drs.
L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard
13
3962
JR Wijk bij Duurstede
telefoon
0343-572055
Raad
van Tucht
voor
Registeraccountants en
Accountant-Administratieconsulenten
te
Amsterdam
Prinses
Irenestraat 59
1077
WV AMSTERDAM
Wijk
bij Duurstede,
12 december 1998
Betreft: Klacht
Verhoef / Bruggeman
R
168
Geachte
Raad,
Op
11 december j.l. vond voor uw Raad de mondelinge behandeling plaats
van mijn klacht tegen registeraccountant K. Bruggeman.
Tijdens
de zitting gebeurde er naar mijn overtuiging iets merkwaardigs, wat
niet had mogen plaatsvinden. Hiervoor vraag ik door middel van deze
brief uw aandacht.
Na
het voorlezen van de pleitnota's door eerst mijzelf als klager en
vervolgens door de raadsman van betrokkene, de heer mr F.
Waardenburg, stelde de voorzitter een vraag aan betrokkene, K.
Bruggeman. I.p.v. dat betrokkene antwoord gaf, gebeurde dat door een
andere in de zaal aanwezige persoon, de heer A.D. Bac. De heer Bac
was, zo had ik aangenomen en neem ik nog steeds aan, als
belangstellende "op de publieke tribune" (zittingen van uw
Raad zijn immers openbaar) aanwezig.
Op
mijn onmiddellijke interruptie met de vraag aan de voorzitter of de
heer Bac de raadsman van betrokkene was, antwoordde de voorzitter
verstoord dat dat niet het geval was. De voorzitter gaf echter niet
aan in welke hoedanigheid de heer Bac dan wel optrad en het woord
voerde. De voorzitter stelde de heer Bac ook vragen op een manier of
deze als "deskundige" in de zitting aanwezig was. De heer
Bac reageerde ook als "deskundige".
Naar
mijn mening verdient deze procesgang beslist geen schoonheidsprijs!
Wet
op de Registeraccountants, Titel ll, kent behalve de procespartijen
"klager" en "betrokkene", volgens artikel 42 een
"daartoe gemachtigde" en een "raadsman" en
volgens artikel 43 "getuigen" en "deskundigen".
Blijkens
de context van artikel 42 lid 2 treedt een "daartoe gemachtigde"
op wanneer betrokkenen ervoor kiest niet zelf op de zitting aanwezig
te zijn. Aangezien betrokkene Bruggeman wèl zelf aanwezig
was, kan de heer Bac derhalve niet als gemachtigde aangemerkt
worden.
De
raadsman van betrokkene was de eveneens aanwezige mr F. Waardenburg,
wat ook blijkt uit uw brief aan mij van 15 september 1998. De heer
Bac kan derhalve ook niet als raadsman van betrokkene aangemerkt
worden.
Er
is mij voorafgaand aan de zitting (of tijdens de zitting) niet
meegedeeld dat er getuigen en/of deskundigen opgeroepen of gedagvaard
waren, laat staan wie dat zouden zijn.
Als
mij dat wel meegedeeld was, zou ik onmiddellijk een verzoek om
wraking van de heer Bac als getuige bij uw Raad ingediend hebben en
wel om precies dezelfde redenen als waarom ik eerder een verzoek om
wraking van de heer J. van der Linde als lid van de betreffende Kamer
van uw Raad bij uw Raad heb ingediend. Deze redenen zijn:
1. de
heer Bac geeft op dezelfde wijze als die ik betrokkene Bruggeman
verwijt, ook geheel ten onrechte goedkeurende accountantsverklaringen
bij jaarrekeningen die volstrekt niet voldoen aan de daaraan te
stellen en gestelde eisen;
2. de
heer Bac is een kantoorgenoot van betrokkene.
(Mijn
verzoek om wraking van de heer Van der Linde was door uw Raad
onmiddellijk ingewilligd!)
De
heer Bac zou voor mij om dezelfde redenen ook als deskundige
volstrekt onaanvaardbaar zijn. Wet op de Registeraccountants artikel
43 lid 5 stelt de eis: "De deskundigen zijn verplicht hun taak
onpartijdig .... te verrichten". Echter als deskundige zou de
heer Bac impliciet ook een veroordeling moeten uitspreken over zijn
eigen werk, handelen en nalaten en over dat van een kantoorgenoot.
Hierdoor bestaan (in ieder geval voor mij) zeer ernstige redenen te
twijfelen aan de onpartijdigheid van de heer Bac.
Vanwege
de door de voorzitter tijdens de zitting gekozen procesgang, ondanks
mijn aanzet tot een protest, ben ik niet in staat geweest om dit
alles (tevoren) kenbaar te maken.
Wat
de heer Bac overigens zei, kan ik niet anders dan als "zeer
ondeskundig"
kwalificeren. Het was voor een belangrijk deel volstrekt onjuist en
had verder een (excusez le mot) hoog nonsense-gehalte.
Ik
denk dat uw Raad wat door de heer Bac gezegd en gesuggereerd is, als
niet-gezegd zal moeten beschouwen, dan wel hoogstens als een (door
mij bestreden!) uitlating van "partij Bruggeman" in
aanmerking mag nemen.
Uw
reactie verneem ik gaarne.
Hoogachtend,
L.W.
Verhoef