou in de voorgaande uitspraken
van Raad van Tucht en/of College van Beroep conclusies van Raad en /of College
te vinden moeten zijn over:
- er zijn
wel/niet baten/of lasten buiten de winst-en-verliesrekening
gebleven:
-
de
jaarrekening en/of het jaarverslag maakt wel/niet melding van een ander saldo
van baten en lasten dan het werkelijke saldo;
- de
accountantsverklaring voldoet terzake wel/niet aan de daaraan te stellen
eisen.
-
Met de
uitspraken van het College van Beroep dat jaarrekeningen van gemeenten niet aan
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek hoeven te voldoen, heeft het College
aangegeven de klachten in de voorgaande rondes te hebben opgevat als een klacht
dat de betreffende jaarrekeningen niet voldeden aan Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek. Voor het College is dus thans voor het eerst aan de orde de klacht dat
er strijdigheid is met de Comptabiliteitsvoorschriften. Om deze reden is
klachtonderdeel 2 voor het College geheel nieuw, waardoor beroep op het 'ne bis
in idem'-beginsel eveneens moet falen.
- Met de
uitspraken van het College van Beroep in een voorgaande ronde in soortgelijke
klachtzaken (AWB03/264, AWB03/265, AWB03/267, AWB03/1176,) dat ik nooit eerder
zou hebben aangevoerd dat in de betreffende winst-en-verliesrekeningen baten en
lasten ontbraken zodat ook het saldo waarmee de winst-en-verlies-rekening sluit,
niet het saldo is van alle baten en lasten, heeft het College aangegeven de
klachten in alle voorgaande zaken te hebben opgevat als klachten zonder de grond
van ontbrekende baten en lasten. Voor het College is dus thans voor het eerst
aan de orde dat de betreffende winst-en-verlies-rekeningen onvolledig zijn en
dat dus de saldi van de rekeningen niet de saldi van alle baten en lasten zijn.
Ook om deze reden zijn thans àlle klachtonderdelen voor het College geheel
nieuw, waardoor alweer beroep op het 'ne bis in idem'-beginsel eveneens moet
falen.
-
Wat
betreft het 'ne bis in idem'-beginsel: een niet eerder behandelde klacht is een
niet onderkende klacht en een niet onderkende klacht is een formeel niet bestaan
hebbende klacht! Naar niet bestaande klachten kun je niet
verwijzen!
Wat
betreft het feit van de onvolledige winst-en-verliesrekeningen en dus foute
saldi van de winst-en-verlies-rekeningen wijs ik u er nadrukkelijk op dat dat
(voor de Raad van Tucht) onomstotelijk is komen vast te staan tijdens de
behandeling in de voorgaande rondes bij de Raad van Tucht. Wat de Raad van Tucht
overigens daarbij telkens opmerkt dat de toelichting bij de
winst-en-verliesrekening telkens expliciet duidelijk maakt dat er naast de in de
winst-en-verliesrekening opgenomen baten en lasten ook nog andere baten en
lasten zijn en welke dat zouden zijn, komt telkens uit de dikke duim van de Raad
van Tucht en is pertinent gelogen. Het tegendeel is zelfs het geval, omdat in de
meeste gevallen in de jaarrekening en/of het jaarverslag het foute saldo van
baten en lasten expliciet als hèt saldo van alle baten en lasten wordt gemeld!
Daarop heeft (in voorkomende gevallen) het derde klachtonderdeel
betrekking.
Het is
uiterst merkwaardig alweer in de uitspraken van het College van Beroep dd. 3
januari 2007 (i.c. onder 3.1) te lezen dat (in die zaken) de omstandigheid zich
voordeed dat een inhoudelijke beoordeling van klachtzaken tegen
(register)accountants achterwege moet blijven als het gaat om klachtzaken tegen
accountants die (al dan niet terecht) goedkeurende verklaringen geven bij
jaarrekeningen van gemeenten en provincies, omdat daarmee geen belang zou worden
gediend. Verbijsterend! Hier maakt het College een verschrikkelijke fout. De
belangen zijn zelfs enorm groot!
Heel veel
over de misstand van de op grote schaal voorkomende misleidende jaarrekeningen
van veel gemeenten en provincies en de desondanks goedkeurende
accountantsverklaringen erbij, en over de daardoor aangerichte schade - over
belang gesproken! - leest u op de website www.leoverhoef.nl . U leest daar ook hoe allerlei
instanties er weet van hebben, maar zich er met de meest ongelofelijke
"smoezen", hele onwaarheden en (nog erger) halve waarheden en ongelofelijke
kretologie en klinkklare nonsens voor wegdraaien: Justitie, Openbaar Ministerie,
ministers, Raad van Tucht voor Accountants en College van Beroep voor het
Bedrijfsleven, Tweede-Kamer-leden, wethouders, gemeenteraadsleden, en wie al
niet. Velen doen dat met een verwijzing naar de Raad van Tucht en het College
van Beroep. Immers, zo zeggen zij, als Leo Verhoef gelijk heeft, zouden die Raad
van Tucht en dat College van Beroep de betrokken accountants zwaar straffen. Uit
het feit dat de betreffende accountants telkens allen vrijuit gingen, leiden ze
af, dat Leo Verhoef "dus" ongelijk heeft. Dat ze op www.leoverhoef.nl ook kunnen lezen dat inmiddels
bijvoorbeeld hoogleraar Accountancy prof. Blokdijk, Rekenkamer Amsterdam,
Rekenkamer Rotterdam en Rekenkamer Dordrecht (hoe ongelukkig en voorzichtig dan
ook verwoord; er rust een zwaar taboe op het onderwerp van het gelijk van Leo
Verhoef) mijn gelijk bevestigd hebben, wil niemand tot zich laten doordringen.
Blijkbaar ook het College van Beroep niet!
Wat zegt
het NIVRA erover?
Kijkt u
maar eens op www.leoverhoef.nl onder "Dossier: NIVRA". Diepdroevig!
Natuurlijk heb ik gelijk, maar durf dat maar eens als NIVRA-bestuur of
-directeur hardop te zeggen.
Uitgedaagd door "Accountantsonline" verscheen in
Accountantsonline.nl dd. 10 maart 2006 een reactie van het NIVRA.
Weliswaar een reactie van een bedroevend gehalte, maar waarin temidden van veel
koeterwaals, mist en rookgordijnen van onjuistheden en halve waarheden toch
opdook: "... wat betreft Verhoef: zijn kritiek was terecht ...". Bij deze
reactie maakte ik een commentaar; een commentaar, eveneens te vinden in
"Dossier: NIVRA" op www.leoverhoef.nl , dat ik u
stellig aanraad te lezen om de problematiek beter te
begrijpen.
Intussen
is mede dankzij het ongelofelijke broddelwerk van Raad van Tucht en College van
Beroep de boekhoudfraude bij bijvoorbeeld gemeente Amsterdam vanaf 1998
opgelopen naar de duizelingwekkende hoogte van circa 2½ miljard euro. Hoe het
met de gemeenten en provincies van deze zitting gaat, kunt u eveneens uitgebreid
lezen op www.leoverhoef.nl
Nog een persoonlijke
ontboezeming:
De maatschappij, en in
navolging daarvan de wetgever, heeft het nodig geoordeeld dat jaarrekeningen van
gemeenten en provincies op hun waarheidsgehalte worden gecontroleerd door
accountants. Maar, o wee, als je als controleur rapporteert dat de
jaarrekeningen van veel gemeenten en provincies niet overeenkomstig de waarheid
zijn opgemaakt en leugens vertellen. Dezelfde maatschappij in al haar geledingen
(inclusief de rechtelijke macht!) laat je genadeloos in de kou staan en slacht
je zelfs genadeloos af. Je krijgt geen enkele bescherming. Als een paria zit je
daarna thuis met een minimale ww-uitkering op weg naar de bijstand.
Conclusie en verzoek:
Ik verzoek uw
College:
- de uitspraken van de Raad van
Tucht inzake het 'ne bis in idem' te vernietigen;
-
de zaken terug te verwijzen
naar de Raad van Tucht, nu voor een echte en serieuze inhoudelijke behandeling
van de, d.w.z. alle, klachten, dan wel zelf uitspraak (eveneens op àlle
klachten) te doen.
Ik
verzoek uw College om, indien u onverhoopt ondanks het bovenstaande toch het
beroep op 'ne bis in idem' toekent, uw uitspraak volgens de daarvoor geldende
wettelijke regels afdoende te motiveren en daarbij overduidelijk aan te
geven:
-
waar u
eerder uw conclusies hebt uitgesproken over het wel of niet buiten de
winst-en-verliesrekening gebleven zijn van baten en/of lasten;
-
wat uw
conclusies in deze dan geweest zijn;
-
waar u
eerder uw conclusies hebt uitgesproken over het wel of niet betrouwbaar zijn van
een jaarrekening waarin in de winst-en-verliesrekening bedragen
ontbreken;
-
wat uw
conclusies in deze dan geweest zijn;
-
hoe uw
conclusies zich verhouden tot vaste jurisprudentie terzake die luidt dat
jaarrekeningen met daarin een winst-en-verliesrekening waaraan baten en/of
lasten ontbreken, geen 'getrouw beeld' geven;
-
waar u
eerder uw conclusies hebt uitgesproken over het wel/niet voldoen aan
Comptabiliteitsvoorschriften artikel 27 eerste deel (waar staat dat de
winst-en-verliesrekening alle baten en lasten moet bevatten) als de betreffende
winst-en-verliesrekening niet alle baten en lasten bevat;
-
wat uw
conclusies in deze dan geweest zijn;
-
waar u
eerder uw conclusies hebt uitgesproken over het wel/niet voldoen aan
Comptabiliteitsvoorschriften artikel 27 tweede deel (waar staat dat de
winst-en-verliesrekening het saldo van alle baten en lasten moet bevatten) als
de betreffende winst-en-verliesrekening niet het saldo van alle baten en lasten
bevat;
-
wat uw
conclusies in deze dan geweest zijn;
-
waar u
eerder uw conclusies hebt uitgesproken over de terechtheid van de gebezigde
accountantsverklaringen ingeval in de jaarrekening respectievelijk in het
jaarverslag een ander bedrag als saldo van baten en lasten wordt vermeld dan het
werkelijke saldo;
-
wat uw
conclusies in deze dan geweest zijn.