Dossier: Tuchtzaken(2)
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Pleitnota

van drs. L.W. Verhoef RA MGA

in de zaak
L.W. Verhoef
tegen
R.J.M. Boon RA

voor de Raad van Tucht voor Registeraccountants
en Accountant-Administratieconsulenten
te Amsterdam

Nummer: R 341

Zitting: 30 september 2002

1.  
Betrokkene heeft goedkeurende verklaringen gegeven bij de jaarrekeningen 1997 tot en met 2000 van de gemeente Utrecht.

2.  
De alinea waarin (in de jaarrekeningen 1999 en 2000) het oordeel wordt verwoord, luidt: Wij zijn van oordeel dat deze jaarrekening .... een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van de financiële positie op 31 december 1999 (respectievelijk 2000) en van de baten en lasten over 1999 (respectievelijk 2000) in overeenstemming met de grondslagen voor financiële verslaglegging volgens het Besluit Comptabiliteitsvoorschriften 1995 en ook overigens .... voldoet aan de bepalingen inzake de jaarrekening zoals opgenomen in dit besluit.
De tekst is overeenkomstig de in de Richtlijnen voor de Accountantscontrole aanbevolen standaardtekst.

3.  Een accountantsverklaring bij een jaarrekening houdt twee verschillende oordelen in:
     1.  
de jaarrekening geeft wel of niet een betrouwbaar beeld van de financiële positie en van de baten en de lasten en het saldo daarvan;
     2.  
de jaarrekening voldoet wel of niet aan de relevante wettelijke voorschriften.

4.  
Er ontstaan bijzondere problemen als het opvolgen van de betreffende wettelijke voorschriften leidt tot een jaarrekening die niet een betrouwbaar is, i.c. een misleidend beeld oplevert van de financiële positie, de baten en lasten en het saldo daarvan.
Richtlijn voor de Accountantscontrole 700 wijst op dit probleem. In punt 2 van het onderdeel "Specifieke overheidsaspecten" (Editie 1998, pagina 593) staat:

Deze Richtlijn besteedt geen aandacht aan de vorm en inhoud van de accountantsverklaring in de situatie dat de jaarrekening weliswaar in overeenstemming is met een toegelichte grondslag voor de verslaggeving, voorgeschreven in wetgeving dan wel in ministeriële (of andere) beschikkingen, maar dat dergelijke grondslagen resulteren in misleidende jaarrekeningen.

5.  GBR artikel 17 lid 4 luidt:
De goedkeurende accountantsverklaring aangaande een jaarrekening houdt het oordeel in dat deze een zodanig inzicht geeft in de grootte en de samenstelling van het vermogen en het resultaat van de huishouding als in de gegeven omstandigheden vereist is.


6.  De in het geding zijnde jaarrekeningen geven geen inzicht in de grootte en de samenstelling van het resultaat.

7.  
Het inzichtsvereiste van GBR artikel 17 lid 4 geldt uiteraard ook voor jaarrekeningen van gemeenten en provincies. Met deze jaarrekeningen leggen gemeentebesturen respectievelijk provinciebesturen rekening en verantwoording af aan de burgers, belastingbetalers en andere belanghebbenden. Daarom is het Besluit Comptabiliteitsvoorschriften 1995 (CV) uitgevaardigd, dat blijkens de toelichting beoogt voorwaarden te scheppen voor het democratisch functioneren van provincies en gemeenten. De CV hebben dezelfde opbouw als Burgerlijk Wetboek Boek 2 Titel 9; zij geven leidende beginselen en bevatten voorts specifieke bepalingen over te geven toelichtingen en specificaties.

8.  Eén van de leidende beginselen staat in artikel 3, dat luidt:
De .... jaarrekening en de toelichtingen geven volgens normen die in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten.


9.  Een ander leidend beginsel staat in artikel 27, dat luidt:
De rekening van baten en lasten en de toelichting geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de omvang van alle baten en alle lasten, alsmede het saldo daarvan weer.

10. In de in het geding zijnde jaarrekening zijn nìet alle baten en lasten in de rekening van baten en lasten opgenomen, en is het saldo waarmee de rekening van baten en lasten sluit nìet het saldo van àlle baten en lasten. Dit blijkt, zoals in het klaagschrift aangegeven, uit de vergelijking van de uitkomst van een vermogensvergelijking met het saldo van de rekening van baten en lasten.

11. Er zijn twee technieken om baten en lasten uit het saldo van de rekening van baten en lasten weg te houden.
      1.
 De baten en lasten worden gewoonweg niet in de rekening opgenomen;
      2.
 Tegenover de te elimineren baten worden fictieve kosten en tegenover de te elimineren kosten worden fictieve baten opgenomen.
Ik weet niet wat erger is. In beide technieken bevat het saldo van de rekening uiteraard niet de betreffende baten en lasten.
Aan de jaarrekeningen in geding is niet of nauwelijks te zien welke techniek(en) zijn gebruikt. Waarschijnlijk beide.

12.  Zoals in mijn klaagschrift uitvoerig betoogd, omvat het gepresenteerde saldo van de baten en de lasten niet alle baten en lasten. Dit belemmert het beoogde democratisch functioneren van de gemeente waarop, zoals hiervòòr aangegeven onder 7, de Comptabiliteitsvoorschriften doelen, omdat in de publiciteit over de jaarrekeningen uitsluitend het gepresenteerde saldo wordt genoemd.

13.  
Weliswaar beroept betrokkene zich in (met name) punten 10 en 21 van zijn verweerschrift op het feit dat de toelichting op artikel 3 van de CV een specifieke interpretatie geeft van wat in het kader van de CV moet worden verstaan onder normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, dit neemt niet weg dat de voorschriften van artikel 27 aan duidelijkheid niets te wensen overlaten, namelijk dat àlle baten en àlle lasten ìn de rekening moeten staan en dat het saldo van de rekening het saldo van àlle baten en àlle lasten moet zijn.

14.  Vast staat dat de jaarrekening in geding niet aan de eisen van CV artikel 27 voldoet. Vaststaat ook dat de accountantsverklaring van betrokkene daarvan geen melding maakt, en dus ten onrechte is gegeven.

15.  Betrokkene beroept zich op hetgeen gebruikelijk is bij provincies en gemeenten. Het feit dat provincies en gemeenten het voorschrift van CV artikel 27 op grote schaal veronachtzamen, betekent echter dat op even grote schaal misleidende jaarrekeningen worden gepresenteerd.

16.  Voorts beroept betrokkene zich onder punt 31 op CV artikel 49 lid 2. Dat kan slechts betekenen dat betrokkene van oordeel is dat de CV een innerlijke tegenstrijdigheid bevatten.

17.  Als klager bestrijd ik dit beroep: een leidend beginsel, zoals gegeven in CV artikel 27, behoort te prevaleren boven een specifieke bepaling, zeker als die specifieke bepaling slechts gaat over het verstrekken van een specificatie. Het is denkbaar dat daardoor onderdelen van CV artikel 49 lid 2 in de praktijk dode letters blijken te zijn, doch dit rechtvaardigt niet de afwijking van een niet mis te verstane bepaling als CV artikel 27.

18.  Anders dan misschien gesuggereerd in het verweerschrift, kennen de CV geen enkel voorschrift om wijzigingen in de reserves in de rekening op te nemen. Trouwens een wijzing in één reserve betekent altijd een tegengestelde wijziging in een andere reserve. Als dat niet correct, al dan niet via de rekening van baten en lasten, verwerkt wordt, is het saldo van de rekening niet meer gelijk aan de totale wijziging van het Eigen vermogen als geheel, en ontstaat een saldo van de rekening dat niet meer gelijk is aan het saldo van het totaal van àlle baten en àlle lasten.

19.  Maar zelfs al zouden accountants van mening zijn dat de CV een innerlijke tegenstrijdigheid bevatten die zou dwingen of toestaan tot een rekening met een saldo dat niet meer het saldo is van de baten en de lasten, dan is het juist de taak van accountants hierop te wijzen door een daartoe strekkende passage in hun verklaringen op te nemen. Op zijn allerminst had betrokkene in zijn verklaring melding moeten maken van de veronachtzaming van artikel 27 van de CV en daarmee duidelijk moeten maken dat het saldo van de rekening niet het saldo is van alle baten en lasten.

20.  Betrokkene gaat in zijn verweerschrift uitvoerig in op verschillen en overeenkomsten tussen CV en Burgerlijk Wetboek Boek 2 Titel 9. Nergens in mijn klaagschrift heb ik gezegd dat de jaarrekening in geding zou moeten voldoen aan (bepalingen uit) Boek 2 Titel 9 van het Burgerlijk Wetboek. Ik heb ook nergens verwezen naar het Burgerlijk Wetboek. Jaarrekeningen van gemeenten hebben immers hun eigen wettelijke voorschriften, i.c. de Comptabiliteitsvoorschriften. Wat betrokkene dus allemaal opmerkt over verschillen en overeenkomsten tussen beide wetgevingen is volstrekt irrelevant. Ik ga daar thans dus ook niet op in.

21.  Ter illustratie van het belang van de zaak zij het volgende opgemerkt. Naar aanleiding van recente schandalen is aan ondernemingen en accountants in de Verenigde Staten het verwijt gemaakt dat zij een welgevallige weg hebben gekozen in het woud van de aldaar geldende, zeer gedetailleerde verslaggevingsregels. Die kennen aldaar geen leidende beginselen. Daarentegen kennen de voorschriften in de Europese Unie die wel. Daarom hebben gezaghebbende instanties in Europa de verwachting uitgesproken dat dergelijke schandalen hier veel minder waarschijnlijk zijn. Deze geruststelling blijkt niet gerechtvaardigd voor Nederlandse gemeenten en provincies, in weerwil van het bestaan van die leidende beginselen, òòk in de CV.
Dit heeft ook de aandacht van de pers getrokken. In Vrij Nederland van 2 maart 2002 stond onder de kop Gemeenten verbergen miljarden een artikel over deze aangelegenheid. Het artikel eindigde met:
Het mag zo zijn dat de polder nog geen Enron-affaire kent, ook in Nederland zien de accountants allerlei vormen van creatief boekhouden door de vingers.

22.  Voor deze procedure is ook het volgende relevant. Er bestaan geen mogelijkheden om bij enige rechterlijke instantie bezwaar te maken tegen jaarrekeningen van gemeenten en provincies. Er bestaat geen pendant voor de Ondernemingskamer waarbij op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikel 999 en 1000) bezwaar tegen de jaarrekeningen van Naamloze vennootschappen, Besloten vennootschappen etc, kan worden gemaakt. Belanghebbenden kunnen slechts doeltreffende actie ondernemen door een klacht in te dienen tegen de accountant die de betreffende jaarrekeningen hebben goedgekeurd.

23.  
Dat is het belang van deze procedure.