Dossier: gemeente Utrecht
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Gemeenteraad van de
Gemeente Utrecht
Stadhuis
Postbus 16200
3500 CE UTRECHT

Wijk bij Duurstede, 29 augustus 1998

Betreft: Jaarrekening 1997

Geachte raadsleden,

Als deze brief u onder ogen komt, heeft u inmiddels op voorstel van het college van burgemeester en wethouders (waarschijnlijk) de jaarrekening 1997 van uw gemeente goedgekeurd en vastgesteld.
Voor u is de jaarrekening een belangrijk document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en verantwoording aan u af over het door hem gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de begroting 1998 en de a.s. begroting 1999. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt u aan de burgers rekening en verantwoording af van het door u gevoerde (financiële) beleid en beheer.

Ik was geïnteresseerd naar uw (concept-)jaarrekening. En niet naar die van uw gemeente alleen. Als geïnteresseerde inwoner en dus burger van mijn woonplaats Wijk bij Duurstede heb ik al enige tijd een discussie met mijn eigen gemeentebestuur over de jaarrekening van Wijk bij Duurstede. Naar aanleiding daarvan plaatste het Utrechts Nieuwsblad bijgaande ingezonden brief van mij op 1.7.1998 (zie bijlage). Daarin noem ik als gemeente die van haar jaarrekening ook een potje maakt, ook de gemeente Utrecht. Deze uitlatingen vereisen enige toelichting, denk ik; vandaar deze brief.
Om die reden heb ik ook uw (concept-)jaarrekening over 1997 bekeken. Ook nu ben ik daar weer van geschrokken. Wat ik onder kreeg, wordt dan weliswaar "Jaarrekening" genoemd, maar heeft met een jaarrekening, laat staan een betrouwbare jaarrekening en dus een betrouwbaar verantwoordingsverslag, niets uitstaande. Circa 275 pagina's vol met hoogst onjuiste cijfers en onzin-teksten.

Ook de jaarrekening van Utrecht voldoet in de verste verten niet aan de meest elementaire eisen die je aan een jaarrekening mag stellen: inzicht geven in de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het vermogen en m.n. van de reserves. Uw jaarrekening voldoet derhalve dus ook in de verste verten niet aan de wettelijke eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en vaststellen van de gemeentelijke jaarrekening.

Wat betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan suggereren de begeleidende teksten bij de jaarrekening (zie bijvoorbeeld op de pagina's 7 en 15) dat het saldo van de baten en de lasten ƒ 1,7 miljoen is. Niets is echter minder waar. Nadere bestudering van de jaarrekening leert dat het saldo van de baten en de lasten volgens de jaarrekening ƒ 18,8 miljoen is. En dat is wel iets anders. (Al is het nog niet zo erg als in uw jaarrekening 1996, toen de rekening suggereerde dat het voordelig saldo ƒ 3,3 miljoen was, terwijl de jaarrekening in werkelijkheid liet zien dat het werkelijke voordelige saldo ƒ 160 miljoen was.

Het verschil wordt veroorzaakt doordat er verschillende (al dan niet omvangrijke) baten en lasten buiten de rekening zijn gelaten en buiten de rekening om rechtstreeks zijn toegevoegd of onttrokken aan het eigen vermogen. Omdat dit de niet deskundige lezer gemakkelijk ontgaat en hem dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit door de voor u geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften uitdrukkelijk verboden. U moet alle baten en lasten in de rekening opnemen. Als u dit, zoals de wet en vaste jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan had, zou de rekening er heel anders uitzien en zou de rekening eindigen met het door mij genoemde saldo van ƒ 18,8 miljoen.
Het bedrag van ƒ 18,8 miljoen bereken ik op eenvoudige wijze door het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1997 (volgens uw jaarrekening ƒ 634,8 miljoen) af te trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1996 (volgens uw jaarrekening ƒ 616,0 miljoen). Het verschil is namelijk, hoe je ook keert of wendt, per definitie gelijk aan het saldo van de baten en de lasten.

Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou hebben opgenomen, zou deze dus geëindigd zijn met een saldo van ƒ 18,8 miljoen. Dit uiteraard wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten juist bepaald en weergegeven zouden zijn.

Van de jaarrekeningen van de meeste gemeenten, dus waarom die van Utrecht ook niet, valt te ontlenen dat de baten en lasten inderdaad volstrekt onjuist bepaald en dus onjuist weergegeven zijn.
Omdat de jaarrekening van Utrecht veel belangrijke en wettelijk voorgeschreven informatie eenvoudigweg mist (alleen al om deze reden voldoet de jaarrekening niet aan de geldende wettelijke voorschriften, i.c. de Comptabiliteitsvoorschriften), ontbreekt de mogelijkheid te onderzoeken of en in welke mate dit in de Utrechtse jaarrekening ook het geval is.

Aan de jaarrekening van de meeste gemeenten zelf is te ontlenen dat:
Door deze tekortkomingen in de presentatie van de vaste activa, de voorzieningen en het eigen vermogen stelt de jaarrekening ook niet in staat door vermogensvergelijking het werkelijke saldo van de baten en lasten af te lezen. Kortom, aan de jaarrekening is wèl te ontlenen dat het saldo van de baten en de lasten niet het door u gesuggereerde bedrag van ƒ 1,7 miljoen is, maar stelt overigens niet in staat te berekenen wat dan het saldo van de baten en de lasten wèl is.

Kortom,
   ook de jaarrekening van Utrecht stelt volstrekt niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over de financiële positie en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En daar ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldoet alleen daarom al niet aan belangrijke wettelijke voorschriften. Dat betekent dat de jaarrekening totaal ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument. Dat betekent dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde burger, maar, naar ik aanneem, ook uzelf, belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de burger wel degelijk recht op heeft!

Ik denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening volledig laat overmaken en dat u een jaarrekening krijgt die wèl voldoet.
Ten minste heeft de balangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een antwoord op de volgende vragen:
Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef