Dossier: Tuchtzaken(2)
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 16 mei 2003

Betreft: Verweer in klachtzaak R403

Verweerschrift

van drs. L.W. Verhoef RA MGA

in de zaak
Gemeente Gorinchem
tegen
L.W. Verhoef RA

voor de Raad van Tucht voor Registeraccountants
en Accountants-Administratieconsulenten
te Amsterdam

Procedure: R403

1.  Door het gemeentebestuur van gemeente Gorinchem is tegen mij een klacht ingediend omdat ik mij in brieven aan de gemeenteraad en een persbericht kritisch zou hebben uitgelaten over het jaarverslag 2001. Ik zou met mijn uitlatingen het gemeentebestuur en de ambtenaren in een kwaad daglicht hebben gezet. Mijn uitlatingen zouden ook ongefundeerd en onjuist zijn. Mijn uitlatingen zouden niet passen bij de gedragingen zoals die van een registeraccountant verwacht mogen worden.


2.  Het valt op dat de klager niet aangeeft welke (wettelijke) regel ik zou hebben overtreden. Om deze reden verzoek ik uw Raad de klager
niet ontvankelijk in zijn klacht te verklaren.

3.  Overwegend wat klager bedoelt te zeggen, lijkt het mij dat de klacht inhoudt dat het gemeentebestuur mij handelen verwijt in strijd met GBR-1994 artikel 5 ("De registeraccountant onthoudt zich van al hetgeen schadelijk is voor de eer van de stand der registeraccountants."). In mijn verweer ga ik hiervan uit.

4.  Klager baseert zijn klacht op twee brieven die ik aan de gemeenteraad zou hebben gestuurd en een persbericht. Het valt op dat de beide brieven niet door mij ondertekend laat staan verzonden zijn. Ook de lay out van de brieven wijkt af van de lay out van door mij verzonden brieven. Ook om deze reden verzoek ik de Raad klager
niet ontvankelijk in zijn klacht te verklaren.

5.  Ik ontken evenwel niet dat ik brieven met een inhoud gelijk aan de overgelegde "brieven" aan de gemeenteraad van gemeente Gorinchem heb gestuurd. De inhoud van het persbericht is van mijn hand.

6.  Mijn kritiek betrof niet "het Jaarverslag 2001", maar de jaarrekening 2001 van de gemeente Gorinchem.


7.  Een jaarrekening is voor een gemeenteraad een belangrijk document. Ik schreef dat ook in beide brieven. Met een jaarrekening legt het College van Burgemeester en Wethouders rekening en verantwoording af aan de gemeenteraad en, na verkregen goedkeuring door de gemeenteraad, vervolgens aan de burgers van Gorinchem en alle andere belastingbetalers, belanghebbenden zoals het Rijk, en verdere belangstellenden. Aan een jaarrekening moet dus de eis gesteld worden dat deze op de allereerste plaats betrouwbare informatie geeft. Zoals ik in mijn beide brieven aangeef, geeft de betreffende jaarrekening, om redenen genoemd in mijn brieven, naar mijn stellige overtuiging geen betrouwbare informatie maar misleidende informatie.

8.  Een jaarrekening van een gemeente moet daarnaast ook bijvoorbeeld voldoen aan de eis dat deze in overeenstemming is met de voorschriften van de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften. Zoals ik in mijn beide brieven aangeef, voldoet de jaarrekening, om redenen genoemd in mijn brieven, naar mijn stellige overtuiging niet aan belangrijke bepalingen van de Comptabiliteitsvoorschriften.

9.  Omdat naar mijn ervaring gemeenteraadsleden (vrijwel) niet in staat zijn te zien wat ik wel zie, namelijk dat de jaarrekening misleidend is en niet voldoet aan belangrijke wettelijke voorschriften, heb ik de gemeenteraad van Gorinchem van mijn bevindingen op de hoogte gebracht, in de mening dat de gemeenteraad daar zijn voordeel mee zou kunnen doen, immers "een gewaarschuwd man telt voor twee".

10.  Het is niet ongebruikelijk dat, wanneer iemand een misstand signaleert, hij/zij daarvan de pers op de hoogte stelt. Dat gebeurt vaak met behulp van een persbericht.

11.  Ik heb goede redenen te denken dat ik gelijk heb in mijn beweringen over de onbetrouwbaarheid van de betreffende jaarrekening. De contra-argumenten door klager in zijn klaagschrift genoemd, komen, zo ze al relevant zijn, (mij) niet overtuigend over. Integendeel zelfs. Ze lijken zelfs mijn gelijk te bevestigen. Klager verwijst naar diverse zaken door mij aan uw Raad voorgelegd over de door mij vermeende onbetrouwbaarheid van jaarrekeningen van andere gemeenten en provincies en de naar mijn mening daarbij ten onrechte gegeven goedkeurende accountantsverklaringen. Het komt mij voor dat klager de inhoud van de betreffende klachten en de uitspraken van de Raad niet goed begrepen heeft. In vijf zaken daarvan heeft uw Raad inmiddels op 11 februari jl. uitspraak gedaan. In alle betreffende uitspraken heeft uw Raad uitgesproken dat er inderdaad baten en lasten buiten de winst- en verliesrekening waren gelaten. Tijdens de mondelinge behandeling van de andere zes zaken op 7 mei jl. hebben de betrokken accountants niet ontkend, en daarmee dus toegegeven, dat ook in die betreffende winst- en verliesrekeningen baten en lasten buiten de winst- en verliesrekening waren gebleven. Het zou in een eventuele behandeling van een klacht tegen de accountant van gemeente Gorinchem (waarschijnlijk) niet anders gaan.

12.  Naar mijn mening staat het iedereen die meent dat een gemeenteraad op grond van onjuiste informatie belangrijke besluiten neemt, vrij die gemeenteraad daarvoor te waarschuwen. Ook aan iemand die toevallig registeraccountant is.

13.  Reeds eerder heeft uw Raad uitspraak over een soortgelijke klacht gedaan. De betreffende klacht was eveneens tegen mij gericht. De uitspraak is gepubliceerd als "Raad van Tucht Amsterdam 1998-41". Ik voeg een kopie van de gepubliceerde uitspraak bij. De Raad heeft toen uitgesproken: "De Raad van Tucht overweegt dat betrokkene zich in een openbaar debat heeft gekeerd tegen de manier waarop de gemeente ... de jaarrekening 1996 heeft ingericht. Daarbij heeft de betrokkene volgens de Raad niet de marges overschreden die een registeraccountant toekomen bij het uitoefenen van zijn recht op vrijheid van meningsuiting. De Raad neemt daarbij in aanmerking dat het hier gaat om opvattingen die weliswaar afwijken van de gangbare, maar waarvan niet kan worden gezegd dat zij onverdedigbaar zijn. Bovendien heeft betrokkene zijn opvattingen niet op zodanige manier en in zodanige bewoordingen naar voren gebracht dat hem daarvan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt."
Interessant is dat, waar de Raad in de geciteerde uitspraak nog spreekt van "opvattingen die weliswaar afwijken van de gangbare", deze opvattingen inmiddels, blijkens de uitspraken van de Raad van 11 februari jl., ook gedeeld worden door de Raad, immers in genoemde uitspraken sprak de Raad uit dat inderdaad in de door mij voorgedragen situaties baten en lasten in de winst- en verliesrekening ontbraken. Blijkbaar begint het "openbaar debat" positieve resultaten op te leveren.

Naar mijn stellige overtuiging heb ik ook in de onderhavige zaak niet "de marges overschreden die een registeraccountant toekomen bij het uitoefenen van zijn recht op vrijheid van meningsuiting", en heb ik mijn opvattingen niet "op zodanige manier en in zodanige bewoordingen naar voren gebracht dat hem daarvan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt". Ik ben mij in het door de Raad genoemde "openbare debat" zeer wel bewust van mijn registeraccountant-schap. Ik merk hierbij op dat het in het persbericht gebruikte woord "boekhoudfraude" niet door mij is uitgevonden, maar een inmiddels zeer gangbaar woord is om deze situaties aan te duiden, een woordgebruik waarbij ik mij, gezien de bedoelingen van een persbericht, op gangbare wijze heb aangesloten.

14.  Ik verzoek de Raad de klacht geheel ongegrond te verklaren.


15.  Ik verzoek de Raad, als dat binnen de mogelijkheden en bevoegdheden van de Raad ligt, het gemeentebestuur van Gorinchem aan te sporen goede nota te nemen van mijn waarschuwingen.