Dossier: gemeente Utrecht
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 30 september 2003

Gemeenteraad van
Gemeente Utrecht
Postbus 16200
3500 CE Utrecht

Betreft: Begroting 2004

Geachte Raad,

Inmiddels buigt u zich over de begroting 2004 en de meerjarenraming 2005-2007 van uw gemeente. Ik kan en mag uiteraard niet voor u uitmaken waaraan de (geld)middelen van uw gemeente besteed zullen worden. Ik kan u wel helpen door u te wijzen op een aantal bijzondere aspecten van de begroting en de meerjarenraming waar u goed rekening mee  moet houden.

1.  Allereerst het saldo van de baten en de lasten en dus het saldo van de begroting.

Op pagina 20 van het begrotingsboekwerk "Programmabegroting 2004" vindt u onder "Financieel overzicht programma's" een samenvatting van de ontvangsten en de uitgaven. Volgens dit overzicht zijn de baten € 1.207.588.000 en de uitgaven € 1.207.588.000. Dit suggereert dat de begroting sluit met een saldo van € 0. De vraag is of dit waar is. Het antwoord op deze vraag is dat dit niet waar is.

Ik herinner u aan mijn brieven aan u in de afgelopen jaren met mijn bevindingen over de jaarrekeningen van de afgelopen jaren.
Ik hield u voor:
                        gepresenteerd     werkelijk
                                      saldo           saldo
( x € miljoen)
1997                                0,9                8,6
1998                                2,7        ./.  80,8
1999                              12,3            110,7
2000                              29,9            105,3
2001                              72,0              37,0
2002                       ./.  30,0        ./.  11,0

En hoe zit het met de begroting 2004?

De laatste regels van het overzicht "Begroting van lasten en baten naar programma's" op pagina 252 in samenhang met "Bijlage 4: Reserves" op pagina 267-271 maken voor een deskundige in het jaarrekeninglezen duidelijk dat er in werkelijkheid een tekort van € 1.455.000 begroot is. Dat komt omdat in de begroting baten en lasten zijn weggelaten en/of met tegengestelde bedragen geneutraliseerd.

2.   Consequenties van een begroting met een negatief saldo.

Het is niet erg om van start te gaan met een begroting met een tekort van € 1.455.000 maar u moet wel bedenken dat meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt, betekent dat de ontbrekende € 1.455.000 bij de bank geleend zal moeten worden en dat dat dus voortaan elk komend jaar extra rentelasten geeft (bijvoorbeeld 5% x € 1.455.000 = € 72.750).

3. Wat betekent dat voor de meerjarenraming 2005-2007?

U kunt er gevoeglijk vanuit gaan dat dezelfde misleidende opzet ook in de meerjarenraming verwerkt is. Echter het overzicht "Meerjarenraming" op pagina 259 maakt dit niet duidelijk. Dit overzicht suggereert dat elk van de jaren 2005-2007 met een saldo van € 0 sluit. Dat is dus stellig niet waar! Wat de werkelijke saldi van de ontvangsten en uitgaven in die jaren zijn, wordt uit het begrotingsboekwerk niet duidelijk.

4. In het begrotingswerk worden u niet alleen exploitatie-uitgaven en -ontvangsten (ter goedkeuring) voorgehouden, maar ook investeringsuitgaven. U vindt ze steeds bij de programma-overzichten op de pagina's 17-191 en in "Bijlage 6: Investeringsplanning" op pagina 281-300 en samengevat op pagina 253 in het overzicht "Investeringen 2004 per programma". Het gaat blijkens dit laatste overzicht om € 224.030.000. Het "Raadsvoorstel" op pagina 251 maakt niet duidelijk dat u, door in te stemmen met de exploitatiebegroting, ook impliciet instemt de investeringsbegroting. Het ware duidelijker geweest als u afzonderlijk instemming zou zijn gevraagd met de exploitatie-ontvangsten en -uitgaven en afzonderlijk met de investeringsuitgaven.

5.  Een nadeel van de gekozen presentatie van de ontvangsten en vooral van de uitgaven is dat je daaraan niet kunt zien wat voor soort uitgaven het zijn. Zijn het bijvoorbeeld kosten van eigen personeel of gaat het om in te lenen personeel van derden of is het uitbesteed werk etc. Als het goed is, is het wèl te zien in de zogenoemde "Productenraming", een op een andere wijze ingedeelde begroting die in eerste instantie bedoeld is voor het College. Ik raad u sterk aan naar deze "Productenraming" te vragen. U kunt er bovendien nog veel meer interessante details in zien. Het zal u zijn opgevallen dat de nieuwe wijze van presenteren van de begroting aan de raad in de vorm van een zogenoemde programmabegroting hier en daar nogal vaag is. Dat is één van de "zegeningen" van het nieuwe Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), die overigens voor u nog meer "zegeningen" in petto heeft.

In de stellige overtuiging u ook met deze opmerkingen van dienst te zijn en nieuwsgierig naar uw reactie die ik zeer op prijs stel te vernemen,

met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef