Dossier: Tuchtzaken(2)
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Pleitnota

van drs. L.W. Verhoef RA MGA

in de zaak
L.W. Verhoef
tegen
R. Ellermeijer ll (jaarrekening 2000 gemeente Zaanstad) (R431)

voor de Raad van Tucht voor Registeraccountants en
Accountants-Administratieconsulenten te Amsterdam

Zitting: 22 november 2004

Geachte Raad,

Inleiding
Al enige jaren strijd ik tegen de misstand dat de jaarrekeningen van veel gemeenten (en provincies) (waaronder de gemeenten Amersfoort, Dordrecht, Hengelo, Tiel, Utrecht en Zaanstad, en provincies Noord-Holland en Utrecht) een volstrekt misleidend beeld geven van de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan en van de financiële positie. Het komt regelmatig voor, vaak tot zeer grote bedragen, dat baten en lasten buiten de rekening van baten en lasten worden gelaten, waardoor uiteraard het saldo waarmee de rekening dan eindigt, niet het saldo is van alle baten en lasten. Desondanks wordt steeds dit onvolledige saldo als het saldo van alle baten en lasten genoemd. Vaak worden op deze manier grote tot zeer grote overschotten verzwegen.
Dit is niet zonder gevaar. Gemeenteraden moeten aan de hand van de rekening van baten en lasten in vergelijking met de begroting controleren of het gemeentebestuur bijvoorbeeld geen uitgaven heeft gedaan buiten de begroting om. Daarvoor hebben zij uiteraard wel betrouwbare, dus juiste en volledige, cijfers in die rekening nodig. Een ander voorbeeld: (mede) op grond van het saldo waarmee de rekening sluit, moeten gemeenteraden beslissen over de hoogte en verhogingen van de lokale belastingen en heffingen, zoals de onroerendezaakbelasting. Ook dan is het noodzakelijk dat de gemeenteraden kunnen beschikken over betrouwbare, dus juiste en volledige, cijfers. Misleidende cijfers leiden gemakkelijk tot verkeerde beslissingen. Onderzoek van mij heeft laten zien dat die cijfers bij veel gemeenten en provincies verre van juist en verre van volledig, dus zeer onbetrouwbaar, dus misleidend, zijn. We weten allemaal van de vele verhogingen van de lokale lasten met percentages die de inflatie te boven gaan. Dit is bij verschillende gemeenten ongetwijfeld mede het gevolg van de misleidende jaarrekeningen.
Bij al deze misleidende jaarrekeningen staan desondanks goedkeurende accountantsverklaringen. Verbijsterend! Gemeenteraden gaan af op die goedkeurende accountantsverklaringen. Voor hen betekent een goedkeurende accountantsverklaring dat de accountant heeft vastgesteld dat de cijfers in die jaarrekening betrouwbaar, d.w.z. juist en volledig, en dus niet misleidend zijn. Voor hen betekent een goedkeurende accountantsverklaring dat het waar is wat er in de jaarrekening staat. Voor hen betekent een goedkeurende accountantsverklaring dat het saldo waarmee de rekening eindigt, een bedrag dat bovendien op allerlei andere plaatsen in jaarverslag en jaarrekening als het saldo van de (=alle) baten en lasten wordt aangeduid, het saldo is van alle ontvangsten en uitgaven. Voor hen is het onvoorstelbaar dat er, ondanks de goedkeurende accountantsverklaring, ontvangsten en uitgaven buiten de rekening zouden zijn gelaten. Voor een gemeenteraad, zo is mijn herhaalde ervaring, is het onvoorstelbaar dat, als ik na onderzoek een gemeenteraad laat weten dat de weergave van de baten en de lasten verre van volledig en dus de weergave van het saldo daarvan verre van juist is, ik daarin gelijk zou hebben. Zij verwijzen steeds onmiddellijk naar die goedkeurende accountantsverklaring. Hetzelfde geldt voor burgers die de jaarrekening van hun gemeente bekijken.
In mijn strijd om de misstand van de (vaak zwaar) misleidende jaarrekeningen bij veel gemeenten aan de kaak te stellen heb ik circa vijftien accountants, betrokken bij twaalf gevallen van door mij geconstateerde misleidende jaarrekeningen, aangeklaagd bij de Raad van Tucht voor Accountants en in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Steeds echter worden de betrokken accountants vrijgesproken. Niet omdat ik ongelijk zou hebben in mijn beweringen over buiten de rekening gelaten ontvangsten en uitgaven en een onjuist weergegeven saldo van ontvangsten en uitgaven, maar louter en alleen door, ja zeg het maar ..........

De gevolgen van de uitspraken van de Raad van Tucht en het College van Beroep laten zich raden en zijn desastreus. Niemand kan begrijpen hoe accountants bij constatering van op grote schaal verzwegen baten en lasten toch vrijuit zouden gaan. Gemeenteraden en alles en iedereen, waaronder ook de pers, leiden uit deze vrijspraken af dat ik "dus" ongelijk moet hebben in mijn beweringen over verzwegen en verkeerd weergegeven ontvangsten en uitgaven en saldi daarvan. En dus laten gemeenteraden na maatregelen te treffen die een einde moeten maken aan deze misleiding. Desastreus is natuurlijk ook de uitwerking waar het gaat om de geloofwaardigheid van accountantsverklaringen in het algemeen. De enkelingen die doorzien dat ik volkomen gelijk heb in mijn beweringen over misleidende jaarrekeningen, hebben verbijsterd kennis genomen van de uitspraken van Raad van Tucht en College van Beroep, en vragen zich af wat nog de waarde is van een accountantsverklaring.

En zo zijn accountants vrijgesproken van het geven van goedkeurende accountantsverklaringen bij misleidende jaarrekeningen.
Met alle desastreuze gevolgen van dien.
En dus blijft de situatie van misleidende jaarrekeningen, jaar na jaar, bij veel gemeenten en provincies gewoon bestaan. Het effect over een aantal jaren achtereen beloopt bij sommige gemeenten inmiddels al honderden miljoenen euro's. Er is zelfs een gemeente waarbij de 900 miljoen euro van Ahold in het niet valt.
Met alle desastreuze gevolgen van dien.
En dus blijven er goedkeurende accountantsverklaringen gegeven worden bij misleidende jaarrekeningen.
Met alle desastreuze gevolgen van dien.
En dus word ik door nagenoeg niemand geloofd als ik beweer dat de jaarrekeningen van veel gemeenten en provincies ronduit misleidend zijn.
Met alle desastreuze gevolgen van dien.

Zaanstad
De klacht tegen accountant Ellermeijer betreft zijn goedkeurende verklaring bij de jaarrekening 2000 van gemeente Zaanstad. In die jaarrekening eindigt de rekening met een saldo van ƒ 14,1 miljoen. En de jaarrekening meldt op diverse plaatsen dat het saldo van de baten en de lasten dezelfde ƒ 14,1 miljoen bedraagt.
Is het waar dat er in 2000 een saldo van baten en lasten was van ƒ 14,1 miljoen? In de verste verten niet.
Wat is dan het werkelijke saldo van de baten en de lasten? De jaarrekening maakt er geen melding van.
En welke baten en lasten zijn dan buiten de rekening gelaten? Alweer: de jaarrekening maakt er geen melding van.
En waarom zijn die baten en lasten buiten de rekening gelaten? Alweer: de jaarrekening maakt er geen melding van.

Heb ik ongelijk als ik zeg dat het als zodanig gepresenteerde bedrag van ƒ 14,1 miljoen nìet het saldo is van de baten en de lasten? Nee! Accountant Ellermeijer geeft het zelf toe in zijn verweerschrift. Onder 2.2 van zijn verweerschrift zegt hij zelf: "In die jaarrekening verschilt de mutatie van het eigen vermogen per 31 december 2000 van het saldo van de baten en lasten. Dit komt doordat bepaalde baten en lasten rechtstreeks zijn toegevoegd aan, respectievelijk in mindering zijn gebracht op het eigen vermogen."
Ik zal dit voor de mensen op de publieke tribune, waaronder enkele gemeenteraadsleden van gemeente Zaanstad, even in gewoon Nederlands vertalen. Accountant Ellermeijer zegt dus: "In die jaarrekening zijn bepaalde baten en lasten buiten de rekening gelaten en is het saldo van de rekening niet het saldo van alle baten en lasten." Ik kan mij voorstellen dat deze gemeenteraadsleden, nu zij dit horen, thans hevig geïnteresseerd zijn naar het hoe en waarom van deze onzichtbare baten en lasten, naar de omvang van deze baten en lasten, en naar de omvang van het werkelijke saldo van de baten en de lasten. In de jaarrekening 2000. En in de jaarrekening 2001. En in de jaarrekening 2002. En in de jaarrekening 2003. En waarom zij steeds op de meest schandalige wijze worden behandeld als zij het College van burgemeester en wethouders ernaar vragen of Verhoef gelijk heeft in zijn beweringen van onzichtbare baten en lasten en over een onjuist gepresenteerd saldo van baten en lasten.

Ne bis in idem
Accountant Ellermeijer ontkent dus niet dat ik wat betreft de feiten gelijk heb.
Hij zegt in zijn verweerschrift dat hij eerder is vrijgesproken voor het ter zake ten onrechte geven van een goedkeurende accountantsverklaring bij deze jaarrekening. Maar dat is stellig niet waar! Ellermeijer is van iets geheel anders vrijgesproken!
Ter vergelijking: iemand die door de rechter is vrijgesproken van het rijden door rood licht, is daarmee niet automatisch vrijgesproken van bijvoorbeeld het plegen van een inbraak. Of, nog nauwkeuriger: iemand die is vrijgesproken van het rijden door rood licht op kruispunt 1 is daarmee niet automatisch vrijgesproken van het rijden door rood licht op kruispunt 2. Of, nòg nauwkeuriger: iemand die is vrijgesproken van het meenemen van goederen bij een inbraak, is niet automatisch vrijgesproken van een brandstichting bij diezelfde inbraak.

Waarvan is Ellermeijer in de eerste zaak vrijgesproken?
De uitspraak van de Raad van Tucht van 30 juli 2003 (zaak R 346) geeft onder 4.1 en 4.3 van hoofdstuk "4. De klacht" nauwkeurig aan waarvan Ellermeijer is vrijgesproken:
4.1 In de rekening van baten en lasten ontbreken baten en lasten, die rechtstreeks zijn toegevoegd of onttrokken aan het eigen vermogen, terwijl de Comptabiliteitsvoorschriften expliciet en dus uitdrukkelijk voorschrijven dat alle baten en lasten in de rekening opgenomen moeten worden.
4.3 Het buiten de rekening van baten en lasten laten van baten en lasten is in strijd met normen die in het maatschappelijk als aanvaardbaar worden beschouwd, en dus in strijd met de Comptabiliteitsvoorschriften, die voorschrijven dat een jaarrekening aan deze normen moet voldoen.

(Over klachtonderdeel 4.2 heeft de Raad van Tucht in zijn uitspraak geen enkele uitspraak gedaan. Dus ook geen vrijspraak! Dit klachtonderdeel is domweg niet door de Raad van Tucht behandeld. De klachtonderdelen 4.4 en 4.5 zijn in de onderhavige procedure niet relevant.)

De klachtonderdelen van de onderhavige procedure waren ook geen onderdeel van de behandeling van de eerste zaak voor het College van Beroep. Ellermeijer citeert in zijn verweerschrift weliswaar uit een eerdere uitspraak van het College van Beroep, waar het College van Beroep naar verwijst, maar wijst nergens aan waar in die uitspraak gerefereerd kan worden aan de klachtonderdelen van de onderhavige procedure. Dat zou overigens ook niet kunnen. Want in zijn uitspraak van 14 juli jl. zegt het College van Beroep simpelweg mijn beroep onbehandeld te hebben gelaten. Het College van Beroep heeft daarna Ellermeijer vrijuit laten gaan met als motivering: "... dat de regels inzake jaarrekening en jaarverslag, neergelegd in titel 9 van boek 2 van het B.W., volgens artikel 360 B.W. van toepassing zijn op andere rechtspersonen dan gemeenten." Een uiterst merkwaardige, zo niet verbijsterende uitspraak, want nooit en te nimmer heb ik beweerd dat Burgerlijk Wetboek Boek 2 Titel 9 van toepassing is op jaarrekeningen van gemeenten en provincies. En voorts zijn er nog heel veel andere wetten te noemen die ook niet van toepassing zijn op jaarrekeningen van gemeenten en provincies.

Dat het in de onderhavige procedure gaat om dezelfde jaarrekening en om hetzelfde feitencomplex als in de eerste zaak, namelijk het buiten de rekening gebleven zijn van grote bedragen aan baten en lasten, mag naar mijn overtuiging geen enkele aanleiding zijn voor een beroep op het ne bis in idem beginsel. Ik verwijs naar de "Tuchtrecht Uitspraken", gepubliceerd in de Accountant van november 2004, JT 2004-58 en JT 2004-61 en de annotaties van Blokdijk daarbij. In deze zaken was voor zowel Raad van Tucht als College van Beroep het klagen over een geheel ander aspect bij eenzelfde feitencomplex geen reden voor het aan de orde komen van het ne bis in idem beginsel.

In de onderhavige procedure gaat het om geheel nieuwe klachten! Klachten die nooit eerder door de Raad van Tucht behandeld zijn! En voor alle duidelijkheid: in het eerste klachtonderdeel gaat het niet om wel of niet correcte toepassing van de Comptabiliteitsvoorschriften!

Inhoudelijk verweer
Ellermeijer voert in zijn verweerschrift geen enkel inhoudelijk verweer. Hij voert nergens aan hoe zijn goedkeurende accountantsverklaring, die beweert dat het allemaal waar is wat in de jaarrekening staat, i.c. dat die jaarrekening "een getrouw beeld geeft van de financiële positie en de baten en de lasten", zich verhoudt tot een jaarrekening met een onvolledige rekening van baten en lasten, een jaarrekening die geen melding maakt van in de rekening niet opgenomen baten en lasten, laat staan een opsomming geeft van de niet opgenomen baten en lasten, een jaarrekening die geen melding maakt van het werkelijke saldo van alle baten en lasten, en hoe zijn goedkeurende verklaring zich verhoudt tot de onterechte meldingen in jaarverslag en jaarrekening van een saldo van ƒ 14,1 miljoen als het saldo van alle baten en lasten, terwijl dat toch overduidelijk nìet het saldo is van de baten en de lasten.