drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 15
december 1999
Gemeenteraad van
Gemeente Utrecht
Postbus 16200
3500 CE Utrecht
Betreft: Jaarrekening 1998
Geachte raad,
Voor u als gemeenteraad is de jaarrekening van uw gemeente een belangrijk
document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en
verantwoording aan u af over het door hem gevoerde (financiële) beheer en verder
is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van
de lopende begroting (i.c. 1999) en de a.s. begroting (i.c. 2000). Op basis van
deze begrotingen beslist u over de hoogte van de gemeentelijke belastingen en
over het wel of niet doorgaan van belangrijke activiteiten. Ook voor de
(geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de
jaarrekening legt u als raad aan de burgers rekening en verantwoording af van
het door u gevoerde (financiële) beleid en beheer. Het is dus erg belangrijk dat
de jaarrekening en de begroting betrouwbare documenten
zijn.
Ik ben geïnteresseerd in hoe gemeenten en provincies hun jaarrekeningen
en begrotingen opmaken. Van die jaarrekeningen en begrotingen klopt, zo is mijn
ervaring, in het algemeen niet veel. Ze zitten boordevol hoogst onjuiste en
inconsistente informatie en boordevol onzin-teksten. Het zijn daarom hoogst
onbetrouwbare documenten. Om die reden is het volstrekt onverantwoord om op
basis van deze begrotingen en jaarrekeningen gemeenten en provincies te besturen
en daarover verantwoording af te leggen.
Wellicht heeft u in de Volkskrant van (o.a.) 25 oktober j.l. mijn visie
hierover gelezen.
Al eerder had ik de jaarrekening 1997 van uw gemeente bekeken. Ik
berichtte u daarover met mijn brief van 29 augustus 1998. Ook van die
jaarrekening klopte niet veel.
Ik heb ook de jaarrekening 1998 van uw gemeente beoordeeld. Ook deze
"jaarrekening", zo is mijn conclusie, heeft met een jaarrekening, laat staan met
een betrouwbare jaarrekening en dus met een betrouwbaar sturingsmiddel en met
een betrouwbaar verantwoordingsverslag, niets uitstaande. Circa 350 pagina's vol
met hoogst onjuiste cijfers en onzin-teksten over (m.n.) reserves,
weerstandsvermogen, voorzieningen en rente, waarvan de meesten van u, het kan
niet anders, ongetwijfeld niets begrepen zullen hebben. Het is uiteraard jammer
van alle moeite die aan de jaarrekening en aan het bestuderen daarvan besteed
is.
Ook de jaarrekening 1998 voldoet in de verste verten niet aan de meest
elementaire eisen die je aan een jaarrekening mag stellen: op betrouwbare wijze
inzicht geven in de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan, en in
de omvang en samenstelling van het vermogen en m.n. van de reserves. Uw
jaarrekening voldoet derhalve dus ook in de verste verten niet aan de wettelijke
eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en vaststellen van de
gemeentelijke jaarrekening.
Wat betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan, suggereren de
rekening en de begeleidende teksten bij uw jaarrekening dat het saldo van de
baten en de lasten (overeenkomstig wat in de rekening opgenomen is) een bedrag
van ƒ 6 miljoen is. Niets is echter minder waar!
Bestudering van de jaarrekening leert dat het saldo van de
baten en de lasten volgens de jaarrekening in werkelijkheid NEGATIEF ƒ 178
miljoen is. En dat is wel iets anders.
(Overigens had door alle willekeur waarmee de jaarrekening opgemaakt is,
het saldo van de rekening net zo goed lager kunnen
uitvallen.)
Het verschil wordt veroorzaakt doordat er baten en lasten
buiten de rekening zijn gelaten. De toelichting bij de balans maakt
duidelijk dat ƒ 224 miljoen aan baten en ƒ 389 miljoen aan lasten buiten de
rekening zijn gelaten.
Omdat dit de niet deskundige lezers - wat de meeste
gemeenteraadsleden en andere belangstellenden zullen zijn - gemakkelijk ontgaat
en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit door de voor u
geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde
Comptabiliteitsvoorschriften, uitdrukkelijk verboden. U moet alle baten
en lasten in de rekening opnemen. Als u dit, zoals de wet en vaste
jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan had, zou de rekening er
uiteraard heel anders hebben uitgezien.
Aan de jaarrekening valt wel te zien dat er baten en lasten buiten
de rekening gelaten zijn, er valt niet of nauwelijks te zien welke baten- en
lastenposten het betreft. Dat betekent dat alle baten- en lastenposten
die in de rekening opgenomen zijn, te hoog of te laag, dus onjuist, kunnen zijn.
Met andere woorden: alle als baten en lasten gepresenteerde bedragen zijn
verdacht.
Als uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou de rekening eindigen met
het door mij genoemde saldo van negatief ƒ 178 miljoen.
Het bedrag van ƒ 178 miljoen bereken ik op eenvoudige wijze door het
saldo van het eigen vermogen op 31.12.1997 (volgens uw jaarrekening ƒ 635
miljoen) af te trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1998
(volgens uw jaarrekening ƒ 457 miljoen). Het verschil (i.c. negatief ƒ 178
miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per definitie gelijk aan
het saldo van de (= alle) baten en de lasten.
Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou hebben opgenomen, zou
deze dus geëindigd zijn met het werkelijke saldo van de (=alle) baten en de
lasten, i.c. een negatief saldo van ƒ 178 miljoen. Dit uiteraard wel onder de
veronderstelling dat alle baten en lasten en het eigen vermogen in begin- en
eindbalans juist bepaald en weergegeven zijn.
Aan de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en provincies en ook aan
die van Utrecht valt echter te ontlenen dat vele baten en lasten en het eigen
vermogen volstrekt onjuist bepaald en dus onjuist weergegeven
zijn.
Aan de jaarrekening van de meeste gemeenten zelf is (ten minste) te
ontlenen dat:
- een (onbekend) bedrag van de vaste activa in plaats van aan de
debetzijde van de balans te zijn opgenomen, op één van de posten van de
creditzijde van de balans, in dit geval het eigen vermogen, is afgetrokken.
Hierdoor worden de vaste activa en uiteraard ook het eigen vermogen, i.c. de
reserves, voor een te laag en dus verkeerd bedrag weergegeven. Omdat op deze
vaste activa niet meer wordt afgeschreven, ontbreken er afschrijvingslasten in
de rekening, waardoor de kosten van veel activiteiten te laag weergegeven
worden.
- de rentelasten te hoog zijn weergegeven, omdat in de rekening
rentelasten zijn opgenomen over niet bestaande
schulden.
- onder het eigen vermogen verschillende bedragen voorkomen die in het
geheel geen reserves zijn, maar voorzieningen, i.c. verplichtingen. Hierdoor
wordt het eigen vermogen, i.c. de reserves, te hoog en dus verkeerd voorgesteld.
Hierdoor worden ook de baten en de lasten die met deze "reserves" samenhangen,
geheel verkeerd in de rekening weergegeven. In uw jaarrekening geldt dit ten
minste voor de nog niet bestede geoormerkte rijkssubsidies (in uw jaarrekening
genoemd: Medebewindsreserves).
- onder de voorzieningen verschillende posten voorkomen die in het geheel
geen verplichtingen representeren. Hierdoor wordt het eigen vermogen, i.c. de
reserves, te laag en dus verkeerd voorgesteld. Hierdoor worden ook de lasten die
met deze "voorzieningen" samenhangen, geheel verkeerd in de rekening
weergegeven.
- onder de voorzieningen ten minste een voorziening uit hoofde van
pensioen- en wachtgeldverplichtingen jegens (oud-)wethouders ontbreekt. Hierdoor
wordt het eigen vermogen, i.c. de reserves, te hoog en dus verkeerd voorgesteld.
Hierdoor worden ook de lasten die met deze ontbrekende verplichtingen
samenhangen, geheel verkeerd in de rekening weergegeven.
- renteverplichtingen ontbreken over leningen van voor
1985.
De meeste van de hierboven genoemde tekortkomingen, zo niet alle, zullen
zich ongetwijfeld ook in de jaarrekening 1998 van Utrecht
voordoen.
Omdat de jaarrekening van Utrecht veel belangrijke en wettelijk
voorgeschreven informatie eenvoudigweg mist, zoals toelichtingen over de
reserves, de voorzieningen, en de rentelasten (alleen al om deze reden voldoet
de jaarrekening niet aan de geldende wettelijke voorschriften, i.c. de
Comptabiliteitsvoorschriften), ontbreekt de mogelijkheid te onderzoeken of en in
welke mate dit in de Utrechtse jaarrekening ook het geval
is.
Door deze tekortkomingen in de presentatie van de vaste activa, de
verplichtingen en het eigen vermogen stelt de jaarrekening ook niet in staat
door vermogensvergelijking het werkelijke saldo van de baten en lasten af te
lezen. Kortom, aan de jaarrekening is wèl te ontlenen dat het saldo van de baten
en de lasten niet het door u gesuggereerde bedrag van ƒ 6 miljoen is,
maar stelt overigens niet in staat te zien wat dan het saldo van de baten en de
lasten wèl is.
(Vergeleken bij het bovenstaande niet echt belangrijk, maar ter
illustratie aangaande de zorg die blijkbaar aan de totstandkoming van uw
jaarrekening is besteed: de specificaties van de reserves en van de
voorzieningen volgens bijlage 6 bij de jaarrekening sluiten in het geheel niet
aan bij de betreffende posten van de balans. Inzake de reserves is er een
verschil van ƒ 34 miljoen, inzake de voorzieningen is er een verschil van ƒ 25
miljoen.)
Kortom,
ook de jaarrekening 1998 van Utrecht stelt
volstrekt niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te
vormen over de financiële positie en over de baten en de lasten en het saldo
daarvan. En daar ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldoet
ook alleen daarom al niet aan belangrijke wettelijke
voorschriften.
Dat betekent dat de jaarrekening totaal ongeschikt is als sturings- en
verantwoordingsinstrument. Dat betekent dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde
burger, maar ook uzelf, belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de
burger en uzelf wel degelijk recht op hebben!
Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 1999 en uw
begroting 2000 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en dat u die
dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt
wegdoen. Wat heb je aan zoveel pagina's volstrekt onbetrouwbare
informatie?
Ik denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening (en de genoemde
begrotingen) volledig laat overmaken en dat de burgers en uzelf een jaarrekening
(en begrotingen) krijgen die wèl voldoet.
Ten minste heeft de belangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een
antwoord op de volgende vragen:
- Wat is het werkelijke saldo van de baten en lasten van de gemeente over
1998?
- Wat is de werkelijke omvang van de reserves einde
1998?
Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.
(Zoals ik ook nog steeds wacht op uw reactie op mijn brief aan u over de
falende kwaliteit van uw jaarrekening 1997.)
Met vriendelijke groet en hoogachting,
L.W. Verhoef