drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 4 maart 2000
Gemeenteraad van
Gemeente Utrecht
Postbus 16200
3500 CE Utrecht
Betreft: Jaarrekening
1998
Geachte raad,
Met mijn brief aan uw raad van 15 december 1999
deed ik u enige opmerkingen toekomen over de kwaliteit, i.c. de volstrekte
onbetrouwbaarheid, van de jaarrekening 1998 van uw gemeente. Het betreft een
belangrijk onderwerp. De jaarrekening is immers voor u als raad een belangrijk
sturings- en verantwoordingsverslag.
Uw jaarrekening, m.n. de rekening
(van baten en lasten) en het saldo van de rekening, suggereert dat er in 1998
een batig saldo was van ƒ 6 miljoen. Nadere bestudering van uw jaarrekening laat
echter zien, zo schreef ik u, dat er tot aanzienlijke bedragen baten en lasten
buiten de rekening zijn gelaten: ƒ 224 miljoen aan baten en ƒ 389 miljoen aan
lasten. Dat betekent dat volgens uw jaarrekening het werkelijke saldo van
alle baten en lasten niet ƒ 6 miljoen bedroeg maar negatief (!) ƒ 178
miljoen. En dat is wel iets anders! Verder wees ik u erop dat "uw" jaarrekening
veel belangrijke en wettelijk voorgeschreven informatie mist, waardoor niet valt
te zien of bijvoorbeeld de omvang van de verplichtingen en m.n. van de reserves
wel goed zijn weergegeven.
Met verbazing heb ik kennis genomen van de
reactie van uw college van burgemeester en wethouders van 29 februari 2000 op
mijn brief.
Een uiterst merkwaardige
reactie!
Uw college stelt van mening te zijn dat de
jaarrekening wel degelijk een betrouwbaar beeld geeft van de omvang van de baten
en de lasten en het saldo daarvan en van de omvang van de reserves. Verder stelt
uw college hierin gesteund te worden door de goedkeurende verklaring van uw
accountant, alsof daarmee gezegd moet zijn dat de jaarrekening dus wèl een
betrouwbaar sturings- en verantwoordingsverslag is. Uw jaarrekening zou niet de
eerste zijn die ten onrechte van een goedkeurende accountantsverklaring is
voorzien. U heeft daarover nog onlangs in de pers meer over kunnen
lezen.
De stelling van uw college wordt
helemaal vreemd door wat erop volgt. Uw college meldt, zonder blijkbaar de
draagwijdte van zijn eigen opmerking te doorzien, "dat niet alle baten en lasten
via de exploitatie lopen". Uw college geeft dus volmondig toe aan wat ik beweer,
namelijk dat de rekening onvolledig is, dat in de rekening baten en lasten
ontbreken (zoals ik hiervòòr aangaf tot aanzienlijke bedragen! Wist u dat?) en
dat het saldo van de rekening dus niet het saldo van alle baten lasten
is.
U bent dus als raad voor de gek gehouden! En met
de door u goedgekeurde jaarrekening heeft u uw burgers en andere gebruikers van
uw jaarrekening voor de gek gehouden!
Het college stelt hiervan, dat dit zou zijn
toegestaan.
Uiterst merkwaardig!
(Comptabiliteitsvoorschriften artikel 27 en
uitvoerige en herhaalde jurisprudentie verbieden overigens uitdrukkelijk dat er
baten en lasten de rekening worden gehouden!)
Ondanks dat het college toegeeft dat er baten en
lasten buiten de rekening zijn gelaten, blijft het college desondanks volhouden
dat er een voordelig saldo zou zijn geweest van ƒ 5,6
miljoen.
Alweer uiterst
merkwaardig!
Ook wat betreft het feit dat in uw jaarrekening
reserves (= eigen vermogen) en voorzieningen (= verplichtingen!) door elkaar
gehaald en door elkaar en onder verkeerde hoofdjes gepresenteerd worden, geeft
uw college mij volmondig gelijk. M.a.w. het college geeft derhalve toe dat de in
uw jaarrekening gepresenteerde omvang van het eigen vermogen (c.q. reserves)
niet correct is en dat dus uw jaarrekening een verkeerd beeld geeft van de
financiële positie.
Uw jaarrekening geeft dus, zo zegt
uw college zelf en zo beweerde ik ook, i.t.t. wat uw jaarrekening daarover
suggereert en de accountantsverklaring zegt, geen betrouwbaar beeld van
de financiële positie en van de omvang van de baten en de lasten en het saldo
daarvan!
Dat is dus geheel en al in tegenspraak met wat
het college aan het begin van zijn reactie stelde!
Intussen moet uw raad, zo vindt uw college, het
blijkbaar ook maar met deze reactie doen.
Moet ik verwachten dat u met deze reactie van uw
college tevreden bent?
Aan het slot van mijn brief van 12 november 1999
schreef ik:
"Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw
begroting 1999 en uw begroting 2000 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn
opgemaakt en dat u die dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het
oud papier kunt wegdoen. Wat heb je aan zoveel pagina's volstrekt onbetrouwbare
informatie?"
Intussen bestuurt u wel uw gemeente met behulp
van een volstrekt onbetrouwbaar kompas. Dat is uiteraard
onverantwoord.
Mag ik verwachten dat u als raad van Utrecht doet
wat van een zichzelf respecterende raad verwacht mag worden, namelijk om
opheldering vragen?
Uw reactie te vernemen stel ik op
prijs.
Met vriendelijke groet en
hoogachting,
L.W. Verhoef