drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 20 juli 2000
Gemeenteraad van
Gemeente Utrecht
Postbus 16200
3500 CE Utrecht
Betreft: Jaarrekening
1999
Geachte raad,
Binnenkort zult u zich bezighouden met de
jaarrekening 1999 van uw gemeente. Voor u als gemeenteraad is de jaarrekening
van uw gemeente een belangrijk document: hiermee legt het college van
burgemeester en wethouders rekening en verantwoording aan u af over het door hem
gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u een belangrijk
ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de lopende begroting (i.c. 2000) en de
a.s. begroting (i.c. 2001). Op basis van deze begrotingen beslist u over de
hoogte van de gemeentelijke belastingen en over het wel of niet doorgaan van
belangrijke activiteiten. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de
jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt u als raad aan
de burgers rekening en verantwoording af van het door u gevoerde (financiële)
beleid en beheer. Het is dus erg belangrijk dat de jaarrekening en de begroting
betrouwbare documenten zijn.
Ik ben geïnteresseerd in hoe gemeenten en
provincies hun jaarrekeningen en begrotingen opmaken. Van die jaarrekeningen en
begrotingen klopt, zo is mijn ervaring, in het algemeen niet veel. Ze zitten
boordevol hoogst onjuiste en inconsistente informatie en boordevol
onzin-teksten. Het zijn daarom hoogst onbetrouwbare documenten, in tegenstelling
tot wat al die goedkeurende accountantsverklaringen daarbij zeggen. Om die reden
is het volstrekt onverantwoord om op basis van deze begrotingen en
jaarrekeningen gemeenten en provincies te besturen en daarover verantwoording af
te leggen.
Al eerder had ik de jaarrekening 1997 en 1998 van
uw gemeente bekeken. Ik berichtte u daarover met mijn brieven van 29 augustus
1998, respectievelijk 15 december 1999. Ook van die jaarrekeningen klopte niet
veel.
Ik heb nu ook de jaarrekening 1999 van uw
gemeente beoordeeld. Ook deze "jaarrekening", zo is mijn conclusie, heeft met
een jaarrekening, laat staan met een betrouwbare jaarrekening en dus met een
betrouwbaar sturingsmiddel en met een betrouwbaar verantwoordingsverslag, niets
uitstaande. 100-en pagina's vol met hoogst onjuiste cijfers en onzin-teksten
over (m.n.) reserves, dienstbedrijfsreserves, weerstandsvermogen, voorzieningen,
concernresultaat, rente en financieringsfonds, waarvan de meesten van u, het kan
niet anders, ongetwijfeld niets begrepen zullen hebben (wat overigens ook niet
kan; onzin valt nu eenmaal niet te begrijpen). Het is uiteraard jammer van alle
moeite die aan de jaarrekening en aan het bestuderen daarvan en praten daarover
besteed is, respectievelijk zal worden.
Ook de jaarrekening 1999 voldoet in de verste
verten weer niet aan de meest elementaire eisen die je aan een jaarrekening mag
stellen: op betrouwbare wijze inzicht geven in de omvang van de baten en de
lasten en het saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het vermogen
en m.n. van de reserves. Uw jaarrekening voldoet derhalve dus ook in de verste
verten niet aan de wettelijke eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en
vaststellen van de gemeentelijke jaarrekening.
Wat betreft de baten en de lasten en het saldo
daarvan, suggereren de rekening en de begeleidende teksten bij uw jaarrekening
dat het saldo van de baten en de lasten (overeenkomstig wat in de rekening
opgenomen is) een bedrag van ƒ 27 miljoen is. Niets is echter minder
waar!
Bestudering van de jaarrekening
leert dat het saldo van de baten en de lasten volgens de jaarrekening in
werkelijkheid ƒ 244 miljoen is. En dat is wel iets anders.
(Overigens had door alle willekeur waarmee de
jaarrekening opgemaakt is, het saldo van de rekening net zo goed nog anders
kunnen uitvallen.)
Het verschil wordt veroorzaakt
doordat er baten en lasten geheel of gedeeltelijk buiten de rekening zijn
gelaten. De jaarrekening maakt niet duidelijk om welke baten en lasten het gaat,
wel dat het om per saldo ƒ 217 miljoen gaat.
Omdat dit de niet deskundige
lezers - wat de meeste gemeenteraadsleden en andere belangstellenden zullen zijn
- gemakkelijk ontgaat en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt
dit door de voor u geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde
Comptabiliteitsvoorschriften, uitdrukkelijk verboden. U moet alle baten
en lasten in de rekening opnemen. Als u dit, zoals de wet en vaste
jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan had, zou de rekening er
uiteraard heel anders hebben uitgezien.
Aan de jaarrekening valt wel te
zien dat er baten en lasten buiten de rekening gelaten zijn, er valt niet of
nauwelijks te zien welke baten- en lastenposten het betreft. Dat betekent dat
alle baten- en lastenposten die in de rekening opgenomen zijn, te hoog of
te laag, dus onjuist, kunnen zijn. Met andere woorden: alle als baten en
lasten gepresenteerde bedragen zijn verdacht.
Als uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou
de rekening eindigen met het door mij genoemde saldo van ƒ 244
miljoen.
Het bedrag van ƒ 244 miljoen
bereken ik op eenvoudige wijze door het saldo van het eigen vermogen op
31.12.1998 (volgens uw jaarrekening ƒ 468 miljoen) af te trekken van het saldo
van het eigen vermogen op 31.12.1999 (volgens uw jaarrekening ƒ 701 miljoen),
waarop ik dan wel eerst de zogenoemde "medebewindreserves", die geheel ten
onrechte onder de reserves zijn opgenomen, in mindering heb gebracht. Het
verschil (i.c. ƒ 244 miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per
definitie gelijk aan het saldo van de (= alle) baten en de
lasten.
(Hierbij zie ik dan nog af van het feit dat het
resterende deel van de verkoopprijs van de UNA-aandelen ad ƒ 363 miljoen òòk in
het resultaat van 1999 verwerkt had moeten worden. U moet uw jaarrekening
opstellen op basis van het "stelsel van baten en lasten". Nu heeft u terzake het
"kasstelsel" toegepast, wat verboden is!)
Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou
hebben opgenomen, zou deze dus geëindigd zijn met het werkelijke saldo van de
(=alle) baten en de lasten, i.c. ƒ 244 miljoen. Dit uiteraard wel onder de
veronderstelling dat alle baten en lasten en het eigen vermogen in begin- en
eindbalans juist bepaald en weergegeven zijn.
Aan de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en
provincies valt echter te ontlenen dat vele baten en lasten en het eigen
vermogen volstrekt onjuist bepaald en dus onjuist weergegeven
zijn.
Aan de jaarrekening van de meeste gemeenten zelf
is (ten minste) te ontlenen dat:
-
een (onbekend) bedrag van de vaste activa in plaats van aan de debetzijde
van de balans te zijn opgenomen, op één van de posten van de creditzijde van de
balans, in dit geval het eigen vermogen, is afgetrokken. Hierdoor worden de
vaste activa en uiteraard ook het eigen vermogen, i.c. de reserves, voor een te
laag en dus verkeerd bedrag weergegeven. Omdat op deze vaste activa niet meer
wordt afgeschreven, ontbreken er afschrijvingslasten in de rekening, waardoor de
kosten van veel activiteiten te laag weergegeven
worden.
-
de rentelasten te hoog zijn weergegeven, omdat in de rekening rentelasten
zijn opgenomen over niet bestaande schulden.
-
onder het eigen vermogen verschillende bedragen voorkomen die in het
geheel geen reserves zijn, maar voorzieningen, i.c. verplichtingen. Hierdoor
wordt het eigen vermogen, i.c. de reserves, te hoog en dus verkeerd voorgesteld.
Hierdoor worden ook de baten en de lasten die met deze "reserves" samenhangen,
geheel verkeerd in de rekening weergegeven. In uw jaarrekening geldt dit ten
minste voor de nog niet bestede geoormerkte rijkssubsidies (in uw jaarrekening
genoemd: Medebewindsreserves).
-
onder de voorzieningen verschillende posten voorkomen die in het geheel
geen verplichtingen representeren. Hierdoor wordt het eigen vermogen, i.c. de
reserves, te laag en dus verkeerd voorgesteld. Hierdoor worden ook de lasten die
met deze "voorzieningen" samenhangen, geheel verkeerd in de rekening
weergegeven.
-
onder de voorzieningen ten minste een voorziening uit hoofde van
pensioen- en wachtgeldverplichtingen jegens (oud-)wethouders ontbreekt. Hierdoor
wordt het eigen vermogen, i.c. de reserves, te hoog en dus verkeerd voorgesteld.
Hierdoor worden ook de lasten die met deze ontbrekende verplichtingen
samenhangen, geheel verkeerd in de rekening weergegeven.
-
renteverplichtingen ontbreken over leningen van voor
1985.
De meeste van de hierboven genoemde
tekortkomingen, zo niet alle, zullen zich ongetwijfeld ook in de jaarrekening
van Utrecht voordoen.
Omdat de jaarrekening van Utrecht veel
belangrijke en wettelijk voorgeschreven (!) informatie eenvoudigweg mist, zoals
toelichtingen op de reserves, de voorzieningen, en de rentelasten (alleen al om
deze reden voldoet de jaarrekening niet aan de geldende wettelijke
voorschriften, i.c. de Comptabiliteitsvoorschriften), ontbreekt de mogelijkheid
te onderzoeken of en in welke mate dit in de Utrechtse jaarrekening ook het
geval is.
Door deze tekortkomingen stelt de
jaarrekening ook niet in staat door vermogensvergelijking het werkelijke saldo
van de baten en lasten af te lezen. Kortom, aan de jaarrekening is wèl te
ontlenen dat het saldo van de baten en de lasten niet het door u
gesuggereerde bedrag van ƒ 27 miljoen is, maar stelt overigens niet in staat te
zien wat dan het saldo van de baten en de lasten wèl
is.
(Vergeleken bij het bovenstaande niet echt
belangrijk, maar ter illustratie aangaande de zorg die blijkbaar aan de
totstandkoming van uw jaarrekening is besteed en het respect dat men voor de
lezer heeft: de specificaties van de reserves en van de voorzieningen volgens
bijlage 7 bij de jaarrekening sluiten in het geheel niet aan bij de betreffende
posten van de balans.)
Kortom,
ook de jaarrekening 1999 van Utrecht, net zoals
de jaarrekeningen 1997 en 1998, stelt volstrekt niet in staat om een oordeel,
laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over de financiële positie en over
de baten en de lasten en het saldo daarvan. En daar ging het toch in eerste
instantie om! De jaarrekening voldoet ook alleen daarom al niet aan belangrijke
wettelijke voorschriften.
Dat betekent dat de jaarrekening totaal
ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument. Dat betekent dat u
bijvoorbeeld de geïnteresseerde burger, maar ook uzelf, belangrijke informatie
onthoudt, informatie waar de burger en uzelf wel degelijk recht op
hebben!
Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw
begroting 2000 en, als u zo doorgaat, uw begroting 2001 op dezelfde wijze als de
jaarrekening zijn opgemaakt en dat u die dus, net zoals uw jaarrekening, maar
beter meteen bij het oud papier kunt wegdoen. Wat heb je aan zoveel pagina's
volstrekt onbetrouwbare informatie?
Ik denk dat er alle aanleiding is dat u, voordat
u over de jaarrekening gaat praten, de jaarrekening (en de genoemde begrotingen)
volledig laat overmaken en dat de burgers en uzelf een jaarrekening (en
begrotingen) krijgen die wèl voldoet.
Ten minste heeft de belangstellende burger, maar
ook uzelf, recht op een antwoord op de volgende vragen:
-
Wat is de werkelijke omvang van de baten en de lasten in
1999?
-
Wat is het werkelijke saldo van de baten en lasten van de gemeente over
1999?
-
Wat is de werkelijke omvang van de reserves einde
1999?
Uw reactie te vernemen stel ik op
prijs.
Met vriendelijke groet en
hoogachting,
L.W. Verhoef