drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 16 juli 2002
Provinciale Staten van
Provincie Utrecht
Postbus 80300
3508 TH Utrecht
Betreft:
Bezwaar
Inleiding
Zoals voorgeschreven in de Provinciewet leggen
Provinciale Staten van Utrecht met de jaarrekening 2000 van Provincie Utrecht
rekening en verantwoording af over 2000 aan (onder andere) de burgers van de
Provincie waaronder ik. Die jaarrekening moet uiteraard betrouwbaar zijn. Wat
erin staat, moet waar zijn. Het moet overeenstemmen met de werkelijkheid. Echter
de jaarrekening 2000 is volstrekt onbetrouwbaar en zwaar misleidend De
jaarrekening geeft niet het inzicht aan de burgers dat nodig is om als burger
een goed beeld te krijgen van de ontvangsten en de uitgaven en daarmee over de
besteding van de belastinggelden. Integendeel, de lezer van de jaarrekening,
waaronder de belangstellende burger, wordt totaal verkeerd voorgelicht over de
ontvangsten en de uitgaven en over het saldo daarvan. De lezer wordt ook totaal
verkeerd voorgelicht over de financiële positie van de Provincie. Als
belangrijkste bezwaar tegen de jaarrekening mag worden genoemd de omstandigheid
dat de winst- en verliesrekening (c.q. rekening van baten en lasten) sluit met
een positief saldo van ƒ 18,4 miljoen. Door de hele jaarrekening heen alsook in
het bestuursverslag wordt telkens gesuggereerd dat er een positief saldo was van
ƒ 18,4 miljoen. Echter uit voor niet jaarrekeningtechnisch geschoolde lezers
moeilijk te begrijpen informatie wordt duidelijk dat in werkelijkheid er grote
bedragen aan ontvangsten en uitgaven buiten de winst- en verliesrekening zijn
gelaten. In werkelijkheid was er een tekort van ƒ 108,4 miljoen. De jaarrekening
misleidt daardoor de lezer van de jaarrekening.
De jaarrekening is daardoor ook in strijd met de
relevante wettelijke voorschriften (i.c. de Comptabiliteitsvoorschriften 1995)
die allereerst voorschrijven dat de jaarrekening betrouwbaar moet zijn en ten
overvloede uitdrukkelijk voorschrijven dat er géén ontvangsten en uitgaven
buiten de winst- en verliesrekening mogen worden
gelaten.
Hoewel de accountant een goedkeurende
accountantsverklaring bij de jaarrekening heeft gegeven, schrijft hij in zijn
accountantsrapport, zij het in wollige taal, dat er behalve de in de
winst- en verliesrekening opgenomen baten en lasten ook nog andere, dus
buiten de winst- en verliesrekening gelaten, baten en lasten zijn en dat
dus het saldo van alle baten en lasten niet het saldo is waarmee
de winst- en verliesrekening sluit, maar een ander saldo. De accountant noemt
overigens niet om welke posten en om welke bedragen het gaat. Hoewel de
accountant een goedkeurende verklaring heeft gegeven, zegt hij in zijn rapport
dus impliciet dat de winst- en verliesrekening incompleet, dus misleidend is, en
dat de jaarrekening dus in strijd is met de wettelijke
voorschriften.
Met mijn brief van 26 september 2001 schrijf ik
Provinciale Staten dat de jaarrekening misleidend is en in strijd is met de
wettelijke voorschriften en dat zij daarmee aan de burgers van de Provincie op
misleidende dus incorrecte wijze rekening en verantwoording afleggen. Ik eindig
met de opmerking dat de burger recht heeft op een jaarrekening die het
werkelijke saldo van alle baten en lasten en de werkelijke financiële situatie
weergeeft.
Met brief van (eerst) 13 november 2001 schrijven
Gedeputeerde Staten namens Provinciale Staten mij dat rekening is gehouden met
de Comptabiliteitsvoorschriften en dat de jaarrekening is voorzien van een
goedkeurende accountantsverklaring, alsof hiermee aangetoond zou zijn dat ik
ongelijk heb.
Met mijn brief van 20 november 2001 schrijf ik
Provinciale Staten dat de reactie van Gedeputeerde Staten geheel voorbijgaat aan
mijn beweringen en geef ik meer in detail aan waarom de jaarrekening
onbetrouwbaar is en, met vermelding van de relevante artikelen van de
Comptabiliteitsvoorschriften, in strijd met de wettelijke
voorschriften.
Met mijn brief van 24 januari 2002 schrijf ik
Provinciale Staten hoe en waar het accountantsrapport duidelijk maakt dat de
winst- en verliesrekening niet compleet is en de jaarrekening dus misleidend en
in strijd met de wettelijke voorschriften is. In deze brief schrijf ik ook: "Nog
steeds stel ik het op prijs als ik door u eerlijk zou worden voorgelicht over de
financiën van onze provincie."
Met brief van (eerst) 19 maart 2002 reageren
Gedeputeerde Staten namens Provinciale Staten op mijn brieven van 20 november
2001 en 24 januari 2002. Gedeputeerde Staten herhalen wat zij schreven in hun
brief van 13 november 2001 en verder dat de minister van Binnenlandse Zaken geen
opmerkingen op de jaarrekening had, een eveneens volstrekt irrelevante reactie.
Op mijn verzoek om eerlijke informatie over de financiën van onze provincie
schrijven Gedeputeerde Staten: "Wij zijn niet bereid om voor 2000 nog een ander
saldo van baten en lasten en een totaal omvang van de reserves per jaarultimo te
presenteren." Enige motivering ontbreekt (nog steeds).
Tegen deze laatste beslissing ("Wij zijn niet
bereid om voor 2000 .... te presenteren") wilde ik in beroep gaan bij de
rechter. De brief van 19 maart van Gedeputeerde Staten maakt echter niet
duidelijk waar ik in beroep moet gaan, welke procedures daarbij gelden en welke
termijnen in acht genomen moeten worden. Ook geeft de brief geen enkel motief
voor de beslissing.
In mijn brief van 15 april 2002 vraag ik om een
"voor bezwaar en beroep vatbare beslissing", d.w.z. een duidelijk geformuleerd
besluit met de motiveringen daartoe en aanwijzingen waar, hoe en voor wanneer ik
bij welke instantie in beroep kan gaan.
Met mijn brief van 15 mei 2002 herinner ik
Provinciale Staten nog eens aan deze brief en schrijf ik nog steeds geen
antwoord te hebben ontvangen.
Eerst met brief van 18 juni 2002 krijg ik een
reactie op mijn brief van 15 april 2002. De brief gaat geheel voorbij aan de
inhoud van mijn brieven van 24 januari 2002 en 15 april 2002. De brief
refereert, geheel irrelevant, aan het besluit tot vaststelling van de
jaarrekening 2000 ergens medio 2001 en nìet aan het besluit opgenomen in de
brief van 19 maart 2002 waar het mij om gaat. De brief maakt wel duidelijk dat
ik een gerechtelijke procedure moet starten met een bezwaarschrift bij
Provinciale Staten.
Omdat ik geen zin meer heb in dit eindeloze heen-
en-weer-geschrijf waarbij Provinciale Staten nooit en nergens ingaan op de
inhoud van grieven, ga ik thans in bezwaar. Mijn bezwaar geldt dus de beslissing
zoals opgenomen in de brief van 19 maart 2002 die ik met de brief van 18 juni
2002 als een "voor bezwaar en beroep vatbare beslissing"
beschouw.
Bezwaar
Ik ga in bezwaar tegen de beslissing: "Wij zijn
niet bereid om voor 2000 nog een ander saldo van baten en lasten en een totaal
omvang van de reserves per jaarultimo te presenteren."
Mijn bezwaar betreft de omstandigheid dat het
saldo van baten en lasten en de omvang van de reserves (aan mij) nog steeds niet
is gepresenteerd zoals de Provinciewet en de Comptabiliteitsvoorschriften dat
voorschrijven, d.w.z. op betrouwbare wijze èn compleet, en dat Provinciale
Staten hebben besloten dat ook niet te willen doen.
Comptabiliteitsvoorschriften
Voor zover in dit kader de
Comptabiliteitsvoorschriften van belang zijn, heb ik ze in mijn hiervoor
genoemde brieven aangegeven. In dit kader zijn de
belangrijkste:
artikel 3:
".... de jaarrekening .... geeft volgens
normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd,
een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de
financiële positie en over de baten en de lasten."
en artikel 27:
"De rekening van baten en lasten ....
geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de omvang van alle baten en
alle lasten, alsmede het saldo daarvan
weer."
Een rekening van baten en lasten waarin niet alle
opbrengsten en kosten vermeld zijn, is zonder enige twijfel onbetrouwbaar, leidt
niet tot het krijgen van een verantwoord oordeel, en voldoet dus niet aan de in
artikel 3 genoemde "normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar
worden beschouwd". Dit is herhaaldelijk in jurisprudentie
bevestigd.
Om elke discussie te vermijden of het nu wel of
niet is toegestaan wellicht heel bijzondere incidentele opbrengsten en kosten
buiten de winst- en verliesrekening te laten, schrijft artikel 27 overduidelijk
voor dat de rekening van baten en lasten àlle opbrengsten en àlle kosten moet
weergeven. Ten overvloede zegt artikel 27 óók nog dat het saldo van de rekening
het saldo moet zijn van àlle opbrengsten en àlle
kosten.
Duidelijker kan het
niet!
Belanghebbende
Als burger van de provincie Utrecht, als
belastingbetaler van belastingen en heffingen die direct in de provinciekas
vloeien, en als belastingbetaler aan de Nederlandse schatkist, uit welke
schatkist een belangrijk bedrag toevloeit aan Provincie Utrecht, ben ik
belanghebbende bij een jaarrekening waarin op correcte wijze aan mij rekening en
verantwoording wordt gedaan van de in respectievelijk uit de provinciekas
ontvangen baten en verrichte bestedingen, en waarin op correcte wijze aan mij
rekening en verantwoording wordt gedaan van de financiële positie van de
Provincie. Provincie Utrecht is op grond van de Provinciewet verplicht mij een
correcte jaarrekening (ter inzage) voor te leggen.
Termijn
Uit de brief van 18 juni 2002 maak ik op dat de
bezwaartermijn zes weken bedraagt. Eerst de brief van 18 juni 2002 maakt
duidelijk welke procedures en termijnen ik in acht moet nemen. De termijn van
zes weken vangt derhalve aan op 18 juni 2002 en eindigt op 30 juli 2002. Dit
bezwaarschrift is derhalve binnen de bezwaartermijn
ingediend.
Aanvullende
informatie
Alle hiervoor door mij genoemde brieven zijn in
uw bezit, zodat ik aanneem dat ik kopieën daarvan thans niet hoef mee te sturen.
Mocht u dat evenwel noodzakelijk vinden, dan verzoek ik u mij dit te laten weten
zodat ik u die alsnog kan toesturen. Ook als u meer informatie van mij nodig
heeft om u op de kwestie goed voor te bereiden, verzoek ik u dit mij te laten
weten zodat ik u de gevraagde informatie (alsnog) kan
toesturen.
Verzoek
Ik verzoek u het besluit zoals opgenomen in de
brief d.d. 19 maart ("Wij zijn niet bereid om voor 2000 nog een ander saldo van
baten en lasten en een totaal omvang van de reserves per jaarultimo te
presenteren") te herzien.
Ik verzoek u mij te geven waar ik (volgens de
Provinciewet) recht op heb, namelijk een jaarrekening die een correct beeld
geeft van de opbrengsten en de kosten en het saldo daarvan, een jaarrekening
waarin een winst- en verliesrekening is opgenomen waarin àlle baten en àlle
lasten zijn opgenomen en die sluit met een saldo dat het saldo is van àlle baten
en àlle lasten, een jaarrekening waarin een balans is opgenomen die een correct
beeld geeft van de financiële positie. Aan dit verzoek kan wat mij betreft ook
worden voldaan door een aanhangsel bij de jaarrekening te maken en aan mij en de
andere burgers en belanghebbenden over te leggen, waarin alle correcties zijn
opgenomen die op de oorspronkelijke jaarrekening aangebracht moeten worden en
waarin ten minste een (samen-gevatte) herziene winst- en verliesrekening en
herziene balans is opgenomen.
Hoogachtend,
L.W. Verhoef