Dossier: provincie Utrecht
drs L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Provinciale Staten van
de Provincie Utrecht
Postbus 80300
3508 TH UTRECHT

Wijk bij Duurstede, 10 december 1998

Betreft: Jaarrekening 1997

Geacht college,

Met mijn brief aan u van 29.8.1998 liet ik u als geïnteresseerde inwoner en dus burger van onze provincie weten, dat u met de jaarrekening 1997 van onze provincie mij als burger, de andere burgers, maar ook uzelf behoorlijk voor de gek houdt.
Bestudering van de jaarrekening leert dat er niet sprake is van een voordelig saldo van de baten en lasten van ƒ 12,9 miljoen waarmee de rekening eindigt, maar dat het saldo van de baten en lasten volgens de jaarrekening nadelig ƒ 10,1 miljoen is, en dat is wel iets anders. Verdere bestudering van de jaarrekening leert echter ook dat de jaarrekening zelf uitwijst dat veel baten en lasten geheel verkeerd weergegeven zijn, zodat uit de jaarrekening op geen enkele wijze blijkt wat nu het werkelijke saldo van de baten en lasten is. Hetzelfde geldt ook voor de reserves.
Vandaar dat ik mijn brief beëindigde met de vragen:
- Wat is het werkelijke saldo van de baten en de lasten van de Provincie over 1997?
- Wat is de werkelijke omvang van de reserves einde 1997?

Uw antwoord op mijn brief (uw brief van 29.11.1997) is wel heel merkwaardig:
Reagerend op uw "verweer":
- Een onbetrouwbare jaarrekening wordt toch niet opeens wèl betrouwbaar als een accountant daar (geheel ten onrechte) een goedkeurende verklaring over heeft gegeven?
- Als "uw aanpak" zeer gebruikelijk is bij de decentrale overheden en door de daarbij betrokken accountants geaccepteerd wordt, zegt dat heel veel (beschamends) over die decentrale overheden en die accountants, maar het ontkracht nog niet wat ik van ùw jaarrekening zei. Dat is en blijft een hoogst onbetrouwbare en dus misleidende jaarrekening.
- Of een jaarrekening nu wel of niet voldoet aan de Comptabiliteitsvoorschriften (die ik overigens heel goed ken!) is volstrekt irrelevant. Het is best mogelijk dat een jaarrekening voldoet aan (een interpretatie van) bepaalde wettelijke voorschriften, maar dat die (daardoor) een hoogst onbetrouwbaar beeld geeft van de financiële positie en het financiële reilen en zeilen.

(Overigens voldoet uw jaarrekening volstrekt niet aan de Comptabiliteitsvoorschriften, ten minste omdat, zoals ik in mijn brief al aangaf, de Comptabiliteitsvoorschriften uitdrukkelijk voorschrijven dat u alle baten en lasten binnen de rekening moet opnemen, en niet, zoals nu gebeurd is, voor een belangrijk deel buiten de rekening.)
- Als u als Provinciale Staten besluit een onbetrouwbare en misleidende jaarrekening desondanks goed te keuren en vast te stellen, blijft die jaarrekening uiteraard een onbetrouwbaar en dus misleidend document.

Nergens in uw beantwoording gaat u inhoudelijk op de door mij opgeworpen kwestie in. Dat is slordig!

U kunt wel van mèning zijn dat, zoals u dat zegt aan het slot van uw brief, de door mij aan het slot van mijn brief gestelde vragen voldoende beantwoord zijn in de jaarrekening, dat wil nog niet zeggen dat dat ook daadwerkelijk het geval is. Juist om die reden stuurde ik u namelijk mijn brief.

Ik denk nog steeds recht te hebben op een correcte beantwoording van de door mij gestelde vragen, om welke reden ik mijn vragen nog eens herhaal:
- Wat is het werkelijke saldo van de baten en de lasten van de Provincie over 1997?
- Wat is de werkelijke omvang van de reserves einde 1997?

Graag verneem ik uw reactie.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef