Dossier: Tuchtzaken(2)
KLACHT

van

Drs L.W. Verhoef RA
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

tegen

P.A. van der Linden RA
te Bergschenhoek
en
drs. R.D.H. Killeen RA
te 's-Gravenhage

ter behandeling voorgelegd aan

de Raad van Tucht
voor Registeraccountants en Accountant-Administratieconsulenten
te 's-Gravenhage

Wijk bij Duurstede, 19 maart 2002


Inleiding

In 2001 stelt het provinciebestuur van de provincie Zuid-Holland de jaarrekening over 2000 vast en legt deze ter kennisneming en rekening en verantwoording voor aan o.a. de inwoners, c.q. burgers, c.q. belastingbetalers van Zuid-Holland.
De rekening van baten en lasten (verder kortweg aangeduid als: rekening) sluit met een saldo van ƒ 64 miljoen. Door de hele jaarrekening en bijbehorend bestuursverslag heen wordt gesuggereerd dat het saldo waarmee de rekening eindigt het saldo is van alle baten en lasten.
Echter, niets is minder waar, immers weliswaar sluit de rekening met het genoemde saldo van ƒ 64 miljoen, maar dit is niet het saldo van àlle baten en lasten.
Uit het verloop van de reserves, zoals opgenomen in de balans en de in de jaarrekening opgenomen toelichting daarbij, blijkt dat er omvangrijke baten en lasten buiten de rekening om rechtstreeks zijn toegevoegd of onttrokken aan het eigen vermogen. Noch in de jaarrekening, noch in het bestuursverslag wordt vermeld, laat staan toegelicht, dat er baten en lasten buiten de rekening om zijn geleid, laat staan tot welke bedragen. Daarmee is de jaarrekening onbetrouwbaar en misleidend!
Op grond van het verloop van het eigen vermogen blijkt het batig saldo waarmee de jaarrekening 2000 in werkelijkheid sluit, een bedrag van ƒ 299 miljoen te zijn.
De terzake uiterst spaarzame en summiere toelichtingen bij het eigen vermogen geven niet of nauwelijks indicaties omtrent de baten en de lasten die buiten de rekening zijn gelaten en rechtstreeks aan het eigen vermogen zijn toegevoegd respectievelijk onttrokken. Aan de toelichtingen is wel te zien dat het om grote bedragen moet gaan. Het blijft verder allemaal maar raden.

De jaarrekening voldoet daarmee niet alleen niet aan de daaraan materieel (d.w.z. inhoudelijk) te stellen eisen, maar ook niet aan de daaraan formeel (d.w.z. wettelijk) gestelde eisen.
De betreffende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, schrijven expliciet voor dat alle baten en lasten binnen de rekening opgenomen moeten worden. (Anders dan bijvoorbeeld BW 2 titel 9 kennen de Comptabiliteitsvoorschriften de uitdrukkelijk geformuleerde eis van het all-inclusive-concept!). De Comptabiliteitsvoorschriften schrijven - ten overvloede - ò­òk nog uitdrukkelijk voor dat de rekening het saldo van alle baten en lasten moet weergeven.

Het verschijnsel dat het provinciebestuur baten en lasten buiten de rekening laat en daarmee een ander saldo van de baten en de lasten suggereert dan het werkelijke saldo, deed zich ook in de voorafgaande jaren voor. De rekening van baten en lasten 1997 sloot met een saldo van ƒ 23 miljoen. In werkelijkheid was er, tezamen met de buiten de rekening om rechtstreeks aan het eigen vermogen toegevoegde respectievelijk onttrokken baten en lasten, een saldo van ƒ 74 miljoen. De rekening van baten en lasten 1998 sloot met een saldo van ƒ 41 miljoen. In werkelijkheid was er, tezamen met de buiten de rekening om rechtstreeks aan het eigen vermogen toegevoegde respectievelijk onttrokken baten en lasten, een saldo van ƒ 17 miljoen.
(De jaarrekening van 1999 heb ik niet bekeken.)

In december 1998 start ik een (schriftelijke) discussie met het provinciebestuur van Zuid-Holland over de jaarrekening 1997. Het provinciebestuur, bestaande uit, zoals dat vaak is in dergelijke bestuursorganen, niet financieel geschoolden, laat mij daarna weten ervan uit te gaan en blijkt er ook vast van overtuigd te zijn, dat het werkelijke saldo van alle baten en lasten het in de rekening van baten en lasten genoemde saldo van ƒ 23 miljoen bedraagt in plaats van de door mij genoemde ƒ 74 miljoen. Het kan en wil er bij het provinciebestuur niet in dat de rekening niet volledig zou zijn.

Ook na beoordeling van de jaarrekeningen 1998 en 2000 wijs ik het provinciebestuur erop dat het (ook op grond van de Provinciewet) de plicht heeft een goede jaarrekening vast te stellen en aan de burgers voor te leggen. De burgers en andere belanghebbenden en belangstellenden hebben recht op een jaarrekening die correct de omvang van de (= alle) baten en lasten en het saldo daarvan weergeeft. Het is ook belangrijk dat het provinciebestuur de provincie bestuurt en de belastingen bepaalt op basis van betrouwbare informatie en dus een betrouwbare jaarrekening. Daarom is het belangrijk dat ook bij een provinciale jaarrekening alleen een goedkeurende accountantsverklaring wordt gegeven als dat terecht is.
De betreffende accountants hebben volstrekt ten onrechte goedkeurende verklaringen gegeven bij de jaarrekening 1997, 1998 en 2000.

Niet alleen wordt mijn discussie met het provinciebestuur gefrustreerd door de ten onrechte verstrekte goedkeurende accountantsverklaringen, ook worden de Provinciale Saten(leden) door deze verkeerde accountantsverklaringen totaal op het verkeerde been gezet. Zij denken in goed vertrouwen volledig af te kunnen gaan op die accountantsverklaringen.

Het is naar mijn mening belangrijk dat komt vast te staan dat de goedkeurende accountantsverklaringen bij de jaarrekeningen 1997, 1998 en 2000 ten onrechte verstrekt zijn.
De accountantsverklaringen zeggen (conform de standaardtekst):
- ten eerste dat de jaarrekening een betrouwbaar beeld geeft van de baten en de lasten;
- ten tweede dat de jaarrekening voldoet aan de betreffende wettelijke bepalingen.
Beide uitspraken zijn faliekant onwaar.

Het is naar mijn mening derhalve gewenst dat komt vast te staan dat de accountants die deze accountantsverklaringen ten onrechte hebben gegeven, gehandeld hebben in strijd met de relevante bepalingen van de Gedrags- en Beroepsregels Registeraccountants, waarvan met name artikel 5.

De jaarrekeningen 1997 en 1998 zijn van een goedkeurende accountantsverklaring voorzien door andere accountants dan de jaarrekening 2000. Derhalve beperkt mijn klacht zich tot (de accountantsverklaring bij) de jaarrekening 2000.
De betrokken accountants, die de jaarrekening 2000 van provincie Zuid-Holland ten onrechte van een goedkeurende verklaring hebben voorzien, zijn P.A. van der Linden RA te Bergschenhoek en drs. R.D.H. Killeen RA te 's-Gravenhage. Derhalve is de klacht tegen hen gericht.

Klacht


Hoewel op de jaarrekening 2000 van provincie Zuid-Holland nog veel meer valt aan te merken (er zijn vaste activa in mindering gebracht op de post "Eigen vermogen" in plaats van aan de debetzijde van de balans geactiveerd, de afschrijvingslasten zijn te laag weergegeven, de rentelasten zijn met ƒ 3 miljoen te hoog weergegeven, er ontbreken in de balans belangrijke verplichtingen), beperkt de klacht zich tot de volgende aangelegenheid.

Registeraccountants P.A. van der Linden en drs. R.D.H. Killeen hebben bij de jaarrekening 2000 van provincie Zuid-Holland ten onrechte een goedkeurende verklaring gegeven, immers:
1.  in de rekening van baten en lasten ontbreken baten en lasten, die rechtstreeks zijn toegevoegd of onttrokken aan het eigen vermogen, terwijl de Comptabiliteitsvoorschriften expliciet en dus uitdrukkelijk voorschrijven dat
alle baten en lasten in de rekening opgenomen moeten worden;
2.  in
de rekening van baten en lasten wordt het saldo van alle baten en lasten niet genoemd, terwijl de Comptabiliteitsvoorschriften dit expliciet en dus uitdrukkelijk voorschrijven;
3.  het buiten de rekening van baten en lasten laten van baten en lasten is in strijd met normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, en dus in strijd met de Comptabiliteitsvoorschriften die voorschrijven dat een jaarrekening aan deze normen moet voldoen.


De tekst van Comptabiliteitsvoorschriften artikel 3 luidt:

".... de jaarrekening .... geeft volgens normen die in het maatschap­pelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten."

De tekst van Comptabiliteitsvoorschriften artikel 27 luidt:
"De rekening van baten en lasten .... geven ge­trouw, duidelijk en stelselmatig de omvang van alle baten en alle lasten, alsmede het saldo daarvan (i.c. van alle baten en alle lasten; L.W.V.) weer."

Registeraccountants P.A. van der Linden en drs. R.D.H. Killeen hebben derhalve gehandeld in strijd met GBR artikel 17 lid 4.

Door bovengenoemd handelen van registeraccountants P.A. van der Linde en drs. R.D.H. Killeen is er naar mijn mening ook sprake van schade voor de eer van de stand der registeraccountants. Registeraccountants P.A. van der Linden en drs. R.D.H. Killeen hebben zich naar mijn mening derhalve ook schuldig gemaakt aan schending van GBR artikel 5.

Toelichting

Normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar beschouwd worden

De wetgever heeft bij het ontwerpen van de Comptabiliteitsvoorschriften willen bereiken dat de ervaringen en jurisprudentie die inmiddels waren opgedaan onder de werking van BW 2 titel 9, i.c. de ervaringen met en de jurisprudentie over wat nìet kan en hoe het wèl moet bij een goede toepassing van het stelsel van baten en lasten, ook zouden worden toegepast bij het opmaken van jaarrekeningen van gemeenten en provincies. Om deze reden heeft de wetgever in artikel 3 van de Comptabiliteitsvoorschriften dezelfde woorden gebruikt als in BW 2 titel 9. Ook hier heeft de wetgever het woord "aanvaardbaar" gebruikt en - ik wijs daar nadrukkelijk op - niet: "aanvaard".

Zoals uw raad weet, heeft de rechter in de zaken "Aegon l" (OK 3-4-1986) en m.n. "Aegon ll" (OK 15-12-1988) uitgesproken dat het (in het algemeen) in strijd is met de normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar beschouwd worden, wanneer (baten en) lasten buiten de winst- en verliesrekening, respectievelijk de rekening van baten en lasten, om rechtstreeks (ten gunste, respectievelijk) ten laste van het eigen vermogen worden gebracht.

Zoals uw raad uiteraard ook weet, heeft de Raad voor de Jaarverslaggeving zich beijverd in de zogenoemde Richtlijnen voor de jaarverslaggeving deze normen, i.c. de "normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar beschouwd worden" te inventariseren en te ontwikkelen.
Uw raad is uiteraard op de hoogte van de inhoud van de richtlijn over
- mutaties in het eigen vermogen (2.41.2).

De jaarrekening van provincie Zuid-Holland voldoet ten minste niet aan
- richtlijn 2.41.202,
omdat niet van alle vermogensmutaties gezegd kan worden dat ze in de rekening van baten en lasten verantwoord worden, terwijl van alle vermogensmutaties waarbij dat het geval is, niet gezegd kan worden dat ze voldoen aan de uitzonderingscriteria van richtlijn 2.41.202.

Onderbouwing

Uiteraard ben ik bereid, waar door uw raad gevraagd, een en ander nader met bewijsmateriaal te onderbouwen.

Het werkelijke saldo van de baten en de lasten over 2000 is als volgt vast te stellen:
(x ƒ 1 miljoen)

2000
-  eigen vermogen per 31.12.2000           ƒ  532
-  eigen vermogen per 31.12.1999               233
-  toename eigen vermogen                         299
   = saldo van alle baten en lasten