Dossier: Tuchtzaken(2)
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 3 september 2003

KLACHT

van
drs. L.W. Verhoef RA
tegen
J.A. van Buren RA en drs. J. de Groot RA

ter behandeling voorgelegd aan
Raad van Tucht
voor Registeraccountants en Accountant-Administratieconsulenten
te 's-Gravenhage

Inleiding
De klacht betreft de omstandigheid dat naar mijn mening de betrokken registeraccountants J.A. van Buren en drs. J. de Groot ten onrechte een goedkeurende verklaring hebben gegeven bij de jaarrekening 2000 van gemeente Dordrecht.
Volgens de uitspraak van de Raad van Tucht te Amsterdam d.d. 30 juli 2003 (zaak R 369) staat vast dat in de winst- en verliesrekening van gemeente Dordrecht niet alle baten en lasten zijn opgenomen. Hierdoor staat dus ook vast dat het saldo van ƒ 27,3 miljoen waarmee de winst- en verliesrekening sluit, niet het saldo is van àlle baten en lasten.

Klachtonderdeel 1
Een winst- en verliesrekening waaraan baten en lasten ontbreken en waarvan het saldo niet het saldo is van alle baten en lasten, is misleidend. Temeer, omdat in de betreffende jaarrekening niet is vermeld dat er behalve de in de winst- en verliesrekening opgenomen baten en lasten ook nog andere baten en lasten zijn, laat staan welke die andere baten en lasten zijn, laat staan wat het saldo is van àlle baten en lasten. Dat is niet zonder gevaar. Het maakt bijvoorbeeld een groot verschil uit of je (bijvoorbeeld als gemeenteraadslid) de verschillen tussen begroting en uitkomsten bekijkt met òf zonder de wetenschap dat de cijfers over de uitkomsten onvolledig zijn. Het maakt ook een groot verschil uit of je bijvoorbeeld de noodzaak van de verhoging van de Onroerendezaakbelasting bekijkt vanuit het idee van het saldo waarmee de winst- en verliesrekening sluit of vanuit het idee over het werkelijke saldo van de baten en lasten.

GBR artikel 17 lid 4 luidt:
De goedkeurende accountantsverklaring aangaande een jaarrekening houdt het oordeel in dat deze een zodanig inzicht geeft in de grootte en de samenstelling van ... het resultaat van de huishouding ... als in de gegeven omstandigheden vereist is.
De betreffende jaarrekening geeft geen inzicht in de grootte en samenstelling van het resultaat van de huishouding, i.c. van de grootte en de samenstelling van het saldo van de (=alle) baten en lasten, laat staan "als in de gegeven omstandigheden vereist is".

Een accountantsverklaring bij een jaarrekening, dus ook bij die van een gemeente, houdt twee verschillende van elkaar onafhankelijke (!) oordelen in:
1. de jaarrekening geeft wel of niet een betrouwbaar beeld van de financiële positie en van de baten en de lasten en het saldo daarvan, en
2. de jaarrekening voldoet wel of niet aan de relevante wettelijke voorschriften.
Zo staat het ook uitdrukkelijk in Richtlijn voor de Accountantscontrole 700 sub 17 (Editie 1998):

De accountantsverklaring dient ondubbelzinnig het oordeel van de accountant aan te geven of de jaarrekening een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de van toepassing zijnde grondslagen voor de financiële verslaggeving alsmede, indien van toepassing, of de jaarrekening voldoet aan de wettelijke voorschriften.

Klachtonderdeel 1 ziet terzake uitsluitend op het eerste onderdeel ("getrouw beeld"). De in het geding zijnde jaarrekening geeft geen getrouw, c.q. betrouwbaar, beeld van de omvang van de (= alle) baten en de lasten en al helemaal niet van het saldo daarvan. De in het geding zijnde jaarrekening geeft geen getrouw, c.q. betrouwbaar, beeld van de omvang van de (= alle) baten en de lasten en al helemaal niet van het saldo daarvan.

Klachtonderdeel 1 luidt dat de goedkeurende accountantsverklaring bij de jaarrekening ten onrechte is gegeven, immers de jaarrekening geeft geen inzicht in de grootte en de samenstelling van het resultaat (i.c. het saldo van de baten en de lasten) en derhalve geen getrouw beeld van de omvang en het saldo van alle baten en lasten. Klachtonderdeel 1 luidt derhalve dat de jaarrekening terzake van de omvang en het saldo van de baten en de lasten misleidend is, zodat de goedkeurende accountantsverklaring ten onrechte is gegeven. Klachtonderdeel 1 luidt dat de betrokken accountants terzake gehandeld hebben in strijd met GBR artikel 17.

Klachtonderdeel 2
De van toepassing zijnde wettelijke voorschriften zijn de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften. Comptabiliteitsvoorschriften artikel 27 schrijft voor:
De rekening van baten en lasten en de toelichting geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de omvang van alle baten en alle lasten, alsmede het saldo daarvan weer.
Klachtonderdeel 2 ziet slechts op:
De rekening van baten en lasten en de toelichting geven getrouw, duidelijk en stelselmatig ... het saldo daarvan (i.c. van alle baten en lasten!; LWV) weer.

Richtlijn voor de Accountantscontrole 700 sub 17 (Editie 1998) zegt:
De accountantsverklaring dient ondubbelzinnig het oordeel van de accountant aan te geven of de jaarrekening een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de van toepassing zijnde grondslagen voor de financiële verslaggeving alsmede, indien van toepassing, of de jaarrekening voldoet aan de wettelijke voorschriften.
Klachtonderdeel 2 ziet terzake uitsluitend op het tweede onderdeel ("voldoet aan de wettelijke voorschriften").

Klachtonderdeel 2 luidt dat noch de rekening van baten en lasten noch de toelichting, laat staan beide zoals de Comptabiliteitsvoorschriften voorschrijven, het saldo van alle baten en lasten weergeeft, laat staan getrouw en duidelijk zoals de Comptabiliteitsvoorschriften ook uitdrukkelijk voorschrijven, zonder dat de accountantsverklaring dat (ondubbelzinnig) tot uitdrukking brengt. Integendeel zelfs, de accountantsverklaring zegt (ten onrechte) ondubbelzinnig dat aan de eisen van de Comptabiliteitsvoorschriften is voldaan.

Klachtonderdeel 3
De winst- en verliesrekening sluit met een saldo van ƒ 27,3 miljoen. Vast staat dus dat dit niet het saldo is van alle baten en lasten. Toch vermeldt de jaarrekening in de toelichting, volkomen ten onrechte dus:
"De jaarrekening vertoont een werkelijk batig saldo van ƒ 27,3 miljoen."
Het jaarverslag vermeldt, eveneens volkomen ten onrechte:
"Het voordelig resultaat van de Stadsjaarrekening 2000 bedraagt ƒ 27.329.175".
Het bij de jaarrekening opgenomen besluit tot vaststelling van de jaarrekening zegt:
"... van het resultaat 2000 ƒ 24,6 miljoen te bestemmen voor ... en ƒ 2,7 miljoen ...", waarmee dus gezegd wordt dat het resultaat 2000 ƒ 27,3 miljoen bedraagt.
Onder "Kerngegevens" in het jaarverslag is vermeld:
"Resultaat jaarrekening 2000 ƒ 27.329.176".
Het "Voorwoord namens burgemeester en wethouders" zegt:
"We sluiten het boekjaar af met een positief resultaat van 27,3 miljoen gulden.", en:
"Uiteindeli­jk sluiten wij het jaar 2000 af met een overschot van f 27,3 miljoen.", en:
"Gerealisee­rd resultaat 2000 V 27,3".

GBR artikel 12 lid 1 zegt:
De door een registeraccountant gegeven verklaring heeft betrekking op de verantwoording als geheel, alsmede op hetgeen omtrent de verantwoording in met zijn instemming gezamenlijk daarmede overgelegde stukken wordt medegedeeld.

De accountantsverklaring bij de jaarrekening heeft dus ook betrekking op de hiervoor geciteerde teksten.
De goedkeurende accountantsverklaring bij de jaarrekening bevestigt ten onrechte het verkeerde beeld dat de jaarrekening en het jaarverslag geven van het saldo van alle baten en lasten.

Klachtonderdeel 3 luidt dat de betrokken accountant gehandeld heeft in strijd met GBR artikel 12.

Schending GBR artikel 5
De klacht houdt ook in dat naar mijn mening betrokken accountants zich op grond van het hiervoor genoemde ook schuldig hebben gemaakt aan schending van GBR artikel 5.

Ne bis in idem
Door betrokken registeraccountants kan naar mijn mening geen beroep worden gedaan op het beginsel "Ne bis in idem". Immers over bovenstaande klachten heeft de Raad van Tucht (te Amsterdam) zich niet eerder uitgelaten. In de uitspraak van 30 juli 2003 is hiervan niets te vinden, waarmee de Raad van Tucht dus zelf al impliciet heeft aangegeven dat naar zijn mening de huidige klachtonderdelen geen klachtonderdelen waren van de klacht waarover de Raad op 30 juli 2003 uitspraak deed.