Dossier: gemeente Utrecht
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 11 oktober 2001

Gemeenteraad van
Gemeente Utrecht
Postbus 16200
3500 CE Utrecht

Betreft: Jaarrekening 2000

Het resultaat over het jaar 2000 bedraagt ƒ 66 miljoen
Aldus de suggestie van u als gemeentebestuur in uw jaarverslag over 2000.
Is deze suggestie juist?
Nee, want volgens de jaarrekening is het resultaat in werkelijkheid ƒ 232 miljoen!!

Geachte raad,

Voor u als gemeenteraad is de jaarrekening van uw gemeente een belangrijk document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en verantwoording aan u af over het door hem gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de lopende begroting (i.c. 2001) en de a.s. begroting (i.c. 2002). Op basis van deze begrotingen beslist u over de hoogte van de gemeentelijke belastingen en over het wel of niet doorgaan van belangrijke activiteiten. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt u als raad aan de burgers rekening en verantwoording af van het door u gevoerde (financiële) beleid en beheer. Het is dus erg belangrijk dat de jaarrekening en de (a.s.) begroting betrouwbare documenten zijn.
Is de jaarrekening 2000 van Utrecht betrouwbaar? Nee dus!

Ik ben geïnteresseerd in hoe gemeenten en provincies hun jaarrekeningen en begrotingen opmaken. Van die jaarrekeningen en begrotingen klopt, zo is mijn ervaring, in het algemeen niet veel. Ze zitten boordevol hoogst onjuiste en inconsistente informatie en boordevol onzin-teksten. Het zijn daarom in het algemeen hoogst onbetrouwbare documenten. Om die reden is het volstrekt onverantwoord om op basis van deze begrotingen en jaarrekeningen gemeenten en provincies te besturen en daarover verantwoording af te leggen.
Wellicht heeft u in de Volkskrant van 25 oktober 1999 mijn visie hierover gelezen. Ik noem daarin ook uw gemeente.

Ik heb, zoals eerder de jaarrekeningen 1997, 1998 en 1999 (zie mijn brieven aan u van 29 augustus 1998, 15 december 1999 en 20 juli 2000), ook de jaarrekening 2000 van uw gemeente beoordeeld. Ook uw "jaarrekening" 2000, zo is mijn conclusie, heeft met een jaarrekening, laat staan met een betrouwbare jaarrekening en dus met een betrouwbaar sturingsmiddel en met een betrouwbaar verantwoordingsverslag, niets uitstaande. De meesten van u, het kan niet anders, zullen er ongetwijfeld niets van begrepen hebben. Zeker waar het ging over onzin over reserves, voorzieningen en rente. Het is uiteraard jammer van alle moeite die aan de jaarrekening en aan het bestuderen daarvan besteed is.

Ook de jaarrekening 2000 van Utrecht voldoet in de verste verten niet aan de meest elementaire eisen die je aan een jaarrekening mag stellen: op betrouwbare wijze inzicht geven in de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het vermogen en m.n. van de reserves. Uw jaarrekening voldoet derhalve dus ook in de verste verten niet aan de wettelijke eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en vaststellen van de gemeentelijke jaarrekening.

Wat betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan, suggereren de rekening en de begeleidende teksten bij uw jaarrekening dat het saldo van de baten en de lasten (overeenkomstig wat in de rekening opgenomen is) een bedrag van ƒ 66 miljoen is. Niets is echter minder waar!
Bestudering van de jaarrekening leert dat het saldo van de baten en de lasten volgens de jaarrekening in werkelijkheid ƒ 232 miljoen is. En dat is wel iets anders.

Het verschil wordt op de eerste plaats veroorzaakt doordat er baten en lasten buiten de rekening zijn gelaten, d.w.z. buiten de rekening om rechtstreeks zijn toegevoegd aan of in mindering zijn gebracht van het eigen vermogen. De toelichting bij de balans maakt duidelijk dat miljoenen guldens aan baten en lasten buiten de rekening zijn gelaten. Wat moest waarom verborgen blijven?
Omdat dit de niet deskundige lezers - wat de meeste gemeenteraadsleden en andere belangstellenden zullen zijn - gemakkelijk ontgaat en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit door de voor u geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften (artikel 27), uitdrukkelijk verboden. U moet alle baten en alle lasten in de rekening opnemen. Als u dit, zoals de wet en vaste jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan had, zou de rekening er uiteraard heel anders hebben uitgezien.
Aan de jaarrekening valt wel te zien dat er (delen van) baten en lasten buiten de rekening gelaten zijn, er valt niet of nauwelijks te zien welke baten- en lastenposten het betreft. Dat betekent dat alle baten- en lastenposten die in de rekening opgenomen zijn, verdacht zijn en onjuist kunnen zijn.

Als uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou de rekening eindigen met het door mij genoemde saldo van ƒ 232 miljoen.
Het bedrag van ƒ 232 miljoen bereken ik op eenvoudige wijze door het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1999 (volgens uw jaarrekening ƒ 703 miljoen) af te trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.2000 (volgens uw jaarrekening ƒ 935 miljoen). Het verschil (i.c. ƒ 232 miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per definitie gelijk aan het saldo van de (= alle) baten en de lasten.

Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou hebben opgenomen, zou deze dus geëindigd zijn met een saldo van ƒ 232 miljoen. Dit uiteraard wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten en het eigen vermogen in begin- en eindbalans juist bepaald en weergegeven zijn.
Aan de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en provincies en ook aan die van gemeente Utrecht valt echter te ontlenen dat vele baten en lasten en het eigen vermogen volstrekt onjuist bepaald en dus onjuist weergegeven zijn.
Aan uw jaarrekening is (ten minste) te ontlenen dat:
Omdat uw jaarrekening veel belangrijke en wettelijk voorgeschreven (!) toelichtingen op de reserves en op de voorzieningen mist (alleen al om deze reden voldoet de jaarrekening niet aan de geldende wettelijke voorschriften, i.c. de Comptabiliteitsvoorschriften), ontbreekt voldoende mogelijkheid nader te onderzoeken hoe hard het "reservekarakter" van veel als reserves gepresenteerde bedragen c.q. "voorzieningkarakter" van veel als zodanig gepresenteerde voorzieningen is. Het is wel opvallend hoe slordig in uw jaarrekening wordt omgegaan met het (toch niet onbelangrijke) onderscheid tussen reserves (i.c. eigen vermogen) en voorzieningen (i.c. verplichtingen jegens derden!). Het heeft er alle schijn van dat uw jaarrekening alleen al terzake hiervan een grote chaos vertoont!

Door deze tekortkomingen in de presentatie van de vaste activa, de verplichtingen en het eigen vermogen stelt de jaarrekening ook niet in staat door vermogensvergelijking het werkelijke saldo van de baten en lasten af te lezen. Kortom, aan de jaarrekening is wèl te ontlenen dat het saldo van de baten en de lasten niet het door u gesuggereerde bedrag van ƒ 66 miljoen is, maar stelt overigens niet in staat te zien wat dan het saldo van de baten en de lasten wèl is.

En dan al die onzin over "rekeningresultaat", "weerstandsvermogen" en "gemeentebreed weerstandsvermogen", verwerking UNA-opbrengsten en -reserves en -voorzieningen, dienstbedrijfsreserves, reserves en voorzieningen grondexploitatie, "algemene dekkingsreserve" (om maar een greep te doen).

Kortom,
   ook de jaarrekening van gemeente Utrecht stelt volstrekt niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over de financiële positie en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En daar ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldoet alleen daarom al niet aan belangrijke wettelijke voorschriften. Dat betekent dat de jaarrekening totaal ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument. Dat betekent dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde burger, maar, naar ik aanneem, ook uzelf, belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de burger en uzelf wel degelijk recht op hebben!

Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 2001 en (binnenkort) uw begroting 2002 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en dat u die dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt wegdoen. Wat heb je aan 100-en pagina's volstrekt onbetrouwbare informatie?
Het is volstrekt onverantwoord om met behulp van dit soort begrotingen een gemeente te besturen.

Ik denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening (en de genoemde begrotingen) volledig laat overmaken en dat de burgers en uzelf een jaarrekening krijgen die wèl voldoet.
Ten minste heeft de belangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een antwoord op de volgende vragen:
Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef