Dossier : gemeente Utrecht
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 29 april 2005

Gemeenteraad van
Gemeente Utrecht
Postbus 16200
3500 CE Utrecht

Betreft: Jaarrekening 2004

Het batig saldo over het jaar 2004 bedraagt € 52,7 miljoen
Aldus de suggestie in uw jaarrekening over 2004
Is deze suggestie juist?
Nee, want het saldo is in werkelijkheid € 65,4 miljoen
Dat scheelt dus € 12,7 miljoen
Boekhoudfraude dus!

Geachte Raad,

Voor u als gemeenteraad is de jaarrekening van uw gemeente een belangrijk document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en verantwoording aan u af over het gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de begroting 2005 en binnenkort de begroting 2006. Op basis van deze begrotingen beslist u over de hoogte van de gemeentelijke belastingen en over het wel of niet doorgaan van belangrijke activiteiten. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt het gemeentebestuur al dan niet met uw goedkeuring aan de burgers rekening en verantwoording af van het gevoerde (financiële) beheer. Het is dus erg belangrijk dat de jaarrekening en de begroting betrouwbare documenten zijn.
Is de jaarrekening 2004 van Utrecht betrouwbaar?

Ik ben geïnteresseerd in hoe gemeenten en provincies hun jaarrekeningen en begrotingen opmaken. Van die jaarrekeningen en begrotingen klopt, zo is mijn ervaring, vaak niet veel. Vaak bevatten ze veel onvolledige, onjuiste en inconsistente informatie. U zult het met me eens zijn dat het onverantwoord is om op basis van onbetrouwbare begrotingen en jaarrekeningen gemeenten en provincies te besturen en daarover verantwoording af te leggen.

Ik heb, zoals eerdere jaarrekeningen (zie mijn eerdere brieven aan u), ook de jaarrekening 2004 van uw gemeente beoordeeld. Ook de jaarrekening 2004, zo is mijn conclusie, is een onbetrouwbare jaarrekening en daarom dus ongeschikt als sturingsmiddel en verantwoordingsverslag. Veel onvolledige, onjuiste en dus onbetrouwbare cijfers, en veel onzin-teksten (vooral waar het gaat over reserves, weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit, zoiets als incidentele en structurele weerstandscapaciteit, voorzieningen, en wel of niet vrij besteedbaar resultaat). De jaarrekening voldoet dus niet aan de meest elementaire eis die je aan een jaarrekening moet stellen: op betrouwbare wijze inzicht geven in de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het vermogen en m.n. van de reserves. De jaarrekening voldoet dus ook niet aan de wettelijke eis dat de jaarrekening op de allereerste plaats betrouwbaar is.

Wat betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan, suggereren de rekening en de begeleidende teksten bij de jaarrekening dat het saldo van de baten en de lasten (overeenkomstig wat in de rekening opgenomen is) een bedrag van € 52,7 miljoen is. Niets is echter minder waar! Bestudering van de jaarrekening leert dat het saldo van de baten en de lasten in werkelijkheid € 65,4 miljoen is. En dat is wel iets anders!
Wat mag u als gemeenteraad en wat mogen de burgers, belastingbetalers en andere belanghebbenden en belangstellenden niet weten?
Het verschil wordt veroorzaakt doordat er baten en lasten buiten de rekening zijn gelaten. Het gaat om tientallen miljoenen euro's. Het betreft tientallen posten. Omdat dit de niet deskundige lezers - wat de meeste gemeenteraadsleden en andere belanghebbenden en belangstellenden zullen zijn - gemakkelijk ontgaat en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit door de voor provincies en gemeenten geldende wettelijke voorschriften, i.c. het zogenoemde BBV, uitdrukkelijk verboden. Alle baten en alle lasten moeten in de rekening worden opgenomen. Als dit, zoals de wet en vaste jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan was, zou de rekening er uiteraard heel anders hebben uitgezien.
Aan de jaarrekening valt wel te zien dat er (delen van) baten en lasten buiten de rekening gelaten zijn, er valt niet of nauwelijks te zien welke baten- en lastenposten het betreft. Dat betekent dat alle baten- en lastenposten die in de rekening opgenomen zijn, onjuist kunnen zijn en op z'n minst verdacht zijn. Dat betekent dat elke vergelijking tussen begrotingscijfers en rekeningcijfers onmogelijk is geworden.

Als uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou de rekening eindigen met het door mij genoemde saldo van € 65,4 miljoen.
Het bedrag van € 65,4 miljoen bereken ik door het saldo van het eigen vermogen op 31.12.2003 (volgens uw jaarrekening € 646,9 miljoen) af te trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.2004 (volgens uw jaarrekening € 712,3 miljoen). Het verschil (i.c. € 65,4 miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per definitie gelijk aan het saldo van de (= alle) baten en de lasten.

Wanneer alle baten en lasten in de rekening zouden zijn opgenomen, zou deze dus geëindigd zijn met een saldo van € 65,4 miljoen. Dit uiteraard wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten en het eigen vermogen in begin- en eindbalans juist bepaald en weergegeven zijn. Echter, aan de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en provincies en ook aan die van Utrecht valt te ontlenen dat veel baten en lasten en het eigen vermogen onjuist bepaald en dus onjuist weergegeven zijn.
Aan uw jaarrekening is (ten minste) te ontlenen dat:
Omdat uw jaarrekening veel belangrijke en wettelijk voorgeschreven (!) toelichtingen op de reserves en op de voorzieningen mist (alleen al om deze reden voldoet de jaarrekening niet aan de geldende wettelijke voorschriften, i.c. het BBV), ontbreekt voldoende mogelijkheid te beoordelen hoe hard het "reservekarakter" van de als reserves gepresenteerde bedragen c.q. "voorzieningkarakter" van de als zodanig gepresenteerde voorzieningen is.

Kortom,
   de jaarrekening 2004 van Utrecht stelt niet in staat om een verantwoord oordeel te vormen over de financiële positie en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En daar ging het toch in eerste instantie om! Dat betekent dat de jaarrekening totaal ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument. Dat betekent dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde burgers, maar ook uzelf, belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de burgers en uzelf recht op hebben!

Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 2005 op dezelfde wijze als de jaarrekening is opgemaakt en dat u die dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt wegdoen. Wat heb je aan 100-en pagina's volstrekt onbetrouwbare informatie?

Volgens de jaarrekening 2003 bedroegen de voorzieningen per 31-12-2003 € 160,3 miljoen, terwijl dat volgens de jaarrekening 2004 € 305,6 miljoen is. Volgens de jaarrekening 2003 bedroeg het eigen vermogen per 31-12-2003 € 818,8 miljoen, terwijl dat volgens de jaarrekening 2004 € 646,9 miljoen is. In beide gevallen is een goedkeurende accountantsverklaring gegeven. Ten minste een van beide accountantsverklaringen is dus ten onrechte goedkeurend.

Ik denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening (en de genoemde begrotingen) volledig laat overmaken en dat de burgers en uzelf een jaarrekening krijgen die wèl betrouwbaar is.
Ten minste heeft de belangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een antwoord op de volgende vragen:
De heffing uit hoofde van de OZB bedroeg in 2004 € 76,3 miljoen. Die had dus grotendeels achterwege kunnen blijven zonder in de rode cijfers terecht te komen. Voor de verhoging was al helemaal geen enkele aanleiding. U heeft aan uw burgers stellig wat uit te leggen.

In Vrij Nederland van 2 maart 2002 werd onder de titel Gemeenten verbergen miljarden een overzicht gepubliceerd van de door de 30 grote gemeenten in hun jaarrekeningen 2000 verzwegen miljarden. De 30 grote gemeenten verzwegen ruim ƒ 3,8 miljard. In De Telegraaf van 6 juli 2002 las u Gemeenten verbloemen eigen financiële situatie. Honderden miljoenen buiten boekhoudingen gehouden. Utrecht hoort daar dus ook bij.

De winst-en-verliesrekening over 1999 sloot met een saldo van € 12,3 miljoen. Het werkelijke saldo was € 110,7 miljoen. Er werd dus € 98,4 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2000 sloot met een saldo van € 29,9 miljoen. Het werkelijke saldo was € 105,3 miljoen. Er werd dus € 75,4 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2001 sloot met een saldo van € 72,3 miljoen. Het werkelijke saldo was € 36,8 miljoen. Er werd dus € 35,5 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2002 sloot met een tekort van € 29,7 miljoen. Het werkelijke tekort was € 11,3 miljoen. Er werd dus € 18,4 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2003 sloot met een saldo van € 22,5 miljoen. Het werkelijke saldo was € 259,7 miljoen. Er werd dus € 237,2 miljoen verzwegen.
De winst-en-verliesrekening over 2004 sluit met een saldo van € 52,7 miljoen. Het werkelijke saldo is € 65,4 miljoen. Er werd dus € 12,7 miljoen verzwegen.
Daarmee is de boekhoudfraude over die jaren opgelopen naar (per saldo) ruim € 400 miljoen.

Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef